1.
Degene, die de verklaring van toestemming als bedoeld in de artikelen 34, eerste lid en 37, eerste lid, intrekt, geeft hiervan onverwijld schriftelijk kennis aan de ten aanzien van de houder tot verstrekking bevoegde autoriteit dan wel, indien deze autoriteit niet bekend is, aan Onze Minister, onderscheidenlijk de Gouverneur.
2.
De in het eerste lid bedoelde autoriteit deelt de houder of diens wettelijke vertegenwoordiger schriftelijk mede dat het reisdocument wegens intrekking van de verklaring van toestemming van rechtswege vervalt, indien:
a. de houder of diens wettelijke vertegenwoordiger niet binnen vier weken na deze mededeling gebruik heeft gemaakt van de bevoegdheid tot het doen van het verzoek om een vervangende verklaring van toestemming ingevolge artikel 34, tweede of derde lid, of artikel 37, derde lid, en hem daarvan schriftelijke mededeling heeft gedaan, dan wel indien geen verzoek als bedoeld in artikel 36, eerste lid, is gedaan;
b. de houder of diens wettelijke vertegenwoordiger het verzoek tot het verkrijgen van een vervangende verklaring van toestemming als bedoeld onder a, intrekt dan wel de afwijzende beschikking van de rechter op dit verzoek in kracht van gewijsde is gegaan.
1.
Bij de mededeling, bedoeld in artikel 48, tweede lid, wijst de in artikel 48, eerste lid, bedoelde autoriteit de houder of diens wettelijke vertegenwoordiger erop, dat deze verplicht is het reisdocument bij hem in te leveren.
2.
Indien de houder een minderjarige is van zestien jaren of ouder, dan wel een onder curatele gestelde, kan de in artikel 48, eerste lid, bedoelde autoriteit in bijzondere gevallen bepalen, dat het reisdocument in afwachting van de rechterlijke uitspraak of beschikking terzake, niet ingeleverd behoeft te worden.
3.
De in artikel 48, eerste lid, bedoelde autoriteit draagt zorg dat de houder wiens reisdocument ingevolge het eerste lid moet worden ingeleverd onverwijld in het register, bedoeld in artikel 25, derde lid, wordt vermeld. Deze vermelding kan geen andere gegevens van de betrokken persoon omvatten dan die, bedoeld in artikel 3. Artikel 25, vierde lid, is van overeenkomstige toepassing.
4.
Onze Minister, onderscheidenlijk de Gouverneur, draagt zorg dat het ingevolge artikel 53 ingehouden reisdocument onverwijld wordt toegezonden aan de in artikel 48, eerste lid, bedoelde autoriteit.
1.
Zodra de vervangende verklaring van toestemming op de wijze, bedoeld in artikel 48, tweede lid, onder a, wordt overgelegd, wordt het reisdocument indien dit ingevolge artikel 49, eerste lid, is ingeleverd, dan wel ingevolge artikel 53 is ingehouden, aan de houder teruggegeven.
2.
Indien het eerder uitgereikte reisdocument buiten schuld van de houder niet is ingeleverd of ingehouden, wordt hem met inachtneming van het bepaalde in het eerste lid op zijn aanvraag een nieuw reisdocument verstrekt. Het eerder uitgereikte reisdocument vervalt in dat geval van rechtswege.
3.
De in artikel 48, eerste lid, bedoelde autoriteit draagt zorg voor de verwijdering van de vermelding van de houder uit het daarbedoelde register, zodra ingevolge het eerste lid het reisdocument aan de houder is teruggegeven, dan wel ingevolge het tweede lid aan de houder een nieuw reisdocument is verstrekt en het eerder uitgereikt reisdocument door hem is ontvangen. Artikel 25, vijfde lid, tweede volzin, is van overeenkomstige toepassing.
Inhoudsopgave
+ Hoofdstuk I. Algemene bepalingen
+ Hoofdstuk II. Aanspraken op reisdocumenten
+ Hoofdstuk III. Gronden tot weigering of vervallenverklaring
+ Hoofdstuk IV. Aanvraag
+ Hoofdstuk V. Verstrekking, wijziging en uitreiking
+ Hoofdstuk VI. Weigering of vervallenverklaring
- Hoofdstuk VII. Verval van rechtswege
+ Hoofdstuk VIII. Inhouding en inlevering
+ Hoofdstuk IX. Toezicht
+ Hoofdstuk X. Strafbepalingen
+ Hoofdstuk XI. Administratieve rechtsbescherming in Aruba, Curaçao en Sint Maarten
+ Hoofdstuk XII. Overgangs- en slotbepalingen
Geschiedenis

Geschiedenis-overzicht