1.
Onze Minister kan een bewijs van kennis en bekwaamheid voor een of meer vormen van binnenvaart erkennen, indien naar zijn oordeel het bewijs voldoende waarborg biedt voor het veilig voeren van een binnenschip. Alsdan treedt het bewijs van kennis en bekwaamheid gedeeltelijk in de plaats van het onderzoek of geheel in de plaats van de verklaring, bedoeld in artikel 29, eerste lid.
2.
Bij ministeriële regeling kunnen vaarbewijzen of bewijzen van kennis en bekwaamheid worden erkend die zijn afgegeven door een bevoegde autoriteit in het buitenland. Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing.
3.
Het eerste en tweede lid zijn van overeenkomstige toepassing op andere geneeskundige verklaringen dan de verklaring, bedoeld in artikel 28, eerste lid.
Inhoudsopgave
+ Hoofdstuk 1. Reikwijdte van de wet
+ Hoofdstuk 2. Toegang tot de markt
- Hoofdstuk 3. Regels aan boord
+ Hoofdstuk 4. Scheepsnummer en gegevensverstrekking
+ Hoofdstuk 4a. Financiering inzameling en verdere verwijdering van olie- en vethoudende scheepsafvalstoffen
+ Hoofdstuk 5. Handhaving
+ Hoofdstuk 6. Overige bepalingen
Geschiedenis

Geschiedenis-overzicht
Jurisprudentie
Voorbeelden van het gebruik van deze artikel(en) in rechterlijke uitspraken