Artikel 1
In deze wet wordt verstaan onder:
a. aanvraag: het verzoek tot verstrekking van een reisdocument of tot wijziging van gegevens vermeld in een eerder verstrekt reisdocument;
b. aanvrager: degene die een aanvraag als bedoeld in onderdeel a indient of op wie een dergelijke aanvraag betrekking heeft;
c. weigering: de afwijzende beslissing op de aanvraag, die in behandeling is genomen;
d. verstrekking: de beslissing tot uitreiking van een nieuw reisdocument;
e. uitreiking: het feitelijk ter beschikking van de aanvrager stellen van het op zijn naam gesteld reisdocument;
f. houder: degene op wiens naam het reisdocument is gesteld en ten behoeve van wie het is uitgereikt;
g. wijziging: het in overeenstemming met het bij of krachtens deze wet bepaalde aanbrengen van een of meer aantekeningen in een reisdocument, strekkende tot verandering dan wel aanvulling van daarin vermelde gegevens;
h. inhouding: het feitelijk aan de beschikking van de houder onttrekken van een op zijn naam gesteld reisdocument;
i. vervallen of vervallenverklaring: het ongeldig worden of de beslissing tot het ongeldig verklaren van een reisdocument;
j. vermissing: ieder geval waarin de houder niet meer de feitelijke beschikking heeft over een op zijn naam gesteld reisdocument, anders dan door of ten behoeve van handelingen van een daartoe bevoegde autoriteit;
k. Onze Minister: Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties in zijn hoedanigheid van Minister van het Koninkrijk;
l. Onze Minister die het aangaat: Onze Minister in Nederland, Aruba, Curaçao of Sint Maarten die het aangaat;
m. Gouverneur: Gouverneur van Aruba, Curaçao of Sint Maarten;
n. openbaar lichaam: openbaar lichaam Bonaire, Sint Eustatius of Saba;
o. reisdocument: een document als bedoeld in artikel 2, eerste lid.
1.
Reisdocumenten van het Koninkrijk der Nederlanden zijn:
a. nationaal paspoort;
b. diplomatiek paspoort;
c. dienstpaspoort;
d. reisdocument voor vluchtelingen;
e. reisdocument voor vreemdelingen;
f. nooddocument;
g. andere reisdocumenten, door Onze Minister vast te stellen.
2.
Identiteitskaart van het Europese deel van Nederland is de Nederlandse identiteitskaart. Hetgeen bij of krachtens deze wet is bepaald ten aanzien van reisdocumenten is van overeenkomstige toepassing op de Nederlandse identiteitskaart, tenzij anders is bepaald.
3.
Onze Minister stelt met inachtneming van het bij of krachtens deze wet bepaalde de geldigheidsduur en het model van de in het eerste en tweede lid bedoelde documenten vast, draagt zorg voor de vervaardiging van die documenten en stelt van de in het eerste lid bedoelde reisdocumenten tevens de territoriale geldigheid vast.
1.
Elk reisdocument vermeldt de volgende persoonsgegevens van de houder: geslachtsnaam, voornamen, geboortedatum, geboorteplaats, geslacht, woonplaats, adres en lengte. Onze Minister kan bepalen in welke gevallen kan worden afgezien van vermelding van respectievelijk geboorteplaats, woonplaats, adres en lengte.
2.
Een reisdocument is voorzien van de gezichtsopname, twee vingerafdrukken en de handtekening van de houder volgens nader bij regeling van Onze Minister te stellen regels. De Nederlandse identiteitskaart is niet voorzien van vingerafdrukken.
3.
Bij algemene maatregel van rijksbestuur kunnen reisdocumenten worden aangewezen die niet worden voorzien van een of meer van de in het tweede lid genoemde gegevens en kunnen regels worden gesteld over de gevallen waarin kan worden afgezien van het opnemen van de gezichtsopname, vingerafdrukken of de handtekening in het aangevraagde reisdocument indien deze gegevens niet van de houder kunnen worden verkregen.
4.
In bij ministeriële regeling te bepalen gevallen wordt in een reisdocument het burgerservicenummer van de houder, bedoeld in artikel 1, onderdeel b, van de Wet algemene bepalingen burgerservicenummer, vermeld.
5.
Elk reisdocument vermeldt het documentnummer, de autoriteit die het document heeft verstrekt, de datum van verstrekking en het einde van de geldigheidsduur, alsmede de territoriale geldigheid. De territoriale geldigheid wordt niet vermeld in een Nederlandse identiteitskaart.
6.
In reisdocumenten die aan Nederlanders worden verstrekt, wordt de Nederlandse nationaliteit vermeld. In reisdocumenten voor vluchtelingen en in reisdocumenten die aan staatlozen worden verstrekt, wordt de status van de houder vermeld.
7.
Op verzoek van de houder kan in diens reisdocument tevens de geslachtsnaam worden vermeld van de echtgenoot, echtgenote of geregistreerde partner, dan wel, indien de houder geen echtgenoot, echtgenote of geregistreerde partner meer heeft, de geslachtsnaam van de gewezen echtgenoot, echtgenote of geregistreerde partner met wie het huwelijk of het geregistreerd partnerschap laatstelijk is geëindigd, voor zover het model van het reisdocument daartoe voldoende ruimte bevat. Onze Minister stelt nadere regels met betrekking tot de wijze waarop de naamsvermelding plaatsvindt.
8.
De tot uitreiking bevoegde autoriteiten houden een administratie bij met betrekking tot uitgereikte reisdocumenten. Deze administratie bevat de gegevens bedoeld in het eerste, vierde, vijfde en zesde lid van dit artikel, alsmede de documentnummers. In deze administratie kunnen voorts ten hoogste de gegevens die bij de aanvraag zijn overgelegd, worden opgenomen. De foto en de handtekening worden bewaard door de autoriteit die het reisdocument heeft verstrekt, in een administratie die zowel op naam als op documentnummer toegankelijk is.
9.
De bij de aanvraag van een reisdocument opgenomen vingerafdrukken worden bewaard totdat de uitreiking van het aangevraagde reisdocument, dan wel de reden voor het niet uitreiken daarvan, in de administratie, bedoeld in het achtste lid, is geregistreerd en gedurende die periode uitsluitend verwerkt ten behoeve van de verstrekking en de uitreiking van het reisdocument.
Artikel 4
Elk reisdocument blijft na uitreiking rijkseigendom. Onze Minister oefent het eigendomsrecht uit.
1.
Er is een basisregister reisdocumenten. Onze Minister is verantwoordelijk voor de verwerking van gegevens in dit register.
2.
Het register heeft tot doel het voorkomen en bestrijden van fraude met en misbruik van reisdocumenten door het vastleggen van gegevens met betrekking tot de in het derde lid bedoelde documenten en de verstrekking van die gegevens aan daartoe ingevolge deze wet bevoegde autoriteiten en derden.
3.
In het register worden gegevens opgenomen met betrekking tot reisdocumenten, bedoeld in artikel 2, die:
zijn ontvreemd of anderszins als vermist zijn opgegeven;
ingevolge artikel 47, eerste lid, onder a, b, c, e, f of h, van rechtswege zijn vervallen.
4.
De in het register op te nemen gegevens, bedoeld in het derde lid, worden verstrekt door de autoriteiten, belast met de uitvoering van deze wet.
5.
In het register kunnen in verband met een reisdocument de volgende gegevens worden vermeld:
a. de persoonsgegevens, bedoeld in artikel 3, eerste, vierde en zesde lid;
b. het administratienummer waarmee de houder van een reisdocument is vermeld in de basisregistratie personen in het Europese deel van Nederland of in de bevolkingsadministratie van een openbaar lichaam, Aruba, Curaçao of Sint Maarten;
c. het soort reisdocument, het documentnummer en de andere documentgegevens, bedoeld in artikel 3, vijfde lid;
d. de reden van de opneming van gegevens met betrekking tot het reisdocument in het register, de datum waarop het reisdocument is ontvreemd, anderszins is vermist of van rechtswege is vervallen, de autoriteit die de gegevens heeft verstrekt en de datum waarop de gegevens zijn verstrekt;
e. andere bij regeling van Onze Minister te bepalen administratieve gegevens die noodzakelijk zijn voor de gegevensverwerking in het register.
6.
De in het register opgenomen gegevens worden verstrekt aan instellingen en personen, belast met een publiekrechtelijke taak, voor zover de gegevens noodzakelijk zijn voor de vervulling van hun taak.
7.
Onze Minister kan andere instellingen en personen aanwijzen die een gerechtvaardigd belang hebben bij verstrekking van gegevens uit het register. De gegevensverstrekking beperkt zich in dat geval uitsluitend tot de mededeling of in het register gegevens zijn opgenomen met betrekking tot een reisdocument, waarvan de instelling of persoon het documentnummer heeft opgegeven.
8.
Bij regeling van Onze Minister worden nadere regels gesteld met betrekking tot de in het register op te nemen gegevens, de vastlegging van gegevens in het register, de verwijdering van gegevens uit het register en de verstrekking van gegevens.
9.
Onze Minister treft maatregelen met betrekking tot het beheer en de beveiliging van het register.
1.
De reisdocumentenadministratie heeft tot doel het verstrekken van gegevens als bedoeld in artikel 4a, eerste lid, aan daartoe ingevolge deze wet bevoegde autoriteiten, instellingen en personen die belast zijn met de uitvoering van deze wet voor zover zij de gegevens nodig hebben voor die uitvoering.
2.
Onverminderd het in het eerste lid genoemde doel kunnen gegevens als bedoeld in artikel 4a, eerste lid, beschikbaar worden gesteld met het oog op:
a. het voorkomen en bestrijden van fraude met en misbruik van reisdocumenten,
b. de identificatie van slachtoffers van rampen en ongevallen,
c. de opsporing en vervolging van strafbare feiten, en
d. het verrichten van onderzoek naar handelingen, die een bedreiging vormen voor de veiligheid van de staat en andere gewichtige belangen van een of meerdere landen van het Koninkrijk dan wel de veiligheid van met het Koninkrijk bevriende mogendheden.
3.
De verstrekking van gegevens uit de reisdocumentenadministratie ingevolge het tweede lid, kan worden toegestaan aan bij algemene maatregel van rijksbestuur aangewezen:
a. organen van rechtspersonen die krachtens publiekrecht zijn ingesteld en andere personen of colleges, met enig openbaar gezag bekleed, voor zover verstrekking van die gegevens noodzakelijk is voor de vervulling van hun taak;
b. instellingen en personen die met het oog op de uitvoering van een wettelijke identificatieplicht een gerechtvaardigd belang hebben bij verstrekking van gegevens uit de reisdocumentenadministratie.
4.
De verstrekking van gegevens uit de reisdocumentenadministratie beperkt zich in de gevallen als bedoeld in het derde lid, onder b, uitsluitend tot de mededeling of een door de instelling of persoon opgegeven documentnummer van een reisdocument in de reisdocumentenadministratie voorkomt en, bij een bevestigend antwoord, of het desbetreffende reisdocument in het maatschappelijk verkeer mag voorkomen.
5.
Bij of krachtens algemene maatregel van rijksbestuur worden nadere regels gesteld met betrekking tot:
a. het indienen van een verzoek tot verstrekking van gegevens;
b. de gegevens die verstrekt kunnen worden aan de in het eerste en derde lid, onder a bedoelde autoriteiten, instellingen en personen, alsmede onder welke voorwaarden die verstrekking dient plaats te vinden;
c. de wijze waarop de verstrekking van de gegevens, bedoeld in het eerste en derde lid, kan plaatsvinden.
6.
Uit de reisdocumentenadministratie worden uitsluitend in overeenstemming met deze wet gegevens verstrekt.
Artikel 5
Een ieder die, anders dan voor ambtelijke doeleinden of ter voldoening aan een wettelijk voorschrift, in het bezit is van een reisdocument waarvan hij niet de houder is, draagt zorg dat het onverwijld ter beschikking komt van een ingevolge deze wet tot inhouding bevoegde autoriteit.
Artikel 6
Een ieder die betrokken is bij de uitvoering van deze wet in een openbaar lichaam en in Aruba, Curaçao en Sint Maarten en daarbij de beschikking krijgt over gegevens waarvan hij het vertrouwelijk karakter kent of redelijkerwijs moet vermoeden, en voor wie niet reeds uit hoofde van ambt, beroep of wettelijk voorschrift ter zake van die gegevens een geheimhoudingsplicht geldt, is verplicht tot geheimhouding daarvan, behoudens voor zover enig wettelijk voorschrift hem tot bekendmaking verplicht of uit zijn taak bij de uitvoering van deze wet de noodzaak tot bekendmaking voortvloeit.
1.
Bij algemene maatregel van rijksbestuur worden regels vastgesteld omtrent:
a. de door een gemeente, een openbaar lichaam, Aruba, Curaçao of Sint Maarten ter zake van reisdocumenten aan het Rijk verschuldigde kosten, de afdracht daarvan en de wijze waarop deze dient te geschieden, indien de aanvraag is ingediend bij de burgemeester, de gezaghebber dan wel de daartoe door de Gouverneur aangewezen autoriteit;
b. de door de aanvrager aan het Rijk verschuldigde rechten en de wijze waarop deze moeten worden voldaan, wegens handelingen ten behoeve van de aanvraag van reisdocumenten indien de aanvraag bij een andere daartoe bevoegde autoriteit dan die, bedoeld onder a is ingediend;
c. de gevallen waarin van de plicht tot betaling van de kosten, bedoeld in onderdeel a, onderscheidenlijk van de rechten bedoeld in onderdeel b, geheel of gedeeltelijk ontheffing kan worden verleend.
2.
Voor het verrichten van handelingen door de burgemeester van een gemeente of de gezaghebber van een openbaar lichaam ten behoeve van de aanvraag van een reisdocument kunnen rechten worden geheven. Voor die handelingen kunnen geen andere dan deze rechten worden geheven. Het tarief van de rechten kan verschillen al naar gelang de leeftijd van de aanvrager, het feit of deze in de basisregistratie personen als ingezetene is ingeschreven, de soort en de geldigheidsduur van het reisdocument en de snelheid van de uitreiking.
3.
Bij algemene maatregel van rijksbestuur kan met betrekking tot een in Nederland aangevraagd reisdocument worden bepaald dat de door de burger bij de aanvraag aan het Rijk, een gemeente of een openbaar lichaam verschuldigde rechten of leges een in die algemene maatregel van rijksbestuur te bepalen bedrag niet te boven gaan.
4.
Indien de aanvraag wordt gedaan bij de burgemeester van een gemeente worden de in het tweede lid bedoelde rechten aangemerkt als gemeentelijke belastingen. Hoofdstuk XV, paragraaf 1 en 4, van de Gemeentewet is van toepassing. De artikelen 229b en 229c van de Gemeentewet zijn van overeenkomstige toepassing.
5.
Indien de aanvraag wordt gedaan bij de gezaghebber van een openbaar lichaam worden de in het tweede lid bedoelde rechten aangemerkt als eilandbelastingen. Hoofdstuk IV, paragraaf 1 en 4, van de Wet financiën openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba is van toepassing. De artikelen 64 en 65 van de Wet financiën openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba zijn van overeenkomstige toepassing.
Artikel 8
Onze Minister kan in overeenstemming met Onze Minister van Buitenlandse Zaken in bijzondere omstandigheden voor de uitoefening van bevoegdheden ingevolge deze wet, mandaat verlenen aan autoriteiten van met het Koninkrijk bevriende mogendheden. Het desbetreffende besluit vermeldt de redenen van deze bevoegdheidsverlening en de termijn waarvoor zij geldt. Onze Minister stelt nadere regels omtrent de uitoefening van de bevoegdheden, waarbij het bepaalde in deze wet zoveel mogelijk van overeenkomstige toepassing is.
Inhoudsopgave
- Hoofdstuk I. Algemene bepalingen
+ Hoofdstuk II. Aanspraken op reisdocumenten
+ Hoofdstuk III. Gronden tot weigering of vervallenverklaring
+ Hoofdstuk IV. Aanvraag
+ Hoofdstuk V. Verstrekking, wijziging en uitreiking
+ Hoofdstuk VI. Weigering of vervallenverklaring
+ Hoofdstuk VII. Verval van rechtswege
+ Hoofdstuk VIII. Inhouding en inlevering
+ Hoofdstuk IX. Toezicht
+ Hoofdstuk X. Strafbepalingen
+ Hoofdstuk XI. Administratieve rechtsbescherming in Aruba, Curaçao en Sint Maarten
+ Hoofdstuk XII. Overgangs- en slotbepalingen
Geschiedenis

Geschiedenis-overzicht