Besluit toevoeging in strafzaken BES
1.
In dit besluit wordt verstaan onder:
de Commissie: de Commissie, bedoeld in artikel 2, eerste lid;
on- of minvermogende: degene wiens inkomen gelijk is aan of minder bedraagt dan het voor de sectoren, bedoeld in artikel 9, eerste lid, van de Wet minimumlonen BES vastgestelde minimumloon;
het wetboek: het Wetboek van Strafvordering BES;
toevoeging: de toewijzing van een advocaat aan een ieder die daarvoor ingevolge het wetboek in aanmerking komt;
Onze Minister: Onze Minister van Justitie;
rechtskundige bijstand in samenhangende zaken: de rechtskundige bijstand, door dezelfde advocaat verleend aan één persoon ter zake van verschillende strafzaken, of aan meerdere personen ter zake van dezelfde strafzaak of gelijksoortige strafzaken, welke bijstand in elk van die zaken gelijke of nagenoeg gelijke verrichtingen inhield en gelijktijdig of nagenoeg gelijktijdig is verleend.
2.
Dit besluit berust op de artikelen 61, 62, 63, 68 en 69 van het Wetboek van Strafvordering BES.
1.
Er is een Commissie toevoeging in strafzaken.
2.
De Commissie heeft tot taak:
a. een advocaat toe te voegen aan een ieder die daarvoor ingevolge het wetboek in aanmerking komt;
b. uitvoering te geven aan rechterlijke beslissingen tot toevoeging van een advocaat;
c. richtlijnen vast te stellen inzake de verlening van de rechtskundige bijstand;
d. de organisatie van een piketdienst;
e. de vergoeding van de kosten van de krachtens artikel 5, eerste lid, verleende rechtskundige bijstand te berekenen overeenkomstig de in artikel 18 opgenomen grondslagen;
f. toe te zien op de kwaliteit van de rechtshulpverlening, alsmede op de naleving en uitvoering van het bij of krachtens dit besluit bepaalde;
g. de beëindiging van een toevoeging.
1.
De leden van de Commissie worden door Onze Minister benoemd, geschorst en ontslagen. Een benoeming geldt voor twee jaar, welke termijn telkens met twee jaar kan worden verlengd.
2.
De Commissie bestaat uit maximaal zes leden, waaronder één lid van het Gemeenschappelijke Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba, twee advocaten, een vertegenwoordiger van het openbaar ministerie en een secretaris.
3.
De leden kunnen zich in de Commissie doen vertegenwoordigen door een voorgedragen plaatsvervanger.
4.
Het lid van het Gemeenschappelijke Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba is tevens voorzitter van de Commissie.
5.
Aan de leden van de Commissie kan door Onze Minister een vergoeding worden toegekend voor de verrichte werkzaamheden.
1.
De Commissie bepaalt haar eigen werkwijze.
2.
De Commissie brengt van haar werkzaamheden jaarlijks verslag uit aan Onze Minister.
1.
De Commissie gaat namens Onze Minister voor bepaalde tijd en tot wederopzegging een overeenkomst aan met een of meer advocaten, waarbij deze zich verbinden tegen een vergoeding, overeenkomstig artikel 18, aan on- of minvermogenden, alsmede aan inverzekeringgestelde personen rechtskundige bijstand in strafzaken te verlenen.
2.
[vervallen]
3.
Een verzoek tot het aangaan van een overeenkomst wordt schriftelijk ingediend bij de secretaris van de Commissie.
4.
De Commissie neemt uiterlijk binnen zes weken na ontvangst van een verzoek als bedoeld in het derde lid, een beslissing. Een afwijzende beslissing wordt gemotiveerd aan de betrokken advocaat meegedeeld.
5.
In de overeenkomst wordt opgenomen dat de advocaat zich verplicht tot het verlenen van rechtskundige bijstand aan de verdachte tijdens de inverzekeringstelling.
Artikel 6
Een toevoeging geschiedt zoveel mogelijk in overeenstemming met de voorkeur van de verdachte.
Artikel 7
Van een door een rechter verleende toevoeging geeft de griffier kennis aan de Commissie.
1.
Zodra tegen de verdachte een bevel tot inverzekeringstelling is verleend, worden de secretaris van de Commissie en de dienstdoende advocaat onverwijld ingelicht door de autoriteit die de verdachte in verzekering heeft gesteld.
2.
Na ontvangst van de in het eerste lid bedoelde kennisgeving voegt de Commissie de dienstdoende advocaat aan de verdachte toe, tenzij de verdachte schriftelijk heeft verklaard van het recht op toevoeging afstand te doen. Het formulier, houdende de verklaring van afstand, wordt bij of krachtens algemene maatregel van bestuur vastgesteld.
3.
De Commissie zendt een schriftelijke mededeling van de toevoeging aan de in artikel 68 van het wetboek genoemde personen en instanties.
4.
Door of namens de secretaris van de Commissie wordt zo spoedig mogelijk een verklaring van on- of minvermogendheid voor de verdachte aangevraagd.
1.
De dienstdoende advocaat draagt er zorg voor dat de melding hem te allen tijde kan bereiken.
2.
De advocaat bezoekt de verdachte, zo mogelijk, op de dag van melding, doch in ieder geval binnen twaalf uur nadat de tenuitvoerlegging van het bevel tot inverzekeringstelling een aanvang heeft genomen.
3.
Indien de advocaat verhinderd is om rechtskundige bijstand te verlenen, draagt hij er zorg voor dat deze door een plaatsvervanger wordt verleend.
4.
De advocaat heeft toegang tot de in verzekering gestelde op de tijdstippen waarop dit, volgens de voorschriften die gelden voor de betreffende detentie-instelling, mogelijk is, met uitzondering van de tijdstippen waarop de verdachte wordt verhoord. Buiten deze tijdstippen kan in bijzondere omstandigheden toegang worden verleend door de officier van justitie.
5.
De advocaat wordt uiterlijk ten tijde van het bezoek aan de verdachte in het bezit gesteld van een afschrift van het bevel tot inverzekeringstelling.
Artikel 10
Indien geen dienstdoende advocaat of plaatsvervanger beschikbaar is voor het verlenen van rechtskundige bijstand aan de inverzekeringgestelde, brengt de officier van justitie of de hulpofficier dit ter kennis van de Commissie.
1.
Indien de verdachte bezwaar maakt tegen de toegevoegde advocaat, draagt de Commissie de taak van de advocaat over aan een andere advocaat die een overeenkomst heeft gesloten als bedoeld in artikel 5.
2.
Indien de verdachte te kennen geeft bijstand te verlangen van een gekozen advocaat, wordt zulks doorgegeven aan de hulpofficier van justitie. Deze zal de gekozen raadsman inlichten onder mededeling daarvan aan de piketadvocaat.
Artikel 12
Indien de secretaris van de Commissie de op grond van artikel 8, vierde lid, aangevraagde verklaring niet verkrijgt, deelt hij de inverzekeringgestelde en de advocaat mee dat de toevoeging krachtens artikel 62, tweede lid, van het wetboek, na beëindiging van de inverzekeringstelling is vervallen.
1.
Indien artikel 63 van het wetboek van toepassing is, wordt de verdachte op de hoogte gesteld van zijn bevoegdheid tot het doen van een verzoek om een toevoeging:
a. in het geval van ophouding voor verhoor;
b. bij de oproep en bij gelegenheid van het eerste verhoor, bij gelegenheid van het verhoor op grond van een vordering tot het toepassen van voorlopige hechtenis, alsmede bij het eerste verhoor tijdens het gerechtelijk vooronderzoek;
c. bij de betekening van de dagvaarding ter terechtzitting in eerste aanleg;
d. in geval van aantekening van hoger beroep, door de griffier van het Gerecht in eerste aanleg;
e. in geval van een vordering tot of verzoek om herziening van een vonnis, door de griffier van het Gemeenschappelijke Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba.
2.
De Commissie voegt op verzoek van de verdachte een advocaat toe aan de on- of minvermogende tegen wie een vervolging wegens een misdrijf is aangevangen, zonder dat een bevel tot inverzekeringstelling is verleend.
3.
Het verzoek om een toevoeging, bedoeld in het tweede lid, moet worden gericht tot de Commissie en dient vergezeld te gaan van een kaart als bedoeld in artikel 2 van de Wet kosteloze rechtskundige bijstand BES, die is verstrekt uiterlijk drie maanden voor de indiening van het verzoek.
Artikel 14
De artikelen 8, derde lid, en 11, eerste lid, zijn op de toevoeging krachtens artikel 63 van het wetboek van overeenkomstige toepassing.
1.
De toevoeging, met uitzondering van de toevoeging ingevolge artikel 62 van het wetboek, wordt beëindigd, indien de kaart, bedoeld in artikel 2, eerste lid, van de Wet kosteloze rechtskundige bijstand BES, wordt ingetrokken.
2.
De beëindiging geschiedt door schriftelijke mededeling daarvan aan de betrokkene onder opgave van redenen. Gelijke mededeling geschiedt aan de advocaat.
1.
Van een wijziging in of beëindiging van de toevoeging doet de Commissie schriftelijk mededeling aan de verdachte en de toegevoegde advocaat; een afschrift van de wijziging wordt toegezonden aan de officier van justitie, in geval van een gerechtelijk vooronderzoek of voorlopige hechtenis aan de rechter-commissaris, alsmede, indien de verdachte in het huis van bewaring of de gevangenis verblijft, aan de directeur van die inrichting.
2.
De kennisgevingen geschieden door middel van hetzij uitreiking, hetzij verzending over de gewone post.
1.
Indien een advocaat naar het oordeel van de Commissie handelt in strijd met het bij of krachtens dit besluit bepaalde, of de overeenkomst, bedoeld in artikel 5, eerste lid, kan de Commissie bij beschikking bepalen dat de advocaat, al dan niet voor een bepaalde periode, wordt uitgesloten van toevoegingen.
2.
De betrokken advocaat wordt over het voornemen tot uitsluiting gehoord, althans behoorlijk daartoe opgeroepen.
3.
De beslissing van de Commissie is met redenen omkleed en wordt schriftelijk aan de advocaat en, indien van toepassing, aan diens patroon meegedeeld.
4.
Van de beschikking, bedoeld in het eerste lid, wordt een afschrift gezonden aan de betreffende deken van de Orde van Advocaten.
1.
Voor de verleende rechtskundige bijstand ingevolge de artikelen 62 en 63 van het wetboek wordt een vergoeding toegekend op de volgende grondslag:
a. voor rechtskundige bijstand tijdens de inverzekeringstelling USD 85;
b. voor rechtskundige bijstand tot en met de behandeling van een zaak in eerste aanleg USD 505, met dien verstande dat, indien voorafgaand aan de behandeling ter terechtzitting voorlopige hechtenis werd toegepast, voor de rechtskundige bijstand tijdens de voorlopige hechtenis USD 170 vergoed wordt, in mindering te brengen op het bedrag van USD 505;
c. voor rechtskundige bijstand in hoger beroep en cassatie telkens USD 505.
2.
Voor rechtskundige bijstand in samenhangende zaken worden de in het eerste lid onder b en c opgenomen vergoedingen op de volgende grondslag verminderd:
a. 75% bij twee toevoegingen;
b. 60% bij drie toevoegingen;
c. 50% bij vier toevoegingen;
d. 40% bij vijf toevoegingen;
e. 35% bij zes toevoegingen;
f. 30% bij zeven of meer toevoegingen.
3.
De Commissie is bevoegd de vergoeding, zoals die voortvloeit uit het eerste en tweede lid, in bijzonder bewerkelijke zaken te verhogen.
4.
Op rechtskundige bijstand in het kader van een toevoeging, anders dan ingevolge de artikelen 62 en 63 van het wetboek verleend, zijn het eerste, tweede en derde lid zoveel mogelijk van overeenkomstige toepassing. In gevallen, waarin dit artikel niet voorziet, is de Commissie bevoegd een vergoeding vast te stellen.
1.
De advocaat vult ten behoeve van de declaratie van de door hem verrichte werkzaamheden in het kader van de verleende rechtskundige bijstand het formulier «Bericht van het optreden als raadsman» in en zendt dit naar de Commissie.
2.
Het formulier, bedoeld in het eerste lid, wordt vastgesteld bij of krachtens algemene maatregel van bestuur.
3.
De Commissie zendt Onze Minister een vaststellingsformulier, houdende het aan de advocaat te vergoeden bedrag. Onze Minister gaat binnen zes weken over tot betaalbaarstelling van de vastgestelde vergoeding.
4.
De Commissie is bevoegd een voorlopige vergoeding voor de advocaat vast te stellen. Het derde lid is van toepassing.
1.
De in artikel 63, zesde lid, van het wetboek bedoelde inlichtingen en kennisgevingen worden schriftelijk aan de verdachte uitgereikt.
2.
De inlichtingen, bedoeld in het eerste lid, worden gegeven hetzij door middel van het in artikel 82, tweede lid, van het wetboek bedoelde formulier dat op de voet van artikel 82 aan de verdachte wordt uitgereikt, hetzij door middel van de oproep voor het eerste verhoor, hetzij door middel van de dagvaarding, hetzij bij de aantekening van hoger beroep.
Artikel 21
Dit besluit wordt aangehaald als: Besluit toevoeging in strafzaken BES.
Inhoudsopgave
+ § 1. Algemene bepalingen
+ § 2. De Commissie toevoeging in strafzaken
+ § 3. De overeenkomst kosteloze rechtskundige bijstand in strafzaken
+ § 4. De toevoeging
+ § 5. Inlichtingen en kennisgevingen ex artikel 63, zesde lid, van het wetboek
+ § 6. Slotbepalingen
Geschiedenis

Geschiedenis-overzicht
Jurisprudentie
Voorbeelden van het gebruik van deze artikel(en) in rechterlijke uitspraken