1.
Bij verstoring van de openbare orde door de aanwezigheid van wapens, dan wel bij ernstige vrees voor het ontstaan daarvan, kan de burgemeester in een onvoorziene, spoedeisende situatie een gebied, met inbegrip van de daarin gelegen voor het publiek openstaande gebouwen en daarbij behorende erven, voor ten hoogste twaalf uur aanwijzen als veiligheidsrisicogebied. In een veiligheidsrisicogebied kan de officier van justitie de bevoegdheden, bedoeld in de artikelen 50, derde lid, 51, derde lid, en 52, derde lid, van de Wet wapens en munitie toepassen.
2.
Voordat de burgemeester het gebied aanwijst, overlegt hij met de officier van justitie.
3.
De aanwijzing kan mondeling worden gegeven. In dat geval wordt de aanwijzing zo spoedig mogelijk op schrift gesteld en bekendgemaakt.
4.
De burgemeester brengt de gebiedsaanwijzing zo spoedig mogelijk ter kennis van de raad.
5.
Artikel 151b, derde en zesde lid, zijn van overeenkomstige toepassing.
Inhoudsopgave
+ Titel I. Begripsbepalingen
+ Titel II. De inrichting en samenstelling van het gemeentebestuur
- Titel III. De bevoegdheid van het gemeentebestuur
+ Titel IV. De financiën van de gemeente
+ Titel V. Aanvullende bepalingen inzake het toezicht op het gemeentebestuur
+ Titel VI
+ Titel VII. Overgangs- en slotbepalingen
Geschiedenis

Geschiedenis-overzicht