1.
Deze wet verstaat onder:
aa.
1°. Koninkrijk: Koninkrijk der Nederlanden;
2°. Rijk: het land Nederland, zijnde Nederland en de BES eilanden;
3°. Nederland: het in Europa gelegen deel van het Koninkrijk, met dien verstande dat voor de heffing van de inkomstenbelasting, de loonbelasting, de vennootschapsbelasting en de assurantiebelasting Nederland tevens omvat de exclusieve economische zone van het Koninkrijk, bedoeld in artikel 1 van de Rijkswet instelling exclusieve economische zone, voorzover deze grenst aan de territoriale zee in Nederland;
4°. BES eilanden: de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba, met daaronder begrepen, met inachtneming van de Rijkswet tot vaststelling van een zeegrens tussen Curaçao en Bonaire, en tussen Sint Maarten en Saba , het buiten de territoriale zee van de BES eilanden gelegen deel van de zeebodem en de ondergrond daarvan, voor zover het Koninkrijk daar op grond van het internationale recht ten behoeve van de exploratie en de exploitatie van natuurlijke rijkdommen soevereine rechten mag uitoefenen, alsmede de in, op, of boven dat gebied aanwezige installaties en andere inrichtingen ten behoeve van de exploratie en exploitatie van natuurlijke rijkdommen in dat gebied;
Inhoudsopgave
- Hoofdstuk I. Algemene bepalingen
+ Hoofdstuk II. Invordering in eerste aanleg
+ Hoofdstuk III. Dwanginvordering
+ Hoofdstuk IV. Bijzondere bepalingen
+ Hoofdstuk V. Betalingskorting en invorderingsrente
+ Hoofdstuk VI. Aansprakelijkheid
+ Hoofdstuk VII. Verplichtingen ten behoeve van de invordering
+ Hoofdstuk VIIa. Bestuurlijke boeten
+ Hoofdstuk VIII. Strafrechtelijke bepalingen
+ Hoofdstuk IX. Aanvullende regelingen
+ Hoofdstuk X. Slot- en overgangsbepalingen
Geschiedenis

Geschiedenis-overzicht