1.
Onze Minister zorgt ervoor dat de opgaven, bedoeld in artikel 2, onderdeel c, van de Wet College voor examens tijdig beschikbaar worden gesteld aan de directeur van de school.
2.
De directeur zorgt ervoor, dat de opgaven voor het centraal examen geheim blijven tot de aanvang van de toets waarbij deze opgaven aan de kandidaten worden voorgelegd. Het College voor examens kan opgaven aanwijzen waarop de eerste volzin niet van toepassing is.
3.
Tijdens een toets van het centraal examen worden aan de kandidaten geen mededelingen van welke aard ook, aangaande de opgaven gedaan, uitgezonderd mededelingen van het College voor examens.
4.
De directeur draagt er zorg voor dat het nodige toezicht bij het centraal examen wordt uitgeoefend.
5.
Zij die toezicht hebben gehouden, maken een proces-verbaal op. Zij leveren dit in bij de directeur samen met het gemaakte examenwerk.
6.
Een kandidaat die te laat komt, mag tot uiterlijk een half uur na de aanvang van de toets tot die toets worden toegelaten.
7.
De aan de kandidaten voorgelegde opgaven voor een toets van het centraal examen blijven in het examenlokaal tot het einde van die toets.
Inhoudsopgave
+ Hoofdstuk I. Algemene bepalingen
+ Hoofdstuk II. Inhoud van het eindexamen
+ Hoofdstuk III. Regeling van het eindexamen
- Hoofdstuk IV. Centraal examen en rekentoets
+ Hoofdstuk V. Uitslag, herkansing en diplomering
+ Hoofdstuk VI. Overige bepalingen
+ Hoofdstuk VII. Slot- en overgangsbepalingen
Geschiedenis

Geschiedenis-overzicht
Jurisprudentie
Voorbeelden van het gebruik van deze artikel(en) in rechterlijke uitspraken