1.
Vervroegde opeischbaarheid, als straf wegens nalatigheid van den kooper in het betalen van termijnen, kan alleen bedongen worden voor het geval de achterstand bedraagt, ten aanzien van één termijn tenminste een tiende, of ten aanzien van meer termijnen gezamenlijk tenminste een twintigste deel van den geheelen koopprijs.
2.
Onder geheelen koopprijs wordt verstaan de som van alle betalingen, waartoe de kooper bij regelmatige nakoming van de overeenkomst gehouden is.
3.
Het tweede lid van artikel 1576b is hier niet van toepassing.
Inhoudsopgave
- Boek 7a. Bijzondere overeenkomsten; vervolg
Geschiedenis

Geschiedenis-overzicht