1.
De directeur doet het gemaakte werk van het centraal examen met een exemplaar van de opgaven, de beoordelingsnormen en met het proces-verbaal van het examen toekomen aan de examinator in het desbetreffende vak. De examinator beoordeelt het werk zo spoedig mogelijk en past daarbij de beoordelingsnormen, bedoeld in artikel 2, tweede lid, onderdeel d, van de Wet College voor examens toe. De examinator drukt zijn beoordeling uit in de score, bedoeld in artikel 2, tweede lid, onderdeel d, van de Wet College voor examens. De examinator zendt de score en het beoordeelde werk aan de directeur.
2.
De directeur doet de van de examinator ontvangen stukken met een exemplaar van de opgaven, de beoordelingsnormen, het proces-verbaal en de regels voor het bepalen van de score, bepaald in het eerste lid, onverwijld aan de directeur van de school, bedoeld in artikel 36, tweede lid, toekomen. Deze stelt het ter hand aan de gecommitteerde.
3.
De gecommitteerde beoordeelt het werk zo spoedig mogelijk en past daarbij toe de beoordelingsnormen en de daarbij behorende scores, bedoeld in artikel 2, tweede lid, onderdeel d, van de Wet College voor examens. Daarnaast voegt de gecommitteerde bij het gecorrigeerde werk, de in artikel 36, vierde lid, bedoelde verklaring mede ondertekend door het bevoegd gezag van de gecommitteerde.
4.
Bij ministeriële regeling kunnen nadere voorschriften worden gegeven voor de toepassing van het eerste tot en met derde lid.
Inhoudsopgave
+ Hoofdstuk I. Algemene bepalingen
+ Hoofdstuk II. Inhoud van het eindexamen
+ Hoofdstuk III. Regeling van het eindexamen
- Hoofdstuk IV. Centraal examen en rekentoets
+ Hoofdstuk V. Uitslag, herkansing en diplomering
+ Hoofdstuk VI. Overige bepalingen
+ Hoofdstuk VII. Slot- en overgangsbepalingen
Geschiedenis

Geschiedenis-overzicht
Jurisprudentie
Voorbeelden van het gebruik van deze artikel(en) in rechterlijke uitspraken