Besluit vergelijkend onderzoek celmateriaal BES
1.
In dit besluit wordt verstaan onder:
het wetboek: het Wetboek van Strafvordering BES;
Onze Minister: Onze Minister van Justitie;
vergelijkend onderzoek: het onderzoek, bedoeld in artikel 79, eerste lid, van het wetboek;
tegenonderzoek: het vergelijkend onderzoek, bedoeld in artikel 79b, eerste lid, van het wetboek;
referentie-materiaal: celmateriaal waarvan bij de monsterneming bekend is van wie het afkomstig is;
sporenmateriaal: met het oog op het vergelijkend onderzoek verzameld celmateriaal, niet zijnde referentiemateriaal;
bloedafname: het afnemen van een hoeveelheid bloed ten behoeve van het vergelijkend onderzoek;
afname van wangslijmvlies: het afnemen van een hoeveelheid wangslijmvlies ten behoeve van het vergelijkend onderzoek;
afname van haarwortels: het afnemen van een hoeveelheid haarwortels ten behoeve van het vergelijkend onderzoek;
opsporingsambtenaar: een opsporingsambtenaar als bedoeld in artikel 184 van het wetboek;
profiel: de gecodeerd weergegeven uitkomst van een onderzoek naar kenmerken van celmateriaal.
2.
Dit besluit berust op de artikelen 79, 79a, 79b, 79c en 79d van het Wetboek van Strafvordering BES.
1.
Van het verzamelen van sporenmateriaal wordt door de opsporingsambtenaar proces-verbaal opgemaakt.
2.
De opsporingsambtenaar voorziet het sporenmateriaal van een genummerd identiteitszegel en brengt eenzelfde identiteitszegel alsmede een sluitzegel op de verpakking van het sporenmateriaal aan. Een corresponderend identiteitszegel wordt aangebracht op het proces-verbaal, bedoeld in het eerste lid, alsmede op een afschrift daarvan, dat onverwijld aan de rechter-commissaris wordt gezonden.
3.
Het proces-verbaal bevat:
a. de datum waarop het monster is genomen;
b. de gegevens, betreffende het opsporingsonderzoek in het kader waarvan het sporenmateriaal is verzameld;
c. de datum waarop het sporenmateriaal wordt verzonden, alsmede de plaats waar het wordt bewaard.
1.
De bewaring van monsters, bevattende sporenmateriaal, geschiedt door het politiekorps voor Bonaire, Sint Eustatius en Saba.
2.
De in het eerste lid genoemde politiekorps registreert:
a. de datum van ontvangst van het monster;
b. de datum waarop het monster is genomen;
c. de gegevens op het identiteitszegel;
d. de uitkomst van een onderzoek naar de staat van het sluitzegel.
3.
Aan de registratie, bedoeld in het tweede lid, worden, nadat de rechter-commissaris de opdracht tot het vergelijkend onderzoek heeft verleend, toegevoegd:
a. de naam en de standplaats van de rechter-commissaris;
b. de naam van het laboratorium waar het vergelijkend onderzoek zal worden verricht;
c. de datum waarop het monster naar dat laboratorium is verzonden.
4.
Indien de in het eerste lid genoemde politiekorps onvoldoende toegerust is om het sporenmateriaal te bewaren, geschiedt de bewaring bij een door Onze Minister in overeenstemming met Onze Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport aangewezen rechtspersoon die tot taak heeft laboratoriumonderzoeken te verrichten ten behoeve van de volksgezondheid en justitie. Het tweede en derde lid zijn van overeenkomstige toepassing.
1.
De rechter-commissaris draagt zorg voor de registratie van ieder op grond van artikel 2, tweede lid, aan hem toegezonden proces-verbaal, alsmede van de gegevens op het identiteitszegel dat daarop is aangebracht.
2.
Aan de registratie, bedoeld in het eerste lid, worden, nadat de rechter-commissaris de opdracht tot het vergelijkend onderzoek heeft verleend, toegevoegd:
a. de naam en de standplaats van de rechter-commissaris;
b. de datum waarop de opdracht tot het vergelijkend onderzoek is verleend;
c. de naam van het laboratorium waar het onderzoek op het monster wordt verricht.
Artikel 5
Nadat de registratie, bedoeld in artikel 4, eerste lid, heeft plaatsgevonden, wordt bij alle verdere handelingen met het sporenmateriaal ter aanduiding daarvan uitsluitend gebruik gemaakt van het nummer van het identiteitszegel, bedoeld in artikel 2, tweede lid.
1.
Bloedafname geschiedt door middel van een door een arts te verrichten venapunctie.
2.
Afgenomen wordt een hoeveelheid bloed van ten hoogste tien milliliter.
Artikel 7
Indien bloedafname naar het oordeel van de arts om bijzondere geneeskundige redenen onwenselijk is, doet de opsporingsambtenaar, bedoeld in artikel 10, eerste lid, van het achterwege blijven daarvan onverwijld mededeling aan de rechter-commissaris, die het bevel tot bloedafname heeft gegeven.
Artikel 8
De afname van wangslijmvlies geschiedt door een arts, die daartoe de binnenzijde van ieder der beide wangen door middel van drie wattenstokjes met enige kracht bemonstert.
Artikel 9
De afname van haarwortels geschiedt door een arts die daartoe ten minste tien haren uittrekt.
1.
De bloedafname, de afname van wangslijmvlies en de afname van haarwortels hebben plaats in de aanwezigheid van een opsporingsambtenaar, die daarvan proces-verbaal opmaakt.
2.
Artikel 2, tweede lid, is van overeenkomstige toepassing.
3.
Het proces-verbaal bevat:
a. de datum waarop het monster is genomen;
b. de gegevens, betreffende het opsporingsonderzoek in het kader waarvan het referentiemateriaal is verkregen;
c. de volledige naam en geboortedatum van de persoon waarvan het monster is afgenomen, dan wel de andere gegevens die voor de bepaling van zijn identiteit zijn gebruikt;
d. de naam en de standplaats van de rechter-commissaris die het bevel, bedoeld in artikel 79a van het wetboek, heeft gegeven;
e. de datum waarop het referentiemateriaal wordt verzonden, alsmede de plaats waar het wordt bewaard.
4.
De artikelen 3, 4, eerste en tweede lid en 5 zijn van overeenkomstige toepassing.
Artikel 11
Na opdracht van de rechter-commissaris tot een vergelijkend onderzoek zendt het politiekorps, bedoeld in artikel 3, eerste lid, of de door Onze Minister in overeenstemming met Onze Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport aangewezen rechtspersoon die tot taak heeft laboratoriumonderzoeken te verrichten ten behoeve van de volksgezondheid en justitie de te onderzoeken monsters, vergezeld van alle voor het vergelijkend onderzoek noodzakelijke gegevens, onverwijld en op de snelst mogelijke wijze naar het laboratorium waar het onderzoek zal worden verricht.
1.
Het vergelijkend onderzoek wordt verricht in opdracht van de rechter-commissaris. Deze opdracht kan worden verleend aan een deskundige verbonden aan een bij ministeriële regeling aangewezen laboratorium. Bij ministeriële regeling kan een formulier worden vastgesteld voor het geven van de opdracht tot een vergelijkend onderzoek.
2.
Een laboratorium als bedoeld in het eerste lid, dient te zijn gecertificeerd door een nationaal of internationaal erkende instantie voor de accreditatie van laboratoria. Het certificaat mag niet ouder zijn dan twee jaar.
1.
Van de krachtens artikel 11 ontvangen monsters houdt het laboratorium een registratie.
2.
Het laboratorium registreert:
a. de datum van ontvangst van het monster;
b. de gegevens op het bij het monster horend identiteitszegel, alsmede of het monster sporen- dan wel referentiemateriaal bevat;
c. de uitkomst van een onderzoek naar de staat van het sluitzegel;
d. de naam en de standplaats van de rechter-commissaris die opdracht tot het vergelijkend onderzoek heeft verleend;
e. de datum van verzending van het verslag, bedoeld in artikel 14, derde lid, en het bericht, bedoeld in artikel 15, eerste lid;
f. de datum en het adres van verzending van het monster op grond van de artikelen 18, tweede lid en 20, eerste lid;
g. de datum van de verslaglegging en de verzending daarvan, bedoeld in artikel 17;
h. de vernietiging van het profiel krachtens de artikelen 26 en 27.
1.
Het vergelijkend onderzoek vindt niet plaats, dan nadat is onderzocht, of voldoende celmateriaal beschikbaar is voor een tegenonderzoek.
2.
Het onderzoek, of voldoende celmateriaal beschikbaar is, wordt verricht door de deskundige, bedoeld in artikel 12, eerste lid.
3.
De rechter-commissaris die de opdracht tot het vergelijkend onderzoek heeft verleend, ontvangt een verslag van de uitkomst van het onderzoek, bedoeld in het tweede lid. In het verslag wordt vermeld, voor zover mogelijk, voor welk aantal malen celmateriaal voor vergelijkend onderzoek beschikbaar is.
4.
Indien onvoldoende celmateriaal beschikbaar is voor een tegenonderzoek, geeft de rechter-commissaris hiervan de verdachte, indien deze bekend is, zo spoedig mogelijk kennis.
1.
De rechter-commissaris die de opdracht tot het vergelijkend onderzoek heeft verleend, ontvangt bericht wanneer dat onderzoek kan aanvangen en wanneer de uitslag daarvan kan zijn vastgesteld.
2.
Indien onvoldoende celmateriaal beschikbaar is voor een tegenonderzoek, ligt tussen de opdracht tot een vergelijkend onderzoek en de aanvang daarmee een tijdvak van tenminste eenentwintig dagen of zoveel minder als door de rechter-commissaris zal zijn bepaald.
3.
Voor een vergelijkend onderzoek wordt zo min mogelijk celmateriaal gebruikt.
1.
Het vergelijkend onderzoek wordt op zodanige wijze verricht, dat is gewaarborgd dat de uitkomsten van het onderzoek onderling vergelijkbaar zijn.
2.
De behandeling van het celmateriaal waarop het vergelijkend onderzoek wordt verricht, evenals de uitvoering van dat onderzoek, vinden plaats volgens de gangbare normen van gerechtelijk natuurwetenschappelijk onderzoek.
3.
Met betrekking tot het onderzoek in laboratoria kunnen bij ministeriële regeling nadere regels worden gesteld.
1.
Van het vergelijkend onderzoek wordt een verslag van bevindingen opgesteld. Uit het verslag blijkt dat het bij of krachtens de artikelen 12 tot en met 16 bepaalde is nageleefd. Het verslag bevat de naam van de deskundige aan wie het onderzoek werd opgedragen, en wordt door deze gedateerd en ondertekend.
2.
Het laboratorium waaraan de deskundige is verbonden, behoudt een afschrift van het verslag.
3.
Het verslag wordt toegezonden aan de rechter-commissaris die de opdracht tot het vergelijkend onderzoek heeft verleend.
1.
Onmiddellijk na afsluiting van het vergelijkend onderzoek wordt het overblijvende sporen- en referentiemateriaal door het laboratorium verpakt, verzegeld en deugdelijk bewaard tot de verzending.
2.
Indien een tegenonderzoek is gelast, zendt het laboratorium het sporen- en referentiemateriaal onverwijld naar het laboratorium waar het tegenonderzoek zal worden verricht.
1.
Op het tegenonderzoek zijn de artikelen 12, 13, eerste en tweede lid, onderdelen a tot en met d en g, 15, eerste lid, en 16, 17 en 18, eerste lid, van overeenkomstige toepassing.
2.
Na afsluiting van het tegenonderzoek wordt het resterende sporen- en referentiemateriaal onverwijld teruggezonden naar het laboratorium, dat het vergelijkend onderzoek heeft verricht.
3.
Behalve de gegevens, bedoeld in artikel 13, tweede lid, onderdelen a tot en met d en g, registreert het laboratorium dat het tegenonderzoek verricht:
a. de datum van verzending van het verslag, bedoeld in artikel 15, eerste lid;
b. de datum en het adres van verzending van de resterende monsters op grond van het tweede lid.
4.
Het laboratorium waar het tegenonderzoek heeft plaatsgevonden, zendt een afschrift van het verslag van bevindingen aan het laboratorium dat het vergelijkend onderzoek heeft verricht.
5.
De in artikel 79b, tweede lid, van het wetboek bedoelde bijdrage aan de kosten van het tegenonderzoek worden bij ministeriële regeling vastgesteld.
1.
De dienst, bedoeld in artikel 3, eerste lid, of de door Onze Minister in overeenstemming met Onze Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport aangewezen rechtspersoon die tot taak heeft laboratoriumonderzoeken te verrichten ten behoeve van de volksgezondheid en justitie, die het celmateriaal ingevolge artikel 11 heeft verzonden, ontvangt het na het vergelijkend onderzoek overgebleven celmateriaal in opdracht van de rechter-commissaris terug:
a. na ommekomst van de termijn, bedoeld in artikel 79b, eerste lid, van het wetboek, indien de verdachte het daar bedoelde verzoek niet heeft gedaan of dit verzoek niet is ingewilligd;
b. nadat de uitslag van het onderzoek, bedoeld in artikel 79b, eerste lid, van het wetboek ter kennis is gekomen van de rechter-commissaris.
2.
Na ontvangst van het celmateriaal geeft de in het eerste lid bedoelde instantie hiervan kennis aan de rechter-commissaris die de opdracht tot het onderzoek heeft verleend.
3.
Van de ontvangst wordt aantekening gedaan in de registratie, gevoerd op grond van de artikelen 3 en 10, vierde lid.
Artikel 21
[vervallen]
1.
Uiterlijk achttien jaar na het verzamelen ervan, gelast de rechter-commissaris dat het sporenmateriaal wordt vernietigd in aanwezigheid van een opsporingsambtenaar.
2.
De opsporingsambtenaar, bedoeld in het eerste lid, maakt van de vernietiging proces-verbaal op.
3.
Het proces-verbaal van vernietiging wordt onverwijld aan de rechter-commissaris toegezonden.
4.
Van de vernietiging wordt aantekening gedaan in de registraties, gehouden op grond van artikel 10, vierde lid.
1.
In een bij ministeriële regeling aangewezen laboratorium wordt een centrale registratie van profielen gehouden.
2.
De registratie, bedoeld in het eerste lid, dient uitsluitend voor:
a. toekomstig strafvorderlijk onderzoek;
b. de vaststelling van de identiteit van overleden personen of van personen die niet in staat zijn inlichtingen omtrent hun identiteit te verschaffen;
c. het verschaffen van statistische informatie, betreffende de frequentie van een profiel, benodigd voor wetenschappelijke toetsing van het identificatieproces.
3.
De registratie bevat:
a. profielen, verkregen door het onderzoek van sporenmateriaal, alsmede de gegevens van het bij dat materiaal behorende identiteitszegel;
b. profielen, verkregen door het onderzoek van referentiemateriaal, afgenomen van de verdachte, alsmede de gegevens van het bij dat materiaal behorende identiteitszegel.
4.
De registratie van profielen behoeft toestemming van de rechter-commissaris die opdracht tot het vergelijkend onderzoek heeft gegeven.
5.
Rechtstreekse toegang tot de registratie hebben de ambtenaren die werkzaam zijn binnen het laboratorium, bedoeld in het eerste lid, voor zover zij deze nodig hebben voor een goede vervulling van de aan hen in dit besluit opgedragen taken.
1.
De directeur van het laboratorium, bedoeld in artikel 23, eerste lid, kan de profielen onderling vergelijken met het oog op het doel, bedoeld in artikel 23, tweede lid, en leden van het openbaar ministerie en met rechtspraak belaste leden van de rechterlijke macht van de resultaten daarvan in kennis stellen. Tevens kunnen de leden van het openbaar ministerie en met rechtspraak belaste leden van de rechterlijke macht in het Europese deel van Nederland daarvan in kennis worden gesteld.
2.
Tot een persoon herleidbare gegevens worden door de rechter-commissaris uitsluitend verstrekt aan de verzoeker, bedoeld in artikel 28.
Artikel 25
Profielen, verkregen door het onderzoek van sporenmateriaal in zaken waarin geen verdachte bekend is, kunnen, na toestemming van de rechter-commissaris, opgenomen worden in de registratie, bedoeld in artikel 23. De artikelen 23 en 24 zijn van overeenkomstige toepassing.
1.
De rechter-commissaris beveelt dat een profiel, verkregen door het onderzoek van referentiemateriaal, alsmede de gegevens, opgenomen in de registratie van de rechter-commissaris op grond van artikel 10, vierde lid, terstond worden vernietigd, indien blijkt dat het afkomstig is van een verdachte die ter zake van het feit in verband waarmee onderzoek is verricht, ten onrechte als verdachte is aangemerkt.
2.
Zodra het belang van het onderzoek dit toelaat beveelt de rechter-commissaris dat een profiel, verkregen door het onderzoek van sporenmateriaal, wordt vernietigd.
3.
De rechter-commissaris ontvangt onverwijld een kennisgeving van de vernietiging van een profiel.
1.
Buiten het geval van artikel 26 beveelt de rechter-commissaris:
a. na achttien jaar na de opneming in de registratie, bedoeld in artikel 23, eerste lid, de vernietiging van het profiel, verkregen door het onderzoek van sporenmateriaal;
b. na dertig jaar na de opneming in de registratie, bedoeld in artikel 23, eerste lid, de vernietiging van het profiel, verkregen door het onderzoek van referentiemateriaal, alsmede de daarop betrekking hebbende gegevens, geregistreerd door de rechter-commissaris op grond van artikel 10, vierde lid.
2.
De rechter-commissaris ontvangt onverwijld een kennisgeving van de vernietiging van een profiel.
1.
De rechter-commissaris deelt een ieder op diens verzoek schriftelijk binnen vier weken mee, of in de registraties, gevoerd op grond van de artikelen 4, 10, vierde lid en 23, eerste lid, tot hem herleidbare gegevens zijn opgenomen.
2.
Indien zodanige gegevens zijn opgenomen, stelt de rechter-commissaris desverlangd binnen vier weken een volledig overzicht daarvan met inlichtingen over de herkomst ter beschikking.
3.
Indien een gewichtig belang van de verzoeker dat naar het oordeel van de rechter-commissaris eist, voldoet deze aan een verzoek als bedoeld in het eerste lid, in een andere dan schriftelijke vorm, die aan dat belang is aangepast.
4.
De rechter-commissaris draagt, alvorens mededeling omtrent een register te doen, zorg voor een deugdelijke vaststelling van de identiteit van de verzoeker.
5.
De verzoeken, bedoeld in het eerste en tweede lid, worden ten aanzien van personen die minderjarig zijn en de leeftijd van eenentwintig jaren nog niet hebben bereikt, en van onder curatele gestelden gedaan door hun wettelijke vertegenwoordigers. De betrokken mededeling geschiedt eveneens aan de wettelijke vertegenwoordigers.
Artikel 29
De rechter-commissaris kan weigeren aan een in artikel 28, eerste of tweede lid, bedoeld verzoek te voldoen, indien dit noodzakelijk is in het belang van:
a. de opsporing en vervolging van strafbare feiten;
b. gewichtige belangen van anderen dan de verzoeker.
1.
Degene aan wie op grond van artikel 28 kennis is gegeven van tot hem herleidbare gegevens, kan de rechter-commissaris schriftelijk verzoeken deze te verbeteren, aan te vullen, te verwijderen of te doen vernietigen, indien zij:
a. feitelijk onjuist zijn;
b. voor het doel van de registraties onvolledig of niet ter zake dienend zijn;
c. in strijd met enig wettelijk voorschrift in de registraties voorkomen.
2.
De rechter-commissaris bericht de verzoeker binnen acht weken na ontvangst van het verzoek, of en in hoeverre hij daaraan voldoet. Artikel 28, derde, vierde en vijfde lid, is van overeenkomstige toepassing. Een weigering is met redenen omkleed.
3.
De rechter-commissaris draagt zorg dat een beslissing tot verbetering, aanvulling of verwijdering zo spoedig mogelijk wordt uitgevoerd.
1.
Indien de rechter-commissaris niet heeft voldaan aan een verzoek als bedoeld in de artikelen 28 en 30, dan wel niet in schriftelijke vorm daaraan heeft voldaan, kan de verzoeker zich tot het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba wenden met het schriftelijk verzoek de rechter-commissaris te bevelen alsnog aan dat verzoek te voldoen, dan wel in schriftelijke vorm daaraan te voldoen.
2.
Een verzoek als bedoeld in het eerste lid, wordt binnen acht weken na ontvangst van het antwoord van de rechter-commissaris ingediend. Indien de rechter-commissaris niet heeft geantwoord binnen de gestelde termijn, wordt het verzoek binnen acht weken na afloop van die termijn ingediend.
3.
Het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba wijst het verzoek toe, voor zover het dit gegrond acht.
1.
Met betrekking tot het verzamelen, afnemen, verpakken, bewaren, registreren, verzenden en vernietigen van celmateriaal kunnen bij ministeriële regeling nadere regels worden gesteld.
2.
De vorm van identiteits- en sluitzegels wordt bij ministeriële regeling vastgesteld.
1.
Het celmateriaal dat voor inwerkingtreding van dit besluit is verzameld, afgenomen, verpakt, bewaard, geregistreerd of verzonden en nog niet is vernietigd wordt geacht te zijn verzameld, afgenomen, verpakt, bewaard, geregistreerd of verzonden op grond van dit besluit.
2.
Profielen die voor inwerkingtreding van dit besluit zijn geregistreerd worden geacht te zijn geregistreerd op grond van dit besluit.
Artikel 33
Dit besluit wordt aangehaald als: Besluit vergelijkend onderzoek celmateriaal BES.
Inhoudsopgave
+ Hoofdstuk 1. Algemene bepalingen
+ Hoofdstuk 2. Sporenmateriaal
+ Hoofdstuk 3. Referentiemateriaal
+ Hoofdstuk 4. Het onderzoek naar de kenmerken van celmateriaal
+ Hoofdstuk 5. De vernietiging van celmateriaal
+ Hoofdstuk 6. Profielen
+ Hoofdstuk 7. Inzagerecht
+ Hoofdstuk 8. Overgangs- en slotbepalingen
Geschiedenis

Geschiedenis-overzicht