1.
De commissaris van de Koning kan te allen tijde bij koninklijk besluit op voordracht van Onze Minister worden ontslagen.
2.
Indien sprake is van een verstoorde verhouding tussen de commissaris en provinciale staten, kunnen de staten een aanbeveling tot ontslag zenden aan Onze Minister.
3.
Voordat de staten verklaren dat van een verstoorde verhouding tussen de commissaris en de staten sprake is, overleggen zij met Onze Minister over de aanleiding tot die verklaring.
4.
Een aanbeveling vormt geen onderwerp van beraadslagingen en wordt niet vastgesteld dan nadat provinciale staten tenminste twee weken en ten hoogste drie maanden tevoren hebben verklaard, dat tussen de commissaris en de staten sprake is van een verstoorde verhouding.
5.
De oproeping tot de vergadering waarin over de aanbeveling wordt beraadslaagd of besloten, wordt tenminste achtenveertig uur voor de aanvang of zoveel eerder als provinciale staten hebben bepaald, bij de leden van de staten bezorgd. Zij vermeldt het voorstel tot de aanbeveling.
6.
Onze Minister wijkt in zijn voordracht slechts af van de aanbeveling op zwaarwegende gronden.
Inhoudsopgave
+ Titel I. Begripsbepalingen
- Titel II. De inrichting en samenstelling van het provinciebestuur
+ Titel III. De bevoegdheid van het provinciebestuur
+ Titel IV. De financiën van de provincie
+ Titel V. Aanvullende bepalingen inzake het toezicht op het provinciebestuur
+ Titel VI
+ Titel VII. Overgangs- en slotbepalingen
Geschiedenis

Geschiedenis-overzicht