1.
Onze Minister kan verlangen dat een producent, een leverancier, een handelaar, een netbeheerder, een elektriciteits- of gasbeurs of een afnemer hem inzage geeft in gegevens en bescheiden, onderscheidenlijk gegevens en inlichtingen verstrekt die hij nodig heeft voor de uitvoering van de hem in deze wet en verordening 714/2009 opgedragen taken.
2.
Degene aan wie een verzoek is gedaan inzage te geven in gegevens en bescheiden, onderscheidenlijk gegevens en inlichtingen te verstrekken, is verplicht binnen de door Onze Minister gestelde redelijke termijn alle medewerking te verlenen die deze redelijkerwijze kan vorderen bij de uitoefening van zijn bevoegdheden.
3.
Onze Minister gebruikt bescheiden, gegevens of inlichtingen over een producent, een leverancier, een handelaar, een netbeheerder, een elektriciteits- of gasbeurs of een afnemer, welke hij heeft verkregen in verband met enige werkzaamheid ten behoeve van de uitvoering van een van zijn taken op grond van deze wet of verordening 714/2009, uitsluitend voor de toepassing van deze wet of verordening 714/2009.
4.
Indien Onze Minister op grond van artikel 16, tweede lid, onderdeel f, de netbeheerder van het landelijk hoogspanningsnet opdraagt werkzaamheden te verrichten ter uitvoering van de taak, bedoeld in artikel 4a, zijn het eerste tot en met het derde lid van overeenkomstige toepassing op die netbeheerder.
1.
Een netbeheerder die bij de uitvoering van zijn taak de beschikking krijgt over gegevens waarvan hij het vertrouwelijke karakter kent of redelijkerwijs moet vermoeden, is verplicht tot geheimhouding van die gegevens, behoudens voor zover enig wettelijk voorschrift hem tot mededeling verplicht, of uit zijn taak de noodzaak tot mededeling voortvloeit.
2.
Indien een netbeheerder gegevens over zijn bedrijfsvoering die commercieel voordeel kunnen opleveren ter beschikking stelt aan anderen, doet hij dit op niet-discriminatoire wijze.
Artikel 81
De voordracht voor een krachtens artikel 29, 84 of 85 vast te stellen algemene maatregel van bestuur en voor een wijziging van een krachtens artikel 20 vast te stellen algemene maatregel van bestuur wordt niet eerder gedaan dan vier weken nadat het ontwerp aan beide kamers der Staten-Generaal is overgelegd.
Artikel 82
Een representatieve organisatie van partijen op de elektriciteitsmarkt wordt geacht belanghebbende te zijn bij een besluit, niet zijnde een beschikking, genomen op grond van deze wet.
Artikel 83
Provinciale staten en de gemeenteraad zijn niet bevoegd het opwekken, het transporteren en het leveren van elektriciteit in het belang van de energievoorziening aan regels te binden.
Artikel 84
Bij algemene maatregel van bestuur kunnen ter uitvoering van een besluit op grond van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie regels worden gesteld met betrekking tot:
a. de tarieven en voorwaarden die interconnector-beheerders berekenen onderscheidenlijk in acht nemen bij het uitvoeren van transport van elektriciteit met behulp van een landsgrensoverschrijdend net;
b. de voorwaarden die door een netbeheerder of een leverancier in het belang van de veiligheid en de doelmatigheid worden gesteld voor het leveren van elektriciteit of voor het aansluiten van toestellen of installaties die elektriciteit verbruiken.
1.
Overeenkomstig bij of krachtens algemene maatregel van bestuur te stellen regels is een door Onze Minister vast te stellen vergoeding verschuldigd voor het verlenen van instemming als bedoeld in artikel 12, tweede lid, van een aanwijzing als bedoeld in artikel 13, van een ontheffing als bedoeld in artikel 86c, dan wel van een vergunning als bedoeld in artikel 95d, welke vergoeding verschuldigd is voor ten hoogste de kosten van de bemoeiingen met betrekking tot de instemming, de aanwijzing, de ontheffing dan wel de vergunning.
2.
Onze Minister kan het verschuldigde bedrag invorderen bij dwangbevel. Ten aanzien van de in het eerste lid bedoelde vergoedingen is, voor zover al niet van toepassing, titel 4.4, met uitzondering van de artikelen 4:85 en 4:95, van de Algemene wet bestuursrecht van overeenkomstige toepassing.
1.
Een producent of een leverancier voert een afzonderlijke boekhouding voor de productie van elektriciteit met behulp van zijn installaties onderscheidenlijk de levering van elektriciteit aan afnemers. Indien de producent of leverancier andere activiteiten verricht dan die welke verband houden met de productie of de levering van elektriciteit, voert hij daarvoor eveneens, al dan niet op geconsolideerde basis, een afzonderlijke boekhouding.
2.
Artikel 43, tweede tot en met zevende lid, is van overeenkomstige toepassing op de boekhouding en de jaarrekening van de producent of leverancier.
3.
Het eerste en tweede lid zijn niet van toepassing op leveranciers die anders dan bedrijfsmatig elektriciteit leveren.
4.
Een leverancier houdt de boekhouding, bedoeld in het eerste lid, gedurende vijf jaar ter beschikking van de Autoriteit Consument en Markt en de Europese Commissie.
5.
De Autoriteit Consument en Markt kan informatie uit de boekhouding van de leverancier ter beschikking te stellen aan marktpartijen indien is voldaan aan artikel 40, derde lid, van de richtlijn.
1.
Op overeenkomsten tot transport of levering van elektriciteit is Nederlands recht van toepassing.
2.
De Nederlandse rechter is bij uitsluiting bevoegd kennis te nemen van geschillen over overeenkomsten tot transport of levering van elektriciteit.
3.
Een beding dat in strijd met het eerste of tweede lid in een overeenkomst tot het transport of de levering van elektriciteit is opgenomen, is nietig.
4.
Het eerste tot en met derde lid is niet van toepassing op een overeenkomst voor levering van elektriciteit die een leverancier of handelaar sluit met een persoon die beschikt over een aansluiting op een net met een totale maximale doorlaatwaarde van meer dan 3*80 A en een beschikbaar vermogen van ten minste 2 MVA per aansluiting.
5.
De toepasselijkheid van dit artikel wordt beperkt door dwingende bepalingen van internationaal recht.
Artikel 86b
Bij ministeriële regeling worden regels gesteld omtrent het vaststellen of sprake is van een productie-installatie voor klimaatneutrale elektriciteit en of de inrichting om te meten geschikt is voor de meting van de klimaatneutrale elektriciteit die met een dergelijke productie-installatie wordt opgewekt en op het net wordt ingevoed.
1.
Onze Minister beslist op een verzoek om een ontheffing als bedoeld in artikel 17 van verordening 714/2009. De Autoriteit Consument en Markt of, in voorkomend geval, het Agentschap brengt advies aan Onze Minister uit over door hem te nemen besluiten als bedoeld in de eerste volzin.
2.
Op een landsgrensoverschrijdend net dat bij de ingebruikname daarvan over een ontheffing als bedoeld in het eerste lid beschikt, is artikel 93 niet van toepassing.
Artikel 86ca
Indien ingevolge artikel 8, eerste lid, van de verordening 713/2009 het Agentschap bevoegd is een besluit te nemen over grensoverschrijdende infrastructuur, is de Autoriteit Consument en Markt hiertoe niet bevoegd.
Artikel 86d
Indien dat noodzakelijk is in het belang van een voldoende transparante en liquide markt voor vraag en aanbod van elektriciteit, transportcapaciteit of productiecapaciteit of in het belang van de daarmee verband houdende leveringszekerheid, zullen bij of krachtens algemene maatregel van bestuur regels worden gesteld over:
a. de wijze waarop of de voorwaarden waaronder producenten, handelaren, leveranciers of netbeheerders elektriciteit, transportcapaciteit of productiecapaciteit waarover zij beschikken, aanbieden;
b. de informatie die producenten, handelaren, leveranciers of netbeheerders verstrekken met betrekking tot de vraag en aanbod van elektriciteit, transportcapaciteit of productiecapaciteit.
1.
Onze Minister wijst een of meer rechtspersonen aan die tot taak hebben een beurs tot stand te brengen en in stand te houden. Onze Minister kan regels stellen in verband met de procedure voor aanwijzing van een beurs. Aan een aanwijzing kunnen voorschriften en beperkingen worden verbonden.
2.
Een rechtspersoon, bedoeld in het eerste lid, stelt een beursreglement op. Het beursreglement behoeft de goedkeuring van Onze Minister. Van het besluit tot goedkeuring wordt mededeling gedaan in de Staatscourant.
3.
De netbeheerder van het landelijk hoogspanningsnet is verplicht aan de rechtspersoon, bedoeld in het eerste lid, en aan de door deze rechtspersoon ingeschakelde derden, voor zover het betreft de afhandeling van de op de beurs op tot stand gekomen overeenkomsten, de gevraagde medewerking te verlenen, voor zover deze medewerking noodzakelijk is voor een goede uitvoering van de aan deze rechtspersoon opgelegde taak. Onze Minister kan nadere regels stellen over de door de netbeheerder van het landelijk hoogspanningsnet te verlenen medewerking.
4.
De rechtspersoon, bedoeld in het eerste lid, die bij de uitvoering van zijn taak de beschikking krijgt over gegevens waarvan hij het vertrouwelijke karakter kent of redelijkerwijs moet vermoeden, is verplicht tot geheimhouding van die gegevens, behoudens voor zover de artikelen van deze wet hem tot mededeling verplichten of uit zijn taak de noodzaak tot mededeling voortvloeit.
5.
Producenten, leveranciers, handelaren, afnemers en aandeelhouders onthouden zich van elke bemoeiing met de uitvoering van de taak die is opgedragen aan de rechtspersoon, bedoeld in het eerste lid.
1.
Iedere wijziging met betrekking tot zeggenschap als bedoeld in artikel 26 van de Mededingingswet in een productie-installatie met een nominaal elektrisch vermogen van meer dan 250 MW of een onderneming die een productie-installatie met een nominaal elektrisch vermogen van meer dan 250 MW beheert, wordt door één van de bij deze wijziging betrokken partijen gemeld aan Onze Minister.
2.
Onze Minister kan op grond van overwegingen van openbare veiligheid, voorzieningszekerheid of leveringszekerheid de wijziging, bedoeld in het eerste lid, verbieden of voorschriften hieraan verbinden.
3.
Rechtshandelingen verricht in strijd met het eerste lid zijn door een rechterlijke uitspraak vernietigbaar.
4.
Bij ministeriële regeling worden regels gesteld met betrekking tot de melding, bedoeld in het eerste lid.
1
Iedere producent en verbruiker van elektriciteit heeft daadwerkelijke keuzevrijheid van leverancier.
2.
Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing op eenieder die voornemens is elektriciteit te produceren of te gebruiken en die verzoekt om een aansluiting op een net
1.
De Autoriteit Consument en Markt verwerkt een registratie als bedoeld in artikel 9, eerste lid, van verordening 1227/2011 zo spoedig mogelijk.
2.
Bij ministeriële regeling kunnen regels worden gesteld over de registratie, bedoeld in het eerste lid.
1.
Het is verboden te handelen in strijd met de artikelen 3, 4 en 5 van verordening 1227/2011.
2.
Overtreding van het eerste lid is een misdrijf.
Inhoudsopgave
+ Hoofdstuk 1. Algemene bepalingen
+ Hoofdstuk 2. Uitvoering en toezicht
+ Hoofdstuk 2A. Productiecapaciteit
+ Hoofdstuk 3. Transport van elektriciteit
+ Hoofdstuk 4. Voorwaarden wijze van gegevensverwerking
+ Hoofdstuk 5. Duurzame elektriciteitsvoorziening
+ Hoofdstuk 5A. Last onder dwangsom en bestuurlijke boete
- Hoofdstuk 6. Overige algemene bepalingen
+ Hoofdstuk 7. Wijziging van andere wetten
+ Hoofdstuk 8. Overgangs- en slotbepalingen
Geschiedenis

Geschiedenis-overzicht