Wet van 31 oktober 1996, houdende goedkeuring van de Uitvoeringsregeling willekeurige afschrijving voor zover daarin beperkingen van de mogelijkheid tot willekeurige afschrijving zijn opgenomen
Wij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.
Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:
Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat ingevolge artikel 10, vijfde lid, van de Wet op de inkomstenbelasting 1964 de Uitvoeringsregeling willekeurige afschrijving bij wet dient te worden goedgekeurd voor zover daarin beperkingen van de mogelijkheid tot willekeurige afschrijving zijn opgenomen;
Zo is het, dat Wij, de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:
ARTIKEL I
De artikelen 6, 8, 13 en 14 van de Uitvoeringsregeling willekeurige afschrijving worden goedgekeurd.
ARTIKEL II
Voor de toepassing van artikel 10, derde lid, onderdeel b , van de Wet op de inkomstenbelasting 1964, wordt tot en met 31 december 1998 onder de gemeenten, bedoeld in artikel 13, eerste lid, van de Uitvoeringsregeling willekeurige afschrijving, tevens de gemeente Landgraaf begrepen.
ARTIKEL III
Deze wet treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van het Staatsblad waarin zij wordt geplaatst.
Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.
Gegeven te 's-Gravenhage, 31 oktober 1996
De Staatssecretaris van Financiƫn,
Uitgegeven de twaalfde november 1996
De Minister van Justitie,
Inhoudsopgave
ARTIKEL I
ARTIKEL II
ARTIKEL III
Parlement
Documenten bij de totstandkoming van (deze versie van) de wet.

Geschiedenis

Geschiedenis-overzicht