1.
Onze Minister stelt ten minste eenmaal in de vier jaar een energierapport vast dat richting geeft aan van rijkswege in de eerstvolgende vier jaar te nemen beslissingen voor zover daarbij het belang van het betrouwbaar, duurzaam, doelmatig en milieuhygiënisch verantwoord functioneren van de elektriciteitsvoorziening in beschouwing moet of kan worden genomen. Bij de voorbereiding van een energierapport betrekt Onze Minister de naar zijn oordeel bij de te behandelen onderwerpen meest belanghebbende bestuursorganen, instellingen en organisaties.
2.
Voor zover het energierapport onderdelen betreft die tot de verantwoordelijkheid behoren van Onze Minister van Infrastructuur en Milieu, wordt het rapport vastgesteld na overleg met voornoemde minister.
3.
Het energierapport bevat ten minste:
a. een analyse van de ontwikkelingen op de nationale en internationale energiemarkt en de effecten daarvan op een betrouwbaar, duurzaam, doelmatig en milieuhygiënisch verantwoord functionerende energiehuishouding;
b. een analyse van veranderingen in het gebruik van energiebronnen voor het opwekken van elektriciteit en van de wijze waarop en de mate waarin zich een duurzame energiehuishouding ontwikkelt;
c. een analyse van de ontwikkeling van de marktwerking in de energievoorziening;
d. een overzicht van de beoogde resultaten inzake de bevordering van een betrouwbaar, duurzaam, doelmatig en milieuhygiënisch verantwoord functionerende energiehuishouding en van de wijzen waarop die resultaten in de desbetreffende periode van vier jaar zullen worden nagestreefd;
e. een analyse van overige aspecten die van belang kunnen zijn in het kader van het energiebeleid in het algemeen.
1.
Zodra het energierapport is vastgesteld, doet Onze Minister hiervan mededeling door het rapport aan de beide kamers der Staten-Generaal over te leggen.
2.
Onze Minister maakt de vaststelling van het energierapport bekend in de Staatscourant en geeft daarbij aan op welke wijze kennis kan worden gekregen van de inhoud van het energierapport.
1.
Het energierapport geldt met ingang van een bij besluit van Onze Minister vast te stellen tijdstip.
2.
Het besluit wordt niet eerder genomen dan acht weken nadat het energierapport op grond van artikel 3, eerste lid, is overgelegd aan de beide kamers der Staten-Generaal.
3.
Indien door of namens een der kamers der Staten-Generaal binnen acht weken nadat het energierapport is overgelegd, te kennen wordt gegeven dat zij over het energierapport in het openbaar wil beraadslagen, wordt het besluit niet eerder genomen dan zes maanden na de overlegging van het energierapport, dan wel, indien de beraadslagingen op een eerder tijdstip zijn beëindigd, na die beraadslagingen.
1.
Onze Minister verzamelt, analyseert en bewerkt systematisch inlichtingen en gegevens met betrekking tot de leverings- en voorzieningszekerheid, in het bijzonder met betrekking tot:
a. het evenwicht van vraag en aanbod op de nationale markt,
b. het niveau van de verwachte toekomstige vraag,
c. de geplande of in aanbouw zijnde extra productie- en netwerkcapaciteit,
d. de kwaliteit en de staat van onderhoud van de netten, en
e. de maatregelen in geval van piekbelasting of het in gebreke blijven van een of meerdere leveranciers.
2.
Onze Minister publiceert jaarlijks uiterlijk op 31 juli op geschikte wijze een verslag van zijn bevindingen die het verzamelen, analyseren en bewerken van de inlichtingen en gegevens over de onderwerpen, genoemd in het eerste lid, heeft opgeleverd, alsmede van de getroffen of voorgenomen maatregelen met betrekking tot die onderwerpen. Hij zendt het verslag onverwijld naar de Europese Commissie en doet mededeling ervan in de Staatscourant, onder vermelding van de wijze waarop het verslag kan worden geraadpleegd.
3.
Ter uitvoering van de taak, bedoeld in het eerste lid, kunnen bij ministeriële regeling nadere regels worden gesteld omtrent:
a. de gegevens en inlichtingen waarvan Onze Minister kan verlangen dat zij hem worden verstrekt,
b. degenen van wie Onze Minister, onverminderd artikel 78, kan verlangen dat zij hem gegevens en inlichtingen verstrekken, en
c. de termijn waarbinnen, de wijze waarop en de vorm waarin de gegevens en inlichtingen aan Onze Minister worden verstrekt.
4.
Het verslag bedoeld in het tweede lid wordt in nauwe samenwerking met de netbeheerder van het landelijk hoogspanningsnet opgesteld die voorzover van toepassing daarover overleg pleegt met de relevante netbeheerders van aangrenzende landen. In het verslag wordt ingegaan op de algehele toereikendheid van het stroomvoorzieningsysteem en de geraamde vraag naar elektriciteit waarbij in elk geval aandacht wordt besteed aan:
a. de operationele netwerkveiligheid,
b. het geraamde evenwicht tussen aanbod en vraag in de komende vijf jaar,
c. de vooruitzichten inzake de elektriciteitsvoorziening voor de periode tussen vijf en vijftien jaar na de datum van verslaglegging, en
d. de voornemens van de netbeheerder van het landelijk hoogspanningsnet en voor zover bekend van andere partijen voor de komende vijf of meer kalenderjaren op het gebied van investeringen ter voorziening in landgrensoverschrijdende netten.
5.
Bij het onderdeel van het verslag waarin aandacht wordt besteed aan de investeringsvoornemens in landgrensoverschrijdende netten als bedoeld in het vierde lid, onderdeel d, wordt met betrekking tot die voornemens rekening gehouden met:
a. de beginselen van congestiebeheer, zoals vermeld in verordening 714/2009,
b. de bestaande en geplande transportlijnen,
c. verwachte patronen op het gebied van productie, levering, grensoverschrijdende handel en verbruik waarbij ruimte is voor vraagbeheersmaatregelen, en
d. regionale, nationale en Europese doelstellingen voor duurzame ontwikkeling met inbegrip van de projecten die zijn opgenomen in bijlage I bij Beschikking nr. 1364/2006/EG.
Inhoudsopgave
- Hoofdstuk 1. Algemene bepalingen
+ Hoofdstuk 2. Uitvoering en toezicht
+ Hoofdstuk 2A. Productiecapaciteit
+ Hoofdstuk 3. Transport van elektriciteit
+ Hoofdstuk 4. Voorwaarden wijze van gegevensverwerking
+ Hoofdstuk 5. Duurzame elektriciteitsvoorziening
+ Hoofdstuk 5A. Last onder dwangsom en bestuurlijke boete
+ Hoofdstuk 6. Overige algemene bepalingen
+ Hoofdstuk 7. Wijziging van andere wetten
+ Hoofdstuk 8. Overgangs- en slotbepalingen
Geschiedenis

Geschiedenis-overzicht