Besluit tot regeling van het toezicht op krankzinnigen BES
Artikel 1
Voor de toepassing van dit besluit wordt verstaan onder:
wet: Wet toezicht op krankzinnigen BES;
inrichting: op grond van artikel 1a, eerste lid, van de wet aangewezen instelling.
1.
De procureur-generaal stelt, telkens wanneer de Minister van Justitie zulks nodig oordeelt, in de inrichting een plaatselijk onderzoek in.
2.
Dit plaatselijk onderzoek omvat een controle van de bescheiden, welke de wettigheid van de opneming van de verpleegden in de inrichting bepalen.
3.
De procureur-generaal doet verslag van zijn bevindingen aan de Minister van Justitie.
Artikel 3
Het bestuur van de inrichting wordt gevoerd door de directeur van de inrichting.
Artikel 4
Bij aanvraag tot opneming van een patiënt in de inrichting moet worden overgelegd:
1. voor alle patiënten: de in de wet gevorderde stukken;
2. voor personen die voor rekening van derden worden opgenomen: een verklaring waaruit blijkt, wie voor de betaling der verpleeggelden aansprakelijk is;
3. voor de in artikel 37A van de wet bedoelde onvermogenden: een bewijs van onvermogen, afgegeven door of vanwege de gezaghebber van het openbaar lichaam waar de betrokkene woonplaats heeft.
Artikel 5
Met uitsluiting van alle andere kosten zijn in de verpleeggelden begrepen:
a. verpleging en verzorging in de inrichting, alsmede de voeding der patiënten;
b. geneeskundige behandeling, voor zover deze wordt verstrekt door geneeskundigen, verbonden aan de inrichting of door hun vervangers;
c. genees- en verbandmiddelen, voorgeschreven door geneeskundigen verbonden aan de inrichting of door hun vervangers.
Artikel 6
[vervallen]
1.
De verpleeggelden voor de inrichting dienen voor elke maand vooruitbetaald te worden.
2.
De voor betaling ontvangen kwitantie wordt onverwijld aan de directeur van de inrichting gezonden. In geval van niet tijdige toezending dezer kwitantie kan de betrokken patiënt ontslagen worden dan wel niet langer als betalend patiënt worden behandeld, zonder dat het recht van vordering tot betaling der verpleeggelden op degene, te wiens laste de betrokken patiënt werd opgenomen, verloren gaat.
3.
Bij ontslag of overlijden van een patiënt worden de verpleeggelden berekend tot en met de laatste dag van verpleging.
4.
Wat na het ontslag of overlijden van de vooruitbetaalde verpleeggelden overblijft wordt op verzoek terugbetaald.
1.
Plaatsen tot voorlopige opneming van krankzinnigen zijn:
a. krankzinnigengestichten, bedoeld in de artikelen 1a, eerste en tweede lid, en 2 van de wet.
b. bij regeling van Onze Minister, handelende in overeenstemming met Onze Minister van Justitie, aangewezen huizen van bewaring, landsinrichtingen voor ter beschikking gestelden en cellen van politiebureaus.
2.
In deze plaatsen worden de krankzinnigen van de overige daarin opgenomen personen afgezonderd, met dien verstande dat opneming in de inrichting zoveel mogelijk geschiedt in een afzonderlijke afdeling.
Artikel 9
De chefs van de korpsen politie en de directeuren der huizen van bewaring houden een register aan van de personen, die voorlopig worden opgenomen, welk register wordt ingericht volgens een bij dit besluit behorend model I .
1.
Het register, bedoeld in artikel 10, eerste lid, van de wet, wordt ingericht volgens het bij dit besluit behorende model II .
2.
Het register, bedoeld in artikel 19, derde lid, en 21, eerste lid, van de wet wordt ingericht volgens hij bij dit besluit behorende model III .
3.
Aan het register volgens model III wordt een foto van iedere verpleegde gehecht.
Artikel 11
Dit besluit treedt in werking met ingang van de dag na die zijner afkondiging.
Artikel 12
Dit besluit wordt aangehaald als: Besluit tot regeling van het toezicht op krankzinnigen BES.
Inhoudsopgave
+ § 1. Definities
+ § 2. Het toezicht
+ § 3. Het bestuur
+ § 4. De voorwaarden voor opneming en verpleging
+ § 5. De aanwijzing der plaatsen tot voorlopige opneming en de voorschriften waaraan in die plaatsen moet worden voldaan
+ § 6. De modellen van registers
+ § 7. Slot- en overgangsbepalingen
Geschiedenis

Geschiedenis-overzicht