Let op. Deze wet is vervallen op 29 augustus 2003. U leest nu de tekst die gold op 28 augustus 2003.

Besluit retributies Vleeskeuringswet

Uitgebreide informatie
Besluit van 2 december 2002, houdende vaststelling van de heffing van bepaalde retributies krachtens de Vleeskeuringswet (Besluit retributies Vleeskeuringswet)
Wij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.
Op de voordracht van Onze Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport van 12 juli 2002, VGB/VBL 2295974, handelende in overeenstemming met Onze Minister van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij;
Gelet op artikel 1 van Richtlijn nr. 85/73/EEG van de Raad van de Europese Unie van 29 januari 1985 inzake de financiering van de keuringen en veterinaire controles zoals bedoeld in de Richtlijnen 89/662/EEG, 90/425/EEG, 90/675/EEG en 91/496/EEG (gewijzigd en gecodificeerd) (PbEG 1996, L 162) en op de 26a, 26b en 30a van de Vleeskeuringswet;
De Raad van State gehoord (advies van 20 september 2002, nr. W13.02.0311/III);
Gezien het nader rapport van de Staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport van 26 november 2002, VGB/VBL 2327481, uitgebracht in overeenstemming met de Staatssecretaris van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij;
Hebben goedgevonden en verstaan:
Artikel 1
In dit besluit wordt verstaan onder:
a. Onze Minister: de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport;
b. RVV: Rijksdienst voor de keuring van vee en vlees, bedoeld in de regeling van de Minister van Landbouw en Visserij van 13 september 1983, no. J 3762 (Stcrt. 181) dan wel de dienst die onder de naam RVV met ingang van 1 januari 2003 onderdeel van de Voedsel en Waren Autoriteit (VWA), bedoeld in het Besluit organisatie VWA gaat uitmaken;
c. keuringsdierenarts: bevoegde, door de RVV met de werkzaamheden belaste dierenarts;
d. assistent: door de RVV met de werkzaamheden belaste persoon, niet zijnde een keuringsdierenarts;
e. kringdirecteur: directeur van de kring waar de keuring of controleplaats vindt of diens gemachtigde;
f. kring: kring als bedoeld in artikel 4 van de regeling van de minister van Landbouw en Visserij van 13 september 1983, no. J 3762 (Stcrt. 181);
g. richtlijn nr. 85/73/EEG: Richtlijn van de Raad van de Europese Unie van 29 januari 1985 inzake de financiering van de keuringen en veterinaire controles zoals bedoeld in de Richtlijnen 89/662/EEG, 90/425/EEG, 90/675/EEG en 91/496/EEG (gewijzigd en gecodificeerd) (PbEG 1996, L 162);
h. openingstijd: periode van maandag tot en met vrijdag, met uitzondering van algemeen erkende feestdagen, van 07.00 uur tot 18.00 uur;
i. startcontrole: controle die op één dag, in één aaneengesloten periode, reguliere pauzes daaronder begrepen, voor één inrichting op één plaats wordt verricht;
j. kwartier: spanne tijd van één vierde deel van een uur, of een gedeelte daarvan, die besteed is of zou zijn aan controles, met uitzondering van reistijd;
k. werkzaamheden:
1°. keuring als bedoeld in artikel 4, eerste lid, van de Vleeskeuringswet ;
2°. bijzondere keuring;
3°. controle alsmede keuring als bedoeld in artikel 13a van het Besluit produktie en handel vers vlees;
l. bijzondere keuring: keuring in een slachterij die op grond van artikel 9, eerste en tweede lid, van het Besluit produktie en handel vers vlees is erkend voor het slachten van zieke of van ziekte verdachte dieren en voor het verrichten van speciale noodslachtingen;
m. herkeuring: herkeuring als bedoeld in artikel 13 van de Vleeskeuringswet ;
n. slachterij: slachterij als bedoeld in artikel 19 van de Vleeskeuringswet ;
o. slachtdieren: runderen, varkens, schapen, geiten, eenhoevigen, buffels, rendieren en kangoeroes, alsmede, voor zover niet reeds vallend onder de hiervoor genoemde categorieën, gekweekt wild als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder w, van het Besluit produktie en handel vers vlees;
p. categorie slachtdieren: indeling van slachtdieren in categorieën zoals aangegeven in de bij dit besluit behorende bijlage;
q. volwassen rund: rund van één jaar of ouder;
r. jong rund: rund, jonger dan één jaar;
s. zeug: varken dat heeft gebigd;
t. beer: geslachtsrijp mannelijk varken met een gewicht van 120 kg of meer;
u. vlees: vlees van slachtdieren, dat geen behandeling heeft ondergaan ter bevordering van de houdbaarheid tenzij het betreft een koelbehandeling;
v. werkdag: dag, niet zijnde een zaterdag, zondag of algemeen erkende feestdag;
w. startretributie: toeslag op de retributie voor werkzaamheden die opéé n dag, in één aaneengesloten periode, reguliere pauzes daaronder begrepen, voor één aanbieder op één plaats worden verricht;
x. aanbieder: degene die werkzaamheden laat verrichten of wenst te laten verrichten;
ij. retributieplichtige: degene die ingevolge een of meer bepalingen van dit besluit is verplicht dan wel zal zijn verplicht tot betaling van een op grond van dit besluit vastgestelde dan wel vast te stellen retributie;
z. SKV-certificaat: certificaat dat door de Stichting Kwaliteitsgarantie Vleeskalversector is afgegeven nadat door deze stichting een onderzoek is verricht op de aanwezigheid van stoffen met hormonale of anti-hormonale werking alsmede van beta-agonisten in kalveren, waarop de datum is vermeld waarop dit onderzoek laatstelijk door de stichting heeft plaatsgevonden;
1.
Voor werkzaamheden ter zake van het slachten van slachtdieren uit categorie 1 in slachterijen die zijn erkend op grond van artikel 9, eerste lid, van het Besluit produktie en handel vers vlees, alsmede voor een bijzondere keuring binnen openingstijd is de aanbieder aan de RVV een retributie verschuldigd, bestaande uit een startretributie ten bedrage van € 28,37 onderscheidenlijk € 34,15 indien het een bijzondere keuring betreft en een retributie per dier, alsmede, in voorkomend geval, een retributie ter zake van de controles, bedoeld in bijlage B van richtlijn nr. 85/73/EEG.
2.
De retributie per dier, bedoeld in het eerste lid, wordt berekend door het totaal aantal kwartieren dat op één en dezelfde dag door de met de werkzaamheden belaste personen aan keuring en onderzoek in verband met het slachten van de desbetreffende, in het derde lid bedoelde, diersoort is besteed, de tijd die met onderbrekingen en uitstel van de werkzaamheden is gemoeid hieronder begrepen, te vermenigvuldigen met de in het derde lid en voor zover van toepassing het vierde lid genoemde bedragen voor de desbetreffende diersoort, en de uitkomst hiervan te delen door het aantal dieren van dezelfde soort, dat op deze dag in de desbetreffende slachterij is geslacht.
3.
Voor de werkzaamheden verricht door één of meer keuringsdierenartsen gelden voor de desbetreffende diersoort per keuringsdierenarts de volgende bedragen:
a. voor runderen: € 22,18, onderscheidenlijk € 9,21 indien het een bijzondere keuring betreft;
b. voor kalveren: € 21,41, onderscheidenblijk € 9,21 indien het een bijzondere keuring betreft;
c. voor varkens: € 23,42, onderscheidenlijk € 9,21 indien het een bijzondere keuring betreft;
d. voor schapen, geiten en damherten: € 25,10, onderscheidenlijk € 9,21 indien het een bijzondere keuring betreft;
e. voor eenhoevige dieren en overige slachtdieren: € 29,38, onderscheidenlijk € 9,21 indien het een bijzondere keuring betreft.
4.
Indien de in het derde lid bedoelde keuringsdierenarts of keuringsdierenartsen zich bij de werkzaamheden laten bijstaan door één of meer assistenten gelden, onverminderd de in het derde lid bedoelde bedragen, per assistent de volgende bedragen per diersoort:
a. voor runderen: € 13,72, onderscheidenlijk € 6,12 indien het een bijzondere keuring betreft;
b. voor kalveren: € 13,25, onderscheidenlijk € 6,12 indien het een bijzondere keuring betreft;
c. voor varkens: € 14,49, onderscheidenlijk € 6,12 indien het een bijzondere keuring betreft;
d. voor schapen, geiten en damherten: € 15,53, onderscheidenlijk € 6,12 indien het een bijzondere keuring betreft;
e. voor eenhoevige dieren en overige slachtdieren: € 18,17, onderscheidenlijk € 6,12 indien het een bijzondere keuring betreft.
5.
De retributie per dier, bedoeld in het eerste lid, bedraagt, tenzij het een bijzondere keuring betreft, ten minste:
a. voor runderen: € 2,02;
b. voor kalveren: € 1,12;
c. voor varkens: € 0,58;
d. voor schapen, geiten en damherten: € 0,22;
e. voor eenhoevige dieren en overige slachtdieren: € 1,98.
6.
Naast de retributie per dier, is de aanbieder aan de RVV en retributie verschuldigd van € 1,35 per ton geslacht gewicht voor de controles, bedoeld in bijlage B van richtlijn nr. 85/73/EEG.
1.
Voor de werkzaamheden ter zake van het slachten van slachtdieren uit categorie 1 in slachterijen die zijn erkend op grond van artikel 10 van het Besluit produktie en handel vers vlees, is de aanbieder aan de RVV een retributie verschuldigd, bestaande uit een startretributie ten bedrage van € 29,37 en voor elk op één en dezelfde dag gekeurd dier een retributie van:
1. voor volwassen runderen: € 9,74;
2. voor jonge runderen,
a. aangeboden met een SKV-certificaat: € 4,99;
b. aangeboden zonder een SKV-certificaat: € 7,47
3. voor varkens en zwijnen, niet zijnde zeugen of beren: € 7,31;
4. voor zeugen en beren: € 9,77;
5. voor schapen, geiten en damherten: € 3,16;
6. voor eenhoevige dieren en overige slachtdieren: € 13,89.
2.
Naast de retributie per dier, is de aanbieder aan de RVV een retributie verschuldigd van € 1,35 per ton geslacht gewicht voor de controles, bedoeld in bijlage B van richtlijn nr. 85/73/EEG.
Artikel 4
Indien slachtdieren uit de categorieën 2 tot en met 6 worden geslacht in slachterijen als bedoeld in de artikelen 2 en 3 dan wel in een slachterij die op grond van artikel 9, eerste en tweede lid, van het Besluit produktie en handel vers vlees is erkend voor het slachten van zieke of van ziekte verdachte dieren en voor het verrichten van speciale noodslachtingen, is de aanbieder voor de werkzaamheden die in dat verband worden verricht, boven de in de artikelen 2 en 3 genoemde retributies, aan de RVV een extra retributie per dier verschuldigd van:
a. voor slachtdieren uit categorie 2: € 3,81;
b. voor slachtdieren uit categorie 3: € 11,58;
c. voor slachtdieren uit de categorieën 4, 5 of 6: € 21,53 indien bij de keuring van het slachtdier laboratoriumonderzoek wordt uitgevoerd.
Artikel 5
Voor de werkzaamheden in een op grond van artikel 9, eerste lid, of  10b, eerste lid, van het Besluit produktie en handel vers vlees erkende uitsnijderij, is de exploitant, de eigenaar of diens vertegenwoordiger van de uitsnijderij aan de RVV een retributie verschuldigd bestaande uit een startretributie van € 27,71, verhoogd met € 11,74 per kwartier voor iedere assistent of met € 18,22 per kwartier voor iedere keuringsdierenarts die met de werkzaamheden is belast.
Artikel 6
Voor de werkzaamheden in een op grond van artikel 9, eerste lid, van het Besluit produktie en handel vers vlees erkend koel- of vrieshuis, is de exploitant, de eigenaar of diens vertegenwoordiger van het koel- of vrieshuis aan de RVV een retributie verschuldigd bestaande uit een startretributie van € 27,71, verhoogd met € 11,74 per kwartier voor iedere assistent of met € 18,22 per kwartier voor iedere keuringsdierenarts die met de werkzaamheden is belast.
1.
Boven de in de artikelen 2 tot en met 6 bedoelde retributies, is de aanbieder, voor iedere persoon die met de werkzaamheden, bedoeld in de artikelen 2 tot en met 6 is belast, voor elk kwartier dat deze werkzaamheden hebben geduurd een extra retributie verschuldigd ten bedrage van:
a. € 5,22 indien de werkzaamheden later bij de RVV is aangemeld dan om 14.00 uur van de dag voorafgaande aan de dag waarop de werkzaamheden hebben plaatsgevonden of zouden hebben plaatsgevonden;
b. € 5,22 per assistent of € 7,46 per keuringsdierenarts, voor zover de werkzaamheden hebben plaatsgevonden of zouden hebben plaatsgevonden buiten openingstijd van de RVV.
2.
Indien de werkzaamheden zijn onderbroken of uitgesteld en dit is toe te rekenen aan de aanbieder, is de aanbieder boven de in artikelen 3 tot en met 6 bedoelde retributies, voor iedere persoon die met de werkzaamheden volgens de vaststelling van de kringdirecteur zou zijn belast, voor elk kwartier dat de werkzaamheden zijn onderbroken of uitgesteld, een extra retributie verschuldigd ten bedrage van:
a. voor werkzaamheden als bedoeld in de artikelen 3 en 4 € 13,83 per assistent of € 22,35 per keuringsdierenarts;
b. voor werkzaamheden als bedoeld in de artikelen 5 en 6, € 11,74 per assistent of € 18,22 per keuringsdierenarts.
3.
Indien de aangemelde werkzaamheden geen doorgang hebben gevonden en dit is toe te rekenen aan de aanbieder is, tenzij deze uiterlijk om 14.00 uur van de dag voorafgaande aan de werkzaamheden schriftelijk zijn afgemeld, de aanbieder boven de in artikelen 2, 3, 5 en 6 bedoelde retributies, voor iedere persoon die met de werkzaamheden volgens de vaststelling van de kringdirecteur zou zijn belast, voor elk kwartier dat de werkzaamheden volgens die vaststelling zouden hebben geduurd, een extra retributie verschuldigd ten bedrage van:
a. voor werkzaamheden als bedoeld in de artikelen 2 en 3, € 13,83 per assistent of € 22,35 per keuringsdierenarts;
b. voor werkzaamheden als bedoeld in de artikelen 5 en 6, € 11,74 per assistent of € 18,22 per keuringsdierenarts.
Artikel 8
In afwijking van artikel 7 is de aanbieder, indien de werkzaamheden een bijzondere keuring betreffen, de retributies genoemd in artikel 7, eerste lid, onder a, en tweede lid, onder a, niet verschuldigd.
1.
De retributie voor het onderzoek, bedoeld in artikel 5, eerste lid, van het Onderzoekingsregulatief 2002, bedraagt € 1020,47 voor elk monster van een ter slachting aangeboden rund waarvoor onderzoek wordt gevorderd en € 45,77 voor elk monster van een ter slachting aangeboden schaap of geit waarvoor onderzoek wordt gevorderd.
2.
De retributie voor het onderzoek, bedoeld in artikel 5, tweede lid, van het Onderzoekingsregulatief 2002, bedraagt € 10,57 voor elk monster van een ter slachting aangeboden varken waarvoor onderzoek wordt gevorderd.
3.
De retributie voor het onderzoek, bedoeld in artikel 5, derde lid, van het Onderzoekingsregulatief 2002, bedraagt € 1020,47 voor elk monster van een ter slachting aangeboden rund waarvoor onderzoek wordt gevorderd.
1.
De retributie voor de herkeuring, bedoeld in artikel 13 van de Vleeskeuringswet , bedraagt € 140,83, met dien verstande dat de retributie voor de herkeuring van vlees op stoffen met hormonale of sympatico-mimetische werking € 1020,47 bedraagt voor elk monster van een ter slachting aangeboden rund waarvoor de herkeuring is gevorderd.
2.
De in het eerste lid bedoelde retributie wordt betaald aan de kringdirecteur van de kring waar de herkeuring werd aangevraagd voordat met de herkeuring wordt begonnen en wordt, indien de oorspronkelijke keuringsbeslissing niet wordt gehandhaafd, zo spoedig mogelijk na afloop van de herkeuring door de RVV terugbetaald.
3.
In afwijking van het bepaalde in het tweede lid wordt in het geval, bedoeld in artikel 51a, vierde lid, van het Vleeskeuringsbesluit , de helft van het in het eerste lid bedoelde bedrag terugbetaald.
1.
De aanbieder meldt een aanvraag voor werkzaamheden als bedoeld in de artikelen 2, 3, 5 en 6, die hij door de RVV wenst te laten verrichten schriftelijk bij de kringdirecteur.
2.
De melding, bedoeld in het eerste lid, omvat ten minste:
de soorten te verrichten bedrijfsactiviteiten;
de soorten en de hoeveelheden slachtdieren of goederen;
de datum en het tijdstip waarop de bedrijfsactiviteiten naar verwachting zullen aanvangen, en
de datum en het tijdstip waarop de bedrijfsactiviteiten naar verwachting zullen eindigen.
3.
De kringdirecteur stelt naar aanleiding van de melding de volgende gegevens vast:
datum en tijdstip waarop de werkzaamheden zullen aanvangen;
datum en tijdstip waarop de werkzaamheden zullen eindigen;
het aantal personen dat met het verrichten van deze werkzaamheden zal worden belast.
4.
Indien de datum of het tijdstip van aanvang of beëindiging van de werkzaamheden, bedoeld in het derde lid, afwijkt van de datum of het tijdstip volgens de melding, bedoeld in het eerste lid, stelt de kringdirecteur degene die de melding heeft verricht, hiervan tijdig in kennis onder opgaaf van redenen.
5.
Indien gemelde bedrijfsactiviteiten niet zullen plaatsvinden, worden uitgesteld of overigens wijziging ondergaan als gevolg van niet aan de RVV te wijten oorzaken of omstandigheden, dient dit door degene die de melding heeft verricht schriftelijk aan de kringdirecteur te worden bericht, uiterlijk om 14.00 uur van de werkdag, voorafgaande aan de dag waarop de activiteiten plaatsvinden dan wel zouden hebben plaatsgevonden.
Artikel 12
Retributieplichtigen verstrekken aan de kringdirecteur van de RVV, alsmede aan de accountantsdienst van het Ministerie van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij op verzoek terstond en naar waarheid alle inlichtingen die naar hun oordeel voor de uitvoering van dit besluit noodzakelijk zijn.
Artikel 13
In overeenstemming met Onze Minister van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij kan Onze Minister nadere regels stellen ter bevordering van de uitvoering van de artikelen 2 tot en met 12.
1.
Dit besluit treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van het Staatsblad waarin het wordt geplaatst en werkt terug tot en met 14 december 2001.
2.
De in het eerste lid bedoelde terugwerkende kracht geldt niet voor overtreding van de in dit besluit krachtens artikel 30a van de Vleeskeuringswet gestelde voorschriften.
Artikel 15
Dit besluit wordt aangehaald als: Besluit retributies Vleeskeuringswet.
Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.
's-Gravenhage, 2 december 2002
De Staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport,
Uitgegeven de zeventiende december 2002
De Minister van Justitie,
Inhoudsopgave
Artikel 1
Artikel 2
Artikel 3
Artikel 4
Artikel 5
Artikel 6
Artikel 7
Artikel 8
Artikel 9
Artikel 10
Artikel 11
Artikel 12
Artikel 13
Artikel 14
Artikel 15
Geschiedenis

Geschiedenis-overzicht