Artikel 1796
De uitleener kan het ter leen gegevene niet terug eischen, voordat de tijd, bij de overeenkomst bepaald, verstreken is.
Artikel 1797
Geene tijdsbepaling gemaakt zijnde, kan de regter, wanneer de uitleener de teruggave vordert, naar gelang der omstandigheden, aan dengenen die het goed ter leen ontvangen heeft, eenig uitstel toestaan.
Artikel 1798
Indien men is overeengekomen dat hij die een goed ter leen heeft ontvangen dit zal terug geven, wanneer hij daartoe in staat zal zijn, zal de regter, naar gelang der omstandigheden, den tijd der teruggave bepalen.
Artikel 1799
De bepaling van artikel 1790 is op verbruikleening toepasselijk.
Inhoudsopgave
- Boek 7a. Bijzondere overeenkomsten; vervolg
Geschiedenis

Geschiedenis-overzicht