Besluit vaststelling van de vergoeding voor opiumverloven BES
Artikel 1
Terzake van de vergoedingen, bedoeld in de artikelen 6 lid 2 en 7 lid 1 tweede alinea van de Opiumwet 1960 Bonaire, Sint Eustatius en Saba worden de navolgende regelen vastgesteld:
I. De verschuldigde vergoeding voor een verlof voor het vervaardigen van verdovende middelen waaronder begrepen de handelingen, bedoeld onder II en III, bedraagt voor elk kalenderjaar of gedeelte daarvan USD 56,–.
II. De verschuldigde vergoeding voor een verlof voor het bereiden, bewerken en verwerken van verdovende middelen, waaronder begrepen de handelingen, bedoeld onder III, bedraagt voor elk kalenderjaar of gedeelte daarvan USD 6,–.
III. De verschuldigde vergoeding voor een verlof voor het invoeren, uitvoeren, verkopen, afleveren, verstrekken, vervoeren, bezitten en aanwezig hebben van verdovende middelen bedraagt voor elk kalenderjaar of gedeelte daarvan USD 4,–.
Artikel 2
De vergoedingen als bedoeld in artikel 1 zijn niet verschuldigd voor een verlof, uitsluitend voor een wetenschappelijk of politioneel doel.
Artikel 3
De vergoedingen als bedoeld in artikel 1 moeten door degene, die het verlof vraagt, worden betaald op de wijze door Onze Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport vastgesteld.
Artikel 3a
Dit besluit berust op artikel 6, tweede lid, en artikel 7, eerste lid, van de Opiumwet 1960 BES.
Artikel 4
Dit besluit wordt aangehaald als: Besluit vaststelling van de vergoeding voor opiumverloven BES.
Inhoudsopgave
Artikel 1
Artikel 2
Artikel 3
Artikel 3a
Artikel 4
Geschiedenis

Geschiedenis-overzicht