1.
In geval het college geen of ontoereikend toepassing heeft gegeven aan artikel 52 kan de voorzitter van gedeputeerde staten, indien naar zijn oordeel de noodzaak tot onverwijlde bijstand aanwezig is, op verzoek van de belanghebbende besluiten dat het college algemene bijstand verleent.
2.
De beslissing van de voorzitter van gedeputeerde staten vervalt, zodra de beslissing van het college inzake de verlening van algemene bijstand onherroepelijk is geworden dan wel de rechtbank op het beroep heeft beslist. De beslissing vervalt eveneens met ingang van de datum waarop een door de voorzieningenrechter van de rechtbank getroffen voorlopige voorziening in werking treedt.
3.
De in het eerste lid bedoelde bijstand wordt bij wijze van voorschot verleend in de vorm van een renteloze geldlening.
Inhoudsopgave
+ Hoofdstuk 1. Algemeen
+ Hoofdstuk 2. Rechten en plichten
+ Hoofdstuk 3. Algemene bijstand
+ Hoofdstuk 4. Aanvullende inkomensondersteuning en aanpassing bedragen
+ Hoofdstuk 5. Uitvoering
+ Hoofdstuk 6. Bevoegdheden en faciliteiten gemeenten
+ Hoofdstuk 7. Financiering, toezicht en informatie
+ Hoofdstuk 7a. Overgangsrecht
- Hoofdstuk 8. Slotbepalingen
Geschiedenis

Geschiedenis-overzicht