Besluit geregeld en ongeregeld luchtvervoer BES
1.
Een aanvraag tot het verkrijgen van een vergunning als bedoeld in artikel 8, eerste en derde lid, van de Luchtvaartwet BES, wordt ingediend bij de Minister.
2.
Een vergunningaanvraag wordt in behandeling genomen wanneer de aanvrager:
a. kan aantonen dat in het vervoer waarop de aanvraag betrekking heeft op redelijke wijze kan worden voorzien;
b. aannemelijk kan maken dat hij één of meer in het Nederlandse nationaliteitsregister ingeschreven luchtvaartuigen te zijner beschikking heeft door eigendom of één of andere vorm van huurovereenkomst, mits hij aantoont dat de operationele verantwoordelijkheid bij hem berust;
c. kan aantonen dat het overwegend deel van het aandelenkapitaal en de daadwerkelijke zeggenschap in en de leiding van de onderneming in Nederlandse handen berusten als bedoeld in artikel 8, tweede lid, van de Luchtvaartwet BES; en
d. kan aantonen dat de dienstverlening in het publieke belang is.
3.
Van de in behandeling genomen aanvraag wordt een afschrift ter inzage gelegd op een plaats en gedurende tijdstippen die door de Minister worden vastgesteld en die bekend worden gemaakt in de Staatscourant.
4.
Belanghebbenden kunnen binnen 30 dagen na de mededeling, bedoeld in het vierde lid, schriftelijk commentaar indienen bij de Minister.
5.
De Minister kan de aanvrager en andere belanghebbenden in de gelegenheid stellen de aanvraag en de daarop betrekking hebbende commentaren mondeling toe te lichten.
6.
Indien op de aanvraag positief wordt beslist, wordt de daartoe strekkende beschikking gepubliceerd in de Staatscourant.
7.
Indien op de aanvraag afwijzend wordt beslist, wordt zulks bij een met redenen omklede beschikking aan de aanvrager medegedeeld.
Artikel 2
De documenten of gegevens, als aangegeven in de bij dit besluit behorende bijlage A , worden als bijlagen bij de aanvraag om vergunning overgelegd.
Artikel 3
Bij de beoordeling van een vergunningaanvraag worden de volgende richtlijnen in acht genomen:
a. de aanvrager voorziet op een redelijke wijze in het vervoer, waarop de aanvraag betrekking heeft;
b. de vergunningverlening is afgestemd op een voorziening in de huidige en redelijkerwijs te verwachten vervoersbehoeften en mag niet leiden tot het scheppen van een vervoersgelegenheid, die als overmatig kan worden aangemerkt;
c. de vergunning kan voorts om operationele of economische redenen worden beperkt tot exploitatie van één of enkele luchtvaartterreinen, of tot vluchtuitvoering met bepaalde typen vliegtuigen, dan wel tot een bepaald geografisch gebied;
d. bij het verlenen van vergunningen zal de onderhandelingspositie met betrekking tot het verkrijgen van landingsrechten in het buitenland mede in de overwegingen worden betrokken.
Artikel 4
Bij een aanvraag gericht op geregeld luchtvervoer wordt de wenselijkheid van het handhaven of creëren van een stelsel van duurzame geregelde vervoersvoorzieningen aangetoond.
1.
Bij de beoordeling van een vergunningaanvraag voor het ongeregeld luchtvervoer wordt rekening gehouden met:
a. het belang van de gebruikers bij geregelde luchtdiensten voor de duurzame en redelijke voorziening in de vervoersbehoeften in, naar of uit de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba of met een punt in de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba als tussenstation;
b. het belang van de gebruikers bij een aan hun behoeften aangepast ongeregeld luchtvervoer tegen een zo laag mogelijke prijs;
c. het belang van de rentabiliteit van de luchtvaartmaatschappijen.
2.
Voor vluchten in ongeregeld luchtvervoer kan toestemming worden verleend indien:
a. dit vervoer beoogt te voorzien in andere behoeften dan de bestaande geregelde diensten en het daardoor aannemelijk is, dat het bestaan van die geregelde diensten niet wordt aangetast;
b. er geen sprake is van ongezonde mededinging, waarvan kan worden gesproken indien bij een verantwoorde bedrijfsvoering de opbrengsten van het vervoer, geregeld zowel als ongeregeld, de luchtvaartmaatschappijen die dit vervoer verrichten op langere termijn gezien niet in staat stellen tot het behalen van een redelijke rentabiliteit.
1.
Een onderneming die een aanvraag indient en waaraan voor de eerste keer een vergunning als bedoeld in artikel 8, eerste en derde lid, van de Luchtvaartwet BES wordt verleend, toont aan dat zij:
a. gedurende een periode van 24 maanden vanaf het begin van de exploitatie te allen tijde haar op realistische veronderstellingen gebaseerde, bestaande en potentiële verbintenissen kan nakomen; en
b. over voldoende middelen beschikt om:
1°. de voorbereidingskosten (kosten die gemaakt moeten worden voordat met de operatie begonnen kan worden) te dekken;
2°. gedurende een periode van drie maanden vanaf het begin van de exploitatie haar vaste en bedrijfsuitgaven die voortvloeien uit de exploitatie volgens haar bedrijfsplan en die op realistische onderstellingen zijn gebaseerd, te dekken, zonder dat rekening wordt gehouden met haar inkomsten uit exploitatie.
2.
Voor de toepassing van het eerste lid verstrekt de aanvrager alle relevante inlichtingen, met name de gegevens vermeld in bijlage B .
3.
Elke luchtvaartmaatschappij stelt de Minister vooraf in kennis van plannen voor de exploitatie van een nieuwe geregelde of ongeregelde luchtdienst naar een bestemming waarop zij nog geen diensten onderhoudt, voor wijzigingen in het soort of aantal gebruikte toestellen of voor een ingrijpende wijziging in de omvang van haar activiteiten.
4.
Indien de Minister van oordeel is dat de wijzigingen, bedoeld in het derde lid, een aanzienlijke invloed op de financiële positie van de luchtvaartmaatschappij hebben, kan hij eisen dat deze een herzien bedrijfsplan indient waarin de betrokken wijzigingen zijn opgenomen en dat een periode van tenminste één jaar vanaf de datum van toepassing van dit plan betreft, alsmede alle relevante inlichtingen, met inbegrip van de inlichtingen als aangegeven in de bij dit besluit behorende bijlage C , om te kunnen beoordelen of de luchtvaartmaatschappij in staat is gedurende die periode van één jaar haar bestaande en potentiële verbintenissen na te komen.
5.
De Minister kan te allen tijde en in ieder geval wanneer er duidelijke aanwijzingen zijn dat een luchtvaartmaatschappij waaraan hij een economische vergunning heeft verleend, met financiële problemen kampt, de financiële prestaties van die luchtvaartmaatschappij onderzoeken en de vergunning schorsen of intrekken indien hij er niet langer van overtuigd is dat de luchtvaartmaatschappij in staat is gedurende een periode van twaalf maanden haar bestaande en potentiële verbintenissen na te komen. De Minister kan ook een tijdelijke vergunning verlenen in afwachting van een financiële reorganisatie van de luchtvaartmaatschappij, mits de veiligheid niet in het gedrang komt.
6.
De luchtvaartmaatschappijen verstrekken elk boekjaar onverwijld de door externe accountants gecontroleerde rekeningen over het voorgaande boekjaar. De luchtvaartmaatschappijen verstrekken te allen tijde op verzoek van de Minister de inlichtingen nodig voor de toepassing van het bepaalde in het vijfde lid, met name de gegevens vermeld in bijlage D .
7.
De Minister kan, voor zover nodig, advies inwinnen van derden omtrent het door een luchtvaartmaatschappij ingediende bedrijfsplan en de jaarstukken.
Artikel 8
Dit besluit wordt aangehaald als: Besluit geregeld en ongeregeld luchtvervoer BES.
Inhoudsopgave
Artikel 1
Artikel 2
Artikel 3
Artikel 4
Artikel 5
Artikel 6
Artikel 7
Artikel 8
Geschiedenis

Geschiedenis-overzicht