1.
Het eindexamen vmbo voor zover het betreft de kaderberoepsgerichte leerweg, genoemd in artikel 10b van de wet, omvat in elk geval:
a. de vakken die het gemeenschappelijk deel ingevolge in artikel 10b, vijfde lid, van de wet, omvat,
b. de twee vakken die het sectordeel ingevolge artikel 10b, zesde lid, van de wet, omvat,
c. in het vrije deel een tot de sector behorend afdelingsvak, genoemd in artikel 26h, eerste lid, van het Inrichtingsbesluit WVO of een intrasectoraal of intersectoraal programma als bedoeld in artikel 26j, eerste lid, of artikel 26k, eerste lid, van het Inrichtingsbesluit WVO, en
d. de rekentoets.
2.
Artikel 22, derde lid, is van toepassing.
3.
In geval van toepassing van artikel 10b, negende lid, onderdeel b, van de wet dan wel artikel 10b, negende lid, onderdeel d, van de wet juncto artikel 26h, tweede lid, van het Inrichtingsbesluit WVO, zijn het eerste en tweede lid van toepassing, met dien verstande dat het vervangen vak niet als extra vak als bedoeld in het vierde lid, kan dienen.
4.
In aanvulling op de voorgeschreven vakken, bedoeld in het eerste lid, kan het eindexamen omvatten, voor zover nog niet gekozen:
a. een vak als bedoeld in artikel 10b, zesde lid, van de wet,
b. het vak Friese taal en cultuur, genoemd in artikel 26h, tweede lid, van het Inrichtingsbesluit WVO,
c. een vak dat op grond van het tweede lid onderdeel kan zijn van de kaderberoepsgerichte leerweg,
d. een algemeen vak dat behoort tot het eindexamen van de theoretische leerweg of de gemengde leerweg, genoemd in respectievelijk artikel 10 of artikel 10d van de wet, of
e. een vak als bedoeld in artikel 13 of 14 van de wet.
5.
Het bevoegd gezag kan een kandidaat in de gelegenheid stellen de rekentoets af te leggen zoals deze op grond van artikel 2, tweede lid, onder c, en lid 2a, van de Wet College voor examens voor theoretische leerweg, havo of vwo is vastgesteld.
6.
In afwijking van het eerste lid is een kandidaat die in het bezit is van het diploma van een leerweg in het vmbo en die de rekentoets heeft afgelegd zoals deze op grond van artikel 2, tweede lid, onderdeel c, en lid 2a, van de Wet College voor toetsen en examens is vastgesteld voor het eindexamen kaderberoepsgerichte of theoretische leerweg, havo of vwo, vrijgesteld van de rekentoets.
7.
In afwijking van het eerste lid is de kandidaat die het eindexamen aflegt aan een school voor vmbo, voor zover het betreft de kaderberoepsgerichte leerweg, bij het eindexamen vrijgesteld van de vakken waarvoor vrijstelling is verleend voor het volgen van onderwijs op grond van artikel 26n, zesde lid, van het Inrichtingsbesluit WVO.
Inhoudsopgave
+ Hoofdstuk I. Algemene bepalingen
- Hoofdstuk II. Inhoud van het eindexamen
+ Hoofdstuk III. Regeling van het eindexamen
+ Hoofdstuk IV. Centraal examen en rekentoets
+ Hoofdstuk V. Uitslag, herkansing en diplomering
+ Hoofdstuk VI. Overige bepalingen
+ Hoofdstuk VII. Slot- en overgangsbepalingen
Geschiedenis

Geschiedenis-overzicht
Jurisprudentie
Voorbeelden van het gebruik van deze artikel(en) in rechterlijke uitspraken