1.
De wet regelt de inrichting van provincies en gemeenten, alsmede de samenstelling en bevoegdheid van hun besturen.
2.
De wet regelt het toezicht op deze besturen.
3.
Besluiten van deze besturen kunnen slechts aan voorafgaand toezicht worden onderworpen in bij of krachtens de wet te bepalen gevallen.
4.
Vernietiging van besluiten van deze besturen kan alleen geschieden bij koninklijk besluit wegens strijd met het recht of het algemeen belang.
5.
De wet regelt de voorzieningen bij in gebreke blijven ten aanzien van regeling en bestuur, gevorderd krachtens artikel 124, tweede lid. Bij de wet kunnen met afwijking van de artikelen 125 en 127 voorzieningen worden getroffen voor het geval het bestuur van een provincie of een gemeente zijn taken grovelijk verwaarloost.
6.
De wet bepaalt welke belastingen door de besturen van provincies en gemeenten kunnen worden geheven en regelt hun financiële verhouding tot het Rijk.
Inhoudsopgave
+ Hoofdstuk 1. Grondrechten
+ Hoofdstuk 2. Regering
+ Hoofdstuk 3. Staten-Generaal
+ Hoofdstuk 4. Raad van State, Algemene Rekenkamer, Nationale ombudsman en vaste colleges van advies
+ Hoofdstuk 5. Wetgeving en bestuur
+ Hoofdstuk 6. Rechtspraak
- Hoofdstuk 7. Provincies, gemeenten, waterschappen en andere openbare lichamen
+ Hoofdstuk 8. Herziening van de Grondwet
+ Additionele artikelen
Geschiedenis

Geschiedenis-overzicht