1.
Het is verboden zonder vergunning elektriciteit te leveren aan afnemers die beschikken over een aansluiting op een net met een totale maximale doorlaatwaarde van ten hoogste 3*80 A.
2.
Het verbod geldt niet ten aanzien van het leveren van elektriciteit:
a. indien de elektriciteit is opgewekt met een installatie die voor rekening en risico van de afnemer, alleen of, voor een evenredig deel, tezamen met andere afnemers, in werking wordt gehouden en de afnemer de geleverde elektriciteit verbruikt;
b. door een buiten Nederland gevestigde leverancier van elektriciteit aan ten hoogste 500 afnemers, bedoeld in het eerste lid, die wonen in gebieden aan de Nederlandse landsgrens;
c. indien de afnemer aan dezelfde rechtspersoon toebehoort als de producent die de elektriciteit heeft opgewekt dan wel een dochtermaatschappij daarvan in de zin van artikel 24a van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek en de afnemer de geleverde elektriciteit verbruikt, of
d. indien de elektriciteit anders dan bedrijfsmatig wordt geleverd overeenkomstig bij ministeriële regeling te stellen regels;
e. indien de elektriciteit wordt geleverd in het kader van een overeenkomst als bedoeld in artikel 95n.
1.
Een houder van een vergunning heeft de plicht op een betrouwbare wijze en tegen redelijke tarieven en voorwaarden zorg te dragen voor de levering van elektriciteit aan iedere in artikel 95a, eerste lid, bedoelde afnemer die daarom verzoekt. De voorwaarden zijn in ieder geval niet redelijk als zij niet in overeenstemming zijn met het bepaalde bij of krachtens artikel 95m. Artikel 26a, vijfde lid, is van overeenkomstige toepassing.
2.
Een houder van een vergunning verschaft de Autoriteit Consument en Markt ieder jaar en vier weken voor de wijziging van de tarieven een opgave van de tarieven die hij berekent en de voorwaarden die hij gebruikt bij de levering van elektriciteit aan de in artikel 95a, eerste lid, bedoelde afnemers.
3.
Indien de Autoriteit Consument en Markt van oordeel is dat de tarieven die houders van een vergunning berekenen onredelijk zijn, omdat daarin de effecten van een doelmatige bedrijfsvoering, die mede inhoudt de inkoop van elektriciteit en van energiebronnen bestemd voor opwekking daarvan, in onvoldoende mate leiden tot kostenverlaging, kan zij een tarief vaststellen dat leveranciers ten hoogste mogen berekenen voor de levering van elektriciteit aan afnemers als bedoeld in artikel 95a, eerste lid.
4.
Na de vaststelling van het maximumtarief, bedoeld in het derde lid, worden de tarieven voor de levering van elektriciteit aan afnemers als bedoeld in artikel 95a, eerste lid die hoger zijn dan dat maximumtarief, van rechtswege gesteld op dat maximumtarief.
5.
Bij algemene maatregel van bestuur kunnen nadere regels worden gesteld met betrekking tot de bepaling of de tarieven, bedoeld in het tweede lid, onredelijk zijn en tot vaststelling van het maximumtarief, bedoeld in het derde lid. De voordracht voor een krachtens dit lid vast te stellen algemene maatregel van bestuur wordt niet eerder gedaan dan vier weken nadat het ontwerp aan beide kamers der Staten-Generaal is overgelegd.
6.
Het tweede tot en met het zesde lid vervallen op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip. De voordracht voor een krachtens dit lid vast te stellen koninklijk besluit wordt niet eerder gedaan dan vier weken nadat het ontwerp aan beide kamers der Staten-Generaal is overgelegd.
7.
Een netbeheerder en een vergunninghouder voeren een beleid, gericht op het voorkomen van het afsluiten van een afnemer als bedoeld in artikel 95a, eerste lid, in het bijzonder in de periode van 1 oktober tot 1 april van enig jaar.
8.
Bij ministeriële regeling worden regels gesteld over het beëindigen van de levering van elektriciteit aan een afnemer als bedoeld in artikel 95a, eerste lid, alsmede over preventieve maatregelen om de afsluiting van dergelijke afnemers zoveel mogelijk te voorkomen. Deze regels houden in ieder geval in dat een afnemer niet wordt afgesloten in de periode van 1 oktober tot 1 april van enig jaar, behoudens in gevallen die in de regeling zijn aangegeven.
9.
De in het achtste lid bedoelde preventieve maatregelen kunnen tevens inhouden dat in daarbij omschreven gevallen met in die regeling aangeduide instanties overleg wordt gepleegd alsmede dat in die gevallen aan de desbetreffende instantie in die regeling omschreven gegevens omtrent de afnemer worden verstrekt.
10.
De ministeriële regeling, bedoeld in het achtste lid, wordt niet eerder vastgesteld dan nadat de gezamenlijke netbeheerders en de vergunninghouders alsmede de consumentenorganisaties in de gelegenheid zijn gesteld hun zienswijze te geven over de inhoud van de regeling.
11.
Bij ministeriële regeling worden regels gesteld over het beperken van de levering van elektriciteit. Deze regels bepalen in elk geval wanneer en onder welke voorwaarden de levering van elektriciteit kan worden beperkt.
12.
De Autoriteit Consument en Markt publiceert jaarlijks, op basis van de informatie verkregen op grond van het tweede lid, aanbevelingen over de conformiteit van de leveringsprijzen met artikel 3 van de richtlijn.
1.
Bepalingen die zijn opgenomen in overeenkomsten inzake levering van elektriciteit aan afnemers die beschikken over een aansluiting op het net met een totale maximale doorlaatwaarde van ten hoogste 3*80A en die tot doel hebben de opwekking van duurzame elektriciteit te verbieden zijn onverbindend.
2.
Een houder van een vergunning is verplicht een aanbod van een afnemer als bedoeld in het eerste lid tot teruglevering van door hem geproduceerde duurzame elektriciteit te aanvaarden.
1.
Een leverancier schakelt een meetbedrijf in voor het collecteren, valideren en vaststellen van de meetgegevens die betrekking hebben op afnemers als bedoeld in artikel 95a, eerste lid.
2.
In afwijking van het eerste lid worden de meetgegevens die betrekking hebben op:
a. een rechtspersoon of een natuurlijke persoon die handelt in de uitoefening van een beroep of bedrijf, en
b. behalve één of meer aansluitingen met een doorlaatwaarde kleiner dan of gelijk aan 3 * 80 A ten minste één aansluiting heeft met een doorlaatwaarde groter dan 3 * 80 A, gecollecteerd, gevalideerd en vastgesteld door het meetbedrijf dat die rechtspersoon of natuurlijke persoon daartoe inschakelt.
3.
Indien een leverancier voor de levering van elektriciteit aan afnemers als bedoeld in artikel 95a, eerste lid, factureert op basis van meetgegevens, maakt hij gebruik van meetgegevens die het meetbedrijf heeft gecollecteerd, gevalideerd en vastgesteld.
4.
Een meetbedrijf verstrekt slechts meetgegevens aan anderen dan de betrokken afnemer als bedoeld in artikel 95a, eerste lid, of de betrokken leverancier indien die ander de desbetreffende meetgegevens op basis van artikel 8 van de Wet bescherming persoonsgegevens mag verwerken.
1.
Een leverancier heeft ten aanzien van een afnemer als bedoeld in artikel 95a, eerste lid, tot taak de door deze afnemer verschuldigde bedragen voor de uitvoering van de bij of krachtens deze wet aan de netbeheerder opgedragen taken te factureren en innen. De leverancier brengt hiervoor geen kosten in rekening aan de netbeheerder.
2.
Het eerste lid is niet van toepassing op bedragen die zijn gebaseerd op tarieven met een eenmalig karakter.
3.
De betaling door een afnemer als bedoeld in artikel 95a, eerste lid, aan een leverancier van de overeenkomstig het eerste en tweede lid gefactureerde bedragen geldt als bevrijdende betaling.
4.
Rechtsvorderingen tot betaling van de door de leverancier overeenkomstig het eerste en tweede lid gefactureerde bedragen alsmede van de overeenkomstig artikel 16b, tweede lid, gefactureerde tarieven, verjaren door verloop van twee jaren. Indien de leverancier een vordering tot betaling van een schuld van een afnemer ter zake van de uitvoering van taken als bedoeld in het eerste lid, niet heeft gedaan binnen twee jaren nadat de vordering opeisbaar is geworden, vervalt het recht om betaling te vorderen.
5.
Een leverancier draagt per periode de overeenkomstig het eerste lid gefactureerde of te factureren bedragen af aan de desbetreffende netbeheerder.
6.
Bij ministeriële regeling worden regels gesteld over de omvang en het moment van de afdracht, bedoeld in het vijfde lid, ten behoeve van een gelijkmatige afdracht aan de netbeheerders.
1.
Onze Minister verleent op aanvraag een vergunning indien de aanvrager genoegzaam aantoont dat hij:
a. beschikt over de benodigde organisatorische, financiële en technische kwaliteiten voor een goede uitvoering van zijn taak;
b. redelijkerwijs in staat kan worden geacht de verplichtingen als opgenomen in dit hoofdstuk na te komen.
2.
Bij algemene maatregel van bestuur worden nadere regels gesteld met betrekking tot de inhoud van en de procedure voor aanvraag van een vergunning en de criteria, bedoeld in het eerste lid.
1.
Onze Minister kan voorschriften en beperkingen verbinden aan een vergunning.
2.
Onze Minister kan de aan een vergunning verbonden voorschriften of beperkingen wijzigen.
3.
Een vergunning kan slechts worden overgedragen aan een andere houder van een vergunning met toestemming van Onze Minister.
4.
Artikel 95c is van overeenkomstige toepassing ten aanzien van het verlenen van toestemming als bedoeld in het derde lid.
1.
Onze Minister kan een vergunning intrekken, indien:
a. de houder van de vergunning dit verzoekt;
b. de houder van de vergunning in onvoldoende mate voldoet aan de verplichting, bedoeld in artikel 95b;
c. de houder van de vergunning de in de vergunning opgenomen voorschriften of opgelegde beperkingen niet nakomt;
d. de houder van de vergunning bij de aanvraag onjuiste of onvolledige gegevens heeft verstrekt en de verstrekking van juiste en volledige gegevens tot een andere beschikking op de aanvraag zou hebben geleid;
e. de houder van de vergunning naar het oordeel van Onze Minister om andere redenen niet langer in staat moet worden geacht de vergunde activiteit of in de vergunning opgenomen voorschriften na te komen;
f. de houder van de vergunning de voorschriften bij of krachtens de artikelen 95k en 95l niet nakomt.
2.
Bij algemene maatregel van bestuur kunnen nadere regels worden gesteld met betrekking tot de tijdelijke voorzieningen en de procedure bij intrekking van een vergunning.
Inhoudsopgave
+ Hoofdstuk 1. Algemene bepalingen
+ Hoofdstuk 2. Uitvoering en toezicht
+ Hoofdstuk 2A. Productiecapaciteit
+ Hoofdstuk 3. Transport van elektriciteit
+ Hoofdstuk 4. Voorwaarden wijze van gegevensverwerking
+ Hoofdstuk 5. Duurzame elektriciteitsvoorziening
+ Hoofdstuk 5A. Last onder dwangsom en bestuurlijke boete
+ Hoofdstuk 6. Overige algemene bepalingen
+ Hoofdstuk 7. Wijziging van andere wetten
- Hoofdstuk 8. Overgangs- en slotbepalingen
Geschiedenis

Geschiedenis-overzicht