Let op. Deze wet is vervallen op 1 augustus 2003. U leest nu de tekst die gold op 31 juli 2003.

Huurwet

Uitgebreide informatie
1.
De huurder of gewezen huurder en de verhuurder kunnen zich, gezamenlijk dan wel afzonderlijk, schriftelijk wenden tot de kantonrechter, van de rechtbank van het arrondissement waarin de onroerende zaak of het belangrijkste gedeelte daarvan is gelegen, met verzoek te verklaren, welke de betalingsverplichting van de huurder of gewezen huurder is.
2.
Het verzoek is niet ontvankelijk, indien daarbij niet een advies, als bedoeld in artikel 11, wordt overgelegd. De rechter spreekt de niet-ontvankelijkheid niet uit dan nadat hij de verzoeker in de gelegenheid heeft gesteld het gepleegde verzuim binnen een door hem te bepalen termijn te herstellen.
3.
Indien de huurder of gewezen huurder of de verhuurder zich afzonderlijk tot de kantonrechter wendt, zal hij aan zijn verzoekschrift en het daarbij over te leggen advies een afschrift van deze stukken moeten toevoegen.
1.
De kantonrechter bepaalt de dag en het uur, waarop het verzoek ter terechtzitting zal worden behandeld. De terechtzitting is niet openbaar.
2.
De griffier roept de huurder of gewezen huurder en de verhuurder op om ter terechtzitting te verschijnen, ten einde naar aanleiding van het verzoek te worden gehoord. De oproeping geschiedt bij aangetekende brief, waarvoor een bericht van ontvangst wordt verlangd, tenzij de rechter op grond van bijzondere omstandigheden een andere wijze van oproeping beveelt. Zij moet ten minste vijf dagen voor de dag, waarop het verzoek ter terechtzitting wordt behandeld, worden verzonden.
3.
In het in artikel 15, lid 3, bedoelde geval zullen de door de verzoeker verstrekte afschriften door de griffier, na door deze voor eensluidend te zijn gewaarmerkt, bij de oproeping van degene, die het verzoek niet heeft gedaan, worden medegezonden.
1.
De kantonrechter beslist bij schriftelijke, met redenen omklede en in het openbaar uit te spreken beschikking. Afschrift van zijn beschikking zendt hij aan de huurcommissie, bedoeld in artikel 2 van de Wet op de huurcommissies, in zijn rechtsgebied.
2.
Tegen deze beschikking staat hoger beroep noch beroep in cassatie open, met uitzondering van cassatie in het belang der wet.
3.
Aan de beschikking van de kantonrechter zijn in een latere procedure zowel de huurder of gewezen huurder als de verhuurder gebonden, tenzij een hunner aantoont, dat de omstandigheden sedert het ogenblik waarop bedoelde beschikking is gegeven, zo aanmerkelijk zijn veranderd, dat, hadden deze bestaan op genoemd ogenblik, de beslissing een andere zou zijn geweest.
Inhoudsopgave
+ Hoofdstuk I. Algemeen
+ Hoofdstuk II. Huurprijs en overige betalingsverplichtingen
+ Hoofdstuk III. Huurcommissie
- Hoofdstuk IV. Verzoeken aan de kantonrechter tot vaststelling van de betalingsverplichting
+ Hoofdstuk V. Huurbescherming
+ Hoofdstuk VI. Vorderingen betrekkelijk tot huur en verhuur of tot huurbescherming
+ Hoofdstuk VI A
+ Hoofdstuk VII. Slotbepalingen
Geschiedenis

Geschiedenis-overzicht