1.
Onze Minister kan, met inachtneming van artikel 8i, eerste lid, ontheffing verlenen van een verbod als bedoeld in artikel 2 of  3. Hij kan voorts een ontheffing verlengen, wijzigen, aanvullen of intrekken.
2.
Een ontheffing of een verlenging daarvan wordt verleend voor ten hoogste vijf jaren, met dien verstande dat een ontheffing van een verbod als bedoeld in artikel 2, onder A, of artikel 3, onder A, wordt verleend per geval en voor ten hoogste zes maanden.
3.
Onze Minister stelt de aanvrager van een ontheffing of van een verlenging daarvan binnen drie maanden na ontvangst van de aanvraag in kennis van zijn beslissing.
Inhoudsopgave
Artikel 1
Artikel 2
Artikel 3
Artikel 3a
Artikel 3b
Artikel 3c
Artikel 4
Artikel 5
Artikel 6
Artikel 7
Artikel 7a
Artikel 8
Artikel 8a
Artikel 8b
Artikel 8c
Artikel 8d
Artikel 8e
Artikel 8f
Artikel 8g
Artikel 8h
Artikel 8i
Artikel 8j
Artikel 8k
Artikel 9
Artikel 9a
Artikel 10
Artikel 10a
Artikel 11
Artikel 11a
Artikel 11b
Artikel 12
Artikel 13
Artikel 13a
Artikel 13b
Artikel 14
Artikel 15
Geschiedenis

Geschiedenis-overzicht