1.
Een beperkt groot vaarbewijs is vereist voor het voeren van:
a. schepen met een lengte van ten minste 20 meter en minder dan 40 meter, met uitzondering van:
1°. pleziervaartuigen met een lengte van minder dan 25 meter, en
2°. schepen die behoren tot de in artikel 14, eerste lid, onderdelen b, c, d en e, genoemde categorieën, of
b. sleepboten, duwboten of sleepduwboten met een lengte van ten minste 25 meter en minder dan 40 meter, indien:
1°. ze blijkens een verklaring van Onze Minister uitsluitend worden gebruikt als pleziervaartuig, en
2°. ze overeenkomstig de voorwaarden gesteld op die verklaring worden gebruikt.
2.
Een beperkt groot vaarbewijs is geldig voor het voeren van een schip waarvoor een klein vaarbewijs vereist is.
Inhoudsopgave
+ Hoofdstuk 1. Begripsbepalingen
+ Hoofdstuk 2. Toegang tot de markt
- Hoofdstuk 3. Regels aan boord
+ Hoofdstuk 4. Scheepsnummer en gegevensverstrekking
+ Hoofdstuk 4a. Registratie van ontzegde vaarbevoegdheden en van ingevorderde en ongeldig verklaarde vaardocumenten
+ Hoofdstuk 5. Overgangsbepalingen
+ Hoofdstuk 6
+ Hoofdstuk 7. Slotbepalingen
Geschiedenis

Geschiedenis-overzicht
Jurisprudentie
Voorbeelden van het gebruik van deze artikel(en) in rechterlijke uitspraken