1.
De persoonlijke rechtsbetrekkingen tussen de echtgenoten onderling worden beheerst door het recht dat de echtgenoten voor of tijdens het huwelijk, al dan niet met wijziging van een eerdere aanwijzing, hebben aangewezen.
2.
De echtgenoten kunnen slechts een van de volgende rechtsstelsels aanwijzen:
a. het recht van de staat van een gemeenschappelijke nationaliteit van de echtgenoten, of
b. het recht van de staat waar zij elk hun gewone verblijfplaats hebben.
3.
Een aanwijzing als bedoeld in dit artikel is, wat de vorm betreft, geldig indien de vormvoorschriften voor de aanwijzing van het recht dat toepasselijk is op het huwelijksvermogensregime van de echtgenoten in acht zijn genomen.
Inhoudsopgave
- Boek 10. Internationaal privaatrecht
Geschiedenis

Geschiedenis-overzicht