1.
Het energierapport geldt met ingang van een bij besluit van Onze Minister vast te stellen tijdstip.
2.
Het besluit wordt niet eerder genomen dan acht weken nadat het energierapport op grond van artikel 3, eerste lid, is overgelegd aan de beide kamers der Staten-Generaal.
3.
Indien door of namens een der kamers der Staten-Generaal binnen acht weken nadat het energierapport is overgelegd, te kennen wordt gegeven dat zij over het energierapport in het openbaar wil beraadslagen, wordt het besluit niet eerder genomen dan zes maanden na de overlegging van het energierapport, dan wel, indien de beraadslagingen op een eerder tijdstip zijn beëindigd, na die beraadslagingen.
Inhoudsopgave
- Hoofdstuk 1. Algemene bepalingen
+ Hoofdstuk 2. Uitvoering en toezicht
+ Hoofdstuk 2A. Productiecapaciteit
+ Hoofdstuk 3. Transport van elektriciteit
+ Hoofdstuk 4. Voorwaarden wijze van gegevensverwerking
+ Hoofdstuk 5. Duurzame elektriciteitsvoorziening
+ Hoofdstuk 5A. Last onder dwangsom en bestuurlijke boete
+ Hoofdstuk 6. Overige algemene bepalingen
+ Hoofdstuk 7. Wijziging van andere wetten
+ Hoofdstuk 8. Overgangs- en slotbepalingen
Geschiedenis

Geschiedenis-overzicht