Let op. Deze wet is vervallen op 1 augustus 2003. U leest nu de tekst die gold op 31 juli 2003.

Artikel 18 lid 3 Huurwet

Uitgebreide informatie
3.
Als gewezen huurder worden na het overlijden van de huurder, indien de huurovereenkomst door dit overlijden wordt beƫindigd, of na het overlijden van hem, die krachtens huurbescherming in het genot van de onroerende zaak is gebleven, aangemerkt:
a. indien het betreft een woning:
diens echtgenoot, wanneer deze ten tijde van het overlijden in de woning zijn hoofdverblijf heeft, en de bloed- en aanverwanten van de overledene of van diens echtgenoot, in de rechte linie, en in de zijlinie in de tweede graad, en voorts zij over wie de overledene of diens echtgenoot te eniger tijd de voogdij heeft uitgeoefend, voor zover zij ten tijde van het overlijden in de woning hun hoofdverblijf hebben en tot aan het overlijden in de woning met de overledene een gemeenschappelijke huishouding hadden;
b. indien het betreft een gebouwde onroerende zaak, niet zijnde een woning:
de echtgenoot van de overledene, alsmede de bloed- en aanverwanten van de overledene of van diens echtgenoot, in de rechte linie, en in de zijlinie in de tweede graad, en voorts zij over wie de overledene of diens echtgenoot te eniger tijd de voogdij heeft uitgeoefend, voor zover en zolang zij als rechtsopvolger onder algemene titel van de overledene diens bedrijf of beroep voortzetten.
Inhoudsopgave
+ Hoofdstuk I. Algemeen
+ Hoofdstuk II. Huurprijs en overige betalingsverplichtingen
+ Hoofdstuk III. Huurcommissie
+ Hoofdstuk IV. Verzoeken aan de kantonrechter tot vaststelling van de betalingsverplichting
- Hoofdstuk V. Huurbescherming
+ Hoofdstuk VI. Vorderingen betrekkelijk tot huur en verhuur of tot huurbescherming
+ Hoofdstuk VI A
+ Hoofdstuk VII. Slotbepalingen
Geschiedenis

Geschiedenis-overzicht