Wet van 2 juli 1998, houdende regels met betrekking tot de productie, het transport en de levering van elektriciteit (Elektriciteitswet 1998)
Wij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.
Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:
Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het wenselijk is, mede ter uitvoering van richtlijn nr. 96/92/EG van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 19 december 1996 betreffende gemeenschappelijke regels voor de interne markt voor elektriciteit (PbEG 1997, L 27), de mogelijkheden voor opwekking, levering en in- en uitvoer van elektriciteit en voor het gebruik van leidinggebonden elektriciteitswerken te verruimen, en daarvoor met inachtneming van het belang van het betrouwbaar, duurzaam, doelmatig en milieuhygiënisch verantwoord functioneren van de elektriciteitsvoorziening een nieuwe regeling tot stand te brengen met betrekking tot de productie, het transport en de levering van elektriciteit;
Zo is het, dat Wij, de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:
1.
In deze wet en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:
a. Onze Minister: Onze Minister van Economische Zaken;
b. aansluiting: één of meer verbindingen tussen een net en een onroerende zaak als bedoeld in artikel 16, onderdelen a tot en met e, van de Wet waardering onroerende zaken, waaronder begrepen één of meer verbindingen tussen een net dat wordt beheerd door een netbeheerder en een net dat beheerd wordt door een ander dan die netbeheerder;
c. afnemer: een ieder die beschikt over een aansluiting op een net;
d. verordening 714/2009: verordening nr. 714/2009 van het Europees Parlement en de Raad van 13 juli 2009 betreffende de voorwaarden voor toegang tot het net voor grensoverschrijdende handel in elektriciteit en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 1228/2003 (Pb EU 2009, L 211);
e. Autoriteit Consument en Markt: de Autoriteit Consument en Markt, genoemd in artikel 2, eerste lid, van de Instellingswet Autoriteit Consument en Markt;
f. leverancier: een organisatorische eenheid die zich bezighoudt met het leveren van elektriciteit;
g. producent: een organisatorische eenheid die zich bezighoudt met het opwekken van elektriciteit;
h. handelaar: een organisatorische eenheid die zich bezighoudt met het sluiten van overeenkomsten betreffende de koop en verkoop van elektriciteit;
i. net: één of meer verbindingen voor het transport van elektriciteit en de daarmee verbonden transformator-, schakel-, verdeel- en onderstations en andere hulpmiddelen, behoudens voor zover deze verbindingen en hulpmiddelen onderdeel uitmaken van een directe lijn of liggen binnen de installatie van een producent of van een afnemer;
j. landelijk hoogspanningsnet: het net, bedoeld in artikel 10, eerste lid;
k. netbeheerder: een vennootschap die op grond van artikel 10, 13 of 14 is aangewezen voor het beheer van een of meer netten;
l. vergunninghouder: een houder van een vergunning als bedoeld in artikel 95a;
m. richtlijn: richtlijn nr. 2009/72/EG van het Europees Parlement en de Raad van 13 juli 2009 betreffende gemeenschappelijke regels voor de interne markt voor elektriciteit en tot intrekking van Richtlijn 2003/54/EG (Pb EU 2009, L 211);
n. notificatierichtlijn: richtlijn nr. 98/34/EG van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 22 juni 1998 betreffende een informatieprocedure op het gebied van normen en technische voorschriften en regels betreffende de diensten van de informatiemaatschappij (PbEG L 204);
o. programma-verantwoordelijkheid: de verantwoordelijkheid van afnemers, niet zijnde afnemers als bedoeld in artikel 95a, eerste lid, en vergunninghouders om programma's met betrekking tot de productie, het transport en het verbruik van elektriciteit op te stellen of te doen opstellen ten behoeve van de netbeheerders en zich met inachtneming van de voorwaarden, bedoeld in artikel 31, te gedragen overeenkomstig die programma's;
p. systeemdiensten: de diensten die de netbeheerder van het landelijk hoogspanningsnet uitvoert om het transport van elektriciteit over alle netten op een veilige en doelmatige wijze te waarborgen, om grootschalige onderbrekingen van het transport van elektriciteit op te lossen, en om de energiebalans op alle netten te handhaven of te herstellen;
q. [vervallen;]
r. verwant bedrijf: een verbonden onderneming in de zin van artikel 41 van de zevende richtlijn nr. 83/349/EEG van de Raad van 13 juni 1983 op de grondslag van artikel 44, tweede lid, onderdeel g, van het Verdrag betreffende de geconsolideerde jaarrekening, of een geassocieerde onderneming in de zin van artikel 33, eerste lid, daarvan of een onderneming die aan dezelfde aandeelhouders toebehoort;
s. biomassa: de biologisch afbreekbare fractie van producten, afvalstoffen en residuen van biologische oorsprong uit de landbouw – met inbegrip van plantaardige en dierlijke stoffen –, de bosbouw en aanverwante bedrijfstakken, met inbegrip van de visserij en de aquacultuur alsmede de biologisch afbreekbare fractie van industrieel en huishoudelijk afval;
t. hernieuwbare energiebronnen: wind, zonne-energie, omgevingslucht-, oppervlaktewater- en aardwarmte, energie uit de oceanen, waterkracht, biomassa, stortgas, rioolwaterzuiveringsgas en biogas;
u. duurzame elektriciteit: elektriciteit, opgewekt in productie-installaties die uitsluitend gebruikmaken van hernieuwbare energiebronnen, alsmede elektriciteit die is opgewekt met hernieuwbare energiebronnen in hybride productie-installaties die ook met conventionele energiebronnen werken, met inbegrip van elektriciteit die is opgewekt met hernieuwbare energiebronnen en die wordt gebruikt voor accumulatiesystemen, en met uitzondering van elektriciteit die afkomstig is van accumulatiesystemen;
v. klimaatneutrale elektriciteit: elektriciteit, opgewekt in een productie-installatie waarin waterstof of elektriciteit wordt geproduceerd uit fossiele energiedragers, waarbij de koolstof of kooldioxide die vrijkomt bij het omzettingsproces, nuttig wordt toegepast of blijvend in de ondergrond wordt opgeslagen, en waarvoor een bij ministeriële regeling omschreven verklaring is verkregen;
w. warmtekrachtkoppeling: de gecombineerde opwekking van warmte en elektriciteit of mechanische energie door verstoking van een brandstof, waarvan de warmte nuttig gebruikt wordt, anders dan voor de productie van elektriciteit;
x. garantie van oorsprong voor duurzame elektriciteit: gegevens op een rekening die betrekking hebben op duurzame elektriciteit en waarmee wordt aangetoond dat een producent met zijn installatie een hoeveelheid duurzame elektriciteit heeft opgewekt;
y. rekening: staat waarop een tegoed van garanties van oorsprong voor duurzame elektriciteit of garanties van oorsprong voor elektriciteit opgewekt in een installatie voor hoogrenderende warmtekrachtkoppeling kan worden geboekt in het elektronische systeem voor het uitgeven en innemen van garanties van oorsprong voor duurzame elektriciteit of garanties van oorsprong voor elektriciteit opgewekt in een installatie voor hoogrenderende warmtekrachtkoppeling dat in stand wordt gehouden door de garantiebeheerinstantie en waarmee wordt bijgehouden voor welke hoeveelheid duurzame elektriciteit garanties van oorsprong voor duurzame elektriciteit of garanties van oorsprong voor elektriciteit opgewekt in een installatie voor hoogrenderende warmtekrachtkoppeling zijn verstrekt en aan wie de garanties van oorsprong voor duurzame elektriciteit of garanties van oorsprong voor elektriciteit opgewekt in een installatie voor hoogrenderende warmtekrachtkoppeling op enig moment toekomen;
z. garantiebeheerinstantie: de op grond van artikel 73, tweede lid, aangewezen instantie;
aa. economische eigendom: het krachtens een rechtsverhouding gerechtigd zijn tot alle rechten en bevoegdheden ten aanzien van een goed, met uitzondering van het recht op levering, en het gehouden zijn om alle verplichtingen ten aanzien van dat goed voor zijn rekening te nemen en daarmee het volledige risico van waardeverandering of tenietgaan van het goed te dragen, zonder dat het goed geleverd is;
ab. installatie voor hoogrenderende warmtekrachtkoppeling: installatie voor de opwekking van elektriciteit door middel van warmtekrachtkoppeling in de zin van artikel 2, punt 34, van richtlijn 2012/27/EU van het Europees Parlement en de Raad van 25 oktober 2012 betreffende energie-efficiëntie, tot wijziging van Richtlijnen 2009/125/EG en 2010/30/EU en houdende intrekking van de Richtlijnen 2004/8/EG en 2006/32/EG (PbEU 2012, L 315);
ac. garantie van oorsprong voor elektriciteit opgewekt in een installatie voor hoogrenderende warmtekrachtkoppeling: gegevens op een rekening die betrekking hebben op elektriciteit opgewekt door middel van hoogrenderende warmtekrachtkoppeling, waarmee wordt aangetoond dat een producent met zijn installatie een hoeveelheid elektriciteit door middel van hoogrenderende warmtekrachtkoppeling heeft opgewekt en op een net heeft ingevoed;
ad. leveringszekerheid: het vermogen van een net om elektriciteit te leveren aan afnemers;
ae. operationele netwerkveiligheid: het vermogen van het landelijk hoogspanningsnet om in voorzienbare omstandigheden operationeel te blijven;
af. meetinrichting: het gehele samenstel van apparatuur dat ten minste tot doel heeft de uitgewisselde elektriciteit te meten;
ag. meetbedrijf: een organisatorische eenheid die zich bezighoudt met het collecteren, valideren en vaststellen van meetgegevens betreffende elektriciteit;
ah. productie-installatie: een installatie, bestaande uit één of meer productie-eenheden, voor de opwekking van elektriciteit.
ai. [Red: dit onderdeel is nog niet in werking getreden;]
aj. [Red: dit onderdeel is nog niet in werking getreden;]
ak. [Red: dit onderdeel is nog niet in werking getreden;]
al. verordening 713/2009: verordening nr. 713/2009 van het Europees Parlement en de Raad van 13 juli 2009 tot oprichting van een agentschap voor de samenwerking tussen energieregulators (Pb EU 2009, L 211);
am. Agentschap: het agentschap, bedoeld in artikel 1, eerste lid, van verordening 713/2009;
an. producent van gas: een producent als bedoeld in artikel 1, onderdeel ag, van de Gaswet;
ao. leverancier van gas: een leverancier als bedoeld in artikel 1, onderdeel ah, van de Gaswet;
ap. handelaar in gas: een handelaar als bedoeld in artikel 1, onderdeel ai, van de Gaswet;
aq. gesloten distributiesysteem: een net, niet zijnde het landelijk hoogspanningsnet,
1°. dat ligt binnen een geografisch afgebakende industriële locatie, commerciële locatie of locatie met gedeelde diensten,
2°. waarop minder dan 500 afnemers zijn aangesloten en
3°. dat alleen niet-huishoudelijke afnemers van elektriciteit voorziet, tenzij er sprake is van incidenteel gebruik door een klein aantal huishoudelijke afnemers dat werkzaam is bij of vergelijkbare betrekkingen heeft met de eigenaar van het gesloten distributiesysteem;
ar. directe lijn: een of meer verbindingen voor het transport van elektriciteit, behoudens voor zover die gelegen is binnen een installatie, die:
1°. niet verbonden is met een net of met een andere verbinding voor het transport van elektriciteit en die een geïsoleerde productie-installatie van een producent rechtstreeks verbindt met een geïsoleerde verbruiker van elektriciteit, niet zijnde de producent of
2°. ten hoogste via de installatie van één aangeslotene op de verbinding is verbonden met een net of met een andere verbinding voor het transport van elektriciteit en die een productie-installatie van een producent, met tussenkomst van een leverancier, rechtstreeks verbindt met één of meer verbruikers van elektriciteit, niet zijnde de producent of in hoofdzaak huishoudelijke verbruikers, teneinde te voorzien in de elektriciteitsbehoefte van deze verbruikers;
as. landsgrensoverschrijdend net: een net dat de grens tussen ten minste twee landen overschrijdt en dat de netten van die landen onderling koppelt;
at. interconnector-beheerder: een beheerder van een landsgrensoverschrijdend net dat geen deel uitmaakt van het landelijk hoogspanningsnet;
au. verordening 1227/2011: verordening (EU) nr. 1227/2011 van het Europees Parlement en de Raad van 25 oktober 2011 betreffende de integriteit en transparantie van de groothandelsmarkt voor energie (PbEU 2011, L 326), alsmede de door de Europese Commissie vastgestelde gedelegeerde en uitvoeringshandelingen op grond van verordening 1227/2011;
av. marktdeelnemer: een marktdeelnemer als bedoeld in artikel 2, zevende lid, van verordening 1227/2011;
aw. Autoriteit Financiële Markten: de Autoriteit Financiële Markten, genoemd in artikel 1:1 van de Wet op het financieel toezicht;
ax. bindende gedragslijn: een zelfstandige last die niet wegens een overtreding wordt opgelegd;
ay. zelfstandige last: de enkele last tot het verrichten van bepaalde handelingen, bedoeld in artikel 5:2, tweede lid, van de Algemene wet bestuursrecht, ter bevordering van de naleving van wettelijke voorschriften.
2.
Voor de toepassing van het bij of krachtens deze wet bepaalde wordt als afnemer, niet zijnde een afnemer als bedoeld in artikel 95a, eerste lid, beschouwd een organisatorische eenheid die zich in hoofdzaak bezig houdt met het openbaar vervoer per metro, tram of trolley, met mijnbouwkundige activiteiten, met het beheer en de exploitatie van telecommunicatie- en kabelnetwerken, met het beheer van de openbare verlichting of van verkeersregelinstallaties, dan wel met riolering, bemaling, waterzuivering of transport en distributie van water, mits:
a. deze eenheid daarbij uitsluitend ingevolge de technische aard van de bedrijfsuitoefening beschikt over verscheidene aansluitingen,
b. het totale aan de eenheid voor die bedrijfsuitoefening beschikbaar gestelde vermogen meer bedraagt dan 2 MVA en
c. de bedrijfsuitoefening door deze eenheid op fysiek geïntegreerde basis geschiedt.
3.
Een onderneming die zich in hoofdzaak bezighoudt met het vervoer van personen of goederen per trein wordt in afwijking van het eerste lid, onderdeel c, aangemerkt als afnemer, niet zijnde een afnemer als bedoeld in artikel 95a, eerste lid, ook indien zij geen aansluiting heeft op een net.
4.
Deze wet en de daarop berustende bepalingen zijn mede van toepassing op landsgrensoverschrijdende netten die zijn gelegen binnen de Nederlandse exclusieve economische zone en op installaties voor de opwekking van elektriciteit die zijn gevestigd binnen de Nederlandse exclusieve economische zone, alsmede de daarmee opgewekte elektriciteit.
5.
Productie-installaties voor de opwekking van elektriciteit met behulp van windenergie op het land die behoren tot eenzelfde onderneming of instelling en die onderling technische, organisatorische of functionele bindingen hebben en in elkaars onmiddelijke nabijheid zijn gelegen, worden geacht te beschikken over één aansluiting.
1.
Onze Minister stelt ten minste eenmaal in de vier jaar een energierapport vast dat richting geeft aan van rijkswege in de eerstvolgende vier jaar te nemen beslissingen voor zover daarbij het belang van het betrouwbaar, duurzaam, doelmatig en milieuhygiënisch verantwoord functioneren van de elektriciteitsvoorziening in beschouwing moet of kan worden genomen. Bij de voorbereiding van een energierapport betrekt Onze Minister de naar zijn oordeel bij de te behandelen onderwerpen meest belanghebbende bestuursorganen, instellingen en organisaties.
2.
Voor zover het energierapport onderdelen betreft die tot de verantwoordelijkheid behoren van Onze Minister van Infrastructuur en Milieu, wordt het rapport vastgesteld na overleg met voornoemde minister.
3.
Het energierapport bevat ten minste:
a. een analyse van de ontwikkelingen op de nationale en internationale energiemarkt en de effecten daarvan op een betrouwbaar, duurzaam, doelmatig en milieuhygiënisch verantwoord functionerende energiehuishouding;
b. een analyse van veranderingen in het gebruik van energiebronnen voor het opwekken van elektriciteit en van de wijze waarop en de mate waarin zich een duurzame energiehuishouding ontwikkelt;
c. een analyse van de ontwikkeling van de marktwerking in de energievoorziening;
d. een overzicht van de beoogde resultaten inzake de bevordering van een betrouwbaar, duurzaam, doelmatig en milieuhygiënisch verantwoord functionerende energiehuishouding en van de wijzen waarop die resultaten in de desbetreffende periode van vier jaar zullen worden nagestreefd;
e. een analyse van overige aspecten die van belang kunnen zijn in het kader van het energiebeleid in het algemeen.
1.
Zodra het energierapport is vastgesteld, doet Onze Minister hiervan mededeling door het rapport aan de beide kamers der Staten-Generaal over te leggen.
2.
Onze Minister maakt de vaststelling van het energierapport bekend in de Staatscourant en geeft daarbij aan op welke wijze kennis kan worden gekregen van de inhoud van het energierapport.
1.
Het energierapport geldt met ingang van een bij besluit van Onze Minister vast te stellen tijdstip.
2.
Het besluit wordt niet eerder genomen dan acht weken nadat het energierapport op grond van artikel 3, eerste lid, is overgelegd aan de beide kamers der Staten-Generaal.
3.
Indien door of namens een der kamers der Staten-Generaal binnen acht weken nadat het energierapport is overgelegd, te kennen wordt gegeven dat zij over het energierapport in het openbaar wil beraadslagen, wordt het besluit niet eerder genomen dan zes maanden na de overlegging van het energierapport, dan wel, indien de beraadslagingen op een eerder tijdstip zijn beëindigd, na die beraadslagingen.
1.
Onze Minister verzamelt, analyseert en bewerkt systematisch inlichtingen en gegevens met betrekking tot de leverings- en voorzieningszekerheid, in het bijzonder met betrekking tot:
a. het evenwicht van vraag en aanbod op de nationale markt,
b. het niveau van de verwachte toekomstige vraag,
c. de geplande of in aanbouw zijnde extra productie- en netwerkcapaciteit,
d. de kwaliteit en de staat van onderhoud van de netten, en
e. de maatregelen in geval van piekbelasting of het in gebreke blijven van een of meerdere leveranciers.
2.
Onze Minister publiceert jaarlijks uiterlijk op 31 juli op geschikte wijze een verslag van zijn bevindingen die het verzamelen, analyseren en bewerken van de inlichtingen en gegevens over de onderwerpen, genoemd in het eerste lid, heeft opgeleverd, alsmede van de getroffen of voorgenomen maatregelen met betrekking tot die onderwerpen. Hij zendt het verslag onverwijld naar de Europese Commissie en doet mededeling ervan in de Staatscourant, onder vermelding van de wijze waarop het verslag kan worden geraadpleegd.
3.
Ter uitvoering van de taak, bedoeld in het eerste lid, kunnen bij ministeriële regeling nadere regels worden gesteld omtrent:
a. de gegevens en inlichtingen waarvan Onze Minister kan verlangen dat zij hem worden verstrekt,
b. degenen van wie Onze Minister, onverminderd artikel 78, kan verlangen dat zij hem gegevens en inlichtingen verstrekken, en
c. de termijn waarbinnen, de wijze waarop en de vorm waarin de gegevens en inlichtingen aan Onze Minister worden verstrekt.
4.
Het verslag bedoeld in het tweede lid wordt in nauwe samenwerking met de netbeheerder van het landelijk hoogspanningsnet opgesteld die voorzover van toepassing daarover overleg pleegt met de relevante netbeheerders van aangrenzende landen. In het verslag wordt ingegaan op de algehele toereikendheid van het stroomvoorzieningsysteem en de geraamde vraag naar elektriciteit waarbij in elk geval aandacht wordt besteed aan:
a. de operationele netwerkveiligheid,
b. het geraamde evenwicht tussen aanbod en vraag in de komende vijf jaar,
c. de vooruitzichten inzake de elektriciteitsvoorziening voor de periode tussen vijf en vijftien jaar na de datum van verslaglegging, en
d. de voornemens van de netbeheerder van het landelijk hoogspanningsnet en voor zover bekend van andere partijen voor de komende vijf of meer kalenderjaren op het gebied van investeringen ter voorziening in landgrensoverschrijdende netten.
5.
Bij het onderdeel van het verslag waarin aandacht wordt besteed aan de investeringsvoornemens in landgrensoverschrijdende netten als bedoeld in het vierde lid, onderdeel d, wordt met betrekking tot die voornemens rekening gehouden met:
a. de beginselen van congestiebeheer, zoals vermeld in verordening 714/2009,
b. de bestaande en geplande transportlijnen,
c. verwachte patronen op het gebied van productie, levering, grensoverschrijdende handel en verbruik waarbij ruimte is voor vraagbeheersmaatregelen, en
d. regionale, nationale en Europese doelstellingen voor duurzame ontwikkeling met inbegrip van de projecten die zijn opgenomen in bijlage I bij Beschikking nr. 1364/2006/EG.
1.
De Autoriteit Consument en Markt is belast met de aan haar opgedragen taken ter uitvoering van het bepaalde bij of krachtens deze wet, verordening 714/2009, verordening 713/2009 en verordening 1227/2011, alsmede met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens deze wet, verordening 714/2009, verordening 713/2009 en verordening 1227/2011.
2.
De Autoriteit Consument en Markt is de regulerende instantie, bedoeld in artikel 35, eerste lid, van de richtlijn en artikel 2, tweede lid, onderdeel a, van verordening 714/2009.
3.
De Autoriteit Consument en Markt houdt bij de uitoefening van de haar op grond van deze wet toegekende taken en bevoegdheden rekening met artikel 36 van de richtlijn.
4.
De Autoriteit Consument en Markt werkt, onder meer teneinde de nationale markten op één of meer geografische gebieden als bedoeld in artikel 12, derde lid, van verordening 714/2009 te integreren en samenwerking tussen de netbeheerder van het landelijk hoogspanningnet en buitenlandse instellingen die op grond van nationale wettelijke regels zijn belast met het beheer van een transmissiesysteem als bedoeld in artikel 2, onderdeel 4, van de richtlijn in deze gebieden aan te moedigen, samen met:
a. instellingen in andere lidstaten van de Europese Unie die op grond van nationale wettelijke regels zijn belast met de toepassing van de regels op het gebied van elektriciteit;
b. het Agentschap.
5.
De Autoriteit Consument en Markt draagt bij aan de compatibiliteit van gegevensuitwisselingsprocessen voor de belangrijkste marktprocessen in één of meer geografische gebieden als bedoeld in artikel 12, derde lid, van verordening 714/2009.
6.
De Autoriteit Consument en Markt beslist over de goedkeuring van de door de netbeheerder van het landelijk hoogspanningsnet gehanteerde congestiebeheersprocedures voor landsgrensoverschrijdende netten.
Artikel 5a
De Autoriteit Consument en Markt kan een bindende gedragslijn opleggen in verband met de naleving van het bepaalde bij of krachtens deze wet, verordening 714/2009, verordening 713/2009 en verordening 1227/2011.
Artikel 5b
De Autoriteit Consument en Markt volgt nauwlettend in welke mate de elektriciteitsmarkt aan de doelstellingen, bedoeld in artikel 36 van de richtlijn, voldoet. Tevens volgt zij:
a. de samenhang tussen de voorgenomen investeringen, bedoeld in artikel 21, tweede lid, van de netbeheerder van het landelijk hoogspanningnet en de netontwikkelingsplannen als bedoeld in artikel 8, derde lid, onderdeel b, van verordening 714/2009;
b. het niveau van transparantie, met inbegrip van de groothandelsprijzen;
c. het niveau en de doeltreffendheid van openstelling van de markt en de mededinging op groot- en kleinverbruikersniveau;
d. het bestaan van praktijken gericht op het aangaan van overeenkomsten die afnemers, niet zijnde afnemers als bedoeld in artikel 95a, eerste lid, kunnen weerhouden van of hen beperkingen kunnen opleggen met betrekking tot een keuze voor het gelijktijdig sluiten van overeenkomsten met meer dan een leverancier;
e. de investeringen in productiecapaciteit met het oog op de continuïteit van de voorziening;
f. de technische samenwerking tussen de netbeheerder van het landelijk hoogspanningsnet en buitenlandse instellingen die op grond van nationale wettelijke regels zijn belast met het beheer van een transmissiesysteem als bedoeld in artikel 2, onderdeel 4, van de richtlijn.
1.
Onverminderd de verplichting tot het opstellen van een jaarverslag, bedoeld in artikel 18, eerste lid, van de Kaderwet zelfstandige bestuursorganen, brengt de Autoriteit Consument en Markt jaarlijks verslag uit over de uitvoering van haar taken, bedoeld in artikel 5, eerste lid. Het verslag bevat een overzicht van de behaalde resultaten en genomen maatregelen.
2.
De Autoriteit Consument en Markt zendt het verslag toe aan Onze Minister, het Agentschap en de Europese Commissie.
1.
In afwijking van artikel 7, eerste lid, van de Instellingswet Autoriteit Consument en Markt en onverminderd artikel 7, derde lid, van die wet is de Autoriteit Consument en Markt bevoegd gegevens of inlichtingen te verstrekken aan het Agentschap, voor zover die gegevens of inlichtingen van betekenis kunnen zijn voor de uitoefening van de taak van het Agentschap.
1.
Bij algemene maatregel van bestuur kan, met inachtneming van bindende besluiten van de Raad van de Europese Unie, van het Europees Parlement en de Raad gezamenlijk of van de Europese Commissie, bij wege van experiment worden afgeweken van het bepaalde bij of krachtens deze wet.
2.
Er kan uitsluitend toepassing worden gegeven aan het eerste lid indien het experiment bijdraagt aan ontwikkelingen op het gebied van de productie, het transport en de levering van decentraal opgewekte duurzame elektriciteit, of elektriciteit opgewekt in een installatie voor warmtekrachtkoppeling en past binnen verantwoorde financiële kaders van het Rijk.
3.
Bij de algemene maatregel van bestuur, bedoeld in het eerste lid, worden regels gesteld over experimenten als bedoeld in het eerste lid, waarbij in elk geval wordt bepaald:
a. welke afwijking of afwijkingen van deze wet zijn toegestaan,
b. voor welke categorieën afnemers de afwijkingen gelden en de omvang van de groep afnemers waarvoor een afwijking geldt,
c. de ten hoogste toegestane tijdsduur van die afwijking of afwijkingen,
d. het aantal situaties waarin een afwijking is toegestaan en
e. de wijze waarop wordt vastgesteld of een afwijking aan haar doel beantwoordt, en of de tijdsduur daarvan aanpassing behoeft.
4.
Onze Minister zendt uiterlijk drie maanden na de beëindiging van een experiment een verslag over de doeltreffendheid en de effecten ervan, alsmede een standpunt inzake de voortzetting ervan anders dan als experiment, aan de Tweede Kamer der Staten-Generaal.
5.
De voordracht voor een krachtens het eerste lid vast te stellen algemene maatregel van bestuur wordt niet eerder gedaan dan vier weken nadat het ontwerp aan beide kamers der Staten-Generaal is overgelegd.
1.
Indien naar het oordeel van Onze Minister om de leverings- en voorzieningszekerheid te waarborgen onvoldoende productie-installaties worden gebouwd, kan hij een procedure starten overeenkomstig artikel 8 van de richtlijn.
2.
Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen nadere regels worden gesteld over de in artikel 8 van de richtlijn bedoelde procedure.
1.
De procedure, bedoeld in artikel 3.35, eerste lid, aanhef en onderdeel c, van de Wet ruimtelijke ordening, is van toepassing op de aanleg en uitbreiding van:
a. een productie-installatie, met inbegrip van de aansluiting van die installatie op een net, met een capaciteit van ten minste 100 MW, indien het betreft een installatie voor de opwekking van duurzame elektriciteit met behulp van windenergie;
b. een productie-installatie, met inbegrip van de aansluiting van die installatie op een net, met een capaciteit van ten minste 50 MW, indien het betreft een installatie voor de opwekking van duurzame elektriciteit anders dan met behulp van windenergie;
c. een productie-installatie, met inbegrip van de aansluiting van die installatie op een net, met een capaciteit van ten minste 500 MW, indien het betreft een installatie voor de opwekking van andere dan duurzame elektriciteit.
2.
De procedure, bedoeld in artikel 3.35, eerste lid, aanhef en onderdeel c, van de Wet ruimtelijke ordening is eveneens van toepassing op de uitbreiding van een productie-installatie voor de opwekking van andere dan duurzame elektriciteit, met inbegrip van de aansluiting van die installatie op een net, indien door die uitbreiding de capaciteit van die productie-installatie wordt vergroot tot ten minste 500 MW.
3.
De producent meldt een voornemen tot aanleg of uitbreiding van een productie-installatie als bedoeld in het eerste of tweede lid, zo spoedig mogelijk schriftelijk aan Onze Minister. Bij ministeriële regeling kan voor het doen van de melding en de daarbij te verstrekken gegevens een formulier worden vastgesteld.
4.
Indien, in aanmerking genomen de omvang, aard en ligging van een installatie als bedoeld in het eerste of tweede lid, alsmede het aantal voor de aanleg of uitbreiding van die installatie benodigde besluiten, redelijkerwijs niet valt te verwachten dat toepassing van de procedure, bedoeld in het eerste of tweede lid, de besluitvorming in betekenende mate zal versnellen of daaraan anderszins aanmerkelijke voordelen zijn verbonden, kan Onze Minister bepalen dat:
a. geen van de procedures, bedoeld in artikel 3.35, eerste lid,
b. uitsluitend de procedure, bedoeld in artikel 3.35, eerste lid, aanhef en onderdeel a,
c. uitsluitend de procedure, bedoeld in artikel 3.35, eerste lid, aanhef en onderdeel b, of
d. de procedure, bedoeld in artikel 3.35, eerste lid, aanhef en onderdeel a, gevolgd door de procedure, bedoeld in artikel 3.35, eerste lid, aanhef en onderdeel b, van de Wet ruimtelijke ordening, van toepassing zijn of is op de aanleg of de uitbreiding van die installatie. Onze Minister hoort de producent en de betrokken bestuursorganen over een voornemen toepassing te geven aan de bevoegdheid, bedoeld in de eerste volzin.
1.
Onze Minister is de aangewezen minister, bedoeld in artikel 3.35, tweede en derde lid, van de Wet ruimtelijke ordening.
2.
Indien toepassing wordt gegeven aan artikel 3.28, vierde lid, van de Wet ruimtelijke ordening treden, in afwijking van dat artikellid, Onze Minister en Onze Minister van Infrastructuur en Milieu gezamenlijk in de plaats van burgemeester en wethouders ten aanzien van de bevoegdheden en verplichtingen, bedoeld in dat artikellid.
3.
Onze Minister kan, in overeenstemming met het gevoelen van de ministerraad, bepalen dat Onze Minister en Onze Minister wie het mede aangaat, met overeenkomstige toepassing van artikel 3.35, derde lid, vierde volzin, van de Wet ruimtelijke ordening, één of meer besluiten nemen die nodig zijn voor de aanleg of uitbreiding van een daarbij aangewezen productie-installatie als bedoeld in artikel 9b, eerste lid.
1.
Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden de besluiten aangewezen die voor de aanleg of uitbreiding van een productie-installatie als bedoeld in artikel 9b, eerste lid, in ieder geval besluiten als bedoeld in artikel 3.35, eerste lid, onderdeel b, van de Wet ruimtelijke ordening zijn.
2.
Onze Minister kan ten behoeve van de aanleg of uitbreiding van een productie-installatie als bedoeld in artikel 9b, eerste lid, tevens één of meer andere besluiten dan de bij of krachtens het eerste lid aangewezen besluiten aanwijzen als besluiten als bedoeld in artikel 3.35, eerste lid, onderdeel b, van de Wet ruimtelijke ordening.
3.
Onze Minister kan, indien een bij of krachtens het eerste lid aangewezen besluit de toepassing van de procedure, bedoeld in artikel 9b, eerste lid, zou belemmeren of ernstig bemoeilijken, bepalen dat het desbetreffende besluit, in afwijking van de in het eerste lid bedoelde algemene maatregel van bestuur, niet als een besluit als bedoeld in artikel 3.35, eerste lid, onderdeel b, van de Wet ruimtelijke ordening wordt aangemerkt.
1.
Provinciale staten zijn bevoegd voor de aanleg of uitbreiding van een productie-installatie voor opwekking van duurzame elektriciteit met behulp van windenergie met een capaciteit van ten minste 5 maar niet meer dan 100 MW, met inbegrip van de aansluiting van die installatie op een net, gronden aan te wijzen en daarvoor een inpassingsplan als bedoeld in artikel 3.26, eerste lid, van de Wet ruimtelijke ordening vast te stellen. De gemeenteraad is voor de duur van tien jaren na de vaststelling van het inpassingsplan niet bevoegd voor die gronden een bestemmingsplan vast te stellen.
2.
Provinciale staten geven in ieder geval toepassing aan de bevoegdheid op grond van het eerste lid indien een producent een voornemen tot de aanleg of uitbreiding van een productie-installatie als bedoeld in het eerste lid schriftelijk bij hen heeft gemeld en de betrokken gemeente een aanvraag van die producent tot vaststelling dan wel wijziging van een bestemmingplan ten behoeve van de realisatie van dat voornemen heeft afgewezen. Voor het doen van de melding en de daarbij te verstrekken gegevens kunnen provinciale staten een formulier vaststellen.
3.
Artikel 3.26, tweede en derde lid, van de Wet ruimtelijke ordening is van overeenkomstige toepassing. Artikel 3.26, vijfde lid, van de Wet ruimtelijke ordening is niet van toepassing.
4.
Indien provinciale staten toepassing geven aan de in het eerste lid bedoelde bevoegdheid, oefenen gedeputeerde staten de bevoegdheden en voeren de verplichtingen, bedoeld in artikel 3.6, eerste lid, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht uit en beslissen op een aanvraag om een omgevingsvergunning voor een activiteit als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onder a, b, c of g, van die wet. Gedeputeerde staten zenden terstond een afschrift aan burgemeester en wethouders van beschikkingen die zijn gegeven met toepassing van de bevoegdheden, bedoeld in de eerste volzin.
5.
Het tweede lid is niet van toepassing indien is voldaan aan de krachtens het zesde lid voor die provincie gestelde minimum realisatienorm.
6.
Bij algemene maatregel van bestuur op voordracht van Onze Minister wordt per provincie een minimum realisatienorm vastgesteld. De voordracht voor de algemene maatregel van bestuur wordt niet eerder gedaan dan vier weken nadat het ontwerp aan beide kamers der Staten-Generaal is overgelegd.
1.
Gedeputeerde staten coördineren de voorbereiding en bekendmaking van de besluiten, aangewezen op grond van artikel 9d, eerste lid, ten behoeve van de aanleg of uitbreiding van een productie-installatie als bedoeld in artikel 9e, eerste lid.
2.
Gedeputeerde staten nemen de in het eerste lid bedoelde besluiten met uitsluiting van het in eerste aanleg bevoegde bestuursorgaan, tenzij dit een bestuursorgaan van het Rijk is.
3.
Gedeputeerde staten geven ten aanzien van de ontwerpen van de besluiten, bedoeld in het eerste lid, gezamenlijk toepassing aan artikel 3:11, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht en voegen de kennisgevingen, bedoeld in artikel 3:12 van die wet, samen in een kennisgeving die door hen wordt gedaan.
4.
Voor zover de aanleg of de uitbreiding, bedoeld in het eerste lid, onevenredig wordt belemmerd door bepalingen die – al dan niet krachtens de wet – bij of krachtens een regeling van een gemeente of waterschap zijn vastgesteld, kunnen die bepalingen bij het nemen of uitvoeren van de besluiten, bedoeld in het eerste lid, om dringende redenen buiten toepassing worden gelaten.
6.
Gedeputeerde staten kunnen bepalen dat het eerste lid niet van toepassing is op een productie-installatie als bedoeld in artikel 9e, eerste lid, indien:
a. in aanmerking genomen de omvang, aard en ligging van de desbetreffende productie-installatie, redelijkerwijze niet valt te verwachten dat toepassing van het eerste lid de besluitvorming in betekenende mate zal versnellen of dat daaraan anderszins aanmerkelijke voordelen zijn verbonden, of
b. is voldaan aan de krachtens artikel 9e, zesde lid, voor die provincie gestelde minimum realisatienorm.
Artikel 9g
De aanleg of uitbreiding van een productie-installatie als bedoeld in artikel 9e, eerste lid, wordt voor de toepassing van de Belemmeringenwet Privaatrecht aangemerkt als openbaar werk van algemeen nut. Artikel 3.36a, derde lid, van de Wet ruimtelijke ordening is van overeenkomstige toepassing.
1
Een producent die elektriciteit levert met een directe lijn aan verbruikers van elektriciteit meldt zo spoedig mogelijk na ingebruikname van een directe lijn aan de Autoriteit Consument en Markt:
a. zijn naam en adres;
b. een globale beschrijving van de directe lijn;
c. een aanduiding van de locatie waar de directe lijn zich bevindt.
2.
De producent meldt een significante wijziging ten opzichte van een eerdere melding zo spoedig mogelijk na doorvoering van de betreffende wijziging aan de Autoriteit Consument en Markt. Onder een significante wijziging wordt in ieder geval verstaan een wijziging van het aantal aangeslotenen op de directe lijn, een wijziging van de eigenaar van de directe lijn of een wijziging in de eventuele verbinding met een net.
1.
Het landelijk hoogspanningsnet omvat de netten die bestemd zijn voor transport van elektriciteit op een spanningsniveau van 110 kV of hoger en die als zodanig worden bedreven en landsgrensoverschrijdende netten met wisselstroom.
2.
Onze Minister wijst op verzoek een naamloze of een besloten vennootschap voor tien jaar als netbeheerder van het landelijk hoogspanningsnet aan. Bij het verzoek wordt een besluit van de Autoriteit Consument en Markt overgelegd waaruit blijkt dat is voldaan aan het bepaalde bij of krachtens artikel 10a, vierde lid, en 10b.
3.
De Autoriteit Consument en Markt besluit op verzoek van degene die wenst te worden aangewezen als netbeheerder van het landelijk hoogspanningsnet of naar aanleiding van een situatie, bedoeld in het achtste lid, of is voldaan aan het bepaalde bij of krachtens artikel 10a, vierde lid, en 10b.
4.
De Autoriteit Consument en Markt neemt de beschikking, bedoeld in het derde lid, overeenkomstig de procedure van artikel 10, vijfde en zesde lid, van de richtlijn en artikel 3 van verordening 714/2009.
5.
De Europese Commissie kan van een producent, een leverancier of de netbeheerder van het landelijk hoogspanningsnet de gegevens en inlichtingen verlangen die zij nodig heeft voor de uitvoering van artikel 10 van de richtlijn.
6.
Degene aan wie een verzoek is gedaan om gegevens en inlichtingen te verstrekken als bedoeld in het vijfde lid, is verplicht binnen de door de Europese Commissie gestelde redelijke termijn alle medewerking te verlenen die deze redelijkerwijs kan vorderen bij de uitoefening van haar bevoegdheden.
7.
De netbeheerder van het landelijk hoogspanningsnet meldt de Autoriteit Consument en Markt omstandigheden die aanleiding kunnen geven tot herziening van de beschikking, bedoeld in het derde lid.
8.
De Autoriteit Consument en Markt kan de beschikking, bedoeld in het derde lid, wijzigen of intrekken:
a. naar aanleiding van een melding als bedoeld in het zevende lid;
b. naar aanleiding van gewijzigde omstandigheden;
c. op verzoek van de Europese Commissie.
9.
Degene aan wie een ander net toebehoort dan het landelijk hoogspanningsnet of een landsgrensoverschrijdend net, wijst voor het beheer van dat net een of meer naamloze of besloten vennootschappen als netbeheerder aan.
10.
Een aanwijzing als bedoeld in het negende lid geldt voor een periode van tien jaar, te rekenen vanaf de dag waarop Onze Minister heeft ingestemd met de aanwijzing op grond van artikel 12, tweede lid.
1.
Artikel 10, tweede tot en met achtste lid, is van overeenkomstige toepassing voor de aanwijzing van een interconnector-beheerder, met dien verstande dat in afwijking van artikel 10, tweede lid, de interconnector-beheerder geen naamloze of besloten vennootschap behoeft te zijn.
2.
Artikel 14, eerste tot en met derde lid, is van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat in afwijking van artikel 14, eerste lid, de interconnector-beheerder geen naamloze of besloten vennootschap behoeft te zijn.
3.
Voor een interconnector-beheerder zijn uitsluitend de artikelen 16, eerste lid, onderdeel a, b, j, k en l, tweede lid, onderdeel g, k en m en vijftiende lid, 24, 26a, eerste lid, 31a, 51, 52 en 79 van overeenkomstige toepassing.
4.
De op basis van artikel 36 of 37 vastgestelde voorwaarden zijn van toepassing voor zover dit in de voorwaarden is aangegeven. Met betrekking tot deze voorwaarden is artikelen 32 van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat in plaats van «netbeheerder van het landelijk hoogspanningsnet» wordt gelezen «interconnector-beheerder», en maakt de interconnector-beheerder in dat geval deel uit van de gezamenlijke netbeheerders als bedoeld in de artikelen 33 en 34.
5.
Indien de netbeheerder van het landelijk hoogspanningsnet is aangewezen als interconnector-beheerder zijn, in afwijking van het tweede tot en met het vierde lid, de bij of krachtens de Elektriciteitswet 1998 voor de netbeheerder van het landelijk hoogspanningsnet geldende bepalingen van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat het landelijk hoogspanningsnet en het desbetreffende landsgrensoverschrijdende net voor de vaststelling van de tarieven als één net kunnen worden beschouwd.
6.
Indien een persoon uit een derde land zeggenschap heeft over een eigenaar van een landsgrensoverschrijdend net of een interconnector-beheerder, besluit de Autoriteit Consument en Markt in het besluit, bedoeld in artikel 10, derde lid, op verzoek en volgens de procedure van artikel 11 van de richtlijn of is voldaan aan de eisen van artikel 11, derde lid, van de richtlijn.
7.
Bij algemene maatregel van bestuur worden ter implementatie van artikel 9 van de richtlijn nadere regels gesteld voor interconnector-beheerders.
1.
De netbeheerder, met uitzondering van de netbeheerder van het landelijk hoogspanningsnet, beschikt over de economische eigendom van het door hem beheerde net.
2.
Bij gelegenheid van een aanwijzing als bedoeld in artikel 10, negende lid, vindt voor zover nodig overdracht van de economische eigendom aan de aangewezen netbeheerder plaats.
3.
De overdracht geschiedt tegen verrichting van een tegenprestatie waarvan de waarde ten hoogste de opbrengst vertegenwoordigt van de exploitatie van het net, zoals deze op basis van algemene bedrijfseconomische uitgangspunten kan worden afgeleid van de door de Autoriteit Consument en Markt in de daaraan voorafgaande periode van vijf jaar vastgestelde tarieven met betrekking tot het netbeheer. Deze tegenprestatie kan zowel bestaan uit een periodieke uitkering als uit een contant bedrag ineens.
4.
De netbeheerder van het landelijk hoogspanningsnet of een tot de groep als bedoeld in artikel 24b van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek waarvan de netbeheerder van het landelijk hoogspanningsnet deel uitmaakt behorende vennootschap beschikt over de eigendom van het landelijk hoogspanningsnet.
1.
Een netbeheerder maakt geen deel uit van een groep als bedoeld in artikel 24b van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek waartoe ook een rechtspersoon of vennootschap behoort die in Nederland elektriciteit produceert of levert of daarin handelt.
2.
Rechtspersonen en vennootschappen die deel uitmaken van een groep als bedoeld in artikel 24b van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek waartoe ook een rechtspersoon of vennootschap behoort die in Nederland elektriciteit produceert of levert of daarin handelt, houden geen aandelen in een netbeheerder of in een rechtspersoon die deel uitmaakt van een groep waartoe ook een netbeheerder behoort en nemen niet deel in een vennootschap die deel uitmaakt van een groep waartoe ook een netbeheerder behoort.
3.
Een netbeheerder en met de netbeheerder verbonden groepsmaatschappijen als bedoeld in artikel 24b van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek:
a. houden geen aandelen in een rechtspersoon die in Nederland elektriciteit produceert of levert of daarin handelt of in een rechtspersoon die deel uitmaakt van een groep waartoe ook een rechtspersoon behoort die in Nederland elektriciteit produceert of levert of daarin handelt;
b. nemen niet deel in een vennootschap die in Nederland elektriciteit produceert of levert of daarin handelt of in een vennootschap die deel uitmaakt van een groep waartoe ook een rechtspersoon of vennootschap behoort die in Nederland elektriciteit produceert of levert of daarin handelt.
4.
In aanvulling op het eerste tot en met het derde lid:
a. maakt de netbeheerder van het landelijk hoogspanningsnet geen deel uit van een groep als bedoeld in artikel 24b van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek waartoe ook een rechtspersoon of vennootschap behoort die gas produceert of levert of daarin handelt;
b. maakt de netbeheerder van het landelijk hoogspanningsnet geen deel uit van een groep als bedoeld in artikel 24b van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek waartoe een rechtspersoon of vennootschap behoort die activiteiten als bedoeld in het eerste lid of onderdeel a verricht buiten Nederland;
c. oefent de netbeheerder van het landelijk hoogspanningsnet geen directe of indirecte zeggenschap uit over een producent, een leverancier, een producent van gas of een leverancier van gas.
5.
Bij algemene maatregel van bestuur worden ter implementatie van artikel 9 van de richtlijn nadere regels gesteld.
1.
Een producent, leverancier of handelaar wordt niet aangewezen als netbeheerder.
2.
De statuten van de netbeheerder, niet zijnde de netbeheerder van het landelijk hoogspanningsnet, bevatten in ieder geval:
a. de instelling van een raad van commissarissen;
b. de bepaling dat de leden van het bestuur en de meerderheid van de leden van de raad van commissarissen direct noch indirect binding hebben met een producent, een leverancier of een handelaar;
c. in afwijking van artikel 129, derde lid, of artikel 239, derde lid, van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek, de bepaling dat aan de goedkeuring van de raad van commissarissen ten minste zijn onderworpen de besluiten van het bestuur van de rechtspersoon, bedoeld in artikel 164, eerste lid, of artikel 274, eerste lid, van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek;
d. de bepaling dat de aandeelhouders het kader vaststellen voor het bezoldigingsbeleid van de bestuurders;
e. de bepaling dat het reserveren en uitkeren van de jaarlijkse winst geschiedt met de instemming van de aandeelhouders en met inachtneming van de uitvoering van de aan de netbeheerder bij wet opgedragen taken en verplichtingen om zijn netten in werking te hebben, te vernieuwen, te onderhouden en uit te breiden.
3.
Indien een netbeheerder, niet zijnde de netbeheerder van het landelijk hoogspanningsnet, een afhankelijke maatschappij is in de zin van artikel 152 of artikel 262 van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek, behoeven de statuten van die netbeheerder, in afwijking van het tweede lid, onderdeel a, niet te voorzien in de instelling van een raad van commissarissen.
4.
In het in het derde lid bedoelde geval:
a. voldoet een rechtspersoon waarvan de netbeheerder een afhankelijke maatschappij is aan de in het tweede lid, aanhef en onderdelen a en b, genoemde eisen;
b. beschikt de raad van commissarissen van de rechtspersoon, bedoeld in onderdeel a, waarvan de netbeheerder een afhankelijke maatschappij is over de bevoegdheden, bedoeld in het tweede lid, onderdeel c, ten aanzien van het bestuur van de netbeheerder.
1.
De artikelen 155a, 158 tot en met 161a en 164 dan wel 265a, 268 tot en met 271a en 274 van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek zijn van toepassing op de vennootschap die is aangewezen voor het beheer van het landelijk hoogspanningsnet en haar statuten worden dienovereenkomstig ingericht.
2.
Het is aan de vennootschap die is aangewezen voor het beheer van het landelijk hoogspanningsnet niet toegestaan haar statuten te wijzigen dan nadat aan de wijziging door Onze Minister goedkeuring is verleend. Onze Minister weigert goedkeuring indien de statuten na de wijziging niet in overeenstemming zijn met dit artikel.
3.
De leden van het bestuur en de meerderheid van de leden van de raad van commissarissen van de vennootschap die is aangewezen voor het beheer van het landelijk hoogspanningsnet hebben direct noch indirect binding met een rechtspersoon die de productie, aankoop of levering van gas of elektriciteit verricht of met een aandeelhouder van die rechtspersoon.
4.
[Vervallen.]
5.
Indien de vennootschap die is aangewezen voor het beheer van het landelijk hoogspanningsnet een afhankelijke maatschappij is in de zin van artikel 152 of artikel 262 van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek is het eerste lid niet van toepassing.
6.
In het in het vijfde lid bedoelde geval:
a. voldoet een rechtspersoon waarvan de netbeheerder van het landelijk hoogspanningsnet een afhankelijke maatschappij is aan de in het eerste tot en met vierde lid genoemde eisen;
b. beschikt de raad van commissarissen van de rechtspersoon, bedoeld in onderdeel a, waarvan de netbeheerder van het landelijk hoogspanningsnet een afhankelijke maatschappij is over de bevoegdheden tot goedkeuring van de besluiten van het bestuur van de netbeheerder van het landelijk hoogspanningsnet, bedoeld in artikel 164, eerste lid, of artikel 274, eerste lid, van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek.
1.
Een netbeheerder die deel uitmaakt van een groep als bedoeld in artikel 24b van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek stelt een reglement vast, waarin regels worden gesteld die beogen discriminatie bij de uitoefening van zijn taken en bevoegdheden op grond van deze wet te voorkomen. Het reglement bevat in ieder geval regels ten aanzien van het gedrag van werknemers die ertoe strekken dat discriminatie als bedoeld in de vorige volzin wordt voorkomen.
2.
De netbeheerder draagt er zorg voor dat elke werknemer is gebonden aan het reglement en ziet er op toe dat het reglement nauwgezet wordt nageleefd.
3.
De netbeheerder stelt jaarlijks een verslag op over de wijze waarop uitvoering is gegeven aan het reglement, en welke maatregelen in dat kader zijn genomen. Hij zendt het verslag naar de Autoriteit Consument en Markt en draagt zorg voor publicatie ervan op een geschikte wijze.
1.
De netbeheerder, niet zijnde de netbeheerder van het landelijk hoogspanningsnet, meldt aan Onze Minister onverwijld na zijn aanwijzing zijn naam en adres en de naam en het adres van zijn aandeelhouders en zendt aan Onze Minister een beschrijving van het net dat door hem zal worden beheerd. Ten minste eenmaal per jaar meldt hij aan Onze Minister iedere wijziging van de namen of adressen en zendt hij hem een beschrijving van de wijziging van het net dat door hem wordt beheerd.
2.
De aanwijzing behoeft de instemming van Onze Minister. Onze Minister onthoudt zijn instemming of kan voorschriften verbinden aan de instemming, indien niet is voldaan aan de artikelen 10a, 10b, 11, 11a of  11b of indien de aangewezen netbeheerder in onvoldoende mate in staat zal zijn aan een verplichting als bedoeld in de artikelen 16Aa, 18a of 78 te voldoen, een taak als bedoeld in artikel 16, eerste of tweede lid, of 16a, uit te voeren dan wel een verbod als bedoeld in artikelen 17, 17a of  18 na te leven.
3.
Indien Onze Minister voorschriften verbindt aan zijn instemming, strekken deze er slechts toe de geconstateerde tekortkomingen, bedoeld in het tweede lid, weg te nemen.
1.
Indien het aanwijzen van een netbeheerder als bedoeld in artikel 10, negende lid, niet is geschied binnen vier weken na de aanleg van een net dan wel onverwijld na het intrekken of vervallen van een eerdere aanwijzing, of indien er sprake is van een net waarvoor ten onrechte geen netbeheerder is aangewezen of instemming van Onze Minister met een aanwijzing ontbreekt, kan Onze Minister door aanwijzing van een naamloze of besloten vennootschap een netbeheerder van dat net aanwijzen.
2.
Indien Onze Minister vaststelt dat niet meer voldaan wordt aan de artikelen 10a, 10b, 11, 11a of  11b of dat een netbeheerder in onvoldoende mate in staat is of zal zijn om aan een verplichting als bedoeld in de artikelen 16Aa, 18a of 78 te voldoen, om een taak als bedoeld in artikel 16 of 16a uit te voeren of indien hij artikel 17, 17a of  18 niet naleeft, kan hij de desbetreffende netbeheerder opdragen door hem noodzakelijk geachte voorzieningen te treffen.
3.
Indien de netbeheerder niet voldoet aan een opdracht als bedoeld in het tweede lid, indien hij vaststelt dat opdrachten, bedoeld in artikel 13a, eerste lid, niet worden uitgevoerd of indien naar het oordeel van Onze Minister door de bedrijfsvoering van deze netbeheerder de continuïteit of de betrouwbaarheid van de elektriciteitsvoorziening voor afnemers in gevaar komt en onverwijld ingrijpen noodzakelijk is, kan Onze Minister:
a. de aanwijzing van de desbetreffende netbeheerder vervallen verklaren en uiterlijk op de dag waarop die aanwijzing vervalt een andere naamloze of besloten vennootschap als netbeheerder aanwijzen, of
b. artikel 13a toepassen.
4.
In een beschikking als bedoeld in het derde lid, onderdeel a, bepaalt Onze Minister de termijn waarop die aanwijzing vervalt en kan hij degene die de netbeheerder, bedoeld in de aanhef van het derde lid, heeft aangewezen in de gelegenheid stellen binnen een door Onze Minister te bepalen termijn een andere netbeheerder aan hem ter aanwijzing voor te dragen. Onze Minister kan deze termijn eenmaal verlengen.
5.
Onze Minister kan voor de periode totdat een beschikking als bedoeld in het derde lid, onderdeel a, in werking treedt, artikel 13a toepassen.
6.
Uiterlijk op de dag waarop een beschikking tot aanwijzing van Onze Minister in werking treedt, draagt de netbeheerder of, indien van toepassing, degene aan wie een net toebehoort, de economische eigendom van het net over aan de aangewezen nieuwe netbeheerder. Degene die de netbeheerder, bedoeld in de aanhef van het derde lid, heeft aangewezen, verleent daaraan voor zover nodig zijn medewerking.
7.
De overdracht van de economische eigendom, bedoeld in het zesde lid, geschiedt tegen verrichting van een tegenprestatie waarvan de waarde uiterlijk op de in dat lid bedoelde dag is vastgesteld en die ten hoogste de opbrengst vertegenwoordigt van de exploitatie van het net, zoals deze op basis van algemene bedrijfseconomische uitgangspunten kan worden afgeleid van de door de Autoriteit Consument en Markt in de daaraan voorafgaande periode van vijf jaar vastgestelde tarieven met betrekking tot het netbeheer. Deze tegenprestatie kan zowel bestaan uit een periodieke uitkering als uit een contant bedrag ineens.
8.
Indien de tegenprestatie, bedoeld in het zevende lid, niet kan worden afgeleid uit de vastgestelde tarieven, kan de tegenprestatie worden vastgesteld volgens bij algemene maatregel van bestuur vast te stellen regels.
9.
Aan de vaststelling van de tegenprestatie, bedoeld in het zevende en achtste lid, verlenen degene die de economische eigendom van het net overdraagt en degene die deze eigendom overneemt, voor zover nodig hun medewerking.
10.
Onze Minister is bevoegd tot oplegging van een last onder bestuursdwang ter handhaving van het bepaalde in dit artikel.
1.
Onze Minister kan de netbeheerder aanzeggen dat hij vanaf een bepaald tijdstip de opdrachten dient op te volgen die aan hem worden verstrekt door een door Onze Minister aangewezen persoon. Bij de aanzegging geeft Onze Minister aan ter bescherming van welk belang de aanzegging geschiedt. Bij de aanzegging kunnen voorschriften en beperkingen worden gesteld aan de te geven opdrachten. De aangewezen persoon verstrekt uitsluitend opdrachten ter bescherming van het belang, bedoeld in de tweede volzin.
2.
De netbeheerder verschaft de door Onze Minister aangewezen persoon desgevraagd alle medewerking.
3.
Onze Minister kan te allen tijde de door hem aangewezen persoon vervangen door een andere persoon.
4.
De door Onze Minister aangewezen persoon oefent zijn bevoegdheid uit gedurende een door Onze Minister in de aanzegging bepaalde termijn. Deze termijn bedraagt ten hoogste zes maanden indien het betreft een aanzegging als bedoeld in artikel 13, derde lid, onderdeel b. Deze termijn kan eenmaal met ten hoogste zes maanden worden verlengd.
5.
Voor schade ten gevolge van handelingen die zijn verricht in strijd met een opdracht als bedoeld in het eerste lid, zijn bestuurders persoonlijk aansprakelijk tegenover de netbeheerder.
1.
Degenen, bedoeld in artikel 10, tweede of negende lid, kunnen met inachtneming van een redelijke termijn de aanwijzing als netbeheerder vervangen door een aanwijzing van een andere naamloze of besloten vennootschap als netbeheerder.
2.
In geval van fusie, splitsing, ontbinding of faillissement van de vennootschap die als netbeheerder is aangewezen, vervalt de aanwijzing als netbeheerder van rechtswege en wijzen degenen, bedoeld in artikel 10, tweede of negende lid, volgens de procedure van artikel 10 een naamloze of besloten vennootschap als netbeheerder aan. Deze vennootschap kan dezelfde zijn als de vennootschap die daarvoor als netbeheerder was aangewezen.
3.
Degenen, bedoeld in artikel 10, tweede of negende lid, wijzen voor afloop van de periode, bedoeld in artikel 10, tweede of tiende lid, een naamloze of besloten vennootschap als netbeheerder aan voor de daarop aansluitende periode. Deze vennootschap kan dezelfde zijn als de vennootschap die daarvoor als netbeheerder was aangewezen.
4.
De artikelen 10 tot en met 13 zijn van overeenkomstige toepassing op de aanwijzing als netbeheerder, bedoeld in het eerste, tweede of derde lid.
1.
De Autoriteit Consument en Markt kan op diens aanvraag ontheffing verlenen aan een eigenaar van een gesloten distributiesysteem, van het gebod van artikel 10, negende lid, indien:
a. het bedrijfs- of productieproces van de gebruikers van een gesloten distributiesysteem om specifieke technische of veiligheidsredenen geïntegreerd is of
b. het gesloten distributiesysteem primair elektriciteit transporteert voor de eigenaar van dat systeem of de daarmee verwante bedrijven en
c. de aanvrager geen netbeheerder is en niet in een groepsmaatschappij met een netbeheerder verbonden is.
2.
De Autoriteit Consument en Markt neemt het besluit zo spoedig mogelijk, doch uiterlijk zes maanden na ontvangst van de aanvraag. Deze termijn kan eenmaal met ten hoogste zes maanden worden verlengd. De Autoriteit Consument en Markt kan aan een ontheffing voorschriften en beperkingen verbinden.
3.
De Autoriteit Consument en Markt kan een ontheffing intrekken indien degene aan wie de ontheffing is verleend:
a. niet langer voldoet aan de voorwaarden, bedoeld in het eerste lid;
b. in strijd handelt met de voorschriften en beperkingen als bedoeld in het tweede lid en het bepaalde bij of krachtens het vijfde tot en met het zevende lid;
c. bij de aanvraag om een ontheffing onjuiste of onvolledige gegevens heeft verstrekt en de verstrekking van juiste of volledige gegevens tot een andere beschikking op de aanvraag zou hebben geleid.
4.
Indien een ontheffing is verleend, zijn uitsluitend het vijfde en zesde lid van toepassing op de eigenaar van een gesloten distributiesysteem.
5.
De eigenaar van een gesloten distributiesysteem beheert het gesloten distributiesysteem.
6.
Het bepaalde bij of krachtens de artikelen 16, eerste lid, met uitzondering van onderdeel h, j en m, 19d, 19e, eerste lid, 23, 24, 24b, 26a, 28, 29, 31b, 31c, 42, tweede en derde lid, 51, 78, 79, 95lb, 95lc en 95m, negende lid, is van overeenkomstige toepassing voor de eigenaar van een gesloten distributiesysteem, met dien verstande dat:
a. artikel 23, eerste lid, uitsluitend geldt voor zover er na aansluiting sprake is van een afnemer binnen het geografisch gebied waarbinnen het gesloten distributiesysteem ligt en deze aansluiting past bij het karakter van het gesloten distributiesysteem,
b. niet aan de verplichtingen, bedoeld in de in artikelen 23, eerste lid, en 24, eerste lid, genoemde paragrafen behoeft te worden voldaan en
c. in de artikelen 7 en 78 in plaats van «netbeheerder» wordt gelezen «eigenaar van een gesloten distributiesysteem».
7.
De Autoriteit Consument en Markt keurt op verzoek van een aangeslotene op een gesloten distributiesysteem de van kracht zijnde methode voor de berekening van de tarieven goed.
8.
Indien een verzoek als bedoeld in het zevende lid is ontvangen, overlegt de eigenaar van een gesloten distributiesysteem binnen drie maanden na de datum waarop de raad van bestuur de eigenaar van een gesloten distributiesysteem over het verzoek heeft geïnformeerd, aan de raad van bestuur informatie over het aan het verzoek voorafgaande kalenderjaar die relevant is voor de beoordeling van het verzoek, met daarbij een toerekening van de kosten en opbrengsten aan activiteiten die verband houden met de aanleg en het beheer van het gesloten distributiesysteem in overeenstemming met het daadwerkelijk gebruik van financiële of andere middelen voor die activiteiten.
9.
Een besluit als bedoeld in het zevende lid wordt genomen binnen zes maanden nadat de informatie, bedoeld in het achtste lid door de raad van bestuur is ontvangen. Deze termijn kan eenmaal met ten hoogste zes maanden worden verlengd.
1.
De netbeheerder heeft in het kader van het beheer van de netten in het voor hem krachtens artikel 36 of 37 vastgestelde gebied tot taak:
a. de door hem beheerde netten in werking te hebben en te onderhouden;
b. de veiligheid en betrouwbaarheid van de netten en van het transport van elektriciteit over de netten op de meest doelmatige wijze te waarborgen;
c. de netten aan te leggen, te herstellen, te vernieuwen of uit te breiden, waarbij in overweging worden genomen maatregelen op het gebied van duurzame elektriciteit, energiebesparing en vraagsturing of decentrale elektriciteitsproductie waardoor de noodzaak van vervanging of vergroting van de productiecapaciteit ondervangen kan worden;
d. voldoende reservecapaciteit voor het transport van elektriciteit aan te houden;
e. op de grondslag van artikel 23 derden te voorzien van een aansluiting op de netten;
f. op de grondslag van artikel 24 ten behoeve van derden transport van elektriciteit uit te voeren;
g. het bevorderen van de veiligheid bij het gebruik van toestellen en installaties die elektriciteit verbruiken;
h. op verzoek van een producent vast te stellen of diens productie-installatie geschikt is voor de opwekking van duurzame elektriciteit dan wel of sprake is van een installatie voor warmtekrachtkoppeling met een bij ministeriële regeling vast te stellen mate van reductie van de uitstoot van kooldioxide dan wel of sprake is van een installatie voor hoogrenderende warmtekrachtkoppeling, alsmede of de inrichting om te meten geschikt is voor de meting van de elektriciteit die met de productie-installatie wordt opgewekt en op een net of een installatie ingevoed;
i. de hoeveelheid elektriciteit te meten die afkomstig is van een productie-installatie voor duurzame elektriciteit of klimaatneutrale elektriciteit of van een installatie voor hoogrenderende warmtekrachtkoppeling;
j. koppelingen met andere netten te realiseren en reparaties aan zijn net uit te voeren;
k. onverminderd artikel 79, op een geschikte wijze gegevens te publiceren over koppelingen tussen de netten, gebruik van de netten en de toewijzing van transportcapaciteit;
l. afnemers alle gegevens te verstrekken die zij voor een efficiënte toegang tot het net inclusief het gebruik ervan nodig hebben;
m. voorzieningen te treffen in geval van een faillissement van een leverancier van elektriciteit aan afnemers als bedoeld in artikel 95a, eerste lid;
n. ervoor zorg te dragen dat een afnemer als bedoeld in artikel 95a, eerste lid, voor elke aansluiting beschikt over een geïnstalleerde meetinrichting, tenzij die afnemer blijkens de voorwaarden, bedoeld in artikel 31, eerste lid, onderdelen a of b, beschikt over een onbemeten aansluiting;
o. zorg te dragen voor het beheer en onderhoud van de bij een afnemer als bedoeld in artikel 95a, eerste lid, geïnstalleerde meetinrichting;
p. afnemers, niet zijnde afnemers, als bedoeld in artikel 95a, eerste lid, desgevraagd een meetinrichting ter beschikking te stellen;
q. zijn netten te beschermen tegen mogelijke invloeden van buitenaf.
2.
In aanvulling op de taken, bedoeld in het eerste lid, heeft de netbeheerder van het landelijk hoogspanningsnet tevens tot taak:
a. technische voorzieningen te treffen en systeemdiensten uit te voeren, waaronder het aanhouden van voldoende productiereservecapaciteit, die nodig zijn om het transport van elektriciteit over alle netten op een veilige en doelmatige wijze te waarborgen;
b. mede ten behoeve van de andere netbeheerders de technische voorzieningen en systeemdiensten, bedoeld onder a, te benutten;
c. op de grondslag van paragraaf 7 van dit hoofdstuk ten behoeve van derden transport van elektriciteit uit te voeren met behulp van het landelijk hoogspanningsnet, voor de uitvoer van die elektriciteit vanuit Nederland naar een afnemer of leverancier in het buitenland, dan wel voor de invoer van die elektriciteit vanuit het buitenland naar een afnemer of leverancier in Nederland;
d. een passend niveau van voorzieningen te treffen en te handhaven, waaronder het aanhouden van voldoende productiereservecapaciteit, in verband met de leveringszekerheid op de korte en de lange termijn;
e. [vervallen;]
f. indien Onze Minister hem dit opdraagt, werkzaamheden te verrichten ter uitvoering van de taak, bedoeld in artikel 4a;
g. andere netbeheerders de gegevens te verschaffen die nodig zijn om een betrouwbare en efficiënte werking, alsmede de samenhangende ontwikkeling en interoperabiliteit, van de netten te waarborgen. In geval van grensoverschrijdende koppeling met andere lidstaten van de Europese Unie dan wel met niet lidstaten wisselt de netbeheerder van het landelijk hoogspanningsnet met de betreffende netbeheerders in die landen, in overeenstemming met de operationele minimumvereisten als bedoeld in artikel 31, elfde lid, tijdig en op doeltreffende wijze gegevens uit over het functioneren van de landgrensoverschrijdende netten;
h. samen te werken met buitenlandse instellingen die op grond van nationale wettelijke regels zijn belast met het beheer van een transmissiesysteem als bedoeld in artikel 2, onderdeel 4, van de richtlijn in geografische gebieden als bedoeld in artikel 12, derde lid, van verordening 714/2009 teneinde een concurrerende interne markt voor elektriciteit tot stand te brengen;
i. te beschikken over één of meer geïntegreerde systemen in geografische gebieden als bedoeld in artikel 12, derde lid, van verordening 714/2009 waaraan twee of meer lidstaten meewerken voor de toewijzing van capaciteit en voor de controle op de beveiliging van het net;
j. het innen van congestielasten en betalingen in het kader van het vergoedingsmechanisme overeenkomstig artikel 13 van verordening 714/2009;
k. onverminderd artikel 79, eerste lid, het openbaar maken van informatie die nodig is voor doeltreffende mededinging en een efficiënte werking van de markt;
l. de taken te vervullen die voortvloeien uit verordening 714/2009;
m. samen te werken met het Agentschap;
n. ten behoeve van het transport van elektriciteit die wordt opgewekt door middel van windenergie binnen de Nederlandse exclusieve economische zone of binnen de territoriale zee, het treffen van de voorbereidingshandelingen voor de aanleg van verbindingen voor het transport van elektriciteit, waaronder begrepen het voorbereiden van vergunningaanvragen en een netontwikkelingsplan.
3.
Het is anderen dan de desbetreffende netbeheerder verboden een taak uit te voeren als bedoeld in het eerste of tweede lid, behoudens voor zover het betreft het realiseren van de aansluiting van een afnemer als bedoeld in artikel 16c, het aanleggen van een landsgrensoverschrijdend net of het aanleggen, beheren en onderhouden van een net als bedoeld in artikel 15, eerste lid, dan wel ter uitvoering van een procedure als bedoeld in artikel 20, derde lid.
4.
Producenten, leveranciers en handelaren onthouden zich van iedere bemoeiing met de uitvoering van de taken die op grond van het eerste of tweede lid aan een netbeheerder zijn opgedragen.
5.
[Vervallen.]
6.
Indien een netbeheerder energie inkoopt ter uitvoering van zijn wettelijke taken, doet hij dit op basis van een transparante, niet-discriminatoire en marktconforme procedure.
7.
Een besluit als bedoeld in het tweede lid, onderdeel f, wordt gepubliceerd in de Staatscourant.
8.
Bij algemene maatregel van bestuur worden regels gesteld ter uitvoering van de taak, bedoeld in het eerste lid, onderdeel m. Deze regels hebben mede betrekking op de wijze waarop enerzijds de netbeheerder van het landelijk hoogspanningsnet en anderzijds de producenten, leveranciers, handelaren en afnemers zich jegens elkaar gedragen in verband met de uitvoering van de taak, bedoeld in het tweede lid, onderdeel d.
9.
De Autoriteit Consument en Markt brengt advies uit over het ontwerp van de algemene maatregel van bestuur, bedoeld in het achtste lid. De voordracht voor een krachtens dit artikel vast te stellen algemene maatregel van bestuur wordt niet gedaan dan nadat het ontwerp in de Staatscourant is bekendgemaakt en aan een ieder de gelegenheid is geboden om binnen vier weken na de dag waarop de bekendmaking is geschied, wensen en bedenkingen ter kennis van Onze Minister te brengen. Gelijktijdig met de bekendmaking wordt het ontwerp aan de beide kamers der Staten-Generaal overgelegd.
10.
Tot de voorzieningen die de netbeheerder van het landelijk hoogspanningsnet ter uitvoering van zijn taak bedoeld in het tweede lid, onderdeel d, treft, behoren het voor transport van elektriciteit handhaven van reservecapaciteit die groot genoeg is om de operationele netwerkveiligheid te waarborgen en het samenwerken met netbeheerders waarmee hij een landgrensoverschrijdend net heeft.
11.
Een beslissing tot het aanleggen van een landsgrensoverschrijdend net door de netbeheerder van het landelijke hoogspanningsnet dan wel door een ander als bedoeld in het zesde lid wordt niet genomen dan in nauwe samenwerking met de netbeheerders in andere landen waarmee een landgrensoverschrijdend net tot stand wordt gebracht en andere relevante netbeheerders.
12.
Indien de netbeheerder van het landelijk hoogspanningsnet het noodzakelijke acht voorzieningen te treffen als bedoeld in artikel 16, tweede lid, onderdeel d, ter uitvoering van zijn taak de leveringszekerheid voor de lange termijn te waarborgen, verstrekt hij de Autoriteit Consument en Markt een overzicht van de te nemen maatregelen en de gevolgen van die maatregelen voor afnemers en het functioneren van de markt. De Autoriteit Consument en Markt zendt het overzicht vergezeld van haar advies aan Onze Minister. De maatregelen behoeven de goedkeuring van Onze Minister.
13.
Onze Minister verleent zijn goedkeuring niet eerder dan vier weken nadat het overzicht en het advies, bedoeld in het dertiende lid, aan beide kamers der Staten-Generaal is overgelegd.
14.
Indien de netbeheerder van het landelijk hoogspanningsnet deelneemt aan een gemeenschappelijke onderneming waaraan ook een verticaal geïntegreerde buitenlandse instelling die op grond van nationale wettelijke regels is belast met het beheer van een transmissiesysteem als bedoeld in artikel 2, onderdeel 4, van de richtlijn deelneemt, draagt de netbeheerder van het landelijk hoogspanningsnet er zorg voor dat de gemeenschappelijke onderneming een nalevingsprogramma ontwerpt, door het Agentschap laat goedkeuren en implementeert met maatregelen die moeten worden genomen om discriminerend en concurrentieverstorend gedrag uit te sluiten.
15.
Voordat de netbeheerder van het landelijk hoogspanningsnet congestiebeheersprocedures hanteert voor landsgrensoverschrijdende netten, legt hij deze procedures ter goedkeuring voor aan de Autoriteit Consument en Markt.
1.
Een netbeheerder verricht de werkzaamheden ter uitvoering van de taken, bedoeld in artikel 16, eerste en tweede lid, in eigen beheer of tezamen met een of meer andere netbeheerders.
2.
In afwijking van het eerste lid kunnen de navolgende werkzaamheden worden uitbesteed:
a. feitelijke werkzaamheden in verband met de aanleg, het onderhoud en de reparatie van het net;
b. inspecties van netten met het oog op de veiligheid;
c. speur- en ontwikkelingswerk ten behoeve van de aanleg, het onderhoud en de reparatie van het net;
3.
Ingeval van uitbesteding van werkzaamheden als bedoeld in het tweede lid:
a. behoudt de netbeheerder de verantwoordelijkheid voor de volledige en juiste uitvoering van de desbetreffende taken,
b. draagt de netbeheerder er zorg voor dat de regels die krachtens artikel 11b, eerste lid, zijn gesteld met betrekking tot het voorkomen van discriminatie bij de uitoefening van zijn taken en bevoegdheden, van overeenkomstige toepassing zijn bij het verrichten van de uitbestede werkzaamheden en
c. draagt de netbeheerder er zorg voor dat in de overeenkomst tot uitbesteding de wijze waarop de kosten voor de desbetreffende werkzaamheden worden berekend, wordt vastgelegd.
4.
Bij ministeriële regeling kunnen nadere regels worden gesteld met betrekking tot het derde lid, onderdelen a, b en c.
1.
Het is anderen dan de desbetreffende netbeheerder verboden een taak uit te voeren als bedoeld in artikel 16, eerste of tweede lid, behoudens voor zover het betreft het meten van elektriciteit, bedoeld in artikel 16, eerste lid, onderdeel i. De vorige volzin is niet van toepassing op een interconnector-beheerder voor de taken als bedoeld in artikel 16, eerste lid, onderdeel a, b, j, k en l en tweede lid, onderdeel g en k.
2.
Degene, niet zijnde een netbeheerder, die bij een afnemer de meting van van het net afgenomen en verbruikte of opgewekte en op het net ingevoede elektriciteit verricht, deelt de daarmee verkregen meetgegevens mee aan de desbetreffende afnemer en aan de netbeheerder op wiens net de afnemer is aangesloten.
3.
De netbeheerder deelt de meetgegevens, bedoeld in het tweede lid en in artikel 16, eerste lid, onderdeel i, mee aan Onze Minister, alsmede aan de desbetreffende afnemer voor zover die nog niet de beschikking heeft over die informatie.
1.
In afwijking van artikel 16, eerste lid, onderdeel e, kan een afnemer die een aansluiting op het net wenst met een aansluitwaarde groter dan 10 MVA een openbare aanbesteding van de aansluitingswerkzaamheden uitschrijven.
2.
Met een afnemer, bedoeld in het eerste lid, wordt gelijkgesteld een organisatorische eenheid, die zich in hoofdzaak bezig houdt met openbaar vervoer per trein, tram, of trolley, met mijnbouwkundige activiteiten, met het beheer en de exploitatie van telecommunicatie- en kabelnetwerken, met het beheer van openbare verlichting of van verkeersregelinstallaties, dan wel met riolering, bemaling, waterzuivering of transport en distributie van water waarbij deze eenheid ingevolge de technische aard van de bedrijfsuitoefening beschikt over verscheidene aansluitingen.
3.
Het bedrijf dat de werkzaamheden, bedoeld in het eerste lid, uitvoert, beschikt ten minste over voldoende kennis, deskundigheid en ervaring om een aansluiting op het net te kunnen realiseren.
4.
De afnemer die het verzoek, bedoeld in het eerste lid, doet, verzoekt de netbeheerder die het net beheert om instemming met het realiseren van een aansluiting als bedoeld in het eerste lid. De netbeheerder onthoudt zijn instemming slechts, indien met het verlenen van de gevraagde instemming de betrouwbaarheid van het door hem beheerde net niet langer kan worden gewaarborgd.
5.
Dit artikel is van overeenkomstige toepassing op het wijzigen, onderhouden en verwijderen van een aansluiting als bedoeld in het eerste of tweede lid.
1.
Een netbeheerder stelt iedere vijf jaar een calamiteitenplan vast en zendt dit ter goedkeuring aan Onze Minister.
2.
Bij ministeriële regeling worden nadere eisen gesteld aan het calamiteitenplan.
3.
Onze Minister beoordeelt of het calamiteitenplan voldoet aan de eisen, bedoeld in het tweede lid, en kan de netbeheerder verzoeken het calamiteitenplan aan te passen.
Artikel 16da
Onze Minister kan een netbeheerder een aanwijzing geven in het kader van de bescherming van de netten tegen een mogelijke invloed van buitenaf, bedoeld in artikel 16, eerste lid, onderdeel q.
1.
Het is de netbeheerder, niet zijnde de netbeheerder van het landelijk hoogspanningsnet of een rechtspersoon waarin de netbeheerder een deelneming heeft als bedoeld in artikel 24c van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek, niet toegestaan goederen of diensten waarmee zij in concurrentie treden te leveren, tenzij het betreft het verrichten van werkzaamheden ten behoeve van:
a. de uitvoering van de taken, bedoeld in artikel 16, eerste of tweede lid, of 16a, voor zichzelf, voor andere netbeheerders of voor anderen die een recht van gebruik van een net hebben;
b. de aanleg, het beheer of het onderhoud van leidingen buiten gebouwen voor het transport van gas;
c. het ter beschikking stellen en houden van netten ten behoeve van het gebruik van daarmee verbonden zaken door derden;
d. het uitvoeren van werkzaamheden, bedoeld in artikel 16c, eerste en vijfde lid.
2.
Indien een netbeheerder, niet zijnde de netbeheerder van het landelijk hoogspanningsnet, deel uitmaakt van een groep als bedoeld in artikel 24b van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek, is het deze groep niet toegestaan om handelingen of activiteiten te verrichten die strijdig kunnen zijn met het belang van het beheer van het desbetreffende net.
3.
Onder handelingen en activiteiten als bedoeld in het tweede lid worden in ieder geval verstaan:
a. handelingen en activiteiten die niet op enigerlei wijze betrekking hebben op of verband houden met infrastructurele voorzieningen of aanverwante activiteiten,
b. het door de netbeheerder verstrekken van zekerheden ten behoeve van de financiering van activiteiten van tot de groep behorende rechtspersonen of vennootschappen en
c. het zich aansprakelijk stellen door de netbeheerder voor schulden van tot de groep behorende rechtspersonen of vennootschappen,
tenzij het verstrekken van zekerheden of het zich aansprakelijk stellen voor schulden door de netbeheerder:
1°. geschiedt ten behoeve van handelingen of activiteiten die de netbeheerder zelf zou mogen verrichten,
2°. anderszins verband houdt met het netbeheer of
3°. geschiedt om te voldoen aan voorwaarden in verband met de toepassing van wettelijke bepalingen.
4.
De statuten van de rechtspersonen die met een netbeheerder, niet zijnde de netbeheerder van het landelijk hoogspanningsnet, in een groep zijn verbonden, behoeven de goedkeuring van Onze Minister voor zover het betreft de daarin opgenomen doelstellingen van die rechtspersonen.
1.
Het is de netbeheerder van het landelijk hoogspanningsnet of een rechtspersoon waarin de netbeheerder een deelneming heeft als bedoeld in artikel 24c, van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek, niet toegestaan goederen of diensten waarmee zij in concurrentie treden te leveren, tenzij het betreft het verrichten van werkzaamheden ten behoeve van:
a. de uitvoering van de taken, bedoeld in artikel 16, eerste of tweede lid, of 16a voor zichzelf, voor andere netbeheerders of voor anderen die een recht van gebruik op een net hebben,
b. de aanleg, het beheer of het onderhoud van leidingen buiten gebouwen voor het transport van gas of
c. het ter beschikking stellen en houden van netten ten behoeve van het gebruik van daarmee verbonden zaken door derden;
d. het uitvoeren van werkzaamheden, bedoeld in artikel 16c, eerste en vijfde lid.
2.
Indien de netbeheerder van het landelijk hoogspanningsnet onderdeel uitmaakt van een groep als bedoeld in artikel 24b van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek, is het deze groep niet toegestaan om handelingen of activiteiten te verrichten die strijdig kunnen zijn met het belang van het beheer van het landelijk hoogspanningsnet.
3.
De statuten van de rechtspersonen die met de netbeheerder van het landelijk hoogspanningsnet in een groep zijn verbonden, behoeven de goedkeuring van Onze Minister voor zover het betreft de daarin opgenomen doelstellingen van die rechtspersonen.
4.
De netbeheerder van het landelijk hoogspanningsnet verstrekt binnen zes maanden na afloop van ieder kalenderjaar aan de Autoriteit Consument en Markt een overzicht van de financiële middelen waarover hij beschikt ten behoeve van de uitvoering van zijn wettelijke taken, waaruit blijkt welke financiële middelen voor de afzonderlijke taken beschikbaar zijn.
1.
Indien een met de netbeheerder in een groep verbonden groepsmaatschappij in de zin van artikel 24b van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek activiteiten verricht die de netbeheerder op grond van artikel 17 of  17a niet zelf mag verrichten, mag de netbeheerder of een rechtspersoon waarin de netbeheerder een deelneming heeft als bedoeld in artikel 17 of 17a een dergelijke groepsmaatschappij niet bevoordelen boven anderen waarmee een dergelijke groepsmaatschappij in concurrentie treedt, of anderszins voordelen toekennen die verder gaan dan in normaal handelsverkeer gebruikelijk is.
2.
Als bevoordelen van een groepsmaatschappij als bedoeld in het eerste lid of het toekennen van voordelen die verder gaan dan in normaal handelsverkeer gebruikelijk is, worden in ieder geval aangemerkt:
a. het verstrekken van gegevens aan een groepsmaatschappij over afnemers, niet zijnde niet zijnde afnemers als bedoeld in artikel 95a, eerste lid, die een verzoek als bedoeld in artikel 23 of 24 hebben gedaan;
b. het leveren van goederen of diensten aan een groepsmaatschappij tegen een vergoeding die lager is dan de redelijkerwijs daaraan toe te rekenen kosten, of
c. het toestaan van het gebruik door een groepsmaatschappij van de naam en het beeldmerk van de netbeheerder op een wijze waardoor verwarring bij het publiek te duchten is over de herkomst van goederen of diensten.
3.
De netbeheerder voegt bij zijn jaarrekening een verklaring waaruit blijkt dat de financiële verhouding tussen de netbeheerder en de groepsmaatschappijen, bedoeld in het eerste lid, voldoet aan de in het eerste lid gestelde eisen. De netbeheerder legt een exemplaar van zijn jaarrekening, de daartoe behorende toelichting en de daarbij gevoegde verklaring voor een ieder ter inzage in al zijn kantoren en zendt een exemplaar daarvan aan de Autoriteit Consument en Markt.
1.
Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden gesteld omtrent een goed financieel beheer van de netbeheerder.
2.
De in het eerste lid bedoelde regels houden in ieder geval in dat
a. de netbeheerder voldoet aan bij of krachtens die maatregel gestelde eisen aan zijn kredietwaardigheid waaronder de verhouding tussen vreemd vermogen en totaal vermogen, of dat
b. de netbeheerder beschikt over een verklaring van een onafhankelijke deskundige ten aanzien van zijn kredietwaardigheid.
3.
In de in het eerste lid bedoelde maatregel kunnen tevens
a. regels worden gesteld omtrent de wijze van berekening van vermogensonderdelen;
b. eisen worden gesteld met betrekking tot de in het tweede lid, onderdeel b, bedoelde verklaring en de daar bedoelde deskundige.
4.
Indien de netbeheerder niet voldoet aan de regels, bedoeld in het eerste lid:
a. stelt de netbeheerder de Autoriteit Consument en Markt hiervan onverwijld schriftelijk op de hoogte,
b. stelt de netbeheerder binnen vier weken na de melding een herstelplan op waarin wordt beschreven op welke wijze hij het financieel beheer gaat verbeteren en zendt hij dit plan aan de Autoriteit Consument en Markt, en
c. keert de netbeheerder geen dividend uit aan zijn aandeelhouders.
5.
De Autoriteit Consument en Markt kan de netbeheerder aanwijzingen geven met betrekking tot de verbetering van het financieel beheer.
1.
Een netbeheerder houdt een registratie bij van kwaliteitsindicatoren betreffende het transport van elektriciteit.
2.
De netbeheerder zendt de Autoriteit Consument en Markt voor 1 maart van elk jaar een afschrift van de registratie van het voorafgaande jaar tezamen met een rapportage waarin de wijzigingen ten opzichte van het daaraan voorafgaande jaar en de afwijkingen ten opzichte van het kwaliteitsniveau dat de netbeheerder nastreeft, bedoeld in artikel 21, tweede lid, onder a, zijn toegelicht. De netbeheerder maakt eveneens voor het tijdstip, bedoeld in de eerste volzin, de rapportage op een geschikte wijze openbaar.
3.
De netbeheerder bewaart de registratie ten minste tien jaar.
4.
De Autoriteit Consument en Markt kan onderzoek doen naar de deugdelijkheid van de registratie, in het bijzonder doch niet uitsluitend door in het net van de desbetreffende netbeheerder metingen te verrichten of te doen verrichten. De netbeheerder gedoogt dat de metingen in zijn net worden verricht.
5.
Bij ministeriële regeling worden regels gesteld over:
a. de inhoud van de registratie en de wijze van registreren;
b. de kwaliteitsindicatoren die in de registratie zijn opgenomen;
c. de rapportage.
6.
De in het vijfde lid bedoelde ministeriële regeling kan, ten behoeve van het toezicht op de naleving van dit artikel, mede inhouden dat een door een geaccrediteerde instelling aan een netbeheerder verstrekt certificaat van conformiteit aan het bepaalde bij of krachtens dit artikel, het vermoeden oplevert dat de netbeheerder overeenkomstig het bepaalde bij of krachtens dit artikel uitvoering geeft aan de verplichting tot registratie.
1.
De netbeheerder, met uitzondering van de netbeheerder van het landelijk hoogspanningsnet, verstrekt binnen zes maanden na afloop van ieder kalenderjaar aan de Autoriteit Consument en Markt:
a. een overzicht van de door hem gesloten overeenkomsten met betrekking tot het verrichten van diensten ten behoeve van het netbeheer, vergezeld van afschriften van die overeenkomsten voorzover de Autoriteit Consument en Markt daarover niet reeds beschikt,
b. een overzicht van het aantal personen dat bij de netbeheerder werkzaam is ter uitvoering van de in artikel 16 en 16a genoemde taken,
c. een overzicht van in het afgelopen jaar gerealiseerde investeringen in het net,
d. een overzicht van de financiële middelen waarover hij beschikt ten behoeve van de uitvoering van zijn wettelijke taken, waaruit blijkt welke financiële middelen voor de afzonderlijke taken beschikbaar zijn, en
e. een verklaring van een onafhankelijke deskundige omtrent het in onderdeel d bedoelde overzicht.
2.
Bij ministeriële regeling kunnen regels worden gesteld met betrekking tot de overzichten, bedoeld in het eerste lid, onderdelen a tot en met d, en de verklaring, bedoeld in het eerste lid, onderdeel e.
Artikel 19c
De netbeheerder, met uitzondering van de netbeheerder van het landelijk hoogspanningsnet, draagt er zorg voor dat de afnemers die op zijn net zijn aangesloten een overzicht ontvangen waarop de eenmalige kosten in verband met die aansluiting overzichtelijk en begrijpelijk zijn gespecificeerd.
1.
Een netbeheerder voorziet in een transparante, eenvoudige en goedkope procedure voor de behandeling van klachten van afnemers als bedoeld in artikel 95a, eerste lid, over het netbeheer.
2.
De in het eerste lid bedoelde procedure voorziet er voorts in dat:
a. de behandeling van de klacht geschiedt door een persoon die niet bij de gedraging waarop de klacht betrekking heeft, betrokken is geweest,
b. de klager schriftelijk en gemotiveerd in kennis wordt gesteld van de bevindingen naar aanleiding van de klacht en van de conclusies die daaraan worden verbonden, en
c. de klacht zo spoedig mogelijk doch uiterlijk binnen acht weken wordt afgehandeld.
1.
Een netbeheerder draagt er, al dan niet samen met een of meer andere netbeheerders, zorg voor dat onderbrekingen in het transport van elektriciteit door afnemers op een eenvoudige wijze gemeld kunnen worden en maakt aan afnemers bekend op welke wijze deze meldingen kunnen geschieden.
2.
Een netbeheerder registreert, al dan niet samen met een of meer andere netbeheerders, van de gemelde onderbrekingen, de datum en het tijdstip van het begin van de onderbrekingen, de duur van de onderbrekingen, de locatie, aard en oorzaak van de onderbrekingen alsmede het aantal getroffen afnemers.
3.
Een netbeheerder maakt, al dan niet samen met andere netbeheerders, de actuele stand van zaken betreffende de geregistreerde onderbrekingen in zijn net op geschikte wijze openbaar, en vermeldt daarbij de datum en het tijdstip van het begin van de onderbrekingen, de duur van de onderbrekingen, de locatie, aard en oorzaak van de onderbrekingen alsmede het aantal getroffen afnemers.
1.
Een net dat door een netbeheerder is of wordt aangelegd, hersteld, vernieuwd of uitgebreid in het voor hem op grond van artikel 36 of 37 vastgestelde gebied, wordt voor de toepassing van de Belemmeringenwet Verordeningen en de Belemmeringenwet Privaatrecht aangemerkt als openbaar werk van algemeen nut.
2.
Bij algemene maatregel van bestuur kunnen met betrekking tot daarbij aan te wijzen gebieden regels worden gesteld over de wijze waarop, gelet op het belang van een betrouwbaar, duurzaam, doelmatig en milieuhygiënisch verantwoord functionerende energiehuishouding, een afweging wordt gemaakt met betrekking tot de aanleg van een net en de aanleg van een gastransportnet of een warmtenet.
3.
Bij algemene maatregel van bestuur kan worden bepaald dat een net slechts wordt aangelegd als resultaat van een openbare procedure waarin gegadigden op een te plaatsen opdracht kunnen inschrijven met een aanbieding voor de aanleg van een net, een gastransportnet of een warmtenet.
1.
De procedure bedoeld in artikel 3.35, eerste lid, aanhef en onderdeel c, van de Wet ruimtelijke ordening, is van toepassing op een uitbreiding van het landelijk hoogspanningsnet voor zover het betreft:
a. de van dat net deel uitmakende netten bestemd voor het transport van elektriciteit op een spanningsniveau van 220 kV of hoger en die als zodanig worden bedreven met inbegrip van de aansluitingen op die netten,
b. de van dat net deel uitmakende landsgrensoverschrijdende netten op een spanningsniveau van 500 V of hoger met inbegrip van de aansluitingen op die netten, of
c. de aanleg of uitbreiding van een landsgrensoverschrijdend net met inbegrip van de aansluitingen op zo’n net, en het een project betreft voor elektriciteit dat is opgenomen op de Unielijst van projecten van gemeenschappelijk belang, bedoeld in artikel 3, vierde lid, Verordening (EU) nr. 347/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 17 april 2013 betreffende richtsnoeren voor de trans-Europese energie-infrastructuur en tot intrekking van Beschikking nr. 1364/2006/EG en tot wijziging van de Verordeningen (EG) nr. 713/2009, (EG) nr. 714/2009 en (EG) nr. 715/2009 (PbEU 2013, L 115).
2.
De beheerder van het net, bedoeld in het eerste lid, meldt een voornemen tot een uitbreiding van een net waarop het eerste lid van toepassing is zo spoedig mogelijk schriftelijk aan Onze Minister. Bij ministeriële regeling kan voor het doen van de melding en de daarbij te verstrekken gegevens een formulier worden vastgesteld.
3.
Indien, in aanmerking genomen de omvang, aard en ligging van een net als bedoeld in het eerste lid, alsmede het aantal voor de aanleg of uitbreiding van dat net benodigde besluiten, redelijkerwijs niet valt te verwachten dat toepassing van de procedure, bedoeld in het eerste lid, de besluitvorming in betekenende mate zal versnellen of daaraan anderszins aanmerkelijke voordelen zijn verbonden, kan Onze Minister bepalen dat:
a. geen van de procedures, bedoeld in artikel 3.35, eerste lid,
b. uitsluitend de procedure, bedoeld in artikel 3.35, eerste lid, aanhef en onderdeel a,
c. uitsluitend de procedure, bedoeld in artikel 3.35, eerste lid, aanhef en onderdeel b, of
d. de procedure, bedoeld in artikel 3.35, eerste lid, aanhef en onderdeel a, gevolgd door de procedure, bedoeld in artikel 3.35, eerste lid, aanhef en onderdeel b, van de Wet ruimtelijke ordening, van toepassing zijn of is op de uitbreiding van dat net. Onze Minister hoort de beheerder van het net en de betrokken bestuursorganen over een voornemen toepassing te geven aan de bevoegdheid, bedoeld in de eerste volzin.
1.
Onze Minister is de aangewezen minister, bedoeld in artikel 3.35, tweede en derde lid, van de Wet ruimtelijke ordening.
2.
Indien toepassing wordt gegeven aan artikel 3.28, vierde lid, van de Wet ruimtelijke ordening treden, in afwijking van dat artikellid, Onze Minister en Onze Minister van Infrastructuur en Milieu gezamenlijk in de plaats van burgemeester en wethouders ten aanzien van de bevoegdheden en verplichtingen, bedoeld in dat artikellid.
3.
Onze Minister kan, in overeenstemming met het gevoelen van de ministerraad, bepalen dat Onze Minister en Onze Minister wie het mede aangaat, met overeenkomstige toepassing van artikel 3.35, derde lid, vierde volzin, van de Wet ruimtelijke ordening, één of meer besluiten nemen die nodig zijn voor een daarbij aangewezen uitbreiding van het net, bedoeld in artikel 20a, eerste lid.
1.
Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden de besluiten aangewezen die voor de uitbreiding van het net, bedoeld in artikel 20a, eerste lid, in ieder geval besluiten als bedoeld in artikel 3.35, eerste lid, onderdeel b, van de Wet ruimtelijke ordening zijn.
2.
Onze Minister kan ten behoeve van een uitbreiding van het net, bedoeld in artikel 20a, eerste lid, tevens één of meer andere besluiten dan de bij of krachtens het eerste lid aangewezen besluiten aanwijzen als besluiten als bedoeld in artikel 3.35, eerste lid, onderdeel b, van de Wet ruimtelijke ordening.
3.
Onze Minister kan, indien een bij of krachtens het eerste lid aangewezen besluit de toepassing van de procedure, bedoeld in artikel 20a, eerste lid, zou belemmeren of ernstig bemoeilijken, bepalen dat het desbetreffende besluit, in afwijking van de in het eerste lid bedoelde algemene maatregel van bestuur, niet als een besluit als bedoeld in artikel 3.35, eerste lid, onderdeel b, van de Wet ruimtelijke ordening wordt aangemerkt.
Artikel 20d
De Autoriteit Consument en Markt verrekent de kosten van een investering waarvoor op grond van artikel 3.28 van de Wet ruimtelijke ordening een inpassingsplan is vastgesteld of projectbesluit is genomen, in de tarieven.
1.
Een netbeheerder meldt een voornemen tot een bijzondere investering in de aanleg of uitbreiding van het net, waarop de procedure, bedoeld in artikel 3.28 van de Wet ruimtelijke ordening, niet van toepassing is, zo spoedig mogelijk schriftelijk aan de Autoriteit Consument en Markt of, indien het de netbeheerder van het landelijk hoogspanningsnet betreft, eveneens aan Onze Minister. Bij ministeriële regeling kunnen regels worden gesteld omtrent de melding.
2.
De Autoriteit Consument en Markt besluit binnen 13 weken nadat de melding is gedaan, of een investering als bedoeld in het eerste lid, van een netbeheerder niet zijnde de netbeheerder van het landelijk hoogspanningsnet noodzakelijk is.
3.
Onze Minister besluit of een investering als bedoeld in het eerste lid van de netbeheerder van het landelijk hoogspanningsnet noodzakelijk is, gelet op het belang van een duurzame, betrouwbare en efficiënte energievoorziening. Alvorens Onze Minister besluit, brengt de Autoriteit Consument en Markt binnen vier weken nadat de melding is gedaan advies uit over het te nemen besluit. Indien de investering niet is opgenomen in een structuurvisie als bedoeld in artikel 2.3 van de Wet ruimtelijke ordening, stelt Onze Minister het besluit niet eerder vast, dan na twee weken nadat het ontwerp daarvan en het betrekkelijke advies aan beide kamers der Staten-Generaal zijn overlegd.
4.
De Autoriteit Consument en Markt verrekent de kosten van een investering waarvan de noodzaak is vastgesteld op grond van het tweede of derde lid, in de tarieven.
Artikel 20f
[Dit artikel treedt niet meer in werking. Het artikel is ingetrokken door Stb. 2012/19.]
De raad van bestuur van de mededingingsautoriteit stelt een beleidsregel vast betreffende de beoordeling van doelmatigheid, bedoeld in de artikelen 20d en 20e, vierde lid.
1.
Een netbeheerder beschikt over een doeltreffend systeem voor de beheersing van de kwaliteit van zijn transportdienst en over voldoende capaciteit voor het transport van elektriciteit om te voorzien in de totale behoefte.
2.
De netbeheerder dient om het jaar bij de Autoriteit Consument en Markt een door hem vastgesteld document in waarin hij:
a. aangeeft welk kwaliteitsniveau hij nastreeft,
b. aannemelijk maakt dat hij beschikt over een doeltreffend kwaliteitsbeheersingssysteem voor zijn transportdienst,
c. aannemelijk maakt dat hij over voldoende capaciteit beschikt om te voorzien in de totale behoefte aan het transport van elektriciteit,
d. aangeeft welke capaciteitsknelpunten in de door hem beheerde netten bestaan en welke maatregelen hij zal nemen om deze op te heffen,
e. aangeeft welke investeringen hij zal doen om de capaciteitsknelpunten op te heffen;
f. aangeeft welke investeringen hij zal doen voor de vervanging en uitbreiding van de door hem beheerde netten,
g. aangeeft binnen welke termijnen hij voornoemde investeringen zal doen,
h. aangeeft welke investeringen ter uitbreiding van het net naar zijn oordeel noodzakelijk zijn om te voorzien in de totale behoefte aan het transport van elektriciteit, en
i. aannemelijk maakt dat hij de totale behoefte aan het transport van elektriciteit heeft afgestemd met de netbeheerders van de aan zijn net grenzende netten.
3.
Bij ministeriële regeling worden regels, die kunnen verschillen per spanningsniveau, gesteld over:
a. de eisen aan het kwaliteitsbeheersingssysteem;
b. de te verschaffen informatie over het nagestreefde kwaliteitsniveau en over het kwaliteitsbeheersingssysteem;
c. de wijze van ramen van de totale behoefte aan capaciteit voor het transport van elektriciteit;
d. de te verschaffen gegevens over de totale behoefte aan capaciteit voor het transport van elektriciteit en over de wijze waarop de netbeheerder voornemens is te voorzien in de totale behoefte aan capaciteit voor het transport van elektriciteit;
e. investeringen met betrekking tot een net;
f. de periode waarop het document of onderdelen daarvan betrekking hebben.
4.
De netbeheerder maakt het document op een geschikte wijze openbaar.
5.
Bij ministeriële regeling kan worden bepaald dat een door een geaccrediteerde instelling aan een netbeheerder verstrekt certificaat van conformiteit aan het bepaalde bij of krachtens dit artikel, ten behoeve van het toezicht op de naleving van dit artikel, het vermoeden oplevert dat de netbeheerder een kwaliteitsbeheersingssyteem heeft en daaraan uitvoering geeft overeenkomstig het bepaalde bij of krachtens dit artikel.
6.
De netbeheerder van het landelijk hoogspanningsnet geeft in het document bedoeld in het tweede lid in elk geval aan welke prestaties op het gebied van leveringskwaliteit en operationele netwerkveiligheid hij nastreeft.
7.
De doelstellingen bedoeld in het zesde lid zijn objectief, transparant en niet-discriminatoir.
8.
De Autoriteit Consument en Markt verleent goedkeuring aan het document bedoeld in het tweede lid voor zover het betreft de prestaties die de netbeheerder van het landelijk hoogspanningsnet nastreeft ten aanzien van de leveringskwaliteit en de operationele netwerkveiligheid indien naar het oordeel van de Autoriteit Consument en Markt blijkt dat deze netbeheerder in voldoende mate en op een doelmatige wijze kan voorzien in de door hem gestelde doelen.
9.
De netbeheerder handelt naar zijn voornemens, opgenomen in het document, bedoeld in het tweede lid, en meldt de Autoriteit Consument en Markt indien hij hiervan heeft afgeweken.
1.
Indien naar het oordeel van de Autoriteit Consument en Markt uit de overzichten, bedoeld in artikel 19b of uit het document, bedoeld in artikel 21, of anderszins, blijkt dat een netbeheerder in onvoldoende mate of op een ondoelmatige wijze kan of zal kunnen voorzien in het door hem te bereiken niveau van de kwaliteit van zijn transportdienst of in de totale behoefte aan capaciteit voor het transport van elektriciteit over de door hem beheerde netten, meldt zij zulks na overleg met de netbeheerder van het landelijk hoogspanningsnet en de netbeheerder van het desbetreffende net aan Onze Minister.
2.
Nadat hij een melding heeft ontvangen, kan Onze Minister aan de desbetreffende netbeheerder opdragen voorzieningen te treffen teneinde zeker te stellen dat het transport van elektriciteit in voldoende mate of op een doelmatige wijze plaatsvindt.
3.
Onze Minister is bevoegd tot oplegging van een last onder bestuursdwang ter handhaving van de opdracht, bedoeld in het tweede lid.
1.
De netbeheerder is verplicht degene die daarom verzoekt te voorzien van een aansluiting op het door hem beheerde net tegen een tarief en tegen andere voorwaarden die in overeenstemming zijn met de paragrafen 5 en 6 van dit hoofdstuk. De netbeheerder verstrekt degene die om een aansluiting op het net verzoekt een gedetailleerde en volledige opgave van de uit te voeren werkzaamheden en de te berekenen kosten van de handelingen, onderscheiden in artikel 28, eerste lid.
2.
De netbeheerder onthoudt zich van iedere vorm van discriminatie tussen degenen jegens wie de verplichting, bedoeld in het eerste lid, geldt.
3.
Een aansluiting wordt door de netbeheerder gerealiseerd binnen een redelijke termijn. Deze redelijk termijn is in ieder geval verstreken wanneer de gevraagde aansluiting niet is gerealiseerd binnen 18 weken nadat het verzoek om een aansluiting bij de netbeheerder in ingediend, indien het verzoek betreft:
a. een aansluiting tot 10 MVA;
b. een aansluiting voor een productie-installatie voor de opwekking van duurzame elektriciteit of een installatie voor hoogrenderende warmtekrachtkoppeling, tenzij de netbeheerder niet in redelijkheid kan worden verweten dat hij de aansluiting niet binnen de genoemde termijn heeft gerealiseerd.
1.
De netbeheerder is verplicht aan degene die daarom verzoekt een aanbod te doen om met gebruikmaking van het door hem beheerde net ten behoeve van de verzoeker transport van elektriciteit uit te voeren tegen een tarief en tegen andere voorwaarden die in overeenstemming zijn met de paragrafen 5 en 6 van dit hoofdstuk.
2.
De verplichting, bedoeld in het eerste lid, geldt niet voor zover de netbeheerder voor het gevraagde transport redelijkerwijs geen capaciteit ter beschikking heeft. Een weigering transport uit te voeren als bedoeld in de vorige volzin is met redenen omkleed. De netbeheerder verschaft degene aan wie transport is geweigerd desgevraagd en ten hoogste tegen kostprijs de relevante gegevens over de maatregelen die nodig zijn om het net te versterken. Indien ten aanzien van duurzame elektriciteit een weigering transport uit te voeren als bedoeld in de eerste volzin plaatsvindt, meldt de netbeheerder dit aan de Autoriteit Consument en Markt, waarbij de netbeheerder aangeeft welke maatregelen worden genomen om toekomstige weigeringen te voorkomen.
3.
De netbeheerder onthoudt zich van iedere vorm van discriminatie tussen degenen jegens wie de verplichting, bedoeld in het eerste lid, geldt.
1.
Indien een afnemer van leverancier wisselt, wordt die wisseling uitgevoerd overeenkomstig bij ministeriële regeling te stellen regels, welke regels kunnen verschillen voor verschillende netbeheerders en beheerders van netten als bedoeld in artikel 15.
2.
In de ministeriële regeling, bedoeld in het eerste lid, worden in ieder geval regels gesteld over de termijn waarbinnen de wisseling moet zijn uitgevoerd en over de bij een verzoek om wisseling te verstrekken gegevens.
1.
Indien de netbeheerder van het landelijk hoogspanningsnet maatregelen neemt als bedoeld in artikel 42 van de richtlijn en artikel 16 van verordening 714/2009 maakt hij daarbij geen onderscheid tussen landgrensoverschrijdende en niet-landgrensoverschrijdende contracten.
2.
De maatregelen worden genomen op basis van door de netbeheerder van het landelijk hoogspanningsnet vooraf gedefinieerde criteria met betrekking tot het beheer van onbalans die in nauw overleg met de relevante netbeheerders in andere landen worden vastgesteld.
3.
De maatregelen worden in nauw overleg met de relevante netbeheerders in andere landen genomen met in achtneming van de terzake geldende bilaterale overeenkomsten.
1.
De Autoriteit Consument en Markt kan op aanvraag besluiten dat capaciteit op het landsgrensoverschrijdend net voor het transport van elektriciteit tot een door haar te bepalen omvang en voor een door haar te bepalen tijdsduur bij voorrang wordt bestemd voor door haar aan te geven verzoekers om capaciteit voor het transport van elektriciteit, indien die capaciteit uitsluitend is bestemd om op een transparante en niet-discriminatoire wijze, die bijdraagt aan een goede marktwerking op de elektriciteitsmarkt, te worden toegewezen.
2.
Bij het nemen van het besluit, bedoeld in het eerste lid, kan de Autoriteit Consument en Markt voor het transport van elektriciteit voorwaarden goedkeuren en tarieven vaststellen die afwijken van het bepaalde bij of krachtens de paragrafen 5 en 6 van dit hoofdstuk.
3.
Het besluit, bedoeld in het eerste lid, mag niet het gevolg hebben dat de hoeveelheid capaciteit die de netbeheerder van het landelijk hoogspanningsnet reserveert om noodzakelijk transport van elektriciteit in het kader van onderlinge hulp en bijstand ten behoeve van de instandhouding van de integriteit van de netten te kunnen uitvoeren, wordt beperkt.
4.
Van een besluit als bedoeld in het eerste lid wordt mededeling gedaan in de Staatscourant.
1.
Een netbeheerder hanteert voorwaarden die redelijk, objectief en niet discriminerend zijn.
2.
Voorwaarden als bedoeld in de artikelen 236 en 237 van boek 6 van het Burgerlijk Wetboek worden vermoed niet redelijk te zijn.
3.
Een voorwaarde is redelijk, wanneer dit blijkt uit de aard, inhoud of wijze van totstandkoming van de betrokken voorwaarde.
4.
Het tweede en derde lid zijn niet van toepassing op een afnemer, bedoeld in artikel 95a, eerste lid.
5.
De artikelen 236 en 237 van boek 6 van het Burgerlijk Wetboek zijn mede van toepassing op voorwaarden in overeenkomsten met afnemers als bedoeld in artikel 95a, eerste lid, die rechtspersoon zijn of handelen in de uitoefening van een beroep of bedrijf.
Artikel 26aa
Een afnemer als bedoeld in artikel 95a, eerste lid, verleent de nodige medewerking aan de uitvoering van de taken, genoemd in artikel 16, eerste lid, onderdelen n en o.
1.
Een netbeheerder verzamelt uitsluitend meetgegevens betreffende afnemers als bedoeld in artikel 95a, eerste lid, indien:
a. dit noodzakelijk is voor de taken van de leverancier met betrekking tot:
1°. het verstrekken van informatie inzake het verbruik van elektriciteit op grond van artikel 95lb,
2°. facturering,
3°. verhuizingen,
4°. wisselingen van leverancier,
b. dit noodzakelijk is voor de taken van de netbeheerder, genoemd in artikel 16, eerste lid of
c. deze gegevens op basis van het tweede tot en met vijfde lid verstrekt worden.
2.
Een netbeheerder verleent een leverancier toegang tot meetgegevens betreffende afnemers als bedoeld in artikel 95a, eerste lid, voor zover het gaat om meetgegevens betreffende afnemers van die leverancier.
3.
In afwijking van het tweede lid verleent een netbeheerder een leverancier uitsluitend toegang tot meetgegevens die betrekking hebben op een kleiner tijdsbestek dan een dag, voor zover die leverancier de desbetreffende meetgegevens op basis van artikel 8, onderdeel a, van de Wet bescherming persoonsgegevens mag verwerken.
4.
Een netbeheerder verleent een derde uitsluitend toegang tot meetgegevens betreffende afnemers als bedoeld in artikel 95a, eerste lid, voorzover die derde de desbetreffende meetgegevens op basis van artikel 8, onderdeel a, van de Wet bescherming persoonsgegevens mag verwerken.
5.
Meetgegevens per kwartier en per dag worden door de netbeheerder dagelijks om niet beschikbaar gesteld. Overige meetgegevens worden door de netbeheerder tegen een vergoeding van de daaraan verbonden kosten beschikbaar gesteld.
1.
Een netbeheerder brengt op verzoek van een leverancier wijzigingen aan in de besturings- en toepassingsprogramma’s van meetinrichtingen die ter beschikking zijn gesteld aan afnemers als bedoeld in artikel 95a, eerste lid, van de betreffende leverancier, tenzij een meetinrichting door inwilliging van het verzoek niet langer zou voldoen aan de voor die meetinrichting geldende eisen of op andere wijze afbreuk gedaan zou worden aan de integriteit van de meetinrichting.
2.
Een netbeheerder leest meetgegevens van een afnemer als bedoeld in artikel 95a, eerste lid, die beschikt over een geïnstalleerde meetinrichting die ten minste voldoet aan de krachtens artikel 95la, eerste lid, gestelde eisen, niet op afstand uit indien de afnemer hierom verzoekt.
1.
Een netbeheerder heeft in het kader van het beheer van de netten in het voor hem krachtens artikel 36 of  37 vastgestelde gebied tot taak ervoor zorg te dragen dat in een bij algemene maatregel van bestuur te bepalen periode, een bij algemene maatregel van bestuur te bepalen percentage afnemers als bedoeld in artikel 95a, eerste lid, de beschikking krijgt over een geïnstalleerde meetinrichting die ten minste voldoet aan de krachtens artikel 95la, eerste lid, gestelde eisen, tenzij die afnemer blijkens de voorwaarden, bedoeld in artikel 31, eerste lid, onderdelen a of b, beschikt over een onbemeten aansluiting.
2.
In aanvulling op het eerste lid heeft een netbeheerder tot taak ervoor zorg te dragen dat een afnemer als bedoeld in artikel 95a, eerste lid, binnen een redelijke termijn een meetinrichting ter beschikking wordt gesteld die ten minste voldoet aan de krachtens artikel 95la gestelde eisen, wanneer:
a. een bestaande meetinrichting wordt vervangen, tenzij dit technisch onmogelijk is of niet efficiënt is in verhouding tot de geraamde potentiële energiebesparingen op lange termijn;
b. een nieuwe aansluiting wordt gemaakt in een nieuw gebouw;
c. een gebouw ingrijpend wordt gerenoveerd.
3.
Bij algemene maatregel van bestuur kunnen in aanvulling op het tweede lid andere situaties worden bepaald waarin een netbeheerder tot taak heeft ervoor zorg te dragen dat een afnemer als bedoeld in artikel 95a, eerste lid, binnen een redelijke termijn een meetinrichting ter beschikking wordt gesteld die ten minste voldoet aan de krachtens artikel 95la, eerste lid, gestelde eisen.
4.
Een netbeheerder draagt er zorg voor dat een afnemer als bedoeld in artikel 95a, eerste lid, op een eerder tijdstip dan het door de netbeheerder op grond van het eerste lid voorziene tijdstip, voor een of meer aansluitingen op verzoek van een natuurlijke persoon of rechtspersoon die daarbij belang heeft, binnen een redelijke termijn een meetinrichting ter beschikking wordt gesteld die ten minste voldoet aan de krachtens artikel 95la, eerste lid, gestelde eisen, tenzij dit ertoe leidt dat de planning die de netbeheerder hanteert om te voldoen aan de in het eerste lid bedoelde verplichting, niet wordt gehaald.
5.
Indien een meetinrichting door de netbeheerder ter beschikking is gesteld ingevolge het derde of vierde lid en de ter beschikking gestelde meetinrichting is geïnstalleerd, is de desbetreffende afnemer aan de desbetreffende netbeheerder een vergoeding verschuldigd in verband met de meerkosten.
6.
Bij ministeriële regeling wordt de hoogte van de vergoeding vastgesteld die voor verschillende situaties verschillend kan worden vastgesteld.
7.
Gedurende de in het eerste lid bedoelde periode kan een ander dan een netbeheerder op verzoek van een afnemer als bedoeld in artikel 95a, eerste lid, er na voorafgaande melding aan de betreffende netbeheerder voor zorgdragen dat die afnemer voor een of meer aansluitingen beschikt over een geïnstalleerde meetinrichting die ten minste voldoet aan de krachtens artikel 95la, eerste lid, gestelde eisen die gelden op het tijdstip van terbeschikkingstelling.
8.
Indien een ander dan een netbeheerder er zorg voor draagt dat een afnemer als bedoeld in artikel 95a, eerste lid, beschikt over een meetinrichting die ten minste voldoet aan de krachtens artikel 95la gestelde eisen, betaalt de betreffende netbeheerder aan die ander een vergoeding.
9.
Bij ministeriële regeling wordt de hoogte van de vergoeding als bedoeld in het achtste lid vastgesteld, die voor verschillende situaties verschillend kan worden vastgesteld.
10.
Het is anderen dan de netbeheerder niet toegestaan bij afnemers als bedoeld in artikel 95a, eerste lid, geïnstalleerde, op afstand uitleesbare meetinrichtingen te vervangen die geïnstalleerd zijn tussen 31 december 2005 en het tijdstip waarop de in het eerste lid bedoelde periode aanvangt.
11.
Indien een meetinrichting als bedoeld in artikel 95la, eerste lid, door de netbeheerder ter beschikking wordt gesteld, kan een afnemer als bedoeld in artikel 95a, eerste lid, deze meetinrichting weigeren. In dat geval wordt door de netbeheerder een niet op afstand uitleesbare meetinrichting ter beschikking gesteld.
12.
In aanvulling op artikel 30a kan het tarief voor de meting van elektriciteit mede betrekking hebben op de mate waarin een netbeheerder voortgang boekt bij de uitvoering van de verplichting, bedoeld in het eerste lid, en alsdan verschillen per netbeheerder.
13.
Een netbeheerder zendt jaarlijks vóór 1 juni een rapportage aan Onze Minister en de Autoriteit Consument en Markt waarin hij aangeeft welke voortgang is geboekt met de uitvoering van de taak, bedoeld in het eerste lid.
14.
Degene die een meetinrichting als bedoeld in artikel 95la, eerste lid, ter beschikking stelt, informeert een afnemer als bedoeld in artikel 95a, eerste lid, bij de installatie op niet-discriminatoire wijze over de mogelijkheden van de meetinrichting.
Artikel 26af
Een op afstand uitleesbare meetinrichting, die aan een afnemer als bedoeld in artikel 95a, eerste lid, ter beschikking is gesteld tussen 31 december 2005 en 1 januari 2012, wordt voor 15 jaren, te rekenen vanaf de datum van terbeschikkingstelling aan die afnemer, aangemerkt als een meetinrichting die voldoet aan de krachtens artikel 95la, eerste lid, gestelde eisen.
Artikel 26ah
De artikelen 26ab en 26ac, eerste lid, zijn niet van toepassing met betrekking tot afnemers die niet beschikken over een op afstand uitleesbare meetinrichting of die beschikken over een op afstand uitleesbare meetinrichting die niet op afstand wordt uitgelezen.
1.
Bij ministeriële regeling worden regels gesteld met betrekking tot de tariefstructuren en voorwaarden als bedoeld in de artikelen 27 en 31.
2.
De Autoriteit Consument en Markt brengt advies uit over het ontwerp van de in het eerste lid bedoelde regels.
3.
Een krachtens het eerste lid vast te stellen ministeriële regeling treedt niet eerder in werking dan vier weken nadat het ontwerp aan beide kamers der Staten-Generaal is overgelegd. Het ontwerp wordt vergezeld door het over de ministeriële regeling uitgebrachte advies van de Autoriteit Consument en Markt.
1.
Met inachtneming van de in artikel 26b bedoelde regels en de in artikel 6 van verordening 714/2009 bedoelde netcodes zenden de gezamenlijke netbeheerders aan de Autoriteit Consument en Markt een voorstel met betrekking tot de door hen jegens afnemers te hanteren tariefstructuren dat de elementen en wijze van berekening beschrijft van het tarief waarvoor afnemers zullen worden aangesloten op een net, van het tarief waarvoor transport van elektriciteit, met inbegrip van de invoer, uitvoer en doorvoer van elektriciteit, ten behoeve van afnemers zal worden uitgevoerd, en de systeemdiensten worden verricht alsmede de energiebalans wordt gehandhaafd en het tarief voor meting van elektriciteit bij afnemers als bedoeld in artikel 95a, eerste lid.
2.
In de tariefstructuren wordt in ieder geval opgenomen dat:
a. een afnemer recht heeft op een aansluiting op het door hem gewenste spanningsniveau, tenzij dit om technische redenen redelijkerwijs niet van de netbeheerder kan worden verlangd;
b. een afnemer recht heeft op een vergoeding van de netbeheerder, indien op zijn aansluiting een aansluiting ten behoeve van een derde wordt gemaakt;
c. een afnemer die beschikt over een aansluiting met meerdere verbindingen aangesloten op één of meer spanningsniveaus die vallen binnen dezelfde tariefcategorie voor de berekening van het transportafhankelijk transporttarief wordt geacht te beschikken over één aansluiting;
d. iedere afnemer recht heeft te worden aangesloten op het dichtstbijzijnde punt in het net met een bij zijn aansluiting behorend spanningsniveau, met dien verstande dat een afnemer die een aansluiting op het net wenst met een aansluitwaarde groter dan 10 MVA, wordt aangesloten op het dichtstbijzijnde punt in het net waar voldoende netcapaciteit beschikbaar is;
e. aanpassingen in het net die verband houden met het maken van een aansluiting komen voor rekening van de netbeheerder die het betreffende net beheert;
f. een afnemer, niet zijnde een afnemer die een aansluiting op het net wenst met een aansluitwaarde groter dan 10 MVA, recht heeft op een standaardaansluiting, waarbij de aansluitcapaciteit van deze aansluiting is gerelateerd aan de standaard gebruikte nominale aansluitspanning;
g. het aansluittarief wordt gebaseerd op de grootte van de aansluitcapaciteit.
3.
De tarieven die de netbeheerder van het landelijk hoogspanningsnet in rekening brengt voor de handhaving van de energiebalans zijn objectief, transparant, niet-discriminatoir en weerspiegelen de kosten.
1.
Het tarief waarvoor afnemers zullen worden aangesloten op een net heeft uitsluitend betrekking op:
a. het verbreken van het net van de desbetreffende netbeheerder om een fysieke verbinding van de installatie van een afnemer met dat net tot stand te brengen,
b. het installeren van voorzieningen om het net van de desbetreffende netbeheerder te beveiligen en beveiligd te houden en
c. het tot stand brengen en in stand houden van een verbinding tussen de plaats waar het net verbroken is en de voorzieningen om het net te beveiligen.
2.
Het tarief, bedoeld in het eerste lid, wordt in rekening gebracht bij iedere afnemer die door een netbeheerder wordt aangesloten op een net dat wordt beheerd door een netbeheerder.
3.
De tarieven voor de aansluiting van de afnemers die producent zijn, zijn objectief, transparant en niet-discriminatoir, waarbij rekening wordt gehouden met de kosten en baten van de onderscheiden technieken met betrekking tot duurzame energiebronnen, decentrale productie en warmtekrachtkoppeling.
1.
Het tarief waarvoor transport van elektriciteit zal worden uitgevoerd heeft betrekking op de ontvangst en het invoeden van elektriciteit door afnemers, ongeacht de plaats van ontvangst of invoeding van de elektriciteit en ongeacht de plaats van de aansluiting waar de elektriciteit op het Nederlandse net is ontvangen of ingevoed en op systeemdiensten.
2.
Het tarief, bedoeld in het eerste lid, wordt in rekening gebracht bij iedere afnemer die elektriciteit ontvangt op een aansluiting op een net dat wordt beheerd door een netbeheerder. Het tarief kan verschillen voor verschillende afnemers, afhankelijk van het spanningsniveau van het net waarop de afnemer is aangesloten. Bij algemene maatregel van bestuur kan worden bepaald dat het tarief tevens in rekening wordt gebracht bij iedere afnemer die elektriciteit invoedt op een net dat wordt beheerd door een netbeheerder. In dat geval kan het tarief tevens verschillen voor het ontvangen of het invoeden van elektriciteit.
3.
Het transporttarief wordt berekend per aansluiting. Voor de toepassing van het transporttarief wordt een streng van lichtmasten geacht te beschikken over één aansluiting.
4.
In aanvulling op het bepaalde bij of krachtens het eerste, tweede en derde lid, kunnen bij algemene maatregel van bestuur regels worden gesteld met betrekking tot het tarief waarvoor transport van elektriciteit zal worden uitgevoerd ten behoeve van bij die maatregel aan te geven afnemers dan wel voor daarbij te omschrijven transport van elektriciteit.
5.
Het tarief, bedoeld in het eerste lid, dient mede ter dekking van de kosten die zijn verbonden aan verplichtingen die voor het tijdstip van intrekking van de Elektriciteitswet 1989 door de aangewezen vennootschap zijn aangegaan met betrekking tot de aanleg van een verbinding voor het transport van elektriciteit tussen Nederland en Noorwegen.
6.
De voordracht voor een krachtens het tweede lid vast te stellen algemene maatregel van bestuur wordt niet eerder gedaan dan vier weken nadat het ontwerp aan beide kamers der Staten-Generaal is overgelegd.
7.
Bij het in rekening brengen van het tarief, bedoeld in het eerste lid, past de netbeheerder voor een afnemer met een bedrijfstijd van ten minste 65% en een verbruik op jaarbasis van ten minste 50 GWh, niet zijnde een netbeheerder, in een kalenderjaar een volumecorrectie van ten hoogste 90% toe op de tariefdragers van het transporttarief die zien op verbruik of aan het net onttrokken vermogen, op basis van de formule:
volumecorrectie (in %) = (bedrijfstijd – 65%)/(85%–65%) * (verbruik – 50 GWh)/(250 GWh – 50 GWh) * 100
waarbij
verbruik = de in de periode van een jaar aan het net onttrokken hoeveelheid elektriciteit, uitgedrukt in GWh met een maximum van 250 GWh.
8.
De bedrijfstijd, bedoeld in het zevende lid, bedraagt maximaal 85% en wordt berekend met de formule:
bedrijfstijd (in %) = ((verbruik/kWmax)/totaal aantal uren in de periode van een jaar) * 100
waarbij
verbruik = de in de periode van een jaar in de daluren aan het net onttrokken elektriciteit geëxtrapoleerd naar die gehele periode, uitgedrukt in kWh
kWmax = het in de periode van een jaar maximaal aan het net onttrokken vermogen, uitgedrukt in kW.
9.
Indien de afnemer, bedoeld in het zevende lid, beschikt over een productie-installatie voor de productie van elektriciteit uit restproducten van een productieproces, zoals restgassen of restwarmte, wordt op verzoek van de afnemer door de netbeheerder bij de toepassing van het achtste lid voor het verbruik genomen de in de periode van een jaar in de daluren verbruikte elektriciteit geëxtrapoleerd naar die gehele periode, uitgedrukt in kWh.
10.
Onder de periode van een jaar, bedoeld in het zevende, achtste en negende lid, wordt verstaan de periode tussen:
a. 1 juli van het kalenderjaar twee jaar voorafgaand aan het kalenderjaar, bedoeld in het zevende lid en
b. 30 juni van het kalenderjaar voorafgaand aan het kalenderjaar, bedoeld in het zevende lid.
11.
Bij ministeriële regeling worden nadere regels gesteld ter uitvoering van het zevende tot en met het tiende lid.
Artikel 30a
Het tarief voor de meting van elektriciteit bij afnemers als bedoeld in artikel 95a, eerste lid, heeft betrekking op:
a. het beheer van de meetinrichtingen;
b. het verschaffen van toegang tot meetgegevens als bedoeld in artikel 26ab, tweede en derde lid.
1.
Met inachtneming van de in artikel 26b bedoelde regels en de in artikel 6 van verordening 714/2009 bedoelde netcodes zenden de gezamenlijke netbeheerders aan de Autoriteit Consument en Markt een voorstel voor de door hen jegens afnemers te hanteren voorwaarden met betrekking tot:
a. de wijze waarop netbeheerders en afnemers alsmede netbeheerders zich jegens elkaar gedragen ten aanzien van het in werking hebben van de netten, het voorzien van een aansluiting op het net en het uitvoeren van transport van elektriciteit over het net,
b. de wijze waarop netbeheerders en afnemers alsmede netbeheerders zich jegens elkaar gedragen ten aanzien van het meten van gegevens betreffende het transport van elektriciteit;
c. de wijze waarop de netbeheerder van het landelijk hoogspanningsnet enerzijds en afnemers en de overige netbeheerders anderzijds zich jegens elkaar gedragen ten aanzien van de systeemdiensten,
d. de gebiedsindeling van de netbeheerders,
e. de regeling van de samenwerking tussen de netbeheerders ten aanzien van de uitvoering van de taken, bedoeld in de onderdelen a, b en c, alsmede ten behoeve van het waarborgen van het netbeheer van alle netten en het transport van elektriciteit in buitengewone omstandigheden,
f. de kwaliteitscriteria waaraan netbeheerders moeten voldoen met betrekking tot hun dienstverlening, welke in ieder geval betrekking hebben op te hanteren technische specificaties, het verhelpen van storingen in het transport van elektriciteit, de betalingsvoorwaarden, de klantenservice en het voorzien in compensatie bij ernstige storingen,
g. de wijze waarop de netbeheerder van het landelijk hoogspanningsnet uitvoering geeft aan zijn taak de leveringszekerheid te waarborgen en de wijze waarop productiereservecapaciteit wordt aangehouden en ingezet,
h. de wijze waarop de netbeheerder afnemers die producent zijn objectief, transparant en niet-discriminatoir op het net aansluit, rekening houdend met de kosten en baten van de onderscheiden technieken met betrekking tot hernieuwbare energiebronnen, decentrale productie en warmtekrachtkoppeling,
i. de wijze waarop de netbeheerder van het landelijk hoogspanningsnet jegens de andere netbeheerders en de afnemers de energiebalans handhaaft,
j. het realiseren van koppelingen tussen en het verrichten van reparaties aan de netten,
k. de wijze waarop de netbeheerder van het landelijk hoogspanningsnet enerzijds en afnemers en de overige netbeheerders anderzijds zich jegens elkaar gedragen ten aanzien van het verstrekken van informatie die noodzakelijk is voor een goede uitvoering van verordening 714/2009 en de daarop gebaseerde richtsnoeren.
2.
In de voorwaarden, bedoeld in het eerste lid, onderdeel c, worden in ieder geval voorwaarden opgenomen met betrekking tot de programma-verantwoordelijkheid, waarbij wordt bepaald dat de programma-verantwoordelijkheid kan worden overgedragen aan een ander, met uitzondering van een netbeheerder.
3.
In de voorwaarden, bedoeld in het eerste lid, onderdeel a, worden in ieder geval voorwaarden gesteld omtrent de eisen waaraan een bedrijf, dat de werkzaamheden bedoeld in artikel 16c, eerste of vijfde lid, uitvoert, moet voldoen.
4.
In de voorwaarden, bedoeld in het eerste lid, onderdeel a, kunnen voorwaarden worden gesteld omtrent het bepalen van de omvang van de capaciteit voor het transport van elektriciteit over het landsgrensoverschrijdend net en voor het toewijzen van de beschikbare capaciteit op dat net, waaronder tevens begrepen wordt het veilen van capaciteit dan wel het volgens een andere marktconforme methode toewijzen van capaciteit, en het toewijzen van capaciteit die een afnemer niet gebruikt. De voorwaarden kunnen de nodige voorzieningen bevatten gericht op het voorkomen van belemmeringen voor goede marktwerking.
5.
De omvang van de capaciteit die toegewezen kan worden door middel van een veiling of een andere marktconforme methode is ten hoogste de totale omvang van de capaciteit voor het transport van elektriciteit over het landsgrensoverschrijdend net na aftrek van:
a. de hoeveelheid capaciteit die de netbeheerder van het landelijk hoogspanningsnet reserveert om noodzakelijk transport van elektriciteit in het kader van onderlinge hulp en bijstand ten behoeve van de instandhouding van de integriteit van de netten te kunnen uitvoeren,
b. de hoeveelheid capaciteit die de Autoriteit Consument en Markt op grond van artikel 26 heeft bestemd voor bepaalde verzoekers om capaciteit voor het transport van elektriciteit, en
c. de hoeveelheid capaciteit waarvoor Onze Minister ontheffing heeft verleend op grond van artikel 86c.
6.
De netbeheerder van het landelijk hoogspanningsnet benut de opbrengst van het veilen of op een andere marktconforme methode toewijzen van capaciteit overeenkomstig de regeling, bedoeld in het vierde lid, voor het opheffen van beperkingen in de transportcapaciteit op het landsgrensoverschrijdende net dan wel voor andere, door de Autoriteit Consument en Markt te bepalen doelen.
7.
De netbeheerder van het landelijk hoogspanningsnet voert een afzonderlijke boekhouding met betrekking tot de opbrengst van het veilen of op een andere marktconforme methode toewijzen van capaciteit. Artikel 43 is van overeenkomstige toepassing.
8.
De voorwaarden, bedoeld in het eerste lid, onderdeel g, kunnen mede betrekking hebben op de wijze waarop de netbeheerder van het landelijk hoogspanningsnet enerzijds en afnemers, leveranciers en de overige netbeheerders anderzijds zich jegens elkaar gedragen.
9.
Onze Minister kan, in aanvulling op de voorwaarden, bedoeld in het eerste lid, onderdeel b, en voorzover dit onderwerp geen regeling vindt in het bepaalde bij of krachtens artikel 72m, nadere regels stellen over:
a. de vaststelling, bedoeld in artikel 16, eerste lid, onderdeel h;
c. het verstrekken van meetgegevens aan anderen dan genoemd in artikel 16a, derde lid, met dien verstande dat meetgegevens slechts kunnen worden verstrekt aan leveranciers en handelaren met schriftelijke toestemming van de afnemer aan wie de meetgegevens toebehoren;
d. het uitgeven van certificaten voor klimaatneutrale elektriciteit en elektriciteit opgewekt door middel van warmtekrachtkoppeling en het beheer van een certificatenrekening onderscheidenlijk het uitgeven van garanties van oorsprong voor duurzame elektriciteit en garanties van oorsprong voor elektriciteit opgewekt in een installatie voor hoogrenderende warmtekrachtkoppeling en het beheer van een rekening;
e. de kosten voor de uitvoering van de onderdelen a tot en met d.
10.
De voorwaarden, bedoeld in het eerste lid, onderdeel f, bepalen dat een vordering tot betaling van een schuld van een afnemer ter zake van geleverde diensten als bedoeld in artikel 27, eerste lid, wordt gedaan binnen twee jaren nadat de vordering opeisbaar is geworden en dat bij gebreke daarvan de vordering vervalt. De eerste volzin is niet van toepassing indien het uitblijven van bedoelde vordering, een onjuiste vordering daaronder begrepen, het rechtstreekse gevolg is van een daartoe gerichte opzettelijke gedraging van de afnemer.
11.
Tot de voorwaarden bedoeld in het eerste lid, onderdeel g, behoren in elk geval door de netbeheerder van het landelijk hoogspanningsnet vast te stellen minimale voorschriften en verplichtingen inzake operationele netwerkveiligheid waarvan deel uitmaakt de vaststelling van het niveau van voorzienbare omstandigheden waarin de operationele netwerkveiligheid gehandhaafd moet blijven.
12.
In de voorwaarden, bedoeld in het eerste lid, onderdelen a, f en g, wordt vastgelegd dat netten met een spanningsniveau van 110 kV of hoger zodanig zijn ontworpen en in werking zijn dat het transport van elektriciteit, ook indien zich een enkelvoudige storing voordoet, verzekerd is. Het transport van elektriciteit moet ook verzekerd zijn, als zich een enkelvoudige storing voordoet ten tijde van onderhoud.
13.
In afwijking van het twaalfde lid, tweede volzin, wordt voor netten met een spanningsniveau van 110 tot 220 kV in de voorwaarden, bedoeld in het eerste lid, onderdelen a, f en g, vastgelegd in welke gevallen deze bepaling niet toegepast hoeft te worden. Daarbij dient een onderbreking van het transport van elektriciteit altijd beperkt te blijven tot ten hoogste zes uren en 100 MW.
14.
Het vijfde tot en met zevende lid vervallen op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip, welk tijdstip kan verschillen voor de verschillende leden.
15.
In de voorwaarden, bedoeld in het eerste lid, onderdeel a, worden regels gesteld omtrent de technische eisen waaraan een aansluiting van een gesloten distributiesysteem moet voldoen.
Artikel 31b
Bij ministeriële regeling worden, voor zover noodzakelijk ter uitvoering van de richtlijn, regels gesteld die de netbeheerder in acht moet nemen jegens afnemers als bedoeld in artikel 95a, eerste lid.
1.
Voor afnemers als bedoeld in artikel 95a, eerste lid, die duurzame elektriciteit invoeden op het net, berekent de leverancier het verbruik ten behoeve van de facturering en inning van de leveringskosten door de aan het net onttrokken elektriciteit te verminderen met de op het net ingevoede elektriciteit, waarbij de vermindering maximaal de hoeveelheid aan het net onttrokken elektriciteit bedraagt.
2.
Voor afnemers als bedoeld in artikel 95a, eerste lid, die niet-duurzame elektriciteit invoeden op het net, berekent de leverancier het verbruik ten behoeve van de facturering en inning van de leveringskosten door de aan het net onttrokken elektriciteit te verminderen met de op het net ingevoede elektriciteit, met een maximum van 5000 kWh aan op het net ingevoede elektriciteit, voor zover het saldo van de aan het net onttrokken minus de op het net ingevoede elektriciteit niet minder dan nul bedraagt.
3.
Indien de door de afnemer, bedoeld in het eerste en tweede lid, op het net ingevoede hoeveelheid elektriciteit groter is dan de hoeveelheid die ingevolge die leden in mindering wordt gebracht op de aan het net onttrokken elektriciteit, betaalt de leverancier aan de betreffende afnemer voor het meerdere een redelijke vergoeding.
1.
De netbeheerder van het landelijk hoogspanningsnet of ten minste een derde van het aantal overige netbeheerders kan de gezamenlijke netbeheerders verzoeken een voorstel te doen tot wijziging van de tariefstructuren of de voorwaarden, bedoeld in de artikelen 27 en 31, onder opgave van de redenen die naar zijn oordeel een dergelijke wijziging noodzakelijk maken.
2.
Indien naar haar oordeel wijziging van de tariefstructuren of de voorwaarden, bedoeld in de artikelen 27 en 31, noodzakelijk is, zendt de Autoriteit Consument en Markt een ontwerp van een besluit tot wijziging van de tariefstructuren of de voorwaarden aan de gezamenlijke netbeheerders en de representatieve organisaties van partijen op de elektriciteitsmarkt.
3.
In een voorstel of een ontwerp van een besluit tot wijziging van de tariefstructuren of de voorwaarden worden die onderdelen, bedoeld in artikel 27 of  31, opgenomen waarvan wijziging wordt verzocht.
1.
De gezamenlijke netbeheerders voeren overleg met representatieve organisaties van partijen op de elektriciteitsmarkt over de voorstellen met betrekking tot de tariefstructuren en de voorwaarden, bedoeld in de artikelen 27, 31 en 32, eerste lid.
2.
In de voorstellen die aan de Autoriteit Consument en Markt worden gezonden, geven de gezamenlijke netbeheerders aan welke gevolgtrekkingen zij hebben verbonden aan de zienswijzen die de organisaties, bedoeld in het eerste lid, naar voren hebben gebracht.
3.
De netbeheerder van het landelijk hoogspanningsnet voert overleg met de netbeheerders in andere landen waarmee een landgrensoverschrijdend net tot stand is gebracht over de voorschriften en verplichtingen inzake operationele netwerkveiligheid als bedoeld in artikel 31, elfde lid, voordat hij die voorschriften en verplichtingen vaststelt.
1.
De gezamenlijke netbeheerders zenden een voorstel met betrekking tot de wijziging van de tariefstructuren of de voorwaarden aan de Autoriteit Consument en Markt binnen twaalf weken na het tijdstip waarop een verzoek als bedoeld in artikel 32, eerste lid, wordt gedaan.
2.
De gezamenlijke netbeheerders en representatieve organisaties van partijen op de elektriciteitsmarkt kunnen hun zienswijze op een ontwerp van een besluit tot wijziging van de tariefstructuren of de voorwaarden aan de Autoriteit Consument en Markt kenbaar maken binnen twaalf weken na het tijdstip waarop het ontwerp van het besluit op grond van artikel 32, tweede lid, aan hen is gezonden.
1.
De Autoriteit Consument en Markt stelt de tariefstructuren en voorwaarden vast met inachtneming van:
a. het voorstel van de gezamenlijke netbeheerders als bedoeld in artikel 27, 31 of  32 en de resultaten van het overleg, bedoeld in artikel 33, eerste lid,
b. het belang van het betrouwbaar, duurzaam, doelmatig en milieuhygiënisch verantwoord functioneren van de elektriciteitsvoorziening,
c. het belang van de bevordering van de ontwikkeling van het handelsverkeer op de elektriciteitsmarkt,
d. het belang van de bevordering van het doelmatig handelen van afnemers
e. het belang van een goede kwaliteit van de dienstverlening van netbeheerders,
f. het belang van een objectieve, transparante en niet discriminatoire handhaving van de energiebalans op een wijze die de kosten weerspiegelt,
g. de in artikel 26b bedoelde regels,
h. verordening 714/2009 en de richtlijn en
i. artikel 15 van richtlijn 2012/27/EU van het Europees Parlement en de Raad van 25 oktober 2012 betreffende energie-efficiëntie, tot wijziging van Richtlijnen 2009/125/EG en 2010/30/EU en houdende intrekking van de Richtlijnen 2004/8/EG en 2006/32/EG (PbEU 2012, L 315).
2.
De Autoriteit Consument en Markt stelt de voorwaarden niet vast dan nadat zij zich met inachtneming van artikel 5 van de richtlijn ervan vergewist heeft dat de voorwaarden de interoperabiliteit van de netten garanderen en objectief, evenredig en niet-discriminatoir zijn, alsmede voor zover dat op grond van de notificatierichtlijn noodzakelijk is, aan de Europese Commissie in ontwerp zijn meegedeeld en de van toepassing zijnde termijnen, bedoeld in artikel 9 van de notificatierichtlijn, zijn verstreken.
3.
Indien een voorstel als bedoeld in artikel 27, 31 of  32 naar het oordeel van de Autoriteit Consument en Markt in strijd is met het belang, bedoeld in het eerste lid, onderdeel b, c, d, e of f, met de regels, bedoeld in het eerste lid, onderdelen g en h, of of met de eisen, bedoeld in het tweede lid, draagt de Autoriteit Consument en Markt de gezamenlijke netbeheerders op het voorstel onverwijld zodanig te wijzigen dat deze strijd wordt opgeheven. Artikel 4:15 van de Algemene wet bestuursrecht is van overeenkomstige toepassing.
4.
Indien de gezamenlijke netbeheerders niet binnen vier weken het voorstel wijzigen overeenkomstig de opdracht van de Autoriteit Consument en Markt, bedoeld in het derde lid, stelt de Autoriteit Consument en Markt de tariefstructuren of de voorwaarden vast onder het aanbrengen van zodanige wijzigingen dat deze in overeenstemming zijn met de belangen, bedoeld in het eerste lid, onderdelen b tot en met f, met de regels, bedoeld in het eerste lid, onderdelen g en h, en met de eisen, bedoeld in het tweede lid.
1.
Nadat de termijn, bedoeld in artikel 34, is verstreken, stelt de Autoriteit Consument en Markt de tariefstructuren of de voorwaarden vast met inachtneming van de voorstellen van netbeheerders en van artikel 36, eerste en tweede lid. Indien een voorstel als bedoeld in artikel 34 niet binnen de daarbij aangegeven termijn aan de Autoriteit Consument en Markt is gezonden, stelt deze de tariefstructuren of de voorwaarden uit eigen beweging vast met inachtneming van artikel 36, eerste en tweede lid.
2.
Indien de gezamenlijke netbeheerders niet binnen de termijn, bedoeld in artikel 34, derde lid, hun zienswijze op een ontwerp van een besluit als bedoeld in dat artikellid aan de Autoriteit Consument en Markt kenbaar maken, stelt deze het besluit tot wijziging van de tariefstructuren of de voorwaarden uit eigen beweging vast met inachtneming van artikel 36, eerste en tweede lid.
1.
De Autoriteit Consument en Markt kan op aanvraag bij beschikking een ontheffing verlenen van de tariefstructuren en de voorwaarden. Bij haar beslissing neemt de Autoriteit Consument en Markt de belangen als bedoeld in artikel 36, eerste lid, onderdelen b tot en met f en de regels, bedoeld in artikel 36, eerste lid, onderdelen g en h, in acht.
2.
De Autoriteit Consument en Markt stelt beleidsregels op met betrekking tot de procedure voor aanvraag van een ontheffing. De beleidsregels worden bekendgemaakt in de Staatscourant.
3.
De Autoriteit Consument en Markt kan voorschriften en beperkingen verbinden aan de ontheffing. De Autoriteit Consument en Markt kan de voorschriften en de opgelegde beperkingen wijzigen.
4.
De Autoriteit Consument en Markt trekt de ontheffing in op daartoe strekkend schriftelijk verzoek van de houder van de ontheffing.
5.
De Autoriteit Consument en Markt kan een ontheffing intrekken, indien:
a. de houder van de ontheffing de aan de ontheffing verbonden voorschriften of opgelegde beperkingen niet nakomt;
b. de houder van de ontheffing bij de aanvraag onjuiste of onvolledige gegevens heeft verstrekt en de verstrekking van juiste en volledige gegevens tot een andere beschikking op de aanvraag zou hebben geleid;
c. de Autoriteit Consument en Markt, gelet op de belangen bedoeld in artikel 36, eerste lid, onderdelen b tot en met f en de regels, bedoeld in artikel 36, eerste lid, onderdelen g en h, van oordeel is dat intrekking van de ontheffing noodzakelijk is.
6.
Van een op grond van dit artikel genomen beschikking wordt mededeling gedaan in de Staatscourant.
1.
De tariefstructuren en de voorwaarden treden in werking op een door de Autoriteit Consument en Markt te bepalen datum en gelden voor onbepaalde tijd.
2.
Van de besluiten betreffende de vaststelling van de tariefstructuren en de voorwaarden alsmede de wijziging daarvan wordt mededeling gedaan door plaatsing in de Staatscourant.
3.
Iedere netbeheerder legt een exemplaar van de tariefstructuren en de voorwaarden voor een ieder ter inzage in al zijn vestigingen.
4.
Na de vaststelling van de voorwaarden gelden deze als minimumeisen voor de technische veiligheid en voor het technisch ontwerp en de exploitatie van de installaties en netten, bedoeld in artikel 5 van de richtlijn.
1.
Netbeheerders zenden de Autoriteit Consument en Markt voor 1 maart van elk jaar een rapportage omtrent de naleving door hen van de kwaliteitscriteria, bedoeld in artikel 31, eerste lid, onderdeel f.
2.
De Autoriteit Consument en Markt vermeldt de bevindingen die zij ontleent aan rapportages als bedoeld in het eerste lid in het verslag, bedoeld in artikel 9.
Artikel 40
De tarieven voor de diensten ter uitvoering van de taken, genoemd in artikel 16, eerste en tweede lid, met uitzondering van onderdeel p, worden vastgesteld overeenkomstig de artikelen 41 tot en met 41d.
Artikel 40a
De tarieven voor de meting van elektriciteit bij afnemers als bedoeld in artikel 95a, eerste lid, als bedoeld in artikel 30a, worden vastgesteld door de Autoriteit Consument en Markt na overleg met de gezamenlijke netbeheerders en met representatieve organisaties van partijen op de elektriciteitsmarkt. Bij ministeriële regeling kunnen nadere regels worden gesteld met betrekking tot procedure tot vaststelling van de tarieven voor de meting van elektriciteit bij afnemers als bedoeld in artikel 95a, eerste lid en de wijze van berekening van deze tarieven.
1.
De Autoriteit Consument en Markt stelt na overleg met de gezamenlijke netbeheerders en representatieve organisaties van partijen op de elektriciteitsmarkt:
a. ten aanzien van de taken, genoemd in artikel 16, eerste lid, met inachtneming van het belang dat door middel van marktwerking ten behoeve van afnemers de doelmatigheid van de bedrijfsvoering en de meest doelmatige kwaliteit van het transport worden bevorderd en rekening houdend met het belang van voorzieningszekerheid, duurzaamheid en een redelijk rendement op investeringen, voor netbeheerders, met uitzondering van de netbeheerder van het landelijk hoogspanningsnet, de methode vast tot vaststelling van de korting ter bevordering van de doelmatige bedrijfsvoering, van de kwaliteitsterm en van het rekenvolume van elke tariefdrager waarvoor een tarief wordt vastgesteld;
b. voor elke taak, genoemd in artikel 16, tweede lid, met inachtneming van het belang dat de doelmatigheid van de bedrijfsvoering en de meest doelmatige kwaliteit van uitvoering van deze taken worden bevorderd, en rekening houdend met het belang van voorzieningszekerheid, duurzaamheid en een redelijk rendement op investeringen, de methode van regulering vast voor de netbeheerder van het landelijk hoogspanningsnet.
Het besluit tot vaststelling van de methode geldt voor een periode van ten minste drie en ten hoogste vijf jaar.
2.
Ten aanzien van de taken, genoemd in artikel 16, eerste lid, is het eerste lid, onderdeel a, van overeenkomstige toepassing voor vaststelling van de methode tot vaststelling van de korting ter bevordering van de doelmatige bedrijfsvoering en van het rekenvolume van elke tariefdrager waarvoor een tarief wordt vastgesteld voor de netbeheerder van het landelijk hoogspanningsnet.
3.
De korting ter bevordering van de doelmatige bedrijfsvoering heeft onder meer ten doel te bereiken dat de netbeheerder in ieder geval geen rendement kan behalen dat hoger is dan in het economische verkeer gebruikelijk en dat de gelijkwaardigheid in de doelmatigheid van de netbeheerders wordt bevorderd.
4.
De kwaliteitsterm geeft de aanpassing van de tarieven in verband met de geleverde kwaliteit aan en heeft ten doel netbeheerders te stimuleren om de kwaliteit van hun transportdienst te optimaliseren.
5.
De rekenvolumina die een netbeheerder gebruikt bij het voorstel, bedoeld in artikel 41b, zijn gebaseerd op daadwerkelijk gefactureerde volumina in eerdere jaren, of worden door de Autoriteit Consument en Markt geschat indien deze betrekking hebben op nieuwe tarieven.
1.
Ten behoeve van het voorstel, bedoeld in artikel 41b, stelt de Autoriteit Consument en Markt voor iedere netbeheerder afzonderlijk voor dezelfde periode als waarvoor het besluit geldt op grond van artikel 41, eerste lid, vast:
a. de korting ter bevordering van de doelmatige bedrijfsvoering,
b. de kwaliteitsterm, en
c. het rekenvolume van elke tariefdrager waarvoor een tarief wordt vastgesteld.
2.
De Autoriteit Consument en Markt kan het in het eerste lid, onderdeel c, bedoelde rekenvolume gedurende de in de aanhef van dat lid bedoelde periode wijzigen.
3.
Indien het besluit op grond van artikel 41, eerste lid, bij een onherroepelijke rechterlijke uitspraak is vernietigd of bij een onherroepelijk besluit op bezwaar is herroepen, herziet de Autoriteit Consument en Markt de in het eerste lid vermelde besluiten met toepassing van de met inachtneming van die uitspraak of dat besluit op bezwaar gecorrigeerde methode.
1.
Iedere netbeheerder zendt jaarlijks voor 1 oktober aan de Autoriteit Consument en Markt een voorstel voor de tarieven die deze netbeheerder ten hoogste zal berekenen voor de uitvoering van de taken genoemd in artikel 16, eerste lid, met uitzondering van onderdeel p, en voor zover het betreft de netbeheerder van het landelijk hoogspanningsnet, de taken, genoemd in artikel 16, tweede lid, met inachtneming van:
a. het uitgangspunt dat de kosten worden toegerekend aan de tariefdragers betreffende de diensten die deze kosten veroorzaken,
b. de tariefstructuren vastgesteld op grond van artikel 36 of 37,
c. het bepaalde bij of krachtens artikel 41a,
d. de formule
waarbij
TI t = de totale inkomsten uit de tarieven in het jaar t, te weten de som van de vermenigvuldiging van elk tarief in jaar t en het op basis van artikel 41a, eerste lid, onderdeel c, vastgestelde rekenvolume van elke tariefdrager waarvoor een tarief wordt vastgesteld;
TI t-1 = de totale inkomsten uit de tarieven in het jaar voorafgaande aan het jaar t, te weten de som van de vermenigvuldiging van elk tarief in jaar t-1 en het op basis van artikel 41a, eerste lid, onderdeel c, vastgestelde rekenvolume van elke tariefdrager waarvoor een tarief wordt vastgesteld;
cpi = de relatieve wijziging van de consumentenprijsindex (alle huishoudens), berekend uit het quotiënt van deze prijsindex, gepubliceerd in de vierde maand voorafgaande aan het jaar t, en van deze prijsindex, gepubliceerd in de zestiende maand voorafgaande aan het jaar t, zoals deze maandelijks wordt vastgesteld door het Centraal Bureau voor de Statistiek;
x = de korting ter bevordering van de doelmatige bedrijfsvoering;
q = de kwaliteitsterm, die de aanpassing van de tarieven in verband met de geleverde kwaliteit aangeeft;
e. de gemaakte kosten voor investeringen, bedoeld in artikel 20d of  20e, tweede of derde lid, voor zover de kosten doelmatig zijn;
f. [dit onderdeel is nog niet in werking getreden;]
g. het totaal van de gemaakte kosten voor een verwerving van een bestaand net waarvoor nog niet eerder een netbeheerder was aangewezen door of met instemming van Onze Minister en voor de investeringen tot aanpassing van dat verworven net waardoor aan de bij of krachtens deze wet daaraan gestelde eisen wordt voldaan, voor zover deze kosten doelmatig zijn.
2.
De geschatte kosten die een netbeheerder voor de uitvoering van de taken genoemd in artikel 16, eerste en tweede lid, bij een andere netbeheerder in rekening zal brengen, worden zonder toepassing van de formule, bedoeld in het eerste lid, onder d, toegevoegd aan de totale inkomsten uit de tarieven van deze andere netbeheerder. Het verschil tussen de geschatte en gerealiseerde kosten wordt betrokken bij de vaststelling van de totale inkomsten uit de tarieven van de andere netbeheerder in een volgend jaar.
3.
De geschatte kosten die de netbeheerder van het landelijk hoogspanningsnet voor de uitvoering van de taken, genoemd in artikel 16, tweede lid, maakt, worden zonder toepassing van de formule, bedoeld in het eerste lid, onderdeel d, en met toepassing van het besluit, bedoeld in artikel 41, eerste lid, onderdeel b, toegevoegd aan de totale inkomsten uit de tarieven van de netbeheerder van het landelijk hoogspanningsnet.
4.
De Autoriteit Consument en Markt stelt een beleidsregel vast betreffende de beoordeling van doelmatigheid, bedoeld in het eerste lid, onder e en g.
1.
De kosten die de netbeheerder van het landelijk hoogspanningsnet maakt tussen 6 september 2013 en de datum van inwerkingtreding van de Wet windenergie op zee voor de uitvoering van de taak, genoemd in artikel 16, tweede lid, onderdeel n, worden in het jaar dat volgt op de inwerkingtreding van de Wet windenergie op zee zonder toepassing van de formule, bedoeld in artikel 41b, eerste lid, onder d, toegevoegd aan de totale inkomsten uit de tarieven van deze netbeheerder, bedoeld in artikel 41b, eerste lid.
2.
De geschatte kosten die de netbeheerder van het landelijk hoogspanningsnet maakt tussen de datum van inwerkingtreding van de Wet windenergie op zee en 31 december 2016 voor de uitvoering van de taak, genoemd in artikel 16, tweede lid, onderdeel n, worden zonder toepassing van de formule, bedoeld in artikel 41b, eerste lid, onder d, toegevoegd aan de totale inkomsten uit de tarieven van deze netbeheerder, bedoeld in artikel 41b, eerste lid. Het verschil tussen de geschatte en gerealiseerde kosten wordt betrokken bij de vaststelling van de totale inkomsten uit de tarieven van deze netbeheerder in een volgend jaar.
1.
De Autoriteit Consument en Markt stelt de tarieven, die kunnen verschillen voor de verschillende netbeheerders en voor onderscheiden tariefdragers, jaarlijks vast.
2.
De Autoriteit Consument en Markt kan de tarieven die zullen gelden in het jaar t corrigeren, indien de tarieven die golden in dat jaar of de jaren voorafgaand aan het jaar t:
a. bij rechterlijke uitspraak of met toepassing van de artikel 6:19 of 7:11 van de Algemene wet bestuursrecht zijn gewijzigd;
b. zijn vastgesteld met inachtneming van onjuiste of onvolledige gegevens en de Autoriteit Consument en Markt, indien zij de beschikking had over juiste of volledige gegevens, tarieven zou hebben vastgesteld die in aanmerkelijke mate zouden afwijken van de vastgestelde tarieven;
c. zijn vastgesteld met gebruikmaking van geschatte gegevens en de feitelijke gegevens daarvan afwijken;
d. zijn vastgesteld met gebruikmaking van gegevens omtrent kosten voor bepaalde diensten, terwijl netbeheerders die diensten in het jaar t of een gedeelte van jaar t niet hebben geleverd of voor die diensten geen of minder kosten hebben gemaakt.
3.
Indien een voorstel niet binnen de termijn, bedoeld in artikel 41b, eerste lid, aan de Autoriteit Consument en Markt is gezonden, stelt deze de tarieven voor de desbetreffende netbeheerder uit eigen beweging vast met inachtneming van artikel 41b.
4.
Indien de totale inkomsten aan het begin van de periode, bedoeld in artikel 41, eerste lid, niet in overeenstemming zijn met het efficiënte kostenniveau inclusief een rendement dat in het economisch verkeer gebruikelijk is, kan de Autoriteit Consument en Markt bij de toepassing van de formule, genoemd in artikel 41b, eerste lid, onderdeel d, in plaats van TIt-1, de totale inkomsten vaststellen op het efficiënte kostenniveau inclusief een rendement dat in het economisch verkeer gebruikelijk is.
5.
Indien een besluit op grond van artikel 41, eerste lid, of  41a eerste lid, bij onherroepelijke rechterlijke uitspraak is vernietigd of bij een onherroepelijk besluit op bezwaar is herroepen, herberekent de Autoriteit Consument en Markt de tarieven, bedoeld in het eerste lid, met toepassing van de met inachtneming van die uitspraak of dat besluit op bezwaar gecorrigeerde methode onderscheidenlijk gecorrigeerde doelmatigheidskorting, kwaliteitsterm of rekenvolume, en verdisconteert zij de uitkomsten van deze herberekening in de eerstvolgende op grond van het eerste lid vast te stellen tarieven. Daarbij worden deze herberekening en de wijze waarop de uitkomsten daarvan in de tarieven zijn verdisconteerd separaat weergegeven.
6.
De Autoriteit Consument en Markt kan de tarieven die zullen gelden in het jaar t corrigeren met de gederfde inkomsten die voor netbeheerders zijn ontstaan door toepassing van een volumecorrectie op grond van artikelen 29, zevende tot en met tiende lid, in 2014.
1.
In afwijking van artikel 41a wordt voor de netbeheerder van het landelijk hoogspanningsnet ten aanzien van de taken, bedoeld in artikel 16, eerste lid geen kwaliteitsterm vastgesteld.
2.
De Autoriteit Consument en Markt stelt voor de netbeheerder van het landelijk hoogspanningsnet jaarlijks het verschil vast tussen de totale inkomsten uit de tarieven, bedoeld in artikel 41b, eerste lid, onderdeel d, en de gerealiseerde totale inkomsten uit de tarieven. Bij de eerstvolgende vaststelling van de tarieven verwerkt de Autoriteit Consument en Markt het verschil in de tarieven.
1.
De tarieven treden in werking op een door de Autoriteit Consument en Markt te bepalen datum en gelden tot 1 januari van het jaar, volgend op de datum van inwerkingtreding van het besluit tot vaststelling van de tarieven.
2.
Indien op 1 januari de tarieven voor het volgende jaar nog niet zijn vastgesteld, gelden de tarieven tot de datum van inwerkingtreding van het besluit tot vaststelling van de tarieven voor het volgende jaar.
3.
Iedere netbeheerder legt een exemplaar van de voor hem geldende tarieven voor een ieder ter inzage in al zijn vestigingen.
1.
Een netbeheerder is verplicht een afzonderlijke boekhouding te voeren voor het beheer van de netten op grond van zijn taken, bedoeld in de artikelen 16 en 16a. Indien de netbeheerder werkzaamheden verricht als bedoeld in artikel 17 of 17a, voert hij daarvoor eveneens, al dan niet op geconsolideerde basis, een afzonderlijke boekhouding.
2.
De afzonderlijke boekhouding bevat:
a. een balans en een winst- en verliesrekening,
b. een specificatie van de toerekening van de activa en de passiva en de lasten en baten aan activiteiten als bedoeld in het eerste lid, waarbij in het bijzonder voor iedere transporttrap de kosten, opbrengsten en hoeveelheden van tenminste de functies, bedoeld in de artikelen 27 tot en met 30a, worden aangegeven,
c. een specificatie van de inkomsten verkregen uit de eigendom van het net, en
d. een toelichting op de gebruikte regels voor de afschrijving.
3.
De netbeheerder geeft in de boekhouding aan welke methoden en criteria bij het opstellen daarvan zijn gehanteerd.
4.
Het toerekenen van kosten aan activiteiten als bedoeld in het eerste lid geschiedt in overeenstemming met het daadwerkelijk gebruik van financiële of andere middelen voor die activiteiten.
5.
Wijzigingen in de in het tweede lid bedoelde regels voor de afschrijving worden met redenen omkleed in de boekhouding vermeld.
6.
In de toelichting op de jaarrekening wordt elk verwant bedrijf waarmee een netbeheerder een overeenkomst heeft gesloten waarvan de opbrengst of de kosten een bedrag van € 4 500 000 te boven gaat, vermeld. Daarbij wordt tevens per bedrijf het aantal van die overeenkomsten gemeld.
7.
Indien een netbeheerder niet reeds uit hoofde van een wettelijke verplichting zijn jaarrekening of een daarmee overeenkomend financieel overzicht openbaar maakt, legt hij die jaarrekening of dat overzicht voor een ieder ter inzage op het kantoor van zijn hoofdvestiging.
8.
Bij ministeriële regeling kunnen nadere regels worden gesteld met betrekking tot de inrichting van de boekhouding voor de in het eerste lid bedoelde activiteiten.
9.
Een netbeheerder publiceert jaarlijks op geschikte wijze een verslag van de afzonderlijke boekhouding, bedoeld in het tweede lid, en de gegevens waaruit blijkt dat de netbeheerder voldoet aan de regels omtrent een goed financieel beheer, bedoeld in artikel 18a, eerste lid.
Artikel 48
[Dit artikel treedt niet meer in werking. Het artikel is ingetrokken door Stb. 2012/334.]
Bij ministeriële regeling worden nadere regels gesteld ten aanzien van:
a. de inhoud van een aanvraag om een leveringsvergunning en de daarbij te overleggen gegevens;
b. de wijze waarop een aanvraag om een leveringsvergunning wordt ingediend en behandeld;
c. de wijze waarop aan de in artikel 44 bedoelde verplichting wordt voldaan;
d. de inhoud van de ingevolge artikel 46 te verschaffen gegevens.
1.
Een partij die een geschil heeft met een netbeheerder over de wijze waarop deze zijn taken en bevoegdheden op grond van deze wet uitoefent, dan wel aan zijn verplichtingen op grond van deze wet voldoet, kan een klacht bij de Autoriteit Consument en Markt indienen.
2.
De Autoriteit Consument en Markt beslist op een klacht binnen twee maanden na ontvangst van de klacht. Indien de klacht betrekking heeft op de tarieven voor de aansluiting op het net van een grote productie-eenheid, kan de Autoriteit Consument en Markt een langere termijn stellen. De Autoriteit Consument en Markt kan de in de eerste volzin genoemde termijn met twee maanden verlengen als zij aanvullende gegevens nodig heeft. Indien de klager daarmee instemt, is verdere verlenging mogelijk.
3.
De geschilbeslechtingswerkzaamheden worden niet verricht door personen die betrokken zijn bij werkzaamheden op grond van hoofdstuk 3, paragrafen 4 tot en met 6.
4.
De beslissing van de Autoriteit Consument en Markt is bindend.
5.
Het indienen van een klacht als bedoeld in het eerste lid laat onverlet elke mogelijkheid voor de desbetreffende partij een hem ter beschikking staand rechtsmiddel aan te wenden.
Artikel 52
In het geval van een landsgrensoverschrijdend geschil is de Autoriteit Consument en Markt onbevoegd te beslissen op een klacht als bedoeld in artikel 51, als de netbeheerder waartegen de klacht is gericht onder de rechtsmacht van een andere lidstaat van de Europese Unie valt.
Artikel 53
Bij ministeriële regeling worden regels gesteld met betrekking tot een of meer voorwaarden, bedoeld in artikel 54, eerste lid, waaronder in ieder geval regels over de verantwoording in de toelichting op de jaarrekening over het voldoen aan de voorwaarden die krachtens dit hoofdstuk zijn vastgesteld.
1.
Met inachtneming van de krachtens artikel 53 vastgestelde regels zendt een representatief deel van de ondernemingen die zich bezighouden met het transporteren, leveren of meten van elektriciteit aan de Autoriteit Consument en Markt een voorstel voor de door hen jegens elkaar en afnemers in het kader van administratieve processen te hanteren voorwaarden met betrekking tot de wijze waarop de met die administratieve processen samenhangende gegevens worden vastgelegd, uitgewisseld of gebruikt of met betrekking tot de wijze waarop en de termijn waarbinnen die gegevens worden bewaard, waaronder in ieder geval voorwaarden die bepalen dat:
a. bij een wisseling van leverancier, de beoogde leverancier, en
b. bij een verhuizing, de leverancier van de afnemer
verantwoordelijk is voor het verzamelen van de meetgegevens van de afnemer.
2.
Ondernemingen die een voorstel doen, voeren overleg over dit voorstel met representatieve organisaties van partijen op de elektriciteitsmarkt.
3.
In het voorstel dat aan de Autoriteit Consument en Markt wordt gezonden, geven de ondernemingen aan welke gevolgtrekkingen zij hebben verbonden aan de zienswijzen die de organisaties, bedoeld in het tweede lid, naar voren hebben gebracht.
Artikel 55
De Autoriteit Consument en Markt stelt de voorwaarden vast met inachtneming van:
a. het voorstel als bedoeld in artikel 54, eerste lid,
b. de resultaten van het overleg, bedoeld in artikel 54, tweede lid,
c. de regels, bedoeld in artikel 53, en
1.
Na ontvangst van een voorstel als bedoeld in artikel 54, eerste lid, kan de Autoriteit Consument en Markt de ondernemingen die het voorstel hebben ingediend, opdragen binnen vier weken en met inachtneming van haar bevindingen, waaronder haar bevindingen omtrent de belangen, bedoeld in artikel 36, eerste lid, onderdelen b tot en met f, de regels, bedoeld in artikel 53, of het bepaalde in artikel 36, tweede lid, het voorstel te wijzigen. Indien de Autoriteit Consument en Markt van deze bevoegdheid gebruik maakt is artikel 4:15 van de Algemene wet bestuursrecht van overeenkomstige toepassing.
2.
Indien de ondernemingen, bedoeld in het eerste lid, niet binnen vier weken het voorstel wijzigen overeenkomstig de opdracht van de Autoriteit Consument en Markt, stelt de Autoriteit Consument en Markt de voorwaarden vast onder het aanbrengen van zodanige wijzigingen dat deze in overeenstemming zijn met de belangen, bedoeld in artikel 36, eerste lid, onderdelen b tot en met f, met artikel 36, tweede lid, of met de regels, bedoeld in artikel 53.
1.
De Autoriteit Consument en Markt kan uit eigen beweging een ontwerp van een besluit maken tot wijziging van de voorwaarden, bedoeld in artikel 54, eerste lid, of kan een representatief deel van de in artikel 54, eerste lid, bedoelde ondernemingen opdragen een daartoe strekkend voorstel voor te bereiden en aan haar toe te zenden.
2.
Ondernemingen als bedoeld in artikel 54, eerste lid, en de representatieve organisaties, bedoeld in artikel 54, tweede lid, kunnen hun zienswijze op een dergelijk ontwerp van een besluit aan de Autoriteit Consument en Markt kenbaar maken binnen twaalf weken na het tijdstip waarop het ontwerp van het besluit is bekendgemaakt.
3.
Indien de in het tweede lid bedoelde ondernemingen en representatieve organisaties niet binnen de in het tweede lid genoemde termijn hun zienswijze op het ontwerp van het besluit kenbaar maken, stelt de Autoriteit Consument en Markt het besluit vast met inachtneming van de belangen, bedoeld in artikel 36, eerste lid, onderdelen b tot en met f, met artikel 36, tweede lid, en met de regels, bedoeld in artikel 53.
4.
Indien de ondernemingen, bedoeld in het eerste lid, niet binnen twaalf weken na toezending van de in het eerste lid bedoelde opdracht, een voorstel aan de Autoriteit Consument en Markt zenden, stelt de Autoriteit Consument en Markt de voorwaarden vast met inachtneming van de belangen, bedoeld in artikel 36, eerste lid, onderdelen b tot en met f, met artikel 36, tweede lid, en met de regels, bedoeld in artikel 53.
Artikel 58
Ten aanzien van de overeenkomstig dit hoofdstuk door de Autoriteit Consument en Markt vastgestelde voorwaarden zijn de artikelen 37a en 38, eerste tot en met derde lid, van overeenkomstige toepassing.
1.
De door de Autoriteit Consument en Markt op basis van artikel 31, eerste lid, op 6 maart 2007 vastgestelde informatiecode (Stcrt. 2007, 49) wordt op het tijdstip van inwerkingtreding van dit hoofdstuk aangemerkt als voorwaarden die overeenkomstig dit hoofdstuk zijn vastgesteld.
2.
Uiterlijk 12 weken na inwerkingtreding van dit hoofdstuk ontvangt de Autoriteit Consument en Markt een voorstel als bedoeld in artikel 54, eerste lid, dat tot doel heeft de in het eerste lid bedoelde informatiecode uit te breiden tot voorwaarden voor alle soorten ondernemingen, genoemd in artikel 54, eerste lid.
1.
Producenten en leveranciers hebben tot taak, mede gelet op het belang van de bescherming van het milieu, bedoeld in artikel 3, tweede lid, van de richtlijn, te bevorderen dat elektriciteit door henzelf en door afnemers op een doelmatige en milieuhygiënisch verantwoorde wijze wordt geproduceerd of gebruikt.
2.
Iedere producent of leverancier die per jaar gemiddeld 10 GWh of meer levert meldt eenmaal in elke twee jaar vóór 1 maart aan Onze Minister op welke wijze hij in de twee jaar voorafgaande aan het jaar, waarin de melding wordt verricht, uitvoering heeft gegeven aan zijn taak, bedoeld in het eerste lid.
1.
Onze Minister is belast met het uitgeven en innemen via een elektronisch systeem van:
a. garanties van oorsprong voor duurzame elektriciteit;
b. garanties van oorsprong voor elektriciteit opgewekt in een installatie voor hoogrenderende warmtekrachtkoppeling.
2.
Onze Minister opent op aanvraag van een in Nederland gevestigde producent, leverancier, handelaar of afnemer een rekening. Bij deze aanvraag overlegt de producent het resultaat van de vaststelling, bedoeld in artikel 16, eerste lid, onderdeel h.
3.
Onze Minister boekt op aanvraag garanties van oorsprong als bedoeld in het eerste lid op een daarbij aangegeven rekening, indien een in Nederland gevestigde producent bij deze aanvraag de gegevens omtrent de door de netbeheerder of door een andere tot meten bevoegde instantie gemeten hoeveelheid duurzame elektriciteit of elektriciteit opgewekt in een installatie voor hoogrenderende warmtekrachtkoppeling overlegt.
Artikel 74
Onze Minister kan de taken, bedoeld in artikel 73, mandateren aan een niet-ondergeschikte die onafhankelijk is van producenten, leveranciers en handelaren.
1.
Een garantie van oorsprong voor duurzame elektriciteit toont bij uitsluiting aan dat de daarop aangegeven hoeveelheid elektriciteit is opgewekt uit hernieuwbare bronnen.
2.
Een garantie van oorsprong voor elektriciteit opgewekt in een installatie voor hoogrenderende warmtekrachtkoppeling toont bij uitsluiting aan dat de daarop aangegeven hoeveelheid elektriciteit is opgewekt in een installatie voor hoogrenderende warmtekrachtkoppeling.
1.
Waar in deze wet en de daarop berustende bepalingen wordt verwezen naar garanties van oorsprong voor duurzame elektriciteit, worden garanties van oorsprong voor duurzame elektriciteit uitgegeven door onafhankelijke instanties in een andere lidstaat van de Europese Unie, die naar aard en strekking overeenkomen met eerstbedoelde garanties van oorsprong voor duurzame elektriciteit, daarmee gelijkgesteld.
2.
Waar in deze wet en de daarop berustende bepalingen wordt verwezen naar garanties van oorsprong voor elektriciteit opgewekt in een installatie voor hoogrenderende warmtekrachtkoppeling, worden garanties van oorsprong voor elektriciteit opgewekt in een installatie voor hoogrenderende warmtekrachtkoppeling uitgegeven door onafhankelijke instanties in een andere lidstaat van de Europese Unie, die naar aard en strekking overeenkomen met eerstbedoelde garanties van oorsprong, daarmee gelijkgesteld.
1.
Onze Minister stelt bij ministeriële regeling de tarieven vast voor kosten die gepaard gaan met handelingen met betrekking tot garanties van oorsprong, bedoeld in artikel 73, eerste lid.
2.
Onze Minister stelt bij ministeriële regeling regels met betrekking tot:
a. de informatie die door producenten, leveranciers, handelaars, afnemers of netbeheerders verstrekt wordt aan Onze Minister;
b. het uitgeven en de geldigheidsduur van garanties van oorsprong, bedoeld in artikel 73, eerste lid;
c. het vermelden van gegevens op garanties van oorsprong, bedoeld in artikel 73, eerste lid;
d. de voorwaarden waaronder en de wijze waarop producenten, leveranciers, handelaars of afnemers gebruik kunnen maken van de door hen verkregen garanties van oorsprong, bedoeld in artikel 73, eerste lid, of deze kunnen verhandelen;
e. de vaststelling, bedoeld in artikel 16, eerste lid, onderdeel h;
3.
De regels, bedoeld in het tweede lid, kunnen verschillen voor de verschillende soorten garanties van oorsprong, bedoeld in artikel 73, eerste lid.
1.
Iedere leverancier is verplicht vóór een bij algemene maatregel van bestuur vast te stellen datum aan Onze Minister zoveel garanties van oorsprong over te leggen als voor het desbetreffende jaar vereist is op grond van het bij of krachtens het tweede lid bepaalde.
2.
De hoeveelheid garanties van oorsprong waarvan de overlegging door een leverancier in een jaar is vereist, wordt vastgesteld met toepassing van een bij algemene maatregel van bestuur te bepalen formule, waarin tot uitdrukking komt dat voor een daarbij aan te geven factor van de totale hoeveelheid elektriciteit die in een jaar wordt geleverd, garanties van oorsprong worden overgelegd.
3.
De voordracht voor een krachtens het eerste lid vast te stellen algemene maatregel van bestuur wordt niet eerder gedaan dan vier weken nadat het ontwerp aan beide kamers der Staten-Generaal is overgelegd.
Artikel 77e [Treedt in werking op een nader te bepalen tijdstip]
Onze Minister stelt een toeslag op de tarieven voor het transport van elektriciteit vast die verschuldigd is indien een leverancier vóór een bij algemene maatregel van bestuur vast te stellen datum niet of in onvoldoende mate voldoet aan de verplichting, bedoeld in artikel 77d, eerste lid.
1.
Bij algemene maatregel van bestuur worden nadere regels gesteld met betrekking tot:
a. de informatie die door producenten, leveranciers of netbeheerders verstrekt wordt aan Onze Minister;
b. de wijze waarop aan de verplichting tot het overleggen van garanties van oorsprong, bedoeld in artikel 77d, eerste lid, wordt voldaan;
c. het verhandelen, innemen, registreren, ongeldig maken en bewaren van garanties van oorsprong;
d. de berekening van de toeslag, bedoeld in artikel 77e, voor iedere garantie van oorsprong die in afwijking van de verplichting, bedoeld in artikel 77d, eerste lid, niet is overgelegd;
e. de procedure tot vaststelling en oplegging van de toeslag op de tarieven voor het transport van elektriciteit;
f. de afdracht van de bedragen, verkregen met toepassing van de toeslag op de tarieven voor het transport van elektriciteit, door een netbeheerder aan Onze Minister.
2.
De voordracht voor een krachtens het eerste lid vast te stellen algemene maatregel van bestuur wordt niet eerder gedaan dan vier weken nadat het ontwerp aan beide kamers der Staten-Generaal is overgelegd.
Artikel 77h
De Autoriteit Consument en Markt kan ingeval van overtreding van het bepaalde bij of krachtens deze wet, met uitzondering van artikel 5a, 13, 22, tweede lid, 26aa, 26ad, vijfde lid, en 26ae, tiende lid, dan wel van overtreding van het bepaalde bij of krachtens verordening 714/2009, verordening 713/2009 en verordening 1227/2011 de overtreder een last onder dwangsom opleggen.
Artikel 77i
De Autoriteit Consument en Markt kan in geval van overtreding van het bepaalde bij of krachtens:
1.
Onze Minister kan verlangen dat een producent, een leverancier, een handelaar, een netbeheerder, een elektriciteits- of gasbeurs of een afnemer hem inzage geeft in gegevens en bescheiden, onderscheidenlijk gegevens en inlichtingen verstrekt die hij nodig heeft voor de uitvoering van de hem in deze wet en verordening 714/2009 opgedragen taken.
2.
Degene aan wie een verzoek is gedaan inzage te geven in gegevens en bescheiden, onderscheidenlijk gegevens en inlichtingen te verstrekken, is verplicht binnen de door Onze Minister gestelde redelijke termijn alle medewerking te verlenen die deze redelijkerwijze kan vorderen bij de uitoefening van zijn bevoegdheden.
3.
Onze Minister gebruikt bescheiden, gegevens of inlichtingen over een producent, een leverancier, een handelaar, een netbeheerder, een elektriciteits- of gasbeurs of een afnemer, welke hij heeft verkregen in verband met enige werkzaamheid ten behoeve van de uitvoering van een van zijn taken op grond van deze wet of verordening 714/2009, uitsluitend voor de toepassing van deze wet of verordening 714/2009.
4.
Indien Onze Minister op grond van artikel 16, tweede lid, onderdeel f, de netbeheerder van het landelijk hoogspanningsnet opdraagt werkzaamheden te verrichten ter uitvoering van de taak, bedoeld in artikel 4a, zijn het eerste tot en met het derde lid van overeenkomstige toepassing op die netbeheerder.
1.
Een netbeheerder die bij de uitvoering van zijn taak de beschikking krijgt over gegevens waarvan hij het vertrouwelijke karakter kent of redelijkerwijs moet vermoeden, is verplicht tot geheimhouding van die gegevens, behoudens voor zover enig wettelijk voorschrift hem tot mededeling verplicht, of uit zijn taak de noodzaak tot mededeling voortvloeit.
2.
Indien een netbeheerder gegevens over zijn bedrijfsvoering die commercieel voordeel kunnen opleveren ter beschikking stelt aan anderen, doet hij dit op niet-discriminatoire wijze.
Artikel 81
De voordracht voor een krachtens artikel 29, 84 of 85 vast te stellen algemene maatregel van bestuur en voor een wijziging van een krachtens artikel 20 vast te stellen algemene maatregel van bestuur wordt niet eerder gedaan dan vier weken nadat het ontwerp aan beide kamers der Staten-Generaal is overgelegd.
Artikel 82
Een representatieve organisatie van partijen op de elektriciteitsmarkt wordt geacht belanghebbende te zijn bij een besluit, niet zijnde een beschikking, genomen op grond van deze wet.
Artikel 83
Provinciale staten en de gemeenteraad zijn niet bevoegd het opwekken, het transporteren en het leveren van elektriciteit in het belang van de energievoorziening aan regels te binden.
Artikel 84
Bij algemene maatregel van bestuur kunnen ter uitvoering van een besluit op grond van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie regels worden gesteld met betrekking tot:
a. de tarieven en voorwaarden die interconnector-beheerders berekenen onderscheidenlijk in acht nemen bij het uitvoeren van transport van elektriciteit met behulp van een landsgrensoverschrijdend net;
b. de voorwaarden die door een netbeheerder of een leverancier in het belang van de veiligheid en de doelmatigheid worden gesteld voor het leveren van elektriciteit of voor het aansluiten van toestellen of installaties die elektriciteit verbruiken.
1.
Overeenkomstig bij of krachtens algemene maatregel van bestuur te stellen regels is een door Onze Minister vast te stellen vergoeding verschuldigd voor het verlenen van instemming als bedoeld in artikel 12, tweede lid, van een aanwijzing als bedoeld in artikel 13, van een ontheffing als bedoeld in artikel 86c, dan wel van een vergunning als bedoeld in artikel 95d, welke vergoeding verschuldigd is voor ten hoogste de kosten van de bemoeiingen met betrekking tot de instemming, de aanwijzing, de ontheffing dan wel de vergunning.
2.
Onze Minister kan het verschuldigde bedrag invorderen bij dwangbevel. Ten aanzien van de in het eerste lid bedoelde vergoedingen is, voor zover al niet van toepassing, titel 4.4, met uitzondering van de artikelen 4:85 en 4:95, van de Algemene wet bestuursrecht van overeenkomstige toepassing.
1.
Een producent of een leverancier voert een afzonderlijke boekhouding voor de productie van elektriciteit met behulp van zijn installaties onderscheidenlijk de levering van elektriciteit aan afnemers. Indien de producent of leverancier andere activiteiten verricht dan die welke verband houden met de productie of de levering van elektriciteit, voert hij daarvoor eveneens, al dan niet op geconsolideerde basis, een afzonderlijke boekhouding.
2.
Artikel 43, tweede tot en met zevende lid, is van overeenkomstige toepassing op de boekhouding en de jaarrekening van de producent of leverancier.
3.
Het eerste en tweede lid zijn niet van toepassing op leveranciers die anders dan bedrijfsmatig elektriciteit leveren.
4.
Een leverancier houdt de boekhouding, bedoeld in het eerste lid, gedurende vijf jaar ter beschikking van de Autoriteit Consument en Markt en de Europese Commissie.
5.
De Autoriteit Consument en Markt kan informatie uit de boekhouding van de leverancier ter beschikking te stellen aan marktpartijen indien is voldaan aan artikel 40, derde lid, van de richtlijn.
1.
Op overeenkomsten tot transport of levering van elektriciteit is Nederlands recht van toepassing.
2.
De Nederlandse rechter is bij uitsluiting bevoegd kennis te nemen van geschillen over overeenkomsten tot transport of levering van elektriciteit.
3.
Een beding dat in strijd met het eerste of tweede lid in een overeenkomst tot het transport of de levering van elektriciteit is opgenomen, is nietig.
4.
Het eerste tot en met derde lid is niet van toepassing op een overeenkomst voor levering van elektriciteit die een leverancier of handelaar sluit met een persoon die beschikt over een aansluiting op een net met een totale maximale doorlaatwaarde van meer dan 3*80 A en een beschikbaar vermogen van ten minste 2 MVA per aansluiting.
5.
De toepasselijkheid van dit artikel wordt beperkt door dwingende bepalingen van internationaal recht.
Artikel 86b
Bij ministeriële regeling worden regels gesteld omtrent het vaststellen of sprake is van een productie-installatie voor klimaatneutrale elektriciteit en of de inrichting om te meten geschikt is voor de meting van de klimaatneutrale elektriciteit die met een dergelijke productie-installatie wordt opgewekt en op het net wordt ingevoed.
1.
Onze Minister beslist op een verzoek om een ontheffing als bedoeld in artikel 17 van verordening 714/2009. De Autoriteit Consument en Markt of, in voorkomend geval, het Agentschap brengt advies aan Onze Minister uit over door hem te nemen besluiten als bedoeld in de eerste volzin.
2.
Op een landsgrensoverschrijdend net dat bij de ingebruikname daarvan over een ontheffing als bedoeld in het eerste lid beschikt, is artikel 93 niet van toepassing.
Artikel 86ca
Indien ingevolge artikel 8, eerste lid, van de verordening 713/2009 het Agentschap bevoegd is een besluit te nemen over grensoverschrijdende infrastructuur, is de Autoriteit Consument en Markt hiertoe niet bevoegd.
Artikel 86d
Indien dat noodzakelijk is in het belang van een voldoende transparante en liquide markt voor vraag en aanbod van elektriciteit, transportcapaciteit of productiecapaciteit of in het belang van de daarmee verband houdende leveringszekerheid, zullen bij of krachtens algemene maatregel van bestuur regels worden gesteld over:
a. de wijze waarop of de voorwaarden waaronder producenten, handelaren, leveranciers of netbeheerders elektriciteit, transportcapaciteit of productiecapaciteit waarover zij beschikken, aanbieden;
b. de informatie die producenten, handelaren, leveranciers of netbeheerders verstrekken met betrekking tot de vraag en aanbod van elektriciteit, transportcapaciteit of productiecapaciteit.
1.
Onze Minister wijst een of meer rechtspersonen aan die tot taak hebben een beurs tot stand te brengen en in stand te houden. Onze Minister kan regels stellen in verband met de procedure voor aanwijzing van een beurs. Aan een aanwijzing kunnen voorschriften en beperkingen worden verbonden.
2.
Een rechtspersoon, bedoeld in het eerste lid, stelt een beursreglement op. Het beursreglement behoeft de goedkeuring van Onze Minister. Van het besluit tot goedkeuring wordt mededeling gedaan in de Staatscourant.
3.
De netbeheerder van het landelijk hoogspanningsnet is verplicht aan de rechtspersoon, bedoeld in het eerste lid, en aan de door deze rechtspersoon ingeschakelde derden, voor zover het betreft de afhandeling van de op de beurs op tot stand gekomen overeenkomsten, de gevraagde medewerking te verlenen, voor zover deze medewerking noodzakelijk is voor een goede uitvoering van de aan deze rechtspersoon opgelegde taak. Onze Minister kan nadere regels stellen over de door de netbeheerder van het landelijk hoogspanningsnet te verlenen medewerking.
4.
De rechtspersoon, bedoeld in het eerste lid, die bij de uitvoering van zijn taak de beschikking krijgt over gegevens waarvan hij het vertrouwelijke karakter kent of redelijkerwijs moet vermoeden, is verplicht tot geheimhouding van die gegevens, behoudens voor zover de artikelen van deze wet hem tot mededeling verplichten of uit zijn taak de noodzaak tot mededeling voortvloeit.
5.
Producenten, leveranciers, handelaren, afnemers en aandeelhouders onthouden zich van elke bemoeiing met de uitvoering van de taak die is opgedragen aan de rechtspersoon, bedoeld in het eerste lid.
1.
Iedere wijziging met betrekking tot zeggenschap als bedoeld in artikel 26 van de Mededingingswet in een productie-installatie met een nominaal elektrisch vermogen van meer dan 250 MW of een onderneming die een productie-installatie met een nominaal elektrisch vermogen van meer dan 250 MW beheert, wordt door één van de bij deze wijziging betrokken partijen gemeld aan Onze Minister.
2.
Onze Minister kan op grond van overwegingen van openbare veiligheid, voorzieningszekerheid of leveringszekerheid de wijziging, bedoeld in het eerste lid, verbieden of voorschriften hieraan verbinden.
3.
Rechtshandelingen verricht in strijd met het eerste lid zijn door een rechterlijke uitspraak vernietigbaar.
4.
Bij ministeriële regeling worden regels gesteld met betrekking tot de melding, bedoeld in het eerste lid.
1
Iedere producent en verbruiker van elektriciteit heeft daadwerkelijke keuzevrijheid van leverancier.
2.
Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing op eenieder die voornemens is elektriciteit te produceren of te gebruiken en die verzoekt om een aansluiting op een net
1.
De Autoriteit Consument en Markt verwerkt een registratie als bedoeld in artikel 9, eerste lid, van verordening 1227/2011 zo spoedig mogelijk.
2.
Bij ministeriële regeling kunnen regels worden gesteld over de registratie, bedoeld in het eerste lid.
1.
Het is verboden te handelen in strijd met de artikelen 3, 4 en 5 van verordening 1227/2011.
2.
Overtreding van het eerste lid is een misdrijf.
Artikel 87
[Wijzigt de Wet op de economische delicten.]
Artikel 88
[Wijzigt de Wet energiedistributie.]
Artikel 89
[Wijzigt de wet van 18 december 1997, houdende wijziging van enkele belastingwetten c.a. 1998 (fiscale milieuversterking) (Stb. 732).]
Artikel 90
[Wijzigt de Wet bestuursrechtspraak bedrijfsorganisatie.]
Artikel 91
Bij de toepassing van artikel 30, tweede lid, zoals dat luidde voor 1 juli 2011 geldt dat het tarief, bedoeld in artikel 30, eerste lid, uitsluitend in rekening wordt gebracht of kon worden gebracht indien op dezelfde aansluiting sprake was van verbruik van elektriciteit en een aansluiting op een net dat wordt beheerd door een netbeheerder.
1.
Indien zich in de periode tussen 1 juli 1996 en de datum van de aanwijzing van de netbeheerder, bedoeld in artikel 10, een wijziging heeft voorgedaan met betrekking tot de eigendom van het desbetreffende net of van de aandelen in een rechtspersoon aan wie het desbetreffende net toebehoort, is voor de aanwijzing van de netbeheerder vereist dat Onze Minister geen bedenkingen heeft tegen die wijziging.
2.
De eigendom van een net of rechten op een net berusten direct of indirect bij de staat, provincies, gemeenten of andere openbare lichamen.
3.
De aandelen van een netbeheerder berusten direct of indirect bij de staat, provincies, gemeenten of andere openbare lichamen.
4.
Onder indirect berusten als bedoeld in het tweede en derde lid wordt verstaan dat de eigendom van een net of rechten op een net, dan wel aandelen in een netbeheerder, berusten bij een of meer rechtspersonen waarvan alle aandelen worden gehouden door de staat, provincies, gemeenten of andere openbare lichamen of bij een rechtspersoon die een volledige dochtermaatschappij is van een of meer rechtspersonen waarvan alle aandelen worden gehouden door de staat, provincies, gemeenten of andere openbare lichamen.
Artikel 93a
De aandelen van de netbeheerder van het landelijk hoogspanningsnet berusten direct of indirect bij de staat.
1.
Het is verboden zonder vergunning elektriciteit te leveren aan afnemers die beschikken over een aansluiting op een net met een totale maximale doorlaatwaarde van ten hoogste 3*80 A.
2.
Het verbod geldt niet ten aanzien van het leveren van elektriciteit:
a. indien de elektriciteit is opgewekt met een installatie die voor rekening en risico van de afnemer, alleen of, voor een evenredig deel, tezamen met andere afnemers, in werking wordt gehouden en de afnemer de geleverde elektriciteit verbruikt;
b. door een buiten Nederland gevestigde leverancier van elektriciteit aan ten hoogste 500 afnemers, bedoeld in het eerste lid, die wonen in gebieden aan de Nederlandse landsgrens;
c. indien de afnemer aan dezelfde rechtspersoon toebehoort als de producent die de elektriciteit heeft opgewekt dan wel een dochtermaatschappij daarvan in de zin van artikel 24a van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek en de afnemer de geleverde elektriciteit verbruikt, of
d. indien de elektriciteit anders dan bedrijfsmatig wordt geleverd overeenkomstig bij ministeriële regeling te stellen regels;
e. indien de elektriciteit wordt geleverd in het kader van een overeenkomst als bedoeld in artikel 95n.
1.
Een houder van een vergunning heeft de plicht op een betrouwbare wijze en tegen redelijke tarieven en voorwaarden zorg te dragen voor de levering van elektriciteit aan iedere in artikel 95a, eerste lid, bedoelde afnemer die daarom verzoekt. De voorwaarden zijn in ieder geval niet redelijk als zij niet in overeenstemming zijn met het bepaalde bij of krachtens artikel 95m. Artikel 26a, vijfde lid, is van overeenkomstige toepassing.
2.
Een houder van een vergunning verschaft de Autoriteit Consument en Markt ieder jaar en vier weken voor de wijziging van de tarieven een opgave van de tarieven die hij berekent en de voorwaarden die hij gebruikt bij de levering van elektriciteit aan de in artikel 95a, eerste lid, bedoelde afnemers.
3.
Indien de Autoriteit Consument en Markt van oordeel is dat de tarieven die houders van een vergunning berekenen onredelijk zijn, omdat daarin de effecten van een doelmatige bedrijfsvoering, die mede inhoudt de inkoop van elektriciteit en van energiebronnen bestemd voor opwekking daarvan, in onvoldoende mate leiden tot kostenverlaging, kan zij een tarief vaststellen dat leveranciers ten hoogste mogen berekenen voor de levering van elektriciteit aan afnemers als bedoeld in artikel 95a, eerste lid.
4.
Na de vaststelling van het maximumtarief, bedoeld in het derde lid, worden de tarieven voor de levering van elektriciteit aan afnemers als bedoeld in artikel 95a, eerste lid die hoger zijn dan dat maximumtarief, van rechtswege gesteld op dat maximumtarief.
5.
Bij algemene maatregel van bestuur kunnen nadere regels worden gesteld met betrekking tot de bepaling of de tarieven, bedoeld in het tweede lid, onredelijk zijn en tot vaststelling van het maximumtarief, bedoeld in het derde lid. De voordracht voor een krachtens dit lid vast te stellen algemene maatregel van bestuur wordt niet eerder gedaan dan vier weken nadat het ontwerp aan beide kamers der Staten-Generaal is overgelegd.
6.
Het tweede tot en met het zesde lid vervallen op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip. De voordracht voor een krachtens dit lid vast te stellen koninklijk besluit wordt niet eerder gedaan dan vier weken nadat het ontwerp aan beide kamers der Staten-Generaal is overgelegd.
7.
Een netbeheerder en een vergunninghouder voeren een beleid, gericht op het voorkomen van het afsluiten van een afnemer als bedoeld in artikel 95a, eerste lid, in het bijzonder in de periode van 1 oktober tot 1 april van enig jaar.
8.
Bij ministeriële regeling worden regels gesteld over het beëindigen van de levering van elektriciteit aan een afnemer als bedoeld in artikel 95a, eerste lid, alsmede over preventieve maatregelen om de afsluiting van dergelijke afnemers zoveel mogelijk te voorkomen. Deze regels houden in ieder geval in dat een afnemer niet wordt afgesloten in de periode van 1 oktober tot 1 april van enig jaar, behoudens in gevallen die in de regeling zijn aangegeven.
9.
De in het achtste lid bedoelde preventieve maatregelen kunnen tevens inhouden dat in daarbij omschreven gevallen met in die regeling aangeduide instanties overleg wordt gepleegd alsmede dat in die gevallen aan de desbetreffende instantie in die regeling omschreven gegevens omtrent de afnemer worden verstrekt.
10.
De ministeriële regeling, bedoeld in het achtste lid, wordt niet eerder vastgesteld dan nadat de gezamenlijke netbeheerders en de vergunninghouders alsmede de consumentenorganisaties in de gelegenheid zijn gesteld hun zienswijze te geven over de inhoud van de regeling.
11.
Bij ministeriële regeling worden regels gesteld over het beperken van de levering van elektriciteit. Deze regels bepalen in elk geval wanneer en onder welke voorwaarden de levering van elektriciteit kan worden beperkt.
12.
De Autoriteit Consument en Markt publiceert jaarlijks, op basis van de informatie verkregen op grond van het tweede lid, aanbevelingen over de conformiteit van de leveringsprijzen met artikel 3 van de richtlijn.
1.
Bepalingen die zijn opgenomen in overeenkomsten inzake levering van elektriciteit aan afnemers die beschikken over een aansluiting op het net met een totale maximale doorlaatwaarde van ten hoogste 3*80A en die tot doel hebben de opwekking van duurzame elektriciteit te verbieden zijn onverbindend.
2.
Een houder van een vergunning is verplicht een aanbod van een afnemer als bedoeld in het eerste lid tot teruglevering van door hem geproduceerde duurzame elektriciteit te aanvaarden.
1.
Een leverancier schakelt een meetbedrijf in voor het collecteren, valideren en vaststellen van de meetgegevens die betrekking hebben op afnemers als bedoeld in artikel 95a, eerste lid.
2.
In afwijking van het eerste lid worden de meetgegevens die betrekking hebben op:
a. een rechtspersoon of een natuurlijke persoon die handelt in de uitoefening van een beroep of bedrijf, en
b. behalve één of meer aansluitingen met een doorlaatwaarde kleiner dan of gelijk aan 3 * 80 A ten minste één aansluiting heeft met een doorlaatwaarde groter dan 3 * 80 A, gecollecteerd, gevalideerd en vastgesteld door het meetbedrijf dat die rechtspersoon of natuurlijke persoon daartoe inschakelt.
3.
Indien een leverancier voor de levering van elektriciteit aan afnemers als bedoeld in artikel 95a, eerste lid, factureert op basis van meetgegevens, maakt hij gebruik van meetgegevens die het meetbedrijf heeft gecollecteerd, gevalideerd en vastgesteld.
4.
Een meetbedrijf verstrekt slechts meetgegevens aan anderen dan de betrokken afnemer als bedoeld in artikel 95a, eerste lid, of de betrokken leverancier indien die ander de desbetreffende meetgegevens op basis van artikel 8 van de Wet bescherming persoonsgegevens mag verwerken.
1.
Een leverancier heeft ten aanzien van een afnemer als bedoeld in artikel 95a, eerste lid, tot taak de door deze afnemer verschuldigde bedragen voor de uitvoering van de bij of krachtens deze wet aan de netbeheerder opgedragen taken te factureren en innen. De leverancier brengt hiervoor geen kosten in rekening aan de netbeheerder.
2.
Het eerste lid is niet van toepassing op bedragen die zijn gebaseerd op tarieven met een eenmalig karakter.
3.
De betaling door een afnemer als bedoeld in artikel 95a, eerste lid, aan een leverancier van de overeenkomstig het eerste en tweede lid gefactureerde bedragen geldt als bevrijdende betaling.
4.
Rechtsvorderingen tot betaling van de door de leverancier overeenkomstig het eerste en tweede lid gefactureerde bedragen alsmede van de overeenkomstig artikel 16b, tweede lid, gefactureerde tarieven, verjaren door verloop van twee jaren. Indien de leverancier een vordering tot betaling van een schuld van een afnemer ter zake van de uitvoering van taken als bedoeld in het eerste lid, niet heeft gedaan binnen twee jaren nadat de vordering opeisbaar is geworden, vervalt het recht om betaling te vorderen.
5.
Een leverancier draagt per periode de overeenkomstig het eerste lid gefactureerde of te factureren bedragen af aan de desbetreffende netbeheerder.
6.
Bij ministeriële regeling worden regels gesteld over de omvang en het moment van de afdracht, bedoeld in het vijfde lid, ten behoeve van een gelijkmatige afdracht aan de netbeheerders.
1.
Onze Minister verleent op aanvraag een vergunning indien de aanvrager genoegzaam aantoont dat hij:
a. beschikt over de benodigde organisatorische, financiële en technische kwaliteiten voor een goede uitvoering van zijn taak;
b. redelijkerwijs in staat kan worden geacht de verplichtingen als opgenomen in dit hoofdstuk na te komen.
2.
Bij algemene maatregel van bestuur worden nadere regels gesteld met betrekking tot de inhoud van en de procedure voor aanvraag van een vergunning en de criteria, bedoeld in het eerste lid.
1.
Onze Minister kan voorschriften en beperkingen verbinden aan een vergunning.
2.
Onze Minister kan de aan een vergunning verbonden voorschriften of beperkingen wijzigen.
3.
Een vergunning kan slechts worden overgedragen aan een andere houder van een vergunning met toestemming van Onze Minister.
4.
Artikel 95c is van overeenkomstige toepassing ten aanzien van het verlenen van toestemming als bedoeld in het derde lid.
1.
Onze Minister kan een vergunning intrekken, indien:
a. de houder van de vergunning dit verzoekt;
b. de houder van de vergunning in onvoldoende mate voldoet aan de verplichting, bedoeld in artikel 95b;
c. de houder van de vergunning de in de vergunning opgenomen voorschriften of opgelegde beperkingen niet nakomt;
d. de houder van de vergunning bij de aanvraag onjuiste of onvolledige gegevens heeft verstrekt en de verstrekking van juiste en volledige gegevens tot een andere beschikking op de aanvraag zou hebben geleid;
e. de houder van de vergunning naar het oordeel van Onze Minister om andere redenen niet langer in staat moet worden geacht de vergunde activiteit of in de vergunning opgenomen voorschriften na te komen;
f. de houder van de vergunning de voorschriften bij of krachtens de artikelen 95k en 95l niet nakomt.
2.
Bij algemene maatregel van bestuur kunnen nadere regels worden gesteld met betrekking tot de tijdelijke voorzieningen en de procedure bij intrekking van een vergunning.
Artikel 95j
In deze paragraaf wordt verstaan onder:
a. opwekkingsgegevens:
1º. het aandeel van elke energiebron in de totale brandstofmix die de leverancier in het voorafgaande jaar heeft gebruikt, en
2°. de milieugevolgen, in termen van uitstoot van koolstofdioxide en van radioactief afval, als gevolg van elektriciteitsproductie met verschillende energiebronnen veroorzaakt door de totale brandstofmix die de leverancier in het voorafgaande jaar heeft gebruikt;
3°. verwijzingen naar beschikbare referentiebronnen, waar voor een ieder toegankelijke informatie beschikbaar is over de milieugevolgen, in termen van uitstoot van koolstofdioxide en van radioactief afval, als gevolg van elektriciteitsproductie met verschillende energiebronnen veroorzaakt door de totale brandstofmix die de leverancier in het voorafgaande jaar heeft gebruikt;
b. eindafnemers: afnemers aan wie uitsluitend voor eigen verbruik elektriciteit wordt geleverd.
1.
De leverancier meldt op begrijpelijke wijze en op dusdanige wijze dat de gegevens van verschillende leveranciers kunnen worden vergeleken:
a. uiterlijk in de periode vanaf 1 mei van elk kalenderjaar tot 1 mei van het daaropvolgende jaar de opwekkingsgegevens van de door hem in het kalenderjaar voorafgaand aan die periode aan zijn eindafnemers geleverde elektriciteit op of bij de rekening en in het promotiemateriaal of
b. op of bij de rekening, de opwekkingsgegevens van de door hem in de periode waarop die rekening betrekking heeft aan zijn eindafnemers geleverde elektriciteit en
c. elk kalenderjaar de opwekkingsgegevens van de door hem in het voorgaande kalenderjaar aan zijn eindafnemers geleverde elektriciteit op zijn website voor eindafnemers.
2.
Een producent of een handelaar meldt uiterlijk twee maanden na 1 januari van elk kalenderjaar, aan de leverancier de opwekkingsgegevens van de in het voorgaande kalenderjaar door hem geproduceerde of verhandelde elektriciteit.
3.
De betrouwbaarheid van de opwekkingsgegevens van de elektriciteit waarvoor certificaten, garanties van oorsprong voor duurzame elektriciteit of garanties van oorsprong voor elektriciteit opgewekt in een installatie voor hoogrenderende warmtekrachtkoppeling worden verstrekt, wordt door middel van die certificaten, garanties van oorsprong voor duurzame elektriciteit of garanties van oorsprong voor elektriciteit opgewekt in een installatie voor hoogrenderende warmtekrachtkoppeling gewaarborgd.
4.
Indien de producent, handelaar of leverancier onderdeel uitmaakt van een groep als bedoeld in artikel 24b van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek, worden tevens de opwekkingsgegevens van de groep als geheel vermeld op of bij de rekening aan de eindafnemer, alsmede op aan de eindafnemer geadresseerd promotiemateriaal.
5.
Onze Minister kan nadere regels stellen met betrekking tot:
a. de opwekkingsgegevens die de leverancier vermeldt op of bij de rekening aan de eindafnemer, en de wijze waarop deze gegevens worden weergegeven;
b. de wijze waarop de opwekkingsgegevens door de producent, handelaar en leverancier onderling worden doorgegeven;
c. de wijze waarop de opwekkingsgegevens van geïmporteerde en in Nederland verhandelde of geleverde elektriciteit worden vermeld;
d. de wijze waarop de betrouwbaarheid van de opwekkingsgegevens ten minste wordt gewaarborgd;
e. de uiterste datum en de wijze waarop de leverancier de opwekkingsgegevens van de door hem in het voorgaande kalenderjaar aan zijn eindafnemers geleverde elektriciteit vermeldt op zijn website voor eindafnemers.
6.
Van de verplichtingen in dit artikel kan uitsluitend gemotiveerd worden afgeweken.
7.
In aanvulling op het eerste lid meldt de leverancier op of bij de rekening en in het promotiemateriaal informatie betreffende de rechten van eindafnemers aangaande geschillenbeslechting.
1.
In dit artikel wordt onder milieugevolgen ten minste verstaan: de uitstoot van koolstofdioxide en radioactief afval.
2.
De leverancier geeft ten minste eenmaal per kalenderjaar aan zijn eindafnemers een keuze van energiebronnen die hij zal gebruiken, onder vermelding van de milieugevolgen die te verwachten zijn van elektriciteitsproductie met die energiebronnen.
3.
Eindafnemers maken een keuze uit het aanbod van de leverancier en maken deze keuze bekend aan de leverancier.
4.
Indien een eindafnemer binnen de door de leverancier gestelde termijn geen keuze maakt, levert de leverancier de door hem gekozen elektriciteit aan de eindafnemer.
5.
Een producent of een handelaar geeft aan een leverancier een keuze van energiebronnen waaruit hij elektriciteit kan krijgen, onder vermelding van de milieugevolgen die te verwachten zijn van elektriciteitsproductie met die energiebronnen.
6.
Een producent of handelaar meldt aan de leverancier het aandeel van elke energiebron waaruit de leverancier elektriciteit heeft gekregen en de milieugevolgen van de elektriciteitsproductie met die energiebronnen.
7.
De leverancier meldt op of bij de rekening aan de eindafnemer het aandeel van elke energiebron die de leverancier heeft gebruikt voor levering aan die afnemer en de milieugevolgen van de elektriciteitsproductie met die energiebronnen.
8.
Onze Minister kan nadere regels stellen met betrekking tot de wijze waarop:
a. de betrouwbaarheid van de informatie van een producent of handelaar aan de leverancier ten minste wordt gewaarborgd;
b. de betrouwbaarheid van de informatie van de leverancier aan de eindafnemer ten minste wordt gewaarborgd.
9.
Dit artikel treedt in werking met ingang van 1 januari 2007, dan wel op een eerder, bij koninklijk besluit te bepalen datum.
1.
Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden regels gesteld over de eisen waaraan een meetinrichting, die moet voldoen aan dit artikel, ten minste voldoet, welke eisen kunnen verschillen per categorie afnemers.
2.
De in het eerste lid bedoelde algemene maatregel van bestuur stelt ten minste eisen betreffende de functionaliteiten van de meetinrichting.
3.
Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen nadere regels wordt gesteld over meetinrichtingen, waaronder in elk geval regels over de installatie van meetinrichtingen en regels over de administratie in verband met het vervangen, installeren of verwijderen van meetinrichtingen.
4.
De voordracht voor een krachtens dit artikel vast te stellen algemene maatregel van bestuur wordt niet gedaan dan nadat het ontwerp in de Staatscourant is bekendgemaakt en aan een ieder de gelegenheid is geboden om binnen vier weken na de dag waarop de bekendmaking is geschied, wensen en bedenkingen ter kennis van Onze Minister van Economische Zaken te brengen. Gelijktijdig met de bekendmaking wordt het ontwerp aan de beide kamers der Staten-Generaal overgelegd.
Artikel 95lb
Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden regels gesteld over:
a. de inrichting van energiekostenramingen en facturen inzake het verbruik van elektriciteit,
b. de frequentie van facturen inzake het verbruik van elektriciteit,
c. het verstrekken van gegevens over het verbruik van elektriciteit,
d. degenen die de informatie, bedoeld in de onderdelen a, b en c, verstrekken, welke regels kunnen verschillen per categorie van ontvangers van de informatie, bedoeld in de onderdelen a, b en c,
e. het op verzoek van een afnemer toesturen van facturen, factureringsinformatie en energiekostenramingen, eventueel langs elektronische weg,
f. de kosten van toegang tot meetgegevens en van facturatie en
g. degenen die om de informatie, bedoeld in onderdeel e, kunnen verzoeken.
Artikel 95lc
Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden regels gesteld over de informatie die netbeheerders, leveranciers of handelaren verstrekken in contracten, rekeningen of ontvangstbewijzen, welke regels per categorie afnemers kunnen verschillen.
Artikel 95ld
[Vervallen]
1.
De voorwaarden, verbonden aan een leverings- of transportovereenkomst met een afnemer als bedoeld in artikel 95a, eerste lid, zijn transparant, eerlijk en vooraf bekend. De voorwaarden worden in ieder geval voor het sluiten van de overeenkomst verstrekt en zijn gesteld in duidelijke en begrijpelijke taal.
2.
Leveranciers zorgen ervoor dat afnemers als bedoeld in artikel 95a, eerste lid, te allen tijde transparante informatie kunnen verkrijgen over de geldende tarieven en voorwaarden voor levering en transport van elektriciteit.
3.
Het is verboden voor de houder van een vergunning om op zodanige wijze afnemers als bedoeld in artikel 95a, eerste lid, te benaderen dat onduidelijkheid bestaat over het feit dat een contract is afgesloten, de duur van het contract, de voorwaarden voor verlenging en beëindiging van het contract, het bestaan van een recht op opzegging en de voorwaarden van opzegging.
4.
Een contract, gesloten in strijd met het bepaalde bij of krachtens dit artikel is vernietigbaar.
5.
Een leverancier biedt een afnemer als bedoeld in artikel 95a, eerste lid, ten minste een overeenkomst voor de levering van elektriciteit voor een onbepaalde duur aan.
6.
Indien de afnemer als bedoeld in artikel 95a, eerste lid, geen uitdrukkelijke keuze maakt voor een overeenkomst voor bepaalde duur, wordt hij geacht gekozen te hebben voor een overeenkomst voor onbepaalde duur.
7.
Een afnemer als bedoeld in artikel 95a, eerste lid, kan elke overeenkomst tot levering van elektriciteit beëindigen met inachtneming van een termijn van dertig dagen.
8.
Indien sprake is van een overeenkomst voor bepaalde duur, kan de leverancier in deze overeenkomst opnemen dat bij tussentijdse beëindiging van de overeenkomst de afnemer een redelijke vergoeding is verschuldigd. Indien sprake is van een overeenkomst voor onbepaalde duur, kan een dergelijke vergoeding niet in de overeenkomst worden opgenomen.
9.
Bij ministeriële regeling worden ter implementatie van de richtlijn nadere regels gesteld over bescherming van afnemers als bedoeld in artikel 95a, eerste lid.
10.
Leveranciers voorzien afnemers van een door de Europese Commissie vastgesteld overzicht met praktische informatie inzake de rechten van afnemers en stellen dit overzicht algemeen beschikbaar.
1.
Van de artikelen 95b en 95m, tweede, derde en achtste tot en met twaalfde lid, kan worden afgeweken indien er sprake is van een overeenkomst tot levering van elektriciteit aan een groep afnemers, waarbij:
a. de meerderheid van deze afnemers rechtspersoon is of handelt in de uitoefening van een beroep of bedrijf;
b. alle afnemers in de overeenkomst vertegenwoordigd worden, en
c. deze vertegenwoordiger er zorg voor draagt dat hij ten aanzien van alle aansluitingen met een doorlaatwaarde van ten hoogste 3 * 80 A over toestemming tot vertegenwoordiging in het kader van de overeenkomst beschikt.
1.
Leveranciers zijn verplicht om aan afnemers als bedoeld in artikel 95a, eerste lid, naast eventuele andere vrije contractvormen, levering volgens een modelcontract aan te bieden.
2.
De Autoriteit Consument en Markt stelt het modelcontract vast, na consultatie van organisaties van leveranciers, netbeheerders en afnemers.
1.
De leverancier voorziet in een transparante, eenvoudige en goedkope procedure voor de behandeling van klachten van afnemers als bedoeld in artikel 95a, eerste lid, over de levering.
2.
De in het eerste lid bedoelde procedure voorziet er voorts in dat:
a. de behandeling van de klacht geschiedt door een persoon die niet bij de gedraging waarop de klacht betrekking heeft, betrokken is geweest,
b. de klager schriftelijk en gemotiveerd in kennis wordt gesteld van de bevindingen naar aanleiding van de klacht en van de conclusies die daaraan worden verbonden en
c. de klacht zo spoedig mogelijk doch uiterlijk binnen acht weken wordt afgehandeld.
3.
Indien een leverancier van een afnemer als bedoeld in artikel 95a, eerste lid, een klacht of vraag ontvangt over het netbeheer, zendt de leverancier deze onverwijld door naar de netbeheerder op wie de klacht of vraag betrekking heeft, onder gelijktijdige mededeling daarvan aan de klager of de vrager.
1.
[Wijzigt de Elektriciteitswet 1989.]
2.
De Elektriciteitswet 1989 wordt ingetrokken.
1.
De artikelen van deze wet treden in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip, dat voor de verschillende artikelen of onderdelen daarvan verschillend kan worden vastgesteld.
2.
Artikel 89 treedt in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip en werkt terug tot en met 1 januari 1998.
3.
Paragraaf 8.1a treedt in werking met ingang van de datum waarop hoofdstuk 4 vervalt, dan wel op een eerder, bij koninklijk besluit te bepalen datum.
Artikel 105
Deze wet wordt aangehaald als: Elektriciteitswet met vermelding van het jaartal van het Staatsblad waarin zij zal worden geplaatst.
Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.
Gegeven te 's-Gravenhage, 2 juli 1998
De Minister van Economische Zaken,
Uitgegeven de zestiende juli 1998
De Minister van Justitie,
Inhoudsopgave
+ Hoofdstuk 1. Algemene bepalingen
+ Hoofdstuk 2. Uitvoering en toezicht
+ Hoofdstuk 2A. Productiecapaciteit
+ Hoofdstuk 3. Transport van elektriciteit
+ Hoofdstuk 4. Voorwaarden wijze van gegevensverwerking
+ Hoofdstuk 5. Duurzame elektriciteitsvoorziening
+ Hoofdstuk 5A. Last onder dwangsom en bestuurlijke boete
+ Hoofdstuk 6. Overige algemene bepalingen
+ Hoofdstuk 7. Wijziging van andere wetten
+ Hoofdstuk 8. Overgangs- en slotbepalingen
Geschiedenis

Geschiedenis-overzicht