1.
Onze Minister kan de Autoriteit Consument en Markt opdragen werkzaamheden te verrichten in het kader van de uitvoering van regelgeving op het gebied van de mededinging op grond van het Verdrag, voor zover daarin niet reeds bij of krachtens de wet is voorzien, alsmede werkzaamheden op het gebied van de mededinging in verband met andere verdragen of internationale afspraken.
2.
Onze Minister kan de Autoriteit Consument en Markt instructies geven met betrekking tot het verrichten van de in het eerste lid bedoelde werkzaamheden, alsmede met betrekking tot het door de Autoriteit Consument en Markt in te nemen standpunt in een adviescomité als bedoeld in artikel 14, tweede lid, van verordening 1/2003 en artikel 19, vierde lid, van verordening 139/2004, met dien verstande dat een instructie inzake een standpunt in een adviescomité geen betrekking heeft op de mededingingsaspecten van een individueel geval.
Inhoudsopgave
+ Hoofdstuk 1. Begripsbepalingen
- Hoofdstuk 2. De Autoriteit Consument en Markt
+ Hoofdstuk 3. Mededingingsafspraken
+ Hoofdstuk 4. Economische machtsposities
+ Hoofdstuk 4a. Financiële transparantie binnen bepaalde ondernemingen
+ Hoofdstuk 4b
+ Hoofdstuk 5. Concentraties
+ Hoofdstuk 5a
+ Hoofdstuk 6. Bevoegdheid tot doorzoeken in het kader van toezicht
+ Hoofdstuk 7. Overtredingen verbod van mededingingsafspraken en verbod van misbruik van een economische machtspositie
+ Hoofdstuk 8. Overige overtredingen
+ Hoofdstuk 9
+ Hoofdstuk 10. Toepassing van de EG-mededingingsregels
+ Hoofdstuk 11
+ Hoofdstuk 12. Rechtsbescherming
+ Hoofdstuk 12a
+ Hoofdstuk 13. Wijzigingen in andere wetten
+ Hoofdstuk 14. Overgangsbepalingen
+ Hoofdstuk 15. Slotbepalingen
Parlement
Documenten bij de totstandkoming van (deze versie van) de wet.

Geschiedenis

Geschiedenis-overzicht