Let op. Deze wet is vervallen op 1 augustus 2003. U leest nu de tekst die gold op 31 juli 2003.

Artikel 3 Huurwet

Uitgebreide informatie
1.
De huurprijs van een vóór 1 juli 2002 tot stand gekomen gebouwde onroerende zaak is de huurprijs op 30 juni 2002, tenzij partijen anders overeenkomen, voor zover de overeengekomen huurprijs die, welke op 30 juni 2002 ingevolge deze wet ten hoogste mocht worden overeengekomen, met niet meer dan 5,5 ten honderd overschrijdt.
2.
Onze Minister kan desverzocht het in het eerste lid genoemde percentage vervangen door een hoger indien en voorzover zulks nodig is om de huurprijs van de gebouwde onroerende zaak:
a. indien het betreft een woning, in betere verhouding te kunnen brengen tot die van in de laatste vijf jaren met steun uit ’s Rijks kas op voet van de Woningwet tot stand gekomen woningen;
b. indien het betreft een gebouwde onroerende zaak, niet zijnde een woning, in betere verhouding te kunnen brengen tot die van in de laatste vijf jaren zonder financiële tegemoetkoming van overheidswege tot stand gekomen soortgelijke gebouwde onroerende zaken.
Onze Minister bepaalt aan welke voorwaarden een verzoek, als hiervoor bedoeld, moet voldoen en welke gegevens daarbij moeten worden verstrekt of overgelegd.
Hij kan tevens de normen bepalen, welke bij een dergelijk verzoek - wil het voor inwilliging vatbaar zijn - in acht moeten worden genomen.
3.
Onze Minister maakt van zijn in het voorgaande lid bedoelde bevoegdheid slechts gebruik nadat partijen omtrent het hogere percentage tot overeenstemming zijn gekomen of - bij gebreke daarvan - nadat de huurcommissie, bedoeld in artikel 2 van de Wet op de huurcommissies, zich omtrent de redelijkheid van dit hogere, althans een hoger percentage, met het oog op het bereiken van het in het tweede lid, onder a of b omschreven doel, heeft uitgesproken. Daarbij worden buiten beschouwing gelaten belangrijke veranderingen, welke de huurder of degene, die krachtens huurbescherming in het genot van de gebouwde onroerende zaak is, onverplicht voor eigen rekening in de gedaante en inrichting van de zaak heeft aangebracht en waardoor het woongerief - bij woningen - of de gebruikswaarde - bij bedrijfsruimten - geacht kan worden te zijn gestegen, tenzij verrekening der gemaakte kosten naar billijkheid heeft plaatsgevonden.
Indien partijen nadat Onze Minister van zijn bevoegdheid, hem gegeven in lid 2, sub a , van dit artikel, gebruik heeft gemaakt, over de huurprijs geen overeenstemming kunnen bereiken, stelt Onze Minister die huurprijs desverzocht met ingang van een door hem te bepalen tijdstip vast. Indien bij het verzoek geen verklaring, als bedoeld in artikel 12, tweede lid, is overgelegd, hoort Onze Minister alvorens te beslissen de huurcommissie, bedoeld in artikel 2 van de Wet op de huurcommissies.
4.
In afwijking van het bepaalde in het eerste lid is de huurprijs van een woning tot stand gekomen met steun uit ’s Rijks kas op voet van het Koninklijk besluit van 28 juni 1947, nr. 24: de huurprijs op 30 juni 2002.
5.
Overeenkomsten, als bedoeld in het eerste lid mogen, voor zover de huurprijs betreft, een tijdvak van 5 jaar niet overschrijden.
6.
Voor de toepassing van dit artikel wordt als woning aangemerkt een gebouwde onroerende zaak, die een zelfstandige woning vormt, alsmede een andere gebouwde onroerende zaak, waarvan meer dan 60 ten honderd van het totale vloeroppervlak behoort tot een niet zelfstandige woning, met uitzondering van winkelwoningen.
7.
Indien een gebouwde onroerende zaak op 30 juni 2002 nog niet was tot stand gekomen, of niet of met een andere bestemming was verhuurd, of de toen bestaande huur en verhuur niet onder normale omstandigheden was tot stand gekomen, dan wel de huurprijs niet met stelligheid uit de totale prijs op 30 juni 2002 kan worden afgeleid, geldt als huurprijs op deze datum die van een vergelijkbare onroerende zaak.
Inhoudsopgave
+ Hoofdstuk I. Algemeen
- Hoofdstuk II. Huurprijs en overige betalingsverplichtingen
+ Hoofdstuk III. Huurcommissie
+ Hoofdstuk IV. Verzoeken aan de kantonrechter tot vaststelling van de betalingsverplichting
+ Hoofdstuk V. Huurbescherming
+ Hoofdstuk VI. Vorderingen betrekkelijk tot huur en verhuur of tot huurbescherming
+ Hoofdstuk VI A
+ Hoofdstuk VII. Slotbepalingen
Geschiedenis

Geschiedenis-overzicht