1.
Onze Minister bepaalt de salarisschaal die voor de ambtenaar van toepassing is, welke, tenzij zijn wijze van functioneren zich nog daartegen verzet, wordt bepaald met in achtneming van de zwaarte van zijn functie en van bijzondere regelingen als bedoeld in artikel 18 van het Burgerlijk ambtenarenreglement defensie.
2.
De zwaarte van de functie wordt gewaardeerd binnen de in bijlage A van dit besluit aangegeven indelingsstructuur, met inachtneming van het door Onze Minister vastgestelde normeringstelsel.
3.
Indien de ambtenaar bij wijze van waarneming tijdelijk een andere functie vervult, blijft de voordien voor hem geldende salarisschaal van toepassing.
4.
Anders dan bij wijze van disciplinaire straf als bedoeld in het Burgerlijk ambtenarenreglement defensie kan zonder voorafgaand ontslag voor een ambtenaar geen lagere salarisschaal van toepassing worden.
5.
Het vierde lid is niet van toepassing indien:
a. bij de bepaling van de salarisschaal, bedoeld in het eerste lid, tevens is bepaald dat de functie van de ambtenaar een tijdelijk karakter heeft en de salarisschaal in verband daarmee slechts tijdelijk zal gelden;
b. de ambtenaar in verband met ongeschiktheid tot het verrichten van zijn arbeid wegens ziekte wordt herplaatst in een andere functie.
6.
In afwijking van het eerste lid geschiedt het aan de ambtenaar toekennen van salarisschaal 15 of hoger bij Koninklijk Besluit.
1.
Het hoofd defensieonderdeel stelt de ambtenaar in kennis van de voorgenomen functiewaardering als bedoeld in artikel 8, tweede lid. De ambtenaar die bedenkingen heeft tegen de functiewaardering kan die bedenkingen aan het hoofd defensieonderdeel kenbaar maken. Na een heroverweging stelt het hoofd defensieonderdeel de functiewaardering al dan niet gewijzigd vast. De ambtenaar kan tegen deze heroverweging bezwaar maken. In een dergelijk geval wint het hoofd defensieonderdeel, naar regels bij ministeriële regeling te stellen, het advies in van de Commissie van advies bezwaren functiewaardering.
2.
Het eerste lid is niet van toepassing indien voor de ambtenaar een bijzondere regeling geldt als bedoeld in artikel 18 van het Burgerlijk ambtenarenreglement defensie.
1.
De commandant kent de in artikel 8 bedoelde ambtenaar bij aanstelling het salaris toe, dat:
a. wanneer hij 22 jaar of ouder is, in de voor hem van toepassing zijnde salarisschaal is vermeld achter het salarisnummer 0;
b. wanneer hij jonger dan 22 jaar is, in de voor hem van toepassing zijnde salarisschaal is vermeld achter het salarisnummer, bestaande uit de letter J en het getal, dat overeenkomt met zijn leeftijd. Indien het salarisnummer niet voorkomt, wordt de ambtenaar het laagste salaris in de schaal toegekend.
2.
De commandant kan, ingeval daartoe naar zijn oordeel aanleiding bestaat, afwijken van het eerste lid door het toekennen van een hoger salaris.
1.
Het salaris van de ambtenaar wordt verhoogd tot het in de schaal naasthogere bedrag, indien hij naar het oordeel van de commandant zijn functie naar behoren vervult.
2.
Het salaris van de ambtenaar kan worden verhoogd tot een in de schaal hoger vermeld bedrag, indien hij naar het oordeel van de commandant zijn functie zeer goed of uitstekend vervult.
3.
Indien de ambtenaar zijn functie naar het oordeel van de commandant niet naar behoren vervult, blijft salarisverhoging achterwege.
4.
De in het eerste en tweede lid bedoelde salarisverhoging wordt toegekend:
a. wanneer de ambtenaar 22 jaar of ouder is en het maximumsalaris van de voor hem van toepassing zijnde salarisschaal nog niet heeft bereikt, voor de eerste maal met ingang van de eerste dag van de maand, waarin sinds zijn aanstelling een jaar is verstreken en nadien telkens na één jaar;
b. wanneer de ambtenaar jonger dan 22 jaar is, met ingang van de eerste dag van de maand, waarop zijn verjaardag valt.
5.
Het tijdstip waarop ingevolge het vierde lid, onderdeel a, een salarisverhoging wordt toegekend kan worden vervroegd indien daartoe naar het oordeel van de commandant aanleiding bestaat.
6.
Indien de in het vierde lid, onderdeel a, bedoelde ambtenaar reeds voor zijn 22e verjaardag was aangesteld, wordt, onverlet het in het vijfde lid bepaalde, de salarisverhoging toegekend met ingang van de eerste dag van de maand waarin zijn verjaardag valt.
1.
Het salaris van de ambtenaar met een deeltijdaanstelling wordt vastgesteld op een evenredig deel van het salaris bij een voltijdaanstelling.
2.
Het salaris van de ambtenaar die is aangesteld op grond van artikel 7, tweede lid, onderdeel f, van het Burgerlijk ambtenarenreglement defensie, wordt, met inachtneming van het bepaalde in artikel 8, derde lid, vastgesteld op een bedrag per uur dat daadwerkelijk dienst wordt verricht.
1.
In dit artikel en in de artikelen 14, 15 en 19 wordt verstaan onder:
a. tandarts: de ambtenaar bedoeld in artikel 2, tweede lid;
b. hoofd tandheelkundige dienst: het hoofd tandheelkundige dienst zeemacht, de tandheelkundige autoriteit landmacht en de staf tandarts luchtmacht;
c. werkdag en werkuur: een dag respectievelijk een uur waarop de tandarts dienst moet verrichten volgens het voor hem vastgestelde rooster;
d. tandheelkundig centrum: een onderdeel of afdeling, voornamelijk belast met de curatieve tandheelkundige zorg voor militairen.
2.
De tandarts draagt zorg voor de registratie van iedere tandheelkundige verrichting in het voorgeschreven geautomatiseerde tandheelkundig informatiesysteem, na voltooiing van de desbetreffende verrichting. Deze verrichtingen worden gewaardeerd op een aantal punten conform de uniforme particuliere tarieven als vastgesteld door de Nederlandse Zorgautoriteit. Het totaal van de aldus geregistreerde punten exclusief tandtechniek gedurende een kalenderjaar vormt de gerealiseerde omzet in dat jaar.
3.
De maximaal in een jaar te behalen omzet wordt als volgt bepaald: bij een voltijdaanstelling van 254 roosterdagen per jaar worden 190 werkdagen berekend. Per werkdag worden zeven werkuren aan verrichtingen en één werkuur aan niet declareerbare patiëntgebonden administratieve werkzaamheden besteed. Een werkuur wordt gewaardeerd op gemiddeld 20 punten, waardoor een maximale jaaromzet wordt vastgesteld op 26.600 punten.
4.
Door het hoofd tandheelkundige dienst wordt in overleg met de tandarts een raming van de omzet over een kalenderjaar vastgesteld, te bepalen in een aantal te behalen punten.
5.
De tandarts met een voltijdaanstelling dient zodanig te presteren dat de krachtens het tweede lid bepaalde jaaromzet per kalenderjaar ten minste 11.818 punten bedraagt. Bij een deeltijdaanstelling wordt deze jaaromzet teruggerekend in verhouding naar het aantal uren van de deeltijdaanstelling.
6.
Het hoofd defensieonderdeel kent aan de tandarts het maandsalaris toe, dat bij een voltijdaanstelling van 254 roosterdagen per jaar wordt bepaald aan de hand van de geraamde jaaromzet, met toepassing van de in bijlage B opgenomen tabel. Het maandsalaris wordt tot de definitieve afrekening beschouwd als een voorschotbetaling.
7.
Bij een deeltijdaanstelling wordt de te behalen omzet herleid tot de omzet behorende bij een voltijdaanstelling. Aan de hand van deze gecorrigeerde omzet wordt het maandsalaris bepaald, met toepassing van de in bijlage B opgenomen tabel. Dit maandsalaris wordt teruggerekend in verhouding naar het aantal uren van de deeltijdaanstelling.
8.
Mede op grond van de realisatie van de omzet in enig kalenderjaar wordt uiterlijk in de maand december van dat jaar door het hoofd tandheelkundige dienst in overleg met de tandarts voor het aankomende kalenderjaar een nieuwe raming van de omzet en het daarbij behorende maandsalaris vastgesteld.
1.
Na afloop van het kalenderjaar wordt de totale realisatie van de omzet van de tandarts door zorg van het hoofd tandheelkundige dienst getoetst aan de raming van de omzet. Het vaststellen van het bijbehorende salaris geschiedt aan de hand van de in bijlage C opgenomen tabel.
2.
Indien de maximale omzet werd geraamd en er meer dan het maximum werd gerealiseerd vindt geen nabetaling van salaris plaats.
3.
Indien een omzet werd geraamd, die lager is dan de maximale omzet, en er vervolgens meer is gerealiseerd dan geraamd, volgt suppletie van het te weinig betaalde salaris tot ten hoogste het maximum salarisbedrag.
4.
Indien er minder omzet is gerealiseerd dan geraamd wordt na toepassing van het zesde lid het te veel betaalde salaris teruggevorderd. De terugvordering vindt plaats in het volgende kalenderjaar in twaalf gelijke maandtermijnen.
5.
Het bedrag van de terugvordering dan wel van de suppletie behoort tot de grondslag voor de berekening van de vakantie-uitkering en de eindejaarsuitkering.
6.
Het aantal werkdagen van het afgesloten kalenderjaar wordt vastgesteld door het aantal van 254 roosterdagen te verminderen met het daadwerkelijke aantal dagen van afwezigheid. Indien het aantal werkdagen op jaarbasis minder bedraagt dan 190 dan wel het deeltijdaantal daarvan, kan de gerealiseerde jaaromzet lager uitvallen dan geraamd. Indien het verminderde aantal werkdagen aantoonbaar is en bovendien buiten de schuld van de tandarts is ontstaan, stelt het hoofd tandheelkundige dienst de gerealiseerde jaaromzet opwaarts bij.
7.
Door het hoofd tandheelkundige dienst wordt onder meer in de volgende gevallen het verminderd aantal werkdagen opwaarts bijgesteld:
a. langdurige ziekte;
b. buitengewoon verlofdagen;
c. het werken zonder assistentie ondanks inspanning om in vervanging te voorzien, waardoor de tandarts een geringere dagomzet realiseert;
d. meer dan gemiddeld aantal niet verschenen patiënten, mits de tandarts aantoonbare actie heeft ondernomen ter voorkoming van het niet op de afspraak verschijnen van patiënten;
e. meer dan gemiddeld aantal onderhoud- en reparatiewerkzaamheden aan de tandheelkundige installatie;
f. tijdelijke afname van het patiëntenbestand, bijvoorbeeld ten gevolge van uitzending;
g. deelname aan overleg- of projectgroepen.
8.
In afwijking van de vorige leden geldt voor de tandarts, die de leeftijd van 60 jaar heeft bereikt, dat terugbetaling in geval van het niet realiseren van de geraamde omzet achterwege blijft indien de gerealiseerde omzet minder dan 5% lager is dan de geraamde omzet. Indien het verschil tussen de geraamde en de gerealiseerde omzet meer bedraagt dan 5%, vindt terugbetaling uitsluitend over het meerdere plaats.
1.
Bij aanstelling van een tandarts vindt op grond van zijn werkervaring door het hoofd tandheelkundige dienst inschaling plaats door het vaststellen van een geraamde omzet en het bijbehorende maandsalaris. In het eerste jaar van de aanstelling wordt telkens na een periode van drie maanden de realisatie aan de geraamde omzet getoetst. Op grond van deze toetsing wordt indien nodig opnieuw de raming van de omzet en het bijbehorende maandsalaris vastgesteld.
2.
De artikelen 30da tot en met 30dd van het Burgerlijk ambtenarenreglement defensie met betrekking tot de flexibilisering van de arbeidsduur zijn van toepassing op de tandarts. Voor de tandarts die niet de maximaal te realiseren omzet behaalt, wordt de met de verkorting of verlenging behaalde omzet herleid tot de normaal te behalen omzet. Op het bijbehorende maandsalaris wordt dan de korting of de toeslag toegepast.
Inhoudsopgave
+ Hoofdstuk 1. Algemene bepalingen
- Hoofdstuk 2. Salaris
+ Hoofdstuk 3. Overige bezoldiging
+ Hoofdstuk 4. Bezoldiging tijdens ziekte
+ Hoofdstuk 5. Bezoldiging tijdens bijzondere situaties
+ Hoofdstuk 6. Overige inkomsten
+ Hoofdstuk 7
+ Hoofdstuk 8. Verschuldigde bedragen
+ Hoofdstuk 9. Slotbepalingen
Geschiedenis

Geschiedenis-overzicht