1.
Alvorens een reisdocument wordt uitgereikt, doet Onze Minister onderzoeken of een aanvrager
a. meer reisdocumenten dan ingevolge deze wet is toegestaan, heeft aangevraagd met gebruikmaking van zijn eigen persoonsgegevens, dan wel
b. bij de aanvraag gebruik heeft gemaakt van persoonsgegevens van een ander of van een niet-bestaande persoon.
2.
Onze Minister deelt op basis van het onderzoek, bedoeld in het eerste lid, aan de tot uitreiking bevoegde autoriteit mede of tot uitreiking van het reisdocument kan worden overgegaan.
3.
Bij algemene maatregel van rijksbestuur kunnen reisdocumenten worden aangewezen die niet worden onderworpen aan een onderzoek als bedoeld in het eerste lid.
Inhoudsopgave
+ Hoofdstuk I. Algemene bepalingen
+ Hoofdstuk II. Aanspraken op reisdocumenten
+ Hoofdstuk III. Gronden tot weigering of vervallenverklaring
+ Hoofdstuk IV. Aanvraag
- Hoofdstuk V. Verstrekking, wijziging en uitreiking
+ Hoofdstuk VI. Weigering of vervallenverklaring
+ Hoofdstuk VII. Verval van rechtswege
+ Hoofdstuk VIII. Inhouding en inlevering
+ Hoofdstuk IX. Toezicht
+ Hoofdstuk X. Strafbepalingen
+ Hoofdstuk XI. Administratieve rechtsbescherming in Aruba, Curaçao en Sint Maarten
+ Hoofdstuk XII. Overgangs- en slotbepalingen
Geschiedenis

Geschiedenis-overzicht