2.
Bij de invordering zijn de artikelen 4, 6, 9 tot en met 15, 17, 19, 20, 24, 25, 27 en 28 tot en met 30 van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat in afwijking van artikel 9, eerste lid, een geldboete invorderbaar is veertien dagen na de uitreiking in persoon of toezending van het afschrift van de strafbeschikking.
Inhoudsopgave
- Hoofdstuk I. Algemene bepalingen
+ Hoofdstuk II. Invordering in eerste aanleg
+ Hoofdstuk III. Dwanginvordering
+ Hoofdstuk IV. Bijzondere bepalingen
+ Hoofdstuk V. Betalingskorting en invorderingsrente
+ Hoofdstuk VI. Aansprakelijkheid
+ Hoofdstuk VII. Verplichtingen ten behoeve van de invordering
+ Hoofdstuk VIIa. Bestuurlijke boeten
+ Hoofdstuk VIII. Strafrechtelijke bepalingen
+ Hoofdstuk IX. Aanvullende regelingen
+ Hoofdstuk X. Slot- en overgangsbepalingen
Geschiedenis

Geschiedenis-overzicht