1.
Producenten en leveranciers hebben tot taak, mede gelet op het belang van de bescherming van het milieu, bedoeld in artikel 3, tweede lid, van de richtlijn, te bevorderen dat elektriciteit door henzelf en door afnemers op een doelmatige en milieuhygiënisch verantwoorde wijze wordt geproduceerd of gebruikt.
2.
Iedere producent of leverancier die per jaar gemiddeld 10 GWh of meer levert meldt eenmaal in elke twee jaar vóór 1 maart aan Onze Minister op welke wijze hij in de twee jaar voorafgaande aan het jaar, waarin de melding wordt verricht, uitvoering heeft gegeven aan zijn taak, bedoeld in het eerste lid.
1.
Onze Minister is belast met het uitgeven en innemen via een elektronisch systeem van:
a. garanties van oorsprong voor duurzame elektriciteit;
b. garanties van oorsprong voor elektriciteit opgewekt in een installatie voor hoogrenderende warmtekrachtkoppeling.
2.
Onze Minister opent op aanvraag van een in Nederland gevestigde producent, leverancier, handelaar of afnemer een rekening. Bij deze aanvraag overlegt de producent het resultaat van de vaststelling, bedoeld in artikel 16, eerste lid, onderdeel h.
3.
Onze Minister boekt op aanvraag garanties van oorsprong als bedoeld in het eerste lid op een daarbij aangegeven rekening, indien een in Nederland gevestigde producent bij deze aanvraag de gegevens omtrent de door de netbeheerder of door een andere tot meten bevoegde instantie gemeten hoeveelheid duurzame elektriciteit of elektriciteit opgewekt in een installatie voor hoogrenderende warmtekrachtkoppeling overlegt.
Artikel 74
Onze Minister kan de taken, bedoeld in artikel 73, mandateren aan een niet-ondergeschikte die onafhankelijk is van producenten, leveranciers en handelaren.
1.
Een garantie van oorsprong voor duurzame elektriciteit toont bij uitsluiting aan dat de daarop aangegeven hoeveelheid elektriciteit is opgewekt uit hernieuwbare bronnen.
2.
Een garantie van oorsprong voor elektriciteit opgewekt in een installatie voor hoogrenderende warmtekrachtkoppeling toont bij uitsluiting aan dat de daarop aangegeven hoeveelheid elektriciteit is opgewekt in een installatie voor hoogrenderende warmtekrachtkoppeling.
1.
Waar in deze wet en de daarop berustende bepalingen wordt verwezen naar garanties van oorsprong voor duurzame elektriciteit, worden garanties van oorsprong voor duurzame elektriciteit uitgegeven door onafhankelijke instanties in een andere lidstaat van de Europese Unie, die naar aard en strekking overeenkomen met eerstbedoelde garanties van oorsprong voor duurzame elektriciteit, daarmee gelijkgesteld.
2.
Waar in deze wet en de daarop berustende bepalingen wordt verwezen naar garanties van oorsprong voor elektriciteit opgewekt in een installatie voor hoogrenderende warmtekrachtkoppeling, worden garanties van oorsprong voor elektriciteit opgewekt in een installatie voor hoogrenderende warmtekrachtkoppeling uitgegeven door onafhankelijke instanties in een andere lidstaat van de Europese Unie, die naar aard en strekking overeenkomen met eerstbedoelde garanties van oorsprong, daarmee gelijkgesteld.
1.
Onze Minister stelt bij ministeriële regeling de tarieven vast voor kosten die gepaard gaan met handelingen met betrekking tot garanties van oorsprong, bedoeld in artikel 73, eerste lid.
2.
Onze Minister stelt bij ministeriële regeling regels met betrekking tot:
a. de informatie die door producenten, leveranciers, handelaars, afnemers of netbeheerders verstrekt wordt aan Onze Minister;
b. het uitgeven en de geldigheidsduur van garanties van oorsprong, bedoeld in artikel 73, eerste lid;
c. het vermelden van gegevens op garanties van oorsprong, bedoeld in artikel 73, eerste lid;
d. de voorwaarden waaronder en de wijze waarop producenten, leveranciers, handelaars of afnemers gebruik kunnen maken van de door hen verkregen garanties van oorsprong, bedoeld in artikel 73, eerste lid, of deze kunnen verhandelen;
e. de vaststelling, bedoeld in artikel 16, eerste lid, onderdeel h;
3.
De regels, bedoeld in het tweede lid, kunnen verschillen voor de verschillende soorten garanties van oorsprong, bedoeld in artikel 73, eerste lid.
1.
Iedere leverancier is verplicht vóór een bij algemene maatregel van bestuur vast te stellen datum aan Onze Minister zoveel garanties van oorsprong over te leggen als voor het desbetreffende jaar vereist is op grond van het bij of krachtens het tweede lid bepaalde.
2.
De hoeveelheid garanties van oorsprong waarvan de overlegging door een leverancier in een jaar is vereist, wordt vastgesteld met toepassing van een bij algemene maatregel van bestuur te bepalen formule, waarin tot uitdrukking komt dat voor een daarbij aan te geven factor van de totale hoeveelheid elektriciteit die in een jaar wordt geleverd, garanties van oorsprong worden overgelegd.
3.
De voordracht voor een krachtens het eerste lid vast te stellen algemene maatregel van bestuur wordt niet eerder gedaan dan vier weken nadat het ontwerp aan beide kamers der Staten-Generaal is overgelegd.
Artikel 77e [Treedt in werking op een nader te bepalen tijdstip]
Onze Minister stelt een toeslag op de tarieven voor het transport van elektriciteit vast die verschuldigd is indien een leverancier vóór een bij algemene maatregel van bestuur vast te stellen datum niet of in onvoldoende mate voldoet aan de verplichting, bedoeld in artikel 77d, eerste lid.
1.
Bij algemene maatregel van bestuur worden nadere regels gesteld met betrekking tot:
a. de informatie die door producenten, leveranciers of netbeheerders verstrekt wordt aan Onze Minister;
b. de wijze waarop aan de verplichting tot het overleggen van garanties van oorsprong, bedoeld in artikel 77d, eerste lid, wordt voldaan;
c. het verhandelen, innemen, registreren, ongeldig maken en bewaren van garanties van oorsprong;
d. de berekening van de toeslag, bedoeld in artikel 77e, voor iedere garantie van oorsprong die in afwijking van de verplichting, bedoeld in artikel 77d, eerste lid, niet is overgelegd;
e. de procedure tot vaststelling en oplegging van de toeslag op de tarieven voor het transport van elektriciteit;
f. de afdracht van de bedragen, verkregen met toepassing van de toeslag op de tarieven voor het transport van elektriciteit, door een netbeheerder aan Onze Minister.
2.
De voordracht voor een krachtens het eerste lid vast te stellen algemene maatregel van bestuur wordt niet eerder gedaan dan vier weken nadat het ontwerp aan beide kamers der Staten-Generaal is overgelegd.
Inhoudsopgave
+ Hoofdstuk 1. Algemene bepalingen
+ Hoofdstuk 2. Uitvoering en toezicht
+ Hoofdstuk 2A. Productiecapaciteit
+ Hoofdstuk 3. Transport van elektriciteit
+ Hoofdstuk 4. Voorwaarden wijze van gegevensverwerking
- Hoofdstuk 5. Duurzame elektriciteitsvoorziening
+ Hoofdstuk 5A. Last onder dwangsom en bestuurlijke boete
+ Hoofdstuk 6. Overige algemene bepalingen
+ Hoofdstuk 7. Wijziging van andere wetten
+ Hoofdstuk 8. Overgangs- en slotbepalingen
Geschiedenis

Geschiedenis-overzicht