Let op. Deze wet is vervallen op 9 maart 2007. U leest nu de tekst die gold op 8 maart 2007.

Besluit nadere werktijdregeling en overwerkvergoeding voor personenchauffeurs (3)

Uitgebreide informatie
Besluit van 20 augustus 1991, houdende een nadere werktijdregeling en overwerkvergoeding voor personenchauffeurs
Wij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.
Op voordracht van Onze Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid van 26 juni 1991, Centrale directie Personeelsmanagement, nr. 91/10 gedaan mede namens Onze Minister-President Minister van Algemene Zaken van 27 augustus 1991, nr. 91M006391 en Onze Minister van Binnenlandse Zaken a.i. van 15 juli 1991, nr. AB91/U352, DGMP/AV/R;
Overwegende, dat het wenselijk is de maximale arbeidsduur van personenchauffeurs die structureel overwerk verrichten te verlengen, onder toekenning van een toelage, en daarnaast een aparte regeling te treffen voor het overwerk;
Gelet op artikel 21, zevende lid van het Algemeen Rijksambtenarenreglement, en artikel 23, twaalfde lid, artikel 19 en artikel 25, tweede lid, van het Bezoldigingsbesluit Burgerlijke Rijksambtenaren 1984;
Hebben goedgevonden en verstaan:
Artikel 1 [Materieel uitgewerkt per 04-12-1998]
In afwijking van artikel 21, tweede lid van het Algemeen Rijksambtenarenreglement, wordt de maximale arbeidsduur van door de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid aangewezen ambtenaren die de functie van personenchauffeur uitoefenen, met 30 uur per maand verlengd.
Artikel 2 [Materieel uitgewerkt per 04-12-1998]
De krachtens artikel 1 aangewezen ambtenaar ontvangt een maandelijkse toelage die dertig maal het voor hem geldende salaris per uur bedraagt.
Artikel 3 [Materieel uitgewerkt per 04-12-1998]
Buiten de voor hem geldende werktijden kan aan de krachtens artikel 1 aangewezen ambtenaar overwerk worden opgedragen tot een maximum van gemiddeld 45 uur per maand op jaarbasis.
1.
Voor zover het overwerk niet meer bedraagt dan 45 uur per maand vindt vergoeding in beginsel plaats tegen 150% van het bruto uurloon.
2.
Overwerkuren kunnen worden vergolden met even zoveel uren verlof en een toeslag van 50% van het bruto uurloon. Deze overuren behoren niet tot de onder artikel 3 bedoelde uren wanneer de vergoeding in tijd in dezelfde maand wordt toegekend.
1.
De overuren worden maandelijks uitbetaald door aan het begin van elk kwartaal het gemiddeld aantal overuren per maand vast te stellen op basis van het aantal overuren in de voorafgaande 12 maanden.
2.
Bij in dienst treden als chauffeur - zoals bedoeld onder artikel 1 - wordt de eerste drie maanden op declaratiebasis een overwerkvergoeding per maand uitbetaald - voor zover het aantal overwerkuren niet meer bedraagt dan 45 uur per maand. Na die drie maanden wordt de overwerkvergoeding maandelijks uitbetaald op basis van de voorafgaande maanden totdat de in lid 1 bedoelde 12 maanden zijn bereikt.
3.
Bij uit dienst treden of bij beëindigen van de aanwijzing vindt geen nacalculatie plaats.
Artikel 6 [Materieel uitgewerkt per 04-12-1998]
Dit besluit treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van het Staatsblad waarin het wordt geplaatst en werkt terug tot 1 juli 1990.
Onze Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid is belast met de uitvoering van dit besluit, waarvan afschrift zal worden gezonden aan de Algemene Rekenkamer.
's-Gravenhage, 20 augustus 1991
De Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid,
De Minister-President, Minister van Algemene Zaken,
De Minister van Binnenlandse Zaken,
Uitgegeven de tweeëntwintigste oktober 1991
De Minister van Justitie,
Inhoudsopgave
Artikel 1
Artikel 2
Artikel 3
Artikel 4
Artikel 5
Artikel 6
Geschiedenis

Geschiedenis-overzicht