1.
In de eerste voor de behandeling van burgerlijke zaken bestemde terechtzitting, welke plaats heeft na verloop van vier weken na de dag van de in artikel 36 bedoelde zitting, kunnen derde belanghebbenden een conclusie nemen en, zowel als partijen, bezwaarschriften, verweerschriften en conclusies nader bij pleidooi ontwikkelen. Ingeval geen bezwaarschriften zijn ingediend, zullen de pleidooien plaats vinden uiterlijk zes weken na de dag van de nederlegging van het rapport van deskundigen. De griffier roept partijen, derde belanghebbenden zomede de deskundigen op om ter terechtzitting aanwezig te zijn, opdat dezen desgevraagd mondelinge toelichting op het uitgebrachte advies verstrekken.
2.
Uiterlijk binnen vier weken na de in dit artikel bedoelde terechtzitting doet de rechtbank, indien zij geen gebruik heeft gemaakt van de haar in artikel 194, vijfde lid van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering toegekende bevoegdheid, uitspraak over de onteigening, stelt zij in haar vonnis de schadeloosstellingen vast voor de verweerder en de derde belanghebbenden en vermeldt zij tevens de schadeloosstellingen die reeds zijn bepaald ingevolge artikel 27, laatste lid.
Inhoudsopgave
- Algemeene bepalingen
+ Slotbepalingen
Geschiedenis

Geschiedenis-overzicht