Besluit van 7 maart 2006, houdende instelling van de medaille voor trouwe en langdurige dienst Nederlandse politie
Wij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.
Op de voordracht van Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties van 27 februari 2006, kenmerk 2005-0000294185, directoraat-generaal Veiligheid;
Overwegende dat het uitreiken van een medaille voor trouwe en langdurige dienst bijdraagt aan de waardering voor het functioneren van de ambtenaar, aangesteld voor de uitvoering van de politietaak;
Hebben goedgevonden en verstaan:
Artikel 1
In dit besluit wordt verstaan onder:
a. Onze Minister: Onze Minister van Veiligheid en Justitie;
b. medaille: de medaille voor trouwe en langdurige dienst bij de Nederlandse politie;
c. oorkonde: de bij de medaille behorende oorkonde zoals weergegeven in de bij dit besluit behorende bijlage 1 ;
d. jaarteken: een teken met de aanduiding 25 of 40;
e. oorkonde jaarteken: de bij het jaarteken behorende oorkonde zoals weergegeven in de bij dit besluit behorende bijlage 2 ;
f. ambtenaar:
1°. de ambtenaar van politie, bedoeld in artikel 2, onderdeel a, van de Politiewet 2012;
2°. de ambtenaar bedoeld in artikel 2, onderdeel b, van de Politiewet 2012 voor zover hij in de hoedanigheid van buitengewoon opsporingsambtenaar, als bedoeld in artikel 142 van het Wetboek van Strafvordering, met uitvoerende politietaken is belast;
g. bevoegd gezag: de korpschef, bedoeld in artikel 27 van de Politiewet 2012.
Artikel 2
Er is een medaille voor trouwe en langdurige dienst bij de Nederlandse politie.
1.
Vanwege Ons kent Onze Minister eenmalig een medaille met oorkonde toe aan de ambtenaar die zonder wezenlijke onderbreking gedurende een periode van 12½, 25 of 40 jaren werkzaam is binnen de Nederlandse politie en is aangesteld voor de uitvoering van de politietaak.
2.
Vanwege Ons kent Onze Minister een jaarteken met oorkonde jaarteken toe aan de ambtenaar die zonder wezenlijke onderbreking gedurende een periode van 25 of 40 jaren werkzaam is binnen de Nederlandse politie en is aangesteld voor de uitvoering van de politietaak.
1.
Het bevoegd gezag dient een aanvraag voor een medaille en/of een jaarteken in bij de Kanselarij der Nederlandse Orden.
2.
Het bevoegd gezag vermeldt bij de aanvraag de naam van de ambtenaar en legt een verklaring over waaruit blijkt dat het een ambtenaar betreft als bedoeld in artikel 1, onder f.
3.
De Kanselarij der Nederlandse Orden verstrekt het bevoegd gezag de medaille, het desbetreffende jaarteken en de bijbehorende blanco oorkondes.
4.
De medaille en/of het jaarteken wordt door of namens het bevoegd gezag uitgereikt aan de ambtenaar.
5.
De verstrekking van de medaille en/of het jaarteken geschiedt kosteloos.
1.
De medaille is cirkelvormig, heeft een diameter van 35 mm en een dikte van circa 3 mm en is vervaardigd in 85/15 brons. De voorzijde van de medaille vertoont het politiewapen met links een kroon en de tekst «Politie Nederland». De keerzijde vertoont het rijkswapen. De medaille wordt vervaardigd uit CuZn90/10 DIN 17670, 3,5 mm DIN 1751. De materiaaldikte van de messing ring is 1,2 mm. De buitendiameter van de ring is 12,5 mm. De diameter van de messing bevestigingsoog/bol is 5 mm.
2.
De medaille hangt aan een zijden lint ter breedte van 27 mm. Het lint heeft vanaf de linker- en rechter rand verticale banen van 2 mm zwart, 2 mm rood en 2 mm wit en in het midden één baan van 15 mm blauw.
3.
Op het lint bevindt zich een jaarteken bij 25 of 40 jaren trouwe dienst.
4.
Het jaarteken is uitgevoerd in Romeinse cijfers, XXV voor 25 jaar, XL voor 40 jaar, elk voorzien van twee bevestigingspennetjes voor de montage op het lint.
1.
De ambtenaar is bevoegd op het uniform de medaille aan het lint te dragen op borsthoogte op de linkerzijde van de kleding.
2.
De ambtenaar kan op het uniform in plaats van de medaille een baton van het lint ter grootte van 27 bij 11 mm dragen. Voor de aanduiding van 25 of 40 dienstjaren wordt de baton voorzien van jaartekens.
3.
De ambtenaar kan in plaats van een medaille, het draagteken of de baton een verkleinde vorm van de medaille dragen.
4.
De ambtenaar draagt op het lint van de medaille het jaarteken bij 25 of 40 dienstjaren.
1.
De op grond van artikel 3 toegekende medaille, alsmede de daarbij uitgereikte oorkonde, worden verbeurd bij niet-eervol ontslag.
2.
De ambtenaar aan wie een medaille is toegekend en ontslag is verleend, bedoeld in het eerste lid, is verplicht de hem toegekende medaille, jaarteken(s), alsmede de daarbij behorende oorkondes, af te geven bij of toe te zenden aan het bevoegd gezag.
3.
Bij het verbeuren van de medaille en jaartekens worden de daarbij uitgereikte oorkondes vernietigd.
1.
Aan de ambtenaar die op de dag van inwerkingtreding van dit besluit zonder wezenlijke onderbreking gedurende een periode van meer dan 12½ jaren werkzaam is binnen de Nederlandse politie en is aangesteld voor de uitvoering van de politietaak, wordt overeenkomstig artikel 3, eerste lid, een medaille toegekend zodra hij in aanmerking komt voor de toekenning van een jaarteken als bedoeld in artikel 3, tweede lid.
2.
Aan de ambtenaar die op enig moment voorafgaand aan de inwerkingtreding van dit besluit voldeed aan de criteria voor het toekennen van een medaille, als bedoeld in artikel 3, wordt bij diens eervolle ontslagverlening alsnog een medaille verleend.
Artikel 9
Dit besluit treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van het Staatsblad waarin het wordt geplaatst.
Artikel 10
Dit besluit wordt aangehaald als: Besluit medaille trouwe en langdurige dienst Nederlandse politie.
Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties is belast met de uitvoering van dit besluit dat met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst en waarvan afschrift zal worden gezonden aan de Kanselier der Nederlandse Orden.
’s-Gravenhage, 7 maart 2006
De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties ,
Uitgegeven de eenendertigste maart 2006
De Minister van Justitie ,
Inhoudsopgave
Artikel 1
Artikel 2
Artikel 3
Artikel 4
Artikel 5
Artikel 6
Artikel 7
Artikel 8
Artikel 9
Artikel 10
Geschiedenis

Geschiedenis-overzicht