Let op. Deze wet is vervallen op 1 januari 2013. U leest nu de tekst die gold op -.

Politiewet 1993

Uitgebreide informatie
1.
In deze wet en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:
a. regio: politieregio;
b. regionale college: het college bedoeld in artikel 22;
c. korpsbeheerder: de burgemeester, bedoeld in artikel 23, eerste lid, of de waarnemend korpsbeheerder, bedoeld in artikel 23, zesde lid;
d. korpschef: de korpschef, bedoeld in artikel 24, onderscheidenlijk 38;
e. commissaris van de Koning: de commissaris van de Koning in de provincie waarin de regio geheel of nagenoeg geheel is gelegen;
f. hoofd van het landelijk parket: de hoofdofficier van justitie, bedoeld in artikel 137, tweede lid, van de Wet op de rechterlijke organisatie;
g. taken ten dienste van de justitie:
1°. de uitvoering van wettelijke voorschriften waarmee Onze Minister van Justitie is belast;
2°. de administratiefrechtelijke afdoening van inbreuken op wettelijke voorschriften, voor zover in die voorschriften het toezicht op de uitvoering van de politietaak is opgedragen aan het openbaar ministerie;
3°. de betekening van gerechtelijke mededelingen in strafzaken, het vervoer van rechtens van hun vrijheid beroofde personen, en de dienst bij de gerechten.
2.
In deze wet en de daarop berustende bepalingen wordt onder strafrechtelijke handhaving van de rechtsorde mede verstaan: het waken voor de veiligheid van personen.
3.
Als hoofdofficier van justitie in de zin van deze wet treedt op de hoofdofficier van justitie dan wel de fungerend hoofdofficier van justitie. Indien in een arrondissement twee regio’s zijn gelegen, bepaalt Onze Minister van Justitie voor welke regio de hoofdofficier van justitie en voor welke regio de fungerend hoofdofficier van justitie optreedt. In geval van afwezigheid, belet of ontstentenis van de fungerend hoofdofficier van justitie wordt hij vervangen door de hoofdofficier van justitie.
Inhoudsopgave
- Hoofdstuk I. Begripsbepalingen
+ Hoofdstuk II. Taak en samenstelling van de politie
+ Hoofdstuk III. Bevoegdheden van de politie
+ Hoofdstuk IV. Gezag en toezicht over de politie
+ Hoofdstuk V. De regionale politiekorpsen
+ Hoofdstuk VI. Het Korps landelijke politiediensten
+ Hoofdstuk VII. Bijzondere ambtenaren van politie
+ Hoofdstuk VIII. Beleids- en beheersbevoegdheden, inspectiefunctie en kwaliteitszorg op rijksniveau
+ Hoofdstuk IX. Bijstand aan de politie
+ Hoofdstuk IXa. Bijstand aan de koninklijke marechaussee
+ Hoofdstuk X. De behandeling van klachten
+ Hoofdstuk XI. Slotbepalingen
Geschiedenis

Geschiedenis-overzicht