1.
Het lozen in een oppervlaktewaterlichaam ten gevolge van ontgravingen of baggerwerkzaamheden in dat oppervlaktewaterlichaam is toegestaan.
2.
Indien bij ontgravingen of baggerwerkzaamheden in een oppervlaktewaterlichaam de kwaliteit van de te baggeren of ontgraven waterbodem een bij ministeriële regeling te bepalen interventiewaarde overschrijdt, worden de werkzaamheden uitgevoerd overeenkomstig een werkplan, waarin maatregelen zijn beschreven waarmee het lozen zo veel als redelijkerwijs mogelijk wordt beperkt. Het werkplan bevat in ieder geval de beschrijving van de toe te passen baggertechniek en de bij het gebruik van die techniek gehanteerde werkwijze.
Inhoudsopgave
+ Hoofdstuk 1. Algemeen
+ Hoofdstuk 2. Algemene regels ten aanzien van alle lozingen
- Hoofdstuk 3. Algemene regels ten aanzien van lozingen bij specifieke activiteiten
+ Hoofdstuk 3a. Algemene regels ten aanzien van bodemenergiesystemen
+ Hoofdstuk 4. Wijziging van besluiten
+ Hoofdstuk 5. Overgangs- en slotbepalingen
Geschiedenis

Geschiedenis-overzicht