1.
In dit besluit wordt verstaan onder:
algemene vakken: vakken niet zijnde afdelingsvakken genoemd in artikel 26h, eerste lid, respectievelijk bedoeld in artikel 26i, eerste lid, van het Inrichtingsbesluit WVO, en niet zijnde intrasectorale of intersectorale programma's als bedoeld in artikel 26j, eerste lid, of artikel 26k, eerste lid, van dat besluit;
bevoegd gezag: het bevoegd gezag, bedoeld in artikel 1 van de wet, indien het een school voor voortgezet onderwijs betreft, en het bevoegd gezag, bedoeld in artikel 1.1.1, onderdeel w, onder 1 en 2, van de Wet educatie en beroepsonderwijs, indien het een instelling voor educatie en beroepsonderwijs betreft;
College voor examens: College voor examens, genoemd in artikel 2, eerste lid, van de Wet College voor examens;
cspe: centraal schriftelijk en praktisch examen in een beroepsgericht programma;
deeleindexamen: een examen in één of meer van de voor het eindexamen voorgeschreven vakken aan een opleiding voortgezet algemeen volwassenenonderwijs als bedoeld in artikel 7.3.1, eerste lid, onder a, van de Wet educatie en beroepsonderwijs;
directeur: de rector of directeur van een school voor voortgezet onderwijs;
eindexamen: een examen ten minste in het geheel van de voorgeschreven vakken;
eindexamen vmbo: een eindexamen dat leidt tot een diploma vmbo voor zover het betreft de theoretische leerweg, de basisberoepsgerichte leerweg, de kaderberoepsgerichte leerweg of de gemengde leerweg;
examencommissie vavo: de in artikel 7.4.11, tweede lid, juncto artikel 7.4.5 van de Wet educatie en beroepsonderwijs bedoelde examencommissie voor een opleiding vavo;
examenstof: de aan de kandidaat te stellen eisen;
examinator: degene die is belast met het afnemen van het examen in een vak;
gecommitteerde: een gecommitteerde als bedoeld in artikel 29, tweede lid, van de wet en artikel 36 van dit besluit;
havo: hoger algemeen voortgezet onderwijs als bedoeld in artikel 8 van de wet;
herkansing: het opnieuw deelnemen aan een toets van het centraal examen of het schoolexamen;
inspectie: de inspectie, bedoeld in artikel 1 van de Wet op het onderwijstoezicht;
instelling voor educatie en beroepsonderwijs: een instelling als bedoeld in artikel 1.1.1, onderdeel b, van de Wet educatie en beroepsonderwijs, voor zover het betreft door die instelling verzorgde opleidingen vavo;
kandidaat: ieder die door het bevoegd gezag tot het eindexamen of deeleindexamen wordt toegelaten;
kunstvakken: de vakken behorende tot de beeldende vorming, alsmede muziek, dans en drama;
leerling: een leerling aan een school voor voortgezet onderwijs of een deelnemer aan een opleiding vavo;
leerweg: de basisberoepsgerichte leerweg, bedoeld in artikel 10b van de wet, de kaderberoepsgerichte leerweg, bedoeld in artikel 10b van de wet, de gemengde leerweg, bedoeld in artikel 10d van de wet en de theoretische leerweg, bedoeld in artikel 10 van de wet;
maatschappelijke stage: stage als bedoeld in artikel 6f van de wet;
mavo: middelbaar algemeen voortgezet onderwijs als bedoeld in artikel 9 van de wet;
Onze Minister: Onze Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap en, voor wat betreft het onderwijs op het gebied van landbouw, natuurlijke omgeving en voedsel, Onze Minister van Economische Zaken;
opleiding vavo: een opleiding voortgezet algemeen volwassenenonderwijs als bedoeld in artikel 7.3.1, eerste lid, onderdeel a, van de Wet educatie en beroepsonderwijs;
profielwerkstuk: het in artikel 4 bedoelde profielwerkstuk;
rekentoets: rekentoets als bedoeld in artikel 29, vijfde lid, van de wet;
rekentoets ER: rekentoets als bedoeld in artikel 46a, eerste lid;
school: een school voor vwo, een school voor havo, een school voor mavo, een school voor vbo of een instelling voor educatie en beroepsonderwijs, tenzij anders blijkt;
schooljaar: het tijdvak dat aanvangt op 1 augustus en eindigt op 31 juli van het daaropvolgende jaar, daaronder mede begrepen het studiejaar, bedoeld in artikel 1.1.1, onderdeel r, van de Wet educatie en beroepsonderwijs;
school voor voortgezet onderwijs: een school voor vwo, een school voor havo, een school voor mavo, een school voor vbo;
sectorwerkstuk: het in artikel 4 bedoelde sectorwerkstuk;
toets: een toets met schriftelijke of mondelinge vragen en opdrachten, of een praktische opdracht;
vakken: vakken, intrasectorale programma’s, intersectorale programma’s en andere programma-onderdelen;
vakken behorende tot de beeldende vorming: tekenen, handvaardigheid, textiele vormgeving, fotografie, film, audio-visuele vorming;
vbo: voorbereidend beroepsonderwijs als bedoeld in artikel 10a van de wet;
vmbo: voorbereidend middelbaar beroepsonderwijs als bedoeld in artikel 21 van de wet;
vwo: voorbereidend wetenschappelijk onderwijs als bedoeld in artikel 7 van de wet;
wet: Wet op het voortgezet onderwijs .
2.
Waar in dit besluit wordt gesproken van «directeur en de secretaris», wordt daaronder wat instellingen voor educatie en beroepsonderwijs betreft verstaan, de examencommissie vavo, tenzij anders blijkt.
1.
Het bevoegd gezag stelt de leerlingen van een school en de leerlingen van een afdeling voor havo in de gelegenheid ter afsluiting van de opleiding een eindexamen af te leggen.
2.
Het bevoegd gezag stelt de leerlingen van een instelling voor educatie en beroepsonderwijs in de gelegenheid in plaats van een eindexamen een of meer deeleindexamens af te leggen.
3.
Het bevoegd gezag kan tot het eindexamen toelaten kandidaten die niet als leerling van de school zijn ingeschreven.
4.
Het bevoegd gezag van een instelling voor educatie en beroepsonderwijs kan kandidaten als bedoeld in het derde lid eveneens in de gelegenheid stellen een of meer deeleindexamens aan de desbetreffende school af te leggen.
5.
Kandidaten als bedoeld in het derde lid, die worden toegelaten tot het eindexamen van een school voor voortgezet onderwijs, zijn behoudens het bepaalde in het zesde lid aan het bevoegd gezag een bedrag verschuldigd van € 567 voor een volledig eindexamen.
6.
In afwijking van het bepaalde in het vijfde lid is een toelatingsbedrag niet verschuldigd door kandidaten die zijn ingeschreven bij een andere uit de openbare kas bekostigde school, - al dan niet in de zin van dit besluit -, afdeling of onderwijsinstelling en die aldaar geen eindexamen dan wel deeleindexamen afleggen.
7.
Het in het vijfde lid bedoelde bedrag kan bij regeling van Onze Minister worden gewijzigd voor zover de consumentenprijsindex daartoe aanleiding geeft.
1.
De directeur en de examinatoren van een school voor voortgezet onderwijs nemen onder verantwoordelijkheid van het bevoegd gezag het eindexamen af.
2.
De directeur van een school voor voortgezet onderwijs wijst een van de personeelsleden van de school aan tot secretaris van het eindexamen.
1.
Het eindexamen kan voor ieder vak bestaan uit een schoolexamen, uit een centraal examen dan wel uit beide.
2.
Het schoolexamen vwo, havo en vmbo kan mede een maatschappelijke stage omvatten.
3.
Het schoolexamen vwo en havo omvat mede een profielwerkstuk. Het profielwerkstuk is een werkstuk, een presentatie daaronder begrepen, waarin op geïntegreerde wijze kennis, inzicht en vaardigheden aan de orde komen die van betekenis zijn in het desbetreffende profiel.
4.
Het profielwerkstuk heeft betrekking op één of meer vakken van het eindexamen. Ten minste één van deze vakken heeft een omvang van 400 uur of meer voor vwo en 320 uur of meer voor havo.
5.
Het schoolexamen vmbo voor zover het betreft de theoretische leerweg, genoemd in artikel 10 van de wet, en de gemengde leerweg, genoemd in artikel 10d van de wet, omvat mede een sectorwerkstuk. De tweede volzin van het derde lid is van overeenkomstige toepassing. Het sectorwerkstuk heeft betrekking op een thema uit de sector waarin de leerling het onderwijs volgt.
1.
Indien een kandidaat zich ten aanzien van enig deel van het eindexamen dan wel ten aanzien van een aanspraak op ontheffing aan enige onregelmatigheid schuldig maakt of heeft gemaakt, dan wel zonder geldige reden afwezig is, kan de directeur maatregelen nemen.
2.
De maatregelen, bedoeld in het eerste lid, die afhankelijk van de aard van de onregelmatigheid ook in combinatie met elkaar genomen kunnen worden, zijn:
a. het toekennen van het cijfer 1 voor een toets van het schoolexamen, de rekentoets of het centraal examen,
b. het ontzeggen van de deelname of de verdere deelname aan een of meer toetsen van het schoolexamen, de rekentoets of het centraal examen,
c. het ongeldig verklaren van een of meer toetsen van het reeds afgelegde deel van het schoolexamen, de rekentoets of het centraal examen,
d. het bepalen dat het diploma en de cijferlijst slechts kunnen worden uitgereikt na een hernieuwd examen in door de directeur aan te wijzen onderdelen.
Indien het hernieuwd examen bedoeld in de vorige volzin betrekking heeft op een of meer onderdelen van het centraal examen legt de kandidaat dat examen af in een volgend tijdvak van het centraal examen.
3.
Het besluit waarbij een in het eerste lid bedoelde maatregel wordt genomen, wordt tegelijkertijd in afschrift toegezonden aan de inspectie en, indien de kandidaat minderjarig is, aan de wettelijke vertegenwoordigers van de kandidaat.
4.
De kandidaat kan tegen een beslissing van de directeur van een school voor voortgezet onderwijs in beroep gaan bij de door het bevoegd gezag van de school in te stellen commissie van beroep. Van de commissie van beroep mag de directeur geen deel uitmaken.
5.
In overeenstemming met artikel 30a van de wet wordt het beroep binnen vijf dagen nadat de beslissing aan de kandidaat is bekendgemaakt, schriftelijk ingesteld bij de commissie van beroep. De commissie stelt een onderzoek in en beslist binnen twee weken na ontvangst van het beroepsschrift, tenzij zij deze termijn gemotiveerd heeft verlengd met ten hoogste twee weken. De commissie stelt bij haar beslissing zo nodig vast op welke wijze de kandidaat alsnog in de gelegenheid zal worden gesteld het eindexamen geheel of gedeeltelijk af te leggen onverminderd het bepaalde in de laatste volzin van het tweede lid. De commissie deelt haar beslissing schriftelijk mede aan de kandidaat, aan de ouders, voogden of verzorgers van de kandidaat indien deze minderjarig is, aan de directeur en aan de inspectie.
Inhoudsopgave
- Hoofdstuk I. Algemene bepalingen
+ Hoofdstuk II. Inhoud van het eindexamen
+ Hoofdstuk III. Regeling van het eindexamen
+ Hoofdstuk IV. Centraal examen en rekentoets
+ Hoofdstuk V. Uitslag, herkansing en diplomering
+ Hoofdstuk VI. Overige bepalingen
+ Hoofdstuk VII. Slot- en overgangsbepalingen
Geschiedenis

Geschiedenis-overzicht
Jurisprudentie
Voorbeelden van het gebruik van deze artikel(en) in rechterlijke uitspraken