1.
Tot de middelen worden alle vermogens- en inkomensbestanddelen gerekend waarover de alleenstaande of het gezin beschikt of redelijkerwijs kan beschikken. Tot de middelen worden mede gerekend de middelen die ten behoeve van het levensonderhoud van de belanghebbende door een niet in de bijstand begrepen persoon worden ontvangen. In elk geval behoort tot de middelen de ten aanzien van de alleenstaande of het gezin toepasselijke heffingskorting, bedoeld in hoofdstuk 8 van de Wet inkomstenbelasting 2001.
Inhoudsopgave
+ Hoofdstuk 1. Algemeen
+ Hoofdstuk 2. Rechten en plichten
- Hoofdstuk 3. Algemene bijstand
+ Hoofdstuk 4. Aanvullende inkomensondersteuning en aanpassing bedragen
+ Hoofdstuk 5. Uitvoering
+ Hoofdstuk 6. Bevoegdheden en faciliteiten gemeenten
+ Hoofdstuk 7. Financiering, toezicht en informatie
+ Hoofdstuk 7a. Overgangsrecht
+ Hoofdstuk 8. Slotbepalingen
Geschiedenis

Geschiedenis-overzicht