1.
Als geen rekenkamer is ingesteld als bedoeld in hoofdstuk IVa, stellen provinciale staten bij verordening regels vast voor de uitoefening van de rekenkamerfunctie.
2.
De artikelen 183, 185, 185a en 186 zijn voor de uitoefening van de rekenkamerfunctie van overeenkomstige toepassing.
3.
Op personen die de rekenkamerfunctie uitoefenen is artikel 79f, behoudens het eerste lid, onder g, van overeenkomstige toepassing.
Inhoudsopgave
+ Titel I. Begripsbepalingen
- Titel II. De inrichting en samenstelling van het provinciebestuur
+ Titel III. De bevoegdheid van het provinciebestuur
+ Titel IV. De financiën van de provincie
+ Titel V. Aanvullende bepalingen inzake het toezicht op het provinciebestuur
+ Titel VI
+ Titel VII. Overgangs- en slotbepalingen
Geschiedenis

Geschiedenis-overzicht