Let op. Deze wet is vervallen op 1 januari 2009. U leest nu de tekst die gold op -.

Experimentele kaderregeling subsidies innovatieprojecten

Uitgebreide informatie
1.
De aanvraag om subsidie wordt ingediend met gebruikmaking van het daartoe bij ministeriële regeling vastgestelde formulier.
2.
De aanvraag gaat vergezeld van een projectplan met vermelding van de belangrijke stappen, tussenresultaten en eindresultaten in het innovatieproject en een begroting van de kosten.
3.
Indien een aanvraag wordt ingediend door ondernemers die deel uitmaken van een maatschap, vennootschap onder firma of commanditaire vennootschap, wordt de aanvraag op naam van die onderneming ingediend en afgehandeld.
Artikel 8
Ieder begrotingsjaar wordt bij ministeriële regeling een subsidieplafond vastgesteld voor het in dat jaar verlenen van subsidies. Daarbij kunnen afzonderlijke subsidieplafonds worden vastgesteld voor bepaalde categorieën aanvragers en voor bepaalde categorieën innovatieprojecten.
1.
De minister verdeelt het beschikbare bedrag in de volgorde van ontvangst van de aanvragen. Indien een aanvrager niet heeft voldaan aan enig wettelijk voorschrift voor het in behandeling nemen van de aanvraag en met toepassing van artikel 4:5 van de Algemene wet bestuursrecht de gelegenheid heeft gehad de aanvraag aan te vullen, dan geldt de dag waarop de aanvraag voldoet aan de wettelijke voorschriften als datum van ontvangst.
2.
Ingeval de minister op de dag dat het subsidieplafond wordt bereikt aanvragen gelijktijdig ontvangt, stelt hij de onderlinge rangschikking van die aanvragen vast door middel van loting.
1.
De minister stelt een beleidsregel vast voor de verdeling van de vouchers.
2.
Degenen die een voucher ontvangen, kunnen deze inleveren bij een derde.
3.
Indien deze derde aan de bij ministeriële regeling vastgestelde voorwaarden voldoet, geeft de voucher aan deze derde aanspraak op een subsidie.
Artikel 11
De minister geeft een beschikking binnen dertien weken na ontvangst van de aanvraag.
Artikel 12
Bij ministeriële regeling wordt een subsidieplafond vastgesteld voor het verlenen van subsidies op de in een vastgestelde periode ontvangen aanvragen. Daarbij kunnen afzonderlijke subsidieplafonds worden vastgesteld voor bepaalde categorieën aanvragers en voor bepaalde categorieën innovatieprojecten.
1.
De minister rangschikt de aanvragen zodanig, dat een innovatieproject hoger gerangschikt wordt naar mate het meer voldoet aan de criteria op basis waarvan de onderlinge rangschikking wordt bepaald.
2.
De minister verdeelt het beschikbare bedrag in de volgorde van de rangschikking.
Artikel 14
De minister geeft een beschikking binnen dertien weken na de laatste dag van de voor de tender vastgestelde periode om aanvragen in te dienen.
Artikel 15
De minister beslist in ieder geval afwijzend op een aanvraag indien:
a. de aanvraag niet voldoet aan de hiervoor geldende regelgeving;
b. onvoldoende vertrouwen bestaat dat de betrokkenen het innovatieproject kunnen financieren;
c. het onaannemelijk wordt geacht, dat het innovatieproject binnen de bij ministeriële regeling vastgestelde termijn kan worden voltooid;
d. aannemelijk is, dat het innovatieproject ook zonder de subsidie zonder belangrijke vertraging zou worden uitgevoerd;
e. onvoldoende vertrouwen bestaat in de technische en economische haalbaarheid van het innovatieproject;
f. onvoldoende vertrouwen bestaat dat de betrokkenen de capaciteiten hebben om het innovatieproject naar behoren uit te voeren;
g. van het innovatieproject onvoldoende positieve gevolgen voor de Nederlandse economie te verwachten zijn;
1.
Op een subsidie waarvoor een beschikking tot subsidieverlening geldt, kunnen op aanvraag van de subsidie-ontvanger door de minister voorschotten worden verstrekt.
2.
Een voorschot wordt berekend naar rato van de gemaakte en betaalde subsidiabele kosten, voor zover deze nog niet eerder bij de verstrekking van een voorschot in aanmerking zijn genomen. In totaal is het bedrag aan voorschotten niet groter dan 80 procent van het bij de subsidieverlening vermelde maximale subsidiebedrag.
3.
In afwijking van het eerste en tweede lid wordt het eerste voorschot ambtshalve
verstrekt bij de subsidieverlening aan een MKB-ondernemer, met dien verstande dat dit voorschot 25 procent bedraagt van het bij de subsidieverlening voor de betreffende MKB-ondernemer vermelde maximale subsidiebedrag.
1.
Een verzoek om een voorschot wordt ingediend met gebruikmaking van het daartoe bij ministeriële regeling vastgestelde formulier en gaat vergezeld van de in dat formulier genoemde stukken.
2.
Bij het verzoek om voorschot wordt een overzicht gevoegd van de in de betreffende periode gemaakte en betaalde subsidiabele kosten.
Artikel 18
De minister beschikt afwijzend op een aanvraag om een voorschot, indien de subsidie-ontvanger niet heeft voldaan aan ingevolge de subsidieverlening voor hem geldende verplichtingen, indien hij failliet is verklaard of aan hem surséance van betaling is verleend of ten aanzien van hem de schuldsaneringsregeling natuurlijke personen van toepassing is verklaard, dan wel een verzoek daartoe bij de rechtbank is ingediend.
1.
De aanvraag om subsidievaststelling wordt ingediend binnen dertien weken na het tijdstip waarop het innovatieproject overeenkomstig de beschikking tot subsidieverlening, dan wel overeenkomstig de ontheffing van het voltooien op het bij subsidieverlening bepaalde tijdstip, moet zijn voltooid.
2.
De aanvraag wordt ingediend met gebruikmaking van het daartoe bij ministeriële regeling vastgestelde formulier en gaat vergezeld van de in dat formulier genoemde stukken.
3.
Bij de aanvraag wordt een eindverslag omtrent de uitvoering en de resultaten van het innovatieproject gevoegd en een financiële verantwoording.
4.
Indien het bedrag waarop de subsidie ten hoogste kan worden vastgesteld € 50.000 of meer bedraagt, wordt bij de aanvraag om subsidievaststelling een accountantsverklaring gevoegd die is opgesteld op de in het formulier aangegeven wijze.
Artikel 20
De minister geeft de beschikking tot subsidievaststelling binnen dertien weken na ontvangst van de aanvraag daartoe dan wel nadat de voor het indienen ervan geldende termijn is verstreken.
Artikel 21
Indien sprake is van een innovatie-samenwerkingsverband, wijst dit samenwerkingsverband één deelnemer aan als penvoerder.
Artikel 22
Indien subsidie wordt verstrekt voor een innovatieproject dat wordt uitgevoerd door een innovatie-samenwerkingsverband, vermeldt de beschikking tot subsidieverlening een raming van de subsidiabele kosten per deelnemer in het innovatie-samenwerkingsverband.
Artikel 23
Indien de subsidie-ontvangers in een innovatie-samenwerkingsverband verplicht zijn tot terugbetaling van de subsidie, is elke deelnemer in het innovatie-samenwerkingsverband tot ten hoogste het naar rato van de voor hem geraamde subsidiabele kosten aansprakelijk voor terugbetaling van de subsidie.
Inhoudsopgave
+ Hoofdstuk 1. Definities en toepassingsbereik
+ Hoofdstuk 2. Hoogte subsidie, subsidiabele kosten en adviescommissie
- Hoofdstuk 3. Procedure algemeen
+ Hoofdstuk 4. Procedure bij subsidie in de vorm van krediet en in de vorm van garantie
+ Hoofdstuk 5. Verplichtingen voor de subsidie-ontvanger algemeen
+ Hoofdstuk 6. Verplichtingen voor de subsidie-ontvanger bij subsidie in de vorm van krediet
+ Hoofdstuk 7. Overgangs- en slotbepalingen
Geschiedenis

Geschiedenis-overzicht