1.
Niettemin is degene die een schuld aan de boedel of een vordering op de boedel vóór de aanvang van de surseance van een derde heeft overgenomen, niet bevoegd tot verrekening, indien hij bij de overneming niet te goeder trouw heeft gehandeld.
2.
Na de aanvang van de surseance overgenomen vorderingen of schulden kunnen niet worden verrekend.
3.
De artikelen 55 en 56 zijn van overeenkomstige toepassing.
Inhoudsopgave
+ Titel I. Van faillissement
- Titel II. Van surseance van betaling
+ Titel III. Schuldsaneringsregeling natuurlijke personen
Geschiedenis

Geschiedenis-overzicht