Artikel 16
Een klein vaarbewijs is vereist voor het voeren van:
a. schepen met een lengte van ten minste 15 en minder dan 20 meter die niet behoren tot de in artikel 14, eerste lid, onderdelen b, c, en d, bedoelde categorieën;
b. pleziervaartuigen met een lengte van ten minste 15 meter en minder dan 25 meter;
c. sleepboten, duwboten of sleepduwboten met een lengte van ten minste 15 meter en minder dan 25 meter, indien:
1°. ze blijkens een verklaring van Onze Minister uitsluitend worden gebruikt als pleziervaartuig, en
2°. ze overeenkomstig de voorwaarden gesteld op die verklaring worden gebruikt, of
d. schepen met een lengte van minder dan 15 meter die door middel van de eigen mechanische voortstuwingsmiddelen een snelheid van meer dan 20 kilometer per uur ten opzichte van het water kunnen bereiken, en niet behoren tot de in artikel 14, eerste lid, onderdelen b, c, d en e, genoemde schepen.
Inhoudsopgave
+ Hoofdstuk 1. Begripsbepalingen
+ Hoofdstuk 2. Toegang tot de markt
- Hoofdstuk 3. Regels aan boord
+ Hoofdstuk 4. Scheepsnummer en gegevensverstrekking
+ Hoofdstuk 4a. Registratie van ontzegde vaarbevoegdheden en van ingevorderde en ongeldig verklaarde vaardocumenten
+ Hoofdstuk 5. Overgangsbepalingen
+ Hoofdstuk 6
+ Hoofdstuk 7. Slotbepalingen
Geschiedenis

Geschiedenis-overzicht
Jurisprudentie
Voorbeelden van het gebruik van deze artikel(en) in rechterlijke uitspraken