1.
Bij een aanvraag door of ten behoeve van een minderjarige wordt een verklaring van toestemming overgelegd van iedere persoon die het gezag uitoefent. Indien de minderjarige onder voorlopige voogdij is geplaatst van een stichting als bedoeld in artikel 1, eerste lid, van de Wet op de jeugdzorg in het Europese deel van Nederland onderscheidenlijk voorlopig is toevertrouwd aan een Voogdijraad in een openbaar lichaam, Aruba, Curaçao of Sint Maarten, wordt evenwel een verklaring van toestemming van de desbetreffende stichting dan wel van de desbetreffende Voogdijraad overgelegd.
2.
Indien bij gezamenlijke gezagsuitoefening een van de personen die het gezag uitoefenen, weigert een verklaring van toestemming als bedoeld in het eerste lid, af te geven, kan deze op verzoek van de andere persoon die het gezag uitoefent, worden vervangen door een verklaring van de bevoegde rechter, die alvorens te beslissen een vergelijk tussen de beide personen beproeft.
3.
Indien een persoon die het gezag uitoefent, de desbetreffende stichting of de desbetreffende Voogdijraad een verklaring van toestemming als bedoeld in het eerste lid weigert, kan deze op verzoek van de minderjarige van zestien jaren of ouder worden vervangen door een verklaring van de bevoegde rechter.
4.
Indien bij gezamenlijke gezagsuitoefening het als gevolg van oorlog, oproer, natuurrampen of daaraan verwante dan wel daarmee samenhangende omstandigheden feitelijk onmogelijk is een verklaring van toestemming als bedoeld in het eerste lid, te verkrijgen van de andere persoon die het gezag uitoefent, kan deze in afwijking van het eerste lid worden vervangen door een verklaring van de bevoegde rechter.
5.
De rechter geeft in de in het tweede, derde en vierde lid bedoelde gevallen een zodanige beslissing als hem in het belang van het kind wenselijk voorkomt. Daarbij kan als voorwaarde worden gesteld dat de geldigheidsduur of de territoriale geldigheid van het aangevraagde reisdocument wordt beperkt.
6.
Een verklaring van toestemming als bedoeld in het eerste lid, behoeft niet te worden overgelegd bij de aanvraag van een Nederlandse identiteitskaart door of ten behoeve van een minderjarige die de leeftijd van twaalf jaren heeft bereikt.
Artikel 35
Aan de minderjarige die in werkelijke militaire dienst is, wordt een reisdocument verstrekt indien en voor zolang de daartoe aangewezen militaire autoriteit verklaart, dat zulks in het belang van de dienst is. Dit reisdocument geldt uiterlijk tot het tijdstip waarop de dienst wordt verlaten.
1.
Bij een aanvraag ten behoeve van een minderjarige die onder toezicht is gesteld en jonger is dan zestien jaar, kan, indien één of beide personen die het gezag over de minderjarige uitoefenen, weigeren een verklaring van toestemming als bedoeld in artikel 34, eerste lid, af te geven, in plaats van die verklaring een verklaring van toestemming van de bevoegde rechter worden overgelegd.
2.
De rechter kan een verklaring van toestemming afgeven op verzoek van een stichting als bedoeld in artikel 1, eerste lid, van de Wet op de jeugdzorg, of een rechtspersoon als bedoeld in artikel 254, tweede lid, van Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek in het Europese deel van Nederland of een gezinsvoogdij-instelling in een openbaar lichaam, Aruba, Curaçao of Sint Maarten. De rechter geeft een zodanige beslissing als hem in het belang van het kind wenselijk voorkomt. Daarbij kan als voorwaarde worden gesteld dat de geldigheidsduur of de territoriale geldigheid van het aangevraagde reisdocument wordt beperkt.
1.
Bij een aanvraag door of ten behoeve van een onder curatele gestelde, wordt een verklaring van toestemming van de curator overgelegd.
2.
Een verklaring van toestemming als bedoeld in het eerste lid behoeft niet te worden overgelegd bij de aanvraag van een Nederlandse identiteitskaart.
3.
Indien de curator weigert een verklaring van toestemming als bedoeld in het eerste lid, af te geven, kan deze op verzoek van de onder curatele gestelde worden vervangen door een verklaring van de bevoegde rechter. Deze neemt een zodanige beslissing als hem in het belang van de onder curatele gestelde wenselijk voorkomt. Daarbij kan als voorwaarde worden gesteld dat de geldigheidsduur of de territoriale geldigheid van het aangevraagde reisdocument wordt beperkt.
1.
Op de procedure ingevolge de artikelen 34, 36 en 37 is in het Europese deel van Nederland de derde titel van het Eerste Boek van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering, met uitzondering van artikel 278, derde lid, van toepassing.
2.
De bevoegde rechter, genoemd in artikel 34, tweede, derde en vierde lid, en in artikel 36, is in het Europese deel van Nederland de kinderrechter, in een openbaar lichaam, Aruba, Curaçao en Sint Maarten de rechter in eerste aanleg.
3.
[Vervallen.]
4.
De bevoegde rechter, genoemd in artikel 37, derde lid, is in het Europese deel van Nederland de kantonrechter, in een openbaar lichaam, Aruba, Curaçao en Sint Maarten de rechter in eerste aanleg.
5.
De rechter beslist met de meeste spoed.
6.
Bij een aanvraag ten behoeve van een handelingsonbekwame wordt deze als aanvrager beschouwd.
7.
De minderjarige, bedoeld in artikel 34, derde lid, en de onder curatele gestelde zijn bekwaam in rechte op te treden en tegen een uitspraak beroep in te stellen.
Artikel 39
Aan de handelingsonbekwame die zich buiten het Koninkrijk bevindt en bij wiens aanvraag geen verklaring van toestemming kan worden overgelegd als bedoeld in artikel 34, eerste lid, onderscheidenlijk artikel 37, eerste lid, kan vooruitlopend op een rechterlijke uitspraak of beschikking ter zake van een vervangende verklaring van toestemming, in bijzondere gevallen een reisdocument als bedoeld in artikel 2, eerste lid, onder f,worden verstrekt.
Inhoudsopgave
+ Hoofdstuk I. Algemene bepalingen
+ Hoofdstuk II. Aanspraken op reisdocumenten
+ Hoofdstuk III. Gronden tot weigering of vervallenverklaring
- Hoofdstuk IV. Aanvraag
+ Hoofdstuk V. Verstrekking, wijziging en uitreiking
+ Hoofdstuk VI. Weigering of vervallenverklaring
+ Hoofdstuk VII. Verval van rechtswege
+ Hoofdstuk VIII. Inhouding en inlevering
+ Hoofdstuk IX. Toezicht
+ Hoofdstuk X. Strafbepalingen
+ Hoofdstuk XI. Administratieve rechtsbescherming in Aruba, Curaçao en Sint Maarten
+ Hoofdstuk XII. Overgangs- en slotbepalingen
Geschiedenis

Geschiedenis-overzicht