1.
De leden van de rechterlijke macht met rechtspraak belast en de procureur-generaal bij de Hoge Raad worden bij koninklijk besluit voor het leven benoemd.
2.
Op eigen verzoek en wegens het bereiken van een bij de wet te bepalen leeftijd worden zij ontslagen.
3.
In de gevallen bij de wet bepaald kunnen zij door een bij de wet aangewezen, tot de rechterlijke macht behorend gerecht worden geschorst of ontslagen.
4.
De wet regelt overigens hun rechtspositie.
Inhoudsopgave
+ Hoofdstuk 1. Grondrechten
+ Hoofdstuk 2. Regering
+ Hoofdstuk 3. Staten-Generaal
+ Hoofdstuk 4. Raad van State, Algemene Rekenkamer, Nationale ombudsman en vaste colleges van advies
+ Hoofdstuk 5. Wetgeving en bestuur
- Hoofdstuk 6. Rechtspraak
+ Hoofdstuk 7. Provincies, gemeenten, waterschappen en andere openbare lichamen
+ Hoofdstuk 8. Herziening van de Grondwet
+ Additionele artikelen
Geschiedenis

Geschiedenis-overzicht