Let op. Deze wet is vervallen op 1 augustus 2003. U leest nu de tekst die gold op 31 juli 2003.

Artikel 28e Huurwet

Uitgebreide informatie
1.
Bij inwilliging van het verzoek verlengt de kantonrechter de in artikel 28 c bedoelde termijn tot ten hoogste één jaar. Deze termijn kan op verzoek van de gewezen huurder nog tweemaal worden verlengd met telkens ten hoogste een jaar. Het verzoek tot verlenging moet uiterlijk vier weken voor het verstrijken van de termijn worden ingediend. De indiening van het verzoek schorst de verplichting om tot ontruiming over te gaan totdat daaromtrent is beslist.
2.
Indien partijen het niet eens zijn over de som, welke de gewezen huurder verplicht is te betalen als vergoeding voor het genot van de zaak of het gedeelte daarvan voor de termijn, waarmede de in artikel 28 c bedoelde termijn is verlengd, wordt deze bij zijn hiervóór bedoelde beschikking bepaald door de kantonrechter, na ingewonnen advies van de huurcommissie, bedoeld in artikel 2 van de Wet op de huurcommissies. Hij stelt deze som vast op een, gezien het huurpeil ter plaatse, redelijk te oordelen bedrag. Hetzelfde geldt bij verdere verlenging van de termijn overeenkomstig het voorgaande lid.
3.
Bij afwijzing van het verzoek anders dan op grond van artikel 28 d , tweede lid, bepaalt de kantonrechter de termijn, binnen welke de gewezen huurder de zaak of het gedeelte daarvan moet ontruimen.
Inhoudsopgave
+ Hoofdstuk I. Algemeen
+ Hoofdstuk II. Huurprijs en overige betalingsverplichtingen
+ Hoofdstuk III. Huurcommissie
+ Hoofdstuk IV. Verzoeken aan de kantonrechter tot vaststelling van de betalingsverplichting
+ Hoofdstuk V. Huurbescherming
+ Hoofdstuk VI. Vorderingen betrekkelijk tot huur en verhuur of tot huurbescherming
- Hoofdstuk VI A
+ Hoofdstuk VII. Slotbepalingen
Geschiedenis

Geschiedenis-overzicht